Autismespectrumstoornissen bij kinderen en adolescenten

Laatste update: 2012.

Autismespectrumstoornissen (ASS) worden in de classificatiesystemen DSM-IV-TR (APA, 2000) en ICD-10 (WHO, 2010) gekenschetst door problemen in de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden en een beperkt repertoire van spel en gedrag. In de DSM-IV-TR volgende subgroepen onderscheiden binnen het autisme spectrum: Autistische stoornis (het prototype 'klassiek autisme'), stoornis van Asperger, syndroom van Rett, Desintegratieve stoornis en een restgroep 'Not Otherwise Specified' (PDD-NOS). In Nederland wordt soms ook de subgroep Multiple complex Developmental Disorders (McDD) onderscheiden, welke in de DSM-IV-TR niet voorkomt. De stoornissen binnen het autismespectrum behoren tot de neuropsychiatrische stoornissen met een heterogene etiologie en een heterogeen klinisch beeld.

In de DSM-5, die op 17 mei 2013 werd gelanceerd, verandert de naamgeving en definitie. Bij de overgang van de DSM-IV-TR naar de DSM-5 is gekozen voor een meer dimensionele insteek (www.dsm5.org). Doordat subgroepen van ASS moeilijk te onderscheiden zijn (Lord, et al. 2011) en de behandeling van de categorieën sterk overeenkomt (Lord, et al., 2006) is het voorstel om de verschillende stoornissen samen te voegen. De DSM-5 heeft de subgroepen binnen het autismespectrumstoornis als één categorie benoemd: Autismespectrumstoornis (ASS). De diagnose ASS wordt gesteld bij tekortkomingen in twee domeinen: sociale communicatie en interactie en beperkt en repetitief gedrag. Binnen het domein beperkt en repetitief gedrag wordt in de DSM-5 hypo- of hyperreactiviteit op sensorische stimuli meegewogen. In de DSM-5 wordt McDD mogelijk opgenomen als een voorloper van schizofrenie. 
Hoewel het wenselijk is om ruimte te bieden aan dimensionele diagnostiek zijn er ook zorgen over de DSM-5 criteria (Greaves-Lord et al., 2012b). Een gedeelte van patiënten, waarbij de diagnose PDD-NOS of stoornis van Asperger is gesteld met de DSM-IV-TR classificatie, laten vaak tekortkomingen zien in de sociale communicatie en interactie. Deze groep heeft minder tekortkomingen in beperkt en repetitief gedrag (Mandy et al., 2011) en valt daardoor buiten de ASS diagnose volgens de DSM-5 classificatie (McPartland et al., 2012). Mogelijk is een gevolg dat patiënten met PDD-NOS of Asperger Syndroom en met een hoog cognitief niveau worden afgesloten van klinische hulp en hulp in onderwijs (Mandy et al., 2012; Kaland, 2011).

Variatie in de kern- en ontwikkelingdimensies van ASS, in comorbiditeit met aandachts- en angstproblemen en op cognitief gebied, zorgen ervoor dat de groep kinderen met ASS heterogeen is. Door de grote variatie is gedifferentieerd zorgaanbod nodig. (Greaves-Lord et al., 2012a).

Laatste aanpassing: 20-12-2013
Esther Kooymans

Beleidsmedewerker Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie
Deel deze pagina via:
Reageren

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond u niet precies wat u zocht?
Laat het ons weten.

Annuleren

Mogen we je vragen een beknopt profiel aan te vragen?

Niet verplicht, wel zo handig voor de andere leden om te zien wat je betrokkenheid bij het Kenniscentrum inhoudt.

Let op: deze informatie wordt niet getoond aan niet geregistreerde bezoekers en wordt verder nergens voor gebruikt zonder jouw expliciete toestemming.

Ik ben:

Annuleren