Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Autisme bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over autisme (ASS) en vormen van autisme: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer. Speciaal voor jongeren is er ook nog informatie over autisme op Brainwiki.nl.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Autisme, of Autismespectrumstoornis (ASS) is een levenslange ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op alle levensgebieden. Bij iemand met autisme is de prikkel- en informatieverwerking in de hersenen verstoord. De informatie die via de zintuigen binnenkomt wordt op een andere manier verwerkt. Mensen met autisme hebben vooral moeite de losse details die ze waarnemen tot een samenhangend geheel te maken. Zie het als een puzzel waar alle stukjes van aanwezig zijn, maar waarvan het voorbeeld ontbreekt. Door het gebrek aan samenhang heeft zo iemand moeite om de wereld om zich heen te begrijpen.

Kinderen en jongeren (en volwassenen) met ASS hebben problemen in de sociale omgang, de communicatie en het inlevingsvermogen. Daarnaast hebben ze beperkte interesses en gedrag. Ook is er vaak sprake van over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels, al is dit geen formeel kenmerk van ASS.

Wat zijn de meest voorkomende problemen bij autisme?

Een stoornis in het autistisch spectrum heeft gevolgen voor:

  • Sociale relaties

Kinderen met ASS hebben moeite met het ontwikkelen van relaties met leeftijdsgenootjes, het delen van eigen interesses met anderen en het interpreteren van non-verbaal gedrag (gebaren, gezichtsuitdrukkingen e.d.). Daarmee komen ze vaak 'stug' en ongeïnteresseerd over terwijl ze dat niet zijn. In het contact is er vaak sprake van eenrichtingverkeer: de jongere met autisme vraagt bijvoorbeeld niet spontaan aan een ander hoe het gaat of blijft doorpraten over een onderwerp dat hem interesseert zonder te merken dat de ander het niet boeiend vindt. Jeugdigen met ASS hebben ook moeite de juiste rol toe te kennen aan verschillende personen. Dit kan in de praktijk betekenen dat ze bijvoorbeeld te open zijn in aanwezigheid van vreemden of juist te gesloten bij goede bekenden.

  • Taal- en spraakontwikkeling

De spraakontwikkeling kan bij kinderen met autisme langzamer verlopen dan normaal. Een deel van de kinderen met autisme en een verstandelijke beperking leert nooit spreken. Kinderen met ASS en een normaal algemeen ontwikkelingsniveau leren meestal goed spreken, maar bij hen hoor je vaak wel een monotone intonatie of opvallend woordgebruik (bijvoorbeeld zinnen blijven herhalen of onbestaande woorden gebruiken). Daarnaast nemen ze taal erg letterlijk. Ze begrijpen beeldspraak en spreekwoorden vaak niet, wat kan leiden tot angst (bijvoorbeeld een jongen die 's avonds niet naar buiten durfde omdat 'de nacht ging vallen').

  • Stereotypieën, beperkte interesses en moeite met verandering

Sommige kinderen met ASS, vooral die met een lager IQ, ´fladderen´met de handen of armen, springen bij opwinding, lopen op hun tenen of maken stereotiepe (zich herhalende) bewegingen.

Jeugdigen met ASS zijn meer gericht op het waarneembare en op details en minder op de bedoeling of betekenis achter de waarneembare zaken. Daardoor hebben ze veel moeite om overzicht te houden en hebben ze veel structuur nodig. Gevolg is dat kinderen en jongeren met ASS, ook die met een normaal of hoog IQ, sterk gehecht zijn aan vaste routines en rituelen. Ze kunnen er slecht tegen wanneer er dingen veranderen of anders verlopen dan ze gewend zijn. Dat kan zorgen voor angst of woede en driftaanvallen. Ook kan er sprake zijn van een eenzijdige of zeer beperkte belangstelling voor bepaalde onderwerpen, zoals een fascinatie voor treinen, computers of landkaarten.

  • Gevoeligheid voor zintuiglijke prikkels

Onder prikkels verstaan we datgene wat een kind hoort, ziet, voelt, proeft of ruikt, maar ook wat er intern bij het kind zelf opkomt. Kinderen met ASS kunnen op een afwijkende manier omgaan met zintuiglijke prikkels. Ze kunnen veel minder gevoelig zijn voor prikkels (nauwelijks reageren op pijn bijvoorbeeld of in de klas niet reageren op een opmerking van de leerkracht die voor alle kinderen bedoeld is) of juist extra gevoelig zijn voor of gericht zijn op bepaalde prikkels (bijvoorbeeld overgevoeligheid voor pijn, harde geluiden, of gefascineerd zijn door aanraking van zachte stoffen, of door schitteringen van een spiegel).

  • Motoriek

Een groot aantal kinderen met ASS beweegt zich houterig, krampachtig (soms fladderen ze met de handen, lopen op hun tenen of springen bij opwinding).

  • Cognitieve ontwikkeling en leerproblemen

ASS komt voor bij kinderen met alle niveaus van intelligentie, maar 40 tot 60% van de mensen met een ASS heeft ook een verstandelijke beperking, vooral degenen met klassiek autisme. Daarnaast hebben kinderen met ASS een verhoogde kans op een specifieke leerstoornis als dyslexie of dyscalculie. Ook hebben ze moeite met het toepassen van kennis uit de ene situatie in de andere, m.a.w. ze hebben moeite met generalisatie van kennis en vaardigheden. Daarnaast zijn er gevallen met hyperactiviteit of angststoornis, dat ook het leren kan belemmeren.

  • Zelfbeeld

Kinderen en jongeren met ASS en een normale/hoge intelligentie zien dat ze anders zijn dan anderen. Naarmate ze vaker reageren op een manier die de buitenwereld niet begrijpt of afkeurt (en ze daarop aanspreekt) kunnen gevoelens van onbehagen en angst ontstaan. Kinderen of jongeren met ASS hebben daarom meer dan gemiddeld last van faalangst en hebben vaak een negatief zelfbeeld.

  • Fantasie

Voor veel kinderen met ASS is de grens tussen fantasie en realiteit niet duidelijk. Als ze bijvoorbeeld iets engs zien op tv kunnen ze niet tegen zichzelf zeggen: het is maar een film. Angst is het logisch gevolg.

Wat zijn de voordelen van autisme?

  • Stiptheid: kinderen met ASS gedijen het best bij regelmaat
  • Afspraak is afspraak
  • Heeft vaak veel kennis van bepaalde zaken, kan zich goed focussen en wil graag alles van een onderwerp weten
  • Onverstoorbaar doorwerken
  • Eerlijkheid: een kind/jongere met ASS mist vaak het filter van sociale wenselijkheid en zegt daarom wat hij vindt, is recht door zee
  • Groot analytisch denkvermogen
  • Een goed oog voor detail
  • Goed geheugen
  • Kan prima zelfstandig werken, graag zelfs
  • Is beleefd: dit is aangeleerd gedrag en zal dus altijd toegepast worden
  • Is zichzelf, kan ook niet anders
  • Begrijpt schema's goed, denkt vaak in beelden
  • Snel veranderingen opmerken: want de wereld klopt niet meer bij het beeld dat hij/zij daarvan heeft
  • Humor: ze hebben over het algemeen een groot gevoel voor humor
  • Goed omgaan met computers: computers zijn dingen die ze snel begrijpen zonder de moeilijkheden van persoonlijke communicatie en verder verdiepen veel jongeren met ASS zich in computertechnologie wat samen met hun oog voor details echte computerfenomenen kan opleveren
Terug naar boven

In het huidige handboek van psychische stoornissen (DSM-IV-TR) wordt onderscheid gemaakt tussen onderstaande vijf vormen van autisme. In het nieuwe handboek (DSM-5), dat in mei 2013 verschijnt, verdwijnt dat onderscheid en komt er één diagnose autismespectrumstoornis (ASS in het Nederlands, ASD in het Engels). Hierbij zal wel de ernst van de symptomen worden aangegeven.

De vijf vormen van autisme volgens de DSM-IV-TR:

  • de Autistische stoornis
  • de stoornis van Asperger
  • het syndroom van Rett
  • de desintegratieve stoornis
  • PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder, Not Otherwise Specified)

"Klassiek" autisme of de Autistische stoornis: De kenmerkende problemen in het contact met andere mensen gaan soms samen met andere problemen. Denk aan: agressie, zelfverwonding, hyperactiviteit, dwangmatig gedrag, herhaling van hetzelfde soort gedrag, tics, stemmingsstoornissen en slaapproblemen, epilepsie en verstandelijke beperking.

Bij de Stoornis van Asperger zijn de problemen in het contact met de omgeving in principe even ernstig als bij autisme. In het begin valt de stoornis minder op omdat er geen sprake is van vertraagde taalontwikkeling en achterblijvende verstandelijke ontwikkeling. Kinderen met Asperger hebben een normale tot hoge intelligentie.

Het syndroom van Rett komt vrijwel uitsluitend bij meisjes voor. Tot ongeveer 6 tot 18 maanden is er sprake van een normale ontwikkeling. Daarna raken deze kinderen de taal- en handfuncties die zij hebben ontwikkeld weer kwijt. Men ziet dan specifieke handbewegingen zoals het 'wringen' of 'wassen' in combinatie met sociale en communicatieve stoornissen. Sinds enkele jaren is de genetische oorzaak van het syndroom van Rett bekend.

Kinderen met een Desintegratieve Stoornis laten een periode van normale ontwikkeling zien tot tenminste 2 jaar. Daarna verliezen ze een groot deel van hun vaardigheden en ontstaan problemen die vergelijkbaar zijn met die van autistische kinderen. Het syndroom van Rett en de Desintegratieve Stoornis zijn allebei zeer zeldzaam.

De term PDD-NOS wordt gebruikt voor kinderen met sociale en communicatieve problemen zoals ook bij autisme. Het aantal kenmerken is echter niet zo uitgebreid als bij "klassiek" autisme of het syndroom van Asperger. Men spreekt daarom ook wel van 'aan autisme verwante problematiek'. De stoornis valt echter wel binnen het gebied (het 'spectrum') van verschijningsvormen. Daarom wordt de term PDD-NOS gebruikt: Pervasive Developmental Disorder, Not Otherwise Specified, ofwel ernstige ontwikkelingsstoornis, niet nader omschreven.

Tot slot is er de subgroep Multiple complex Developmental Disorders (McDD), wat geen officiële DSM-IV-TR diagnose is, maar soms wordt onderscheiden in Nederland. Jongeren met McDD hebben te maken met veel verschillende ontwikkelingsproblemen tegelijk. Het gaat daarbij om jeugdigen met een combinatie van sterke angsten; problemen in het beheersen van gevoelens, waaronder bijvoorbeeld woede-uitbarstingen; sociale en communicatieve problemen en denkstoornissen, waarbij geen goed onderscheid wordt gemaakt tussen fantasie en werkelijkheid, waardoor zij achterdochtig kunnen worden.

Terug naar boven

ASS is grotendeels het gevolg van biologische oorzaken in de hersenen. Het wetenschappelijk onderzoek naar ASS is in volle gang. Inmiddels weten we dat ASS voor 90% erfelijk wordt bepaald, dus via genen van ouder op kind wordt doorgegeven. Verder is bekend dat bepaalde ziekten ook een rol kunnen spelen bij het ontstaan van ASS. Voorbeelden zijn het fragiele X-syndroom, dat ook tot verstandelijke handicap leidt, en tubereuze sclerose, dat epilepsie tot gevolg kan hebben.

Ook infectieziekten tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld rode hond, kunnen in een beperkt aantal gevallen bijdragen aan het ontstaan van ASS. Sommige onderzoekers hebben ooit gedacht dat de toename van autisme mogelijk samenhing met vaccinatieprogramma's. In grootschalig onderzoek is echter aangetoond dat dit niet het geval is.

Terwijl ASS voor het grootste deel het gevolg is van biologische oorzaken, zijn opvoeding en andere omgevingsfactoren van groot belang voor de manier waarop de persoon met autisme zich ontwikkelt. Een aangepaste opvoeding en passende scholing kunnen de ontwikkelingskansen van kinderen met een ASS vergroten en de kans op gedragsproblemen doen afnemen. Zie hiervoor: Behandelmogelijkheden.

Terug naar boven

In Nederland is geen prevalentie-onderzoek (onderzoek naar het vóórkomen van ASS) verricht. Op basis van buitenlandse onderzoeken wordt ervan uitgegaan dat 0,6 % van de bevolking ASS heeft. Uit nieuwere onderzoeken komen percentages van rond de 1% naar voren. Eén op de 100 is aanzienlijk meer dan in vroeger onderzoek is gevonden. De toename is te verklaren uit het feit dat de afwijkingen nu eerder worden herkend en beter worden begrepen. Met andere woorden: er is betere diagnostiek.

Terug naar boven

Het is bekend dat bij patiënten met ASS veel verschillende psychiatrische problemen kunnen voorkomen, die ook bekend zijn uit andere psychiatrische ziektebeelden. Soms zijn het problemen die bij het ASS-beeld behoren. Soms is er echt sprake van een combinatie van ASS met andere problemen.

De volgende problemen komen vrij veel voor bij kinderen met ASS:

  • aandacht- en concentratieproblemen
  • hyperactiviteit
  • epilepsie
  • angsten
  • depressieve symptomen, prikkelbaarheid
  • slaapstoornissen
  • het zichzelf beschadigen
  • tics
Terug naar boven

Instrumenten bij screening

Een instrument dat vaak aan ouders wordt voorgelegd, is de CBCL, de Child Behavior Checklist. Er is een versie voor kinderen van 1½ tot 5 jaar en een versie voor kinderen van 6 tot 18 jaar. De CBCL bestaat uit een lijst van 99 vragen over het gedrag van kinderen, in te vullen door de ouders. Met het onderdeel dat gaat over ontwikkelingsstoornissen worden aanwijzingen voor ASS opgespoord. Er is ook een versie voor onderwijzers/leraren, de zogenaamde Teacher Report Form (TRF). Voor jongeren van 11 tot 18 jaar is er een versie die zij zelf kunnen invullen: de Youth Self Report, afgekort YSR. Voor de eerste screening is het zinvol dat de lijst voor de ouders en de lijst voor de leerkrachten worden ingevuld. Op die manier kun je onderzoeken of de problemen zowel thuis als op school voorkomen.

Een ander instrument dat voor screening gebruikt wordt, is de vragenlijst Sociale Communicatie, de SCQ, wat staat voor Social Communication Questionnaire. Het is een screeningsinstrument voor kinderen bij wie er een vermoeden is van ASS. De lijst is te gebruiken vanaf de leeftijd van vier jaar (mentale leeftijd van minstens twee jaar). De vragenlijst bestaat uit 40 vragen die de ouders invullen. Daarvoor hebben zij ongeveer 10 minuten nodig.

Daarnaast wordt ook de Social Responsiveness Scale (SRS) gerbuikt voor screening. Ouders van kinderen en adolescenten in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar kunnen in 15 minuten deze vragenlijst invullen. De vragen gaan vooral over de sociale en communicatieproblemen die bij ASS horen.

Er zijn ook vragenlijsten die zich richten op de kenmerken van autisme bij heel jonge kinderen. Voor het screenen van baby's en peuters op ASS bestaat de ESAT (Early Screening of Autistic Traits Questionnaire) en voor peuters de M-CHAT (Modified Checklist for Autism in Toddlers).

Instrumenten bij verdergaande diagnostiek

De behandelaar in de polikliniek of kliniek kiest doorgaans één of meerdere instrumenten uit de volgende:

• De Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag bij Kinderen, afgekort VISK. Met deze lijst kan men (sociaal) probleemgedrag bij kinderen met milde varianten van ASS in kaart brengen. De vragen gaan over het gedrag van het kind in sociale situaties en het begrijpen van sociale informatie, het besef van tijd en plaats, stereotiep gedrag en angst voor en weerstand tegen veranderingen. De lijst is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar. De 49 vragen worden ingevuld door de ouders. De afnameduur is 10-15 minuten. De vragen worden gescoord op een 3-puntsschaal: 0 = niet van toepassing, 1 = een beetje/soms van toepassing en 2 = duidelijk/vaak van toepassing.

• Een diagnostisch vraaggesprek volgens het model van de zogenaamde ADI-R, wat staat voor Autism Diagnostic Interview, Revised. Het is een vraaggesprek met de ouders/verzorgers van het kind aan de hand van een aantal duidelijk geformuleerde vragen over de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind en het huidige gedrag. Wanneer het gesprek goed is gevoerd, is het aan het eind duidelijk of het kind echt autisme heeft of niet. De duur van het gesprek is lang. Een ander, vergelijkbaar vraaggesprek is de 3Di (Developmental, Dimensional and Diagnostic Interview). Deze kost minder tijd dan de ADI-R.

• De Autism Diagnostic Observation Schedule, afgekort ADOS. Dit is een observatie-instrument voor kinderen, adolescenten en volwassenen met ASS. De ADOS bestaat uit een aantal standaardsituaties waarin sociaal, communicatief, spel- of stereotiep gedrag wordt uitgelokt. Het instrument wordt afgenomen door een getrainde onderzoeker in ongeveer 30 tot 45 minuten. Er moet altijd een video-opname van de observatie worden gemaakt zodat het gedrag achteraf op een lijst kan worden gescoord.

De verschillende medisch-specialistische onderzoeken en de instrumenten die daarbij worden gebruikt laten wij hier onbesproken. Voor meer informatie over specifieke instrumenten, kunt u in de richtlijn van de NVvP kijken.

Terug naar boven

ASS kan niet genezen worden. Wel zijn er verschillende manieren om het kind, de ouders en het gezin van het kind te helpen om te gaan met de stoornis. Op die manier kan de normale ontwikkeling gestimuleerd worden en de problemen van het kind minder zwaar worden. Ook kunnen ouders en broertjes en zusjes leren om op een goede manier op het kind met ASS te reageren, zodat de dagelijkse omgang soepeler verloopt. Als het gaat om kinderen met een normale of hoge intelligentie en behandelbare comorbide stoornissen, zijn de mogelijkheden om hen voor te bereiden op een zelfstandig leven vaak goed.

Samenhangende en alomvattende behandeling

Zoals gezegd kan ASS zich op veel verschillende manieren uiten en kunnen er verschillende bijkomende problemen optreden. In de fase waarin de diagnose werd gesteld is veel aandacht besteed aan: het kind zelf, zijn ASS en de combinatie met andere aandoeningen, het functioneren van de ouders en het gezin, het functioneren van het kind op school en mogelijk in de wijdere sociale omgeving. Hier is sprake van een soort van integrale (allesomvattende) benadering van de problemen van het kind en zijn omgeving. Dat is niet voor niets. De kennis over de verschillende kanten van de aandoening van het kind is van belang voor de behandeling.

De behandelaars hebben inmiddels geleerd dat er een paar behandelprincipes zijn die tot de best haalbare resultaten leiden. Het zijn de behandelprincipes van Rutter:

1. Alles moet in het werk worden gesteld om het denken, de taal en de oriëntatie op de sociale omgeving en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind op gang te helpen en te stimuleren. Hiervoor moet een overzichtelijke en stimulerende omgeving worden gecreëerd.

2. Onaangepaste gedragingen die met ASS verbonden zijn, moeten zo veel mogelijk worden verminderd. Hierbij moet men denken aan stugheid, reageren volgens vaste patronen of stereotypie en onbuigzaam gedrag zoals inflexibiliteit.

3. Ander onaangepast gedrag moet aangepakt worden. Het gaat dan om gedrag dat niet automatisch met ASS is verbonden, maar vaak wel in combinatie met ASS optreedt (zoals hyperactiviteit en boosheid en ander storend gedrag).

4. Stress in het gezin moet verminderd worden.

De verschillende behandelprincipes worden op de volgende manieren uitgewerkt in praktische begeleiding en behandeling:

Psycho-educatie

Het is bekend dat stress in het gezin geen autisme veroorzaakt. Wel is het zo dat een kind met een vorm van autisme een forse belasting voor het gezin kan geven. Wanneer ouders voor het eerst horen over autisme, realiseren zij zich meestal niet wat voor gevolgen dit heeft voor de opvoeding, de gezinssituatie en de toekomst. Het is zeer belangrijk dat de ouders goed worden geïnformeerd over de diagnose en wat dit betekent voor de toekomst van het kind. Dit wordt meestal gedaan via een aantal inzichtgevende gesprekken en wordt psycho-educatie genoemd. Daarbij moet aan ouders worden verteld welk aanbod van zorg voor hun kind op welk moment beschikbaar is. Zij moeten in contact worden gebracht met voorzieningen die er in hun omgeving zijn, die hun kind optimaal bij de ontwikkeling kunnen helpen en die de ouders bij de opvoeding deskundig kunnen ondersteunen. Het is ook zeer belangrijk aandacht te geven aan de overige gezinsleden, gezien de grote invloed die ASS op bijvoorbeeld broertjes en zusjes kan hebben. Dat is belangrijk voor het realiseren van een zo ontspannen mogelijk opvoedingsklimaat en kan de stress in het gezin doen verminderen.

In Nederland kunnen ouders steun krijgen van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA: www.autisme.nl) en de oudervereniging Balans (www.balansdigitaal.nl). De NVA heeft in verschillende regio's zogenaamde Autisme Info Centra waar mensen in contact kunnen komen met vrijwilligers van de vereniging (www.autismeinfocentrum.nl) Ook MEE (www.mee.nl) kan ondersteuning bieden aan mensen met autisme en hun familie, onder andere op het gebied van opvoeden, begeleid wonen en dagbesteding.

Systeem-/ouderbegeleiding of oudertraining

Vaak is het nuttig om ouders te leren hoe zij het beste met het gedrag van hun kind kunnen omgaan. Dit kan door middel van een oudertraining in een groep of individueel. Hierbij wordt bijvoorbeeld aandacht gegeven aan communiceren, regels stellen en structuur bieden. Zo'n behandeling kan zorgen voor verbeterde ouder-kind interacties.

School

Uit onderzoek is bekend dat scholing het kind met ASS betere vooruitzichten geeft. Het is belangrijk dat de behandelaar en de ouders gezamenlijk de mogelijkheden van ondersteuning, ambulante hulp, dagbehandeling en regulier of speciaal onderwijs in de omgeving bekijken. Voor de pedagogisch medewerkers van de dagopvang en voor de docenten is het belangrijk te weten wat er met het kind aan de hand is. Maar ook wat het desbetreffende kind nodig heeft om zo optimaal mogelijk van het onderwijsaanbod gebruik te kunnen maken. Vaak gaat het om extra individuele aandacht, een zeer gestructureerde benadering en speciale educatieprogramma's zoals bijvoorbeeld TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication-handicapped CHildren programme).

Vaardigheidstraining en gedragstherapie

Een genezende therapie tegen ASS bestaat niet. Ook het effect van bestaande behandelingen is niet altijd duidelijk, omdat er niet genoeg onderzoek naar is gedaan. Echter, gedragstherapeutische interventies (trainingen waarbij concrete, niet te hoog gestelde doelen en veel herhaling wordt toegepast) lijken het meest effectief. Voorbeelden van gedragstherapieën zijn Applied Behavioral Analysis (ABA) en Pivotal Response Treatment (PRT). Deze behandelingen zijn intensief en zijn vooral bedoeld om taal en sociale vaardigheden te versterken bij (jonge) kinderen. Ouders spelen aan belangrijke rol in het uitvoeren van de behandeling. Afhankelijk van de behoefte van het kind, kunnen verschillende aanvullende behandelingen worden ingezet:

  • fysiotherapie
  • logopedie
  • speltherapie
  • sociale vaardigheidstraining
  • zelfredzaamheidtraining
  • gedragstherapeutische interventies voor specifiek storend gedrag, waaronder bijvoorbeeld onzindelijkheid, zelfbeschadiging, stereotypieën en steeds terugkerende boosheid.

In alle gevallen zijn structuur, duidelijkheid en consequent handelen zeer belangrijk. Er zijn hier en daar wel alternatieve therapieën beschreven. Er is echter nooit aangetoond dat deze werken, daarom worden ze hier niet genoemd.

Beroepsopleiding en sociale ondersteuning

Aangezien ASS chronische aandoeningen zijn, heeft dit gevolgen voor de mogelijkheden op het gebied van wonen en werken. Voor een deel van de mensen met ASS is zelfstandig wonen en werken nooit mogelijk, maar voor een aantal anderen wel degelijk. Ondersteuning en training op dit gebied kan helpen om de optimale manier van leven te vinden. Ook praktische vaardigheden die je nodig hebt om zelfstandig te leven, kunnen worden getraind. Voor meer informatie over autisme en wonen, kunt u terecht bij het Woonpunt Autisme van de NVA.

Handvatten voor de omgang met kinderen met ASS

  • Kinderen en jongeren met autisme hebben veel baat bij structuur. Dit kan bijvoorbeeld door een vast dagschema in te stellen of door duidelijk te maken hoe een activiteit/opdracht verloopt (wat, wanneer, met wie, hoe lang het duurt).
  • Visuele ondersteuning, via beeldverhaal of pictogrammen, kan helpen om een opdracht of taak duidelijk te maken aan een kind met autisme.
  • Houd er rekening mee dat kinderen met ASS slecht tegen wisselende, drukke of chaotische situaties kunnen. Soms kan het bijvoorbeeld beter zijn om drukke winkelstraten, de kermis en dergelijke plekken te vermijden.
  • Maak het taalgebruik zo concreet en duidelijk mogelijk.
  • Breng stapsgewijs veranderingen aan.
  • Corrigeer bij crisissituaties en probeer deze zoveel mogelijk voor te zijn door het kind voor te bereiden.
  • Beloningen kunnen helpen om bepaald gedrag te stimuleren bij kinderen met autisme. Om spraak te stimuleren kun je bijvoorbeeld een beloning geven als het kind woorden gebruikt in plaats van gebaren.

Medicatie

Er zijn op dit moment geen medicijnen die de belangrijkste symptomen van ASS direct beïnvloeden. Met andere woorden: er is geen medicijn tegen ASS. Wel zijn er medicijnen die de gedragsproblemen kunnen verminderen die vaak in combinatie met ASS optreden. Daarmee komt het kind dan vaak in een betere conditie, waardoor de andere vormen van therapie (zoals gedragstherapie) beter werken.

Medicijnen voor aandoeningen die in combinatie met ASS optreden, werken ook bij kinderen en volwassenen met ASS. In de praktijk worden medicijnen gegeven bij:

  • druk en ongeconcentreerd gedrag (ADHD-symptomen)
  • driftaanvallen en agressie
  • zelfverwonding (ook wel automutilatie genoemd)
  • tics
  • star of rigide gedrag (zoals stereotypieën en dwanghandelingen)
  • starheid of rigiditeit in denken (zoals dwanggedachten en preoccupaties)
  • symptomen van angst en depressie
  • overprikkeling

Wanneer ADHD-symptomen op de voorgrond staan is methylfenidaat, één van de psychostimulantia, de eerste keus. Patiënten met ASS (en dan vooral de kinderen met een verstandelijke handicap) lijken sneller last te hebben van bijwerkingen bij psychostimulantia. Toch is dit de beste optie gezien de grote ervaring met deze middelen, de snelle werking ervan en het verdwijnen van de effecten, en dus ook van de bijwerkingen, na het staken van het gebruik. Clonidine komt in aanmerking bij onvoldoende effect van de psychostimulantia. Ook valt dan te denken aan risperidon en pipamperon, zeker wanneer er ook sprake is van (ernstige) agressie.

Wanneer disruptief gedrag als agressie en zelfbeschadiging sterk op de voorgrond treedt, is binnen de groep van de antipsychotica risperidon het middel van eerste keus. Daarna pipamperon en aripiprazol. Gewichtstoename is de belangrijkste bijwerking van dit soort antipsychotica.

Bij voornamelijk dwangmatigheid en/of angst en depressie komen de antidepressiva fluoxetine, fluvoxamine en citalopram in aanmerking. Tot slot zijn er ook medicijnen beschikbaar voor de behandeling van bijkomende epilepsie.

Op het professional gedeelte van de site vindt u uitgebreidere informatie over medicatie bij ASS.

Terug naar boven

Sociale vaardigheidstraining: Aangepaste methode voor kinderen

Het protocol 'Sociale vaardigheidstraining: Aangepaste methode voor kinderen met ontwikkelstoornissen' is gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen van het kind en het vergroten van het gevoel van competentie in diverse sociale situaties. Lees meer over 'Sociale vaardigheidstraining' >>

Individuele oudertraining bij kinderen met autisme

Middels het verbeteren van de vaardigheden en het vergroten van het gevoel van competentie van de ouders de gedragsproblemen van hun kind verminderen en het prosociaal gedrag uitbreiden. Lees meer over 'Individuele oudertraining bij kinderen met autisme >>

Ik ben speciaal

Psycho-educatie. Mensen met een ASS vaardigheden leren om zijn of haar handicap een plaats te geven in zijn of haar leven. Met beoordeling van de werkgroep Autistischespectrumstoornissen. Lees meer over 'Ik ben speciaal' >>

ToM-training

Kinderen vaardiger maken in het inschatten van sociale situaties, waardoor zij beter in staat zijn emoties bij zichzelf en anderen te herkennen, en zich te verplaatsen in de gedachten en overwegingen van anderen. Lees meer over 'ToM-training' >>

Pivotal Response Treatment

Middels de z.g. pivotal areas werken aan de sociale competentie, communicatie en flexibiliteit. Daarnaast wordt gewerkt aan de interactie tussen ouder en kind. Centrum Autisme is gecertificeerd door de ontwikkelaars om deze behandelvorm te trainen aan derden. Lees meer over 'Pivotal Response Treatment' >>

Terug naar boven

In het algemeen is het moeilijk te voorspellen hoe een kind met ASS zich zal ontwikkelen. Er is een aantal factoren te noemen die bijdragen aan een gunstige ontwikkeling. Dit zijn een goede intelligentie, goede taalontwikkeling en de afwezigheid van ernstige denkstoornissen. Er zijn zeker kinderen met een ASS waar zich een ongunstige ontwikkeling voordoet. Hierbij wordt bedoeld dat ze op latere leeftijd psychiatrische verschijnselen vertonen als sociale onaangepastheid, depressiviteit en psychotische stoornissen. Van alle kinderen met ASS ontwikkelt ongeveer 15% zich redelijk goed, zodat zij (voor een groot deel) zelfstandig kunnen leven. Naar schatting 15-20% ontwikkelt zich eveneens redelijk, maar heeft van tijd tot tijd veel hulp nodig. De overige groep blijft altijd afhankelijk van steun van de omgeving, zodat zij bijvoorbeeld niet zelfstandig kunnen wonen.

Vroege onderkenning is van groot belang. Ten eerste omdat het kind begeleid kan worden in het omgaan met zijn stoornis. Ten tweede omdat aan de omgeving uitgelegd kan worden wat er aan de hand is. Dit is belangrijk voor de omgang tussen ouders en kind, maar ook voor die tussen anderen en het kind. Naarmate de omgeving beter begrijpt wat er met het kind aan de hand is, zal men beter op de problemen in kunnen spelen en beter kunnen accepteren dat het kind soms dingen doet die je liever niet zou zien. Dit inzicht helpt de eigenwaarde van het kind, maar ook van de ouders, te versterken. Hoe vroeger wordt ontdekt wat het probleem bij het kind is, hoe eerder er gewerkt kan worden aan het vergroten van de weerbaarheid van het kind en het stimuleren van de normale ontwikkeling. Dit kan weer een gunstige invloed hebben op de langetermijnprognose.

Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close