Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Autisme bij kinderen

Wat is autisme?

Autisme is een afkorting voor autismespectrumstoornis (ASS). Dit is een verzamelnaam voor verschillende vormen van autisme. Voor de leesbaarheid van deze tekst gebruiken we het woord autisme, waarmee we alle verschillende vormen van ASS bedoelen. Elke leerling is anders, dus ook alle leerlingen met autisme.

Aan het werk op school

Als een leerling autisme heeft kan het zijn dat hij het moeilijk vindt om contact te maken of een gesprek te voeren. Ook kan hij het moeilijk vinden om te begrijpen wat het betekent als iemand zich boos of verdrietig voelt, of moeite hebben met het interpreteren van gezinsuitdrukkingen. Ook kan het zijn dat klasgenoten de leerling niet zo goed begrijpen.

Misschien vindt de leerling het fijn als dingen steeds op dezelfde manier gaan en er niet te veel verandert om hem heen. Wat via horen, zien, voelen, proeven en ruiken binnenkomt in het hoofd van de leerling, wordt door zijn hersenen anders verwerkt dan bij leerlingen zonder autisme.

Orthopedagogen en schoolpsychologen kunnen terecht bij de praktijkstandaard Autisme bij kinderen en adolescenten.

Jongeren lezen meer over autisme op Brainwiki.nl

Een leerling met autisme in de klas

Als onderwijsprofessional ben je niet bevoegd om autisme vast te stellen. Dat kan en mag alleen een gespecialiseerde hulpverlener doen. Je hebt wel een belangrijke signalerende taak. Bespreek opvallendheden of zorgen die je over de leerling hebt met de leerling, ouders en collega’s uit het ondersteuningsteam. Samen kun je beslissen of hulpverlening wenselijk is. Vanuit de klas ben jij het die de collega’s uit het ondersteuningsteam kan voorzien van informatie.

Autisme kan zich op vele manieren uiten. Dit kan per leerling sterk verschillen. De lijst hieronder zet enkele kenmerken die bij autisme kunnen horen op een rij.

De leerling kan…

  • Moeite hebben met vrienden maken
  • Het moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben met anderen.
  • Moeite hebben met begrijpen hoe iemand anders zich voelt.
  • Moeite hebben met taal en praten.
  • Niet goed afstemmen in contact met de ander
  • Niet gevoelig zijn voor dingen die om hem heen gebeuren, of juist heel gevoelig zijn voor dingen om hem heen; hij kan bijvoorbeeld niet goed tegen harde geluiden
  • Niet zo goed mee kunnen komen op school.
  • Ergens overmatig in geïnteresseerd in zijn.
  • Niet van veranderingen houden.
  • Moeite met het loslaten van eigen denkpatronen, bijvoorbeeld over hoe je een opdracht aan moet pakken.

Verschillen tussen jongens en meisjes met autisme

Het gedrag van meisjes met autisme kan anders zijn dan het gedrag van jongens met autisme:

  • Meisjes vertonen vaak sociaal gedrag, maar dat is vaak een imitatie van wat anderen doen.
  • Meisjes hebben minder moeite met communiceren over emoties
  • Jongens laten meer repetitief gedrag zien (vaak terugkerende handelingen)

Door deze verschillen wordt autisme minder snel herkend bij meisjes dan bij jongens. Vooral bij meisjes met een hoge intelligentie. Dit lijkt te komen doordat deze meisjes vaker strategieën aangeleerd hebben om te compenseren voor hun sociale en communicatieve beperkingen.

Dit informatieblad is speciaal voor mensen in de omgeving van meisjes in de leeftijd van 0-6 jaar. Het is bedoeld om kenmerken die kunnen wijzen op autisme beter te herkennen, en om er makkelijker over te kunnen praten met de huisarts, het wijkteam of de jeugdarts.

Let op: Veel van de bovenstaande symptomen zijn gedragingen die in bepaalde mate bij de ontwikkeling van iedere leerling kunnen horen.

Terug naar boven

De arts heeft medicatie geadviseerd of voorgeschreven. Soms krijg je als onderwijsprofessional de opdracht om het gedrag van een leerling te observeren wanneer deze met medicatie start of stopt, of wanneer de dosering wijzigt. Begrijp je medicijn beantwoordt vragen die veel leerlingen en hun omgeving hebben over medicijnen bij psychische problemen. Denk aan een vraag als ‘Hoe kan ik mijn medicijn het beste innemen? ’

>> Naar Begrijp je medicijn

Het komt ook voor dat je als onderwijsprofessional de vraag krijgt om medicatie toe te dienen, te helpen met deze inname, of de leerling te herinneren aan de inname. Het uitvoeren van medische handelingen op school kan bijvoorbeeld tot schade aan de gezondheid van het kind leiden bij onjuist gebruik van een medicijn. Daarom moet je in deze situaties handelen volgens een vooraf afgesproken en ondertekend protocol. De directie van jouw school bepaalt het beleid voor medisch handelen op school. De PO-Raad ontwikkelde het Model-protocol medische handelingen op scholen.

Terug naar boven

De rol van de leerkracht of mentor

Als leerkracht of mentor ben je opgeleid om les te geven. En lesgeven is meer dan alleen kennis overdragen. Je maakt een groot deel uit van het leven van de leerlingen, en kan van grote betekenis zijn in de begeleiding. Blijf daarover steeds in gesprek met de leerling, de ouders en de collega’s uit het ondersteuningsteam. Onderzoek met elkaar wat de leerling kan helpen en wat jouw rol als onderwijsprofessional daarin is.

>> Lees meer over de rol van de leerkracht of mentor

Samenwerken met hulpverlening buiten school

Wanneer de leerling hulpverlening buiten school krijgt is het van belang om ook met deze partij, in samenspraak met leerling en ouders, contact te houden. Zodat iedereen samen doet wat nodig is. Informeer elkaar ook wanneer het goed gaat. Op die manier kom je erachter ‘wat werkt’. Daarbij verlaagt het de drempel om contact te leggen wanneer het even minder gaat.

Maak het bespreekbaar

Over het algemeen kan het helpend zijn wanneer klasgenoten op de hoogte zijn van psychische kwetsbaarheden, of andere moeilijkheden waar de leerling mee zit. Door open te zijn, ontstaat er begrip. Het kan per leerling verschillen of hij dit wil delen, met wie, en op welke manier. Besteed aandacht aan dit onderwerp door in een één-op-één-gesprek te vragen naar de wensen van de leerling op dit gebied. Soms vindt de leerling het fijn om, met hulp van jou, met enkele goede vrienden of vriendinnen iets over zichzelf te delen.

Tips voor in de klas

Als onderwijsprofessional ben je niet bevoegd om autisme vast te stellen. Dat kan en mag alleen een gespecialiseerde hulpverlener doen. Je hebt wel een belangrijke signalerende taak. Bespreek opvallendheden of zorgen die je over de leerling hebt met de leerling, ouders en collega’s uit het ondersteuningsteam. Samen kun je beslissen of hulpverlening wenselijk is. Vanuit de klas ben jij het die de collega’s uit het ondersteuningsteam kan voorzien van informatie.

Autisme kan zich op vele manieren uiten. Dit kan per leerling sterk verschillen. De lijst hieronder zet enkele kenmerken die bij autisme kunnen horen op een rij

Let op: Veel van de onderstaande symptomen zijn gedragingen die in bepaalde mate bij de ontwikkeling van iedere leerling kunnen horen.

Aandacht voor de kwaliteiten
  • Onderzoek hoe je juist ook de kwaliteiten van de leerling in kan zetten.
  • Benoem zijn sterkte kanten en kijk op wat voor manieren hij deze in kan zetten.
  • Onderschat de capaciteiten van de leerling niet. Doubleren of naar een lager onderwijsniveau verplaatsen helpt meestal niet.
  • Door vertrouwen uit te spreken steun en stimuleer je de leerling.
Tips voor de organisatie in de klas
  • Onderzoek met de leerling wat een fijne werkplek is (wat werkt en wat leidt af).
  • Onderzoek met de leerling of een time-out plek helpend kan zijn en wat daarvoor een goede plek is. Spreek eventueel een teken voor ‘time-out’ af.
  • Zorg voor een afwisseling tussen inspanning en ontspanning en onderzoek met de leerling waarmee hij zich tussendoor kan ontspannen.
  • Vermijd keuzestress en laat de leerling bijvoorbeeld altijd maar kiezen uit twee taken.
  • Bespreek van tevoren afwijkingen van het dagprogramma. Geef ook aan wanneer dit gaat gebeuren, hoe, wanneer en waar. Zet eventueel een ‘verrassingsteken’ op je dagplanning.
  • Onderzoek samen of een buddy helpend zou kunnen zijn en wie dat zou kunnen zijn.
  • Toiletgebruik kan een prikkel zijn die de leerling niet uit kan uitstellen. Laat de leerling naar de wc gaan, ook al geldt voor de rest van de klas misschien een andere regel.
  • Soms biedt dyslexiesoftware zoals sprint, claroread of kurzweil voor de leerling meer structuur in de leerstof.
Tips voor de instructie
  • Communiceer en handel vanuit het principe Geef me de 5 van Colette de Bruin: wie, wat, waar, wanneer, en hoe.
  • Een uitleg over het ‘waarom’ kan voor de leerling ook helpend zijn, zeker bij pubers
  • Heeft de leerling moeite met het starten van de taak? Baken de taak af in tijd, hoeveelheid, een begin en een eind. Markeer eventueel in het schrift waar en hoe te beginnen.
  • Stel concrete controlevragen om te checken of de leerling de instructie heeft begrepen zoals ‘Wat ga je als eerste doen?’.
  • Onderzoek met de leerling of visualisatie helpt bij de instructie.
  • Gebruik eventueel een time timer.
  • Onderzoek met de leerling of één van de volgende materialen zou kunnen helpen om zich beter te concentreren: koptelefoon, tangle, stressbal.
  • Onderzoek of trainen van het werkgeheugen helpend kan zijn, met bijvoorbeeld tafelkaarten, spiekbriefjes of geheugenkaartjes (Braams)
  • Werkstukken en spreekbeurten kunnen overzichtelijker worden met bijvoorbeeld mindmappen. Kijk of dit bij de leerling past.
  • Is het handschrift moeilijk leesbaar? Laat de leerling in blokletters schrijven.
  • CITO heeft een aangepaste handleiding voor leerlingen met ASS
Tips voor de sociale omgang
  • Dwing geen oogcontact af
  • Onderzoek met de leerling of het kan helpen om een vast persoon in school te hebben waar hij even heen kan als dat nodig is.
  • Overweeg een ‘heen-en-weer’-schrift voor communicatie met thuis. Hou elkaar op de hoogte.
  • Stel eventueel een paar aparte regels op voor situaties buiten de klas (pauze, gym, handenarbeid)
Bij incidenten
  • Maak afspraken over hoe te handelen bij paniek van de leerling. Het kan zijn dat fysieke aanraking de paniek verergert. De leerling of ouders kunnen dit zelf meestal goed aangeven.
  • Probeer uit de machtsstrijd te blijven en stel zo min mogelijk vragen wanneer de leerling in paniek is. Blijf duidelijk in je communicatie en verwachtingen, gebruik weinig woorden om uit te leggen wat je gaat doen.
  • Gebruik voor het nabespreken van ruzies ‘Geef me de 5’ en maak eventueel een tijdlijn die de gebeurtenissen ordent en de tijd visualiseert. Besef van tijd en begrip van sociale situaties kan voor deze leerling moeilijk zijn.
  • Geef de leerling tijd om te verwerken wat er gebeurd is. Een incident meteen nabespreken is vaak geen goed moment. Spreek met de leerling een moment af om het na te bespreken.
Terug naar boven

Creëer openheid met een spreekbeurt

Wil je leerling een spreekbeurt geven over autisme? Wijs hem dan op de tips die te vinden zijn op Brainwiki.nl.

>> Spiekbrief voor je spreekbeurt

De overgang naar een volgend schooljaar brengt voor veel leerlingen, en ouders, spanning en onzekerheid met zich mee. Dat geldt ook voor leerlingen met een psychische kwetsbaarheid. Als leerkracht of mentor van een leerling draag je een verantwoordelijkheid in de overdracht naar dit volgende jaar. Je weet wat wel en niet werkte het afgelopen jaar en kan dat weer doorgeven aan je collega. In het voortgezet onderwijs is het van belang om de informatie met de verschillende lesgevende collega’s te delen.

Voor de nieuwe leerkracht of mentor kan het helpend zijn om vroeg in het jaar contact te leggen met de ouders. Tijdens deze kennismaking kun je afspraken maken over de samenwerking dit schooljaar.

Terug naar boven

De overgang van de basisschool naar de middelbare school brengt voor veel leerlingen, en ouders, spanning en onzekerheid met zich mee. Dat kan ook gelden voor leerlingen met autisme. Het kan veel opleveren om wat extra tijd en aandacht aan deze overstap te besteden. Check bij de leerling hoe hij hierin staat en wat hij fijn zou vinden in dit proces. Dat kan van alles zijn en wellicht kun je hier als onderwijsprofessional ook wat in betekenen. Bijvoorbeeld door in groep 8 individuele gesprekken te voeren hierover. Soms kan een keer fietsen met een klasgenoot die naar dezelfde school toe gaat al verschil maken. Als eerstejaars mentor is het van groot belang dat je met een open blik de leerlingen en hun ouders leert kennen. Individuele start- of kennismakingsgesprekken kunnen daaraan bijdragen.

Bij het Steunpunt Autisme vind je een gedetailleerd protocol met draaiboek voor de overgang naar het voortgezet onderwijs.

>> Plezier op school
Plezier op school is een zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest werden of andere problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten. Het heeft als doel om de sociale competentie van de leerlingen te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs en het risico op herhaling van deze omgangsproblemen verkleind wordt.

>> JOIN us
JOIN us is een programma dat zich richt op het creëren van een saamhorige klas waarin elke leerling zich gezien en geaccepteerd voelt. Het zijn tien lessen bedoeld voor eerstejaars leerlingen van het regulier VO. Het programma gaat uit van een groepsdynamisch perspectief en de lessen spelen in op de groepsfases waarin de leerlingen zich bevinden.

Terug naar boven

>> E-learning Autisme in de klas
Deze e-learning is voor onderwijsprofessionals in het basis- en voorgezet onderwijs, met leerlingen met autisme in de klas. Zij leren bijvoorbeeld hoe je kunt omgaan met gedragsproblemen in de klas en krijgen praktische tips en voorbeelden.

Terug naar boven

Boeken, video's en links over autisme

Deze kwaliteitsstandaard beschrijft in algemene termen vanuit het perspectief van de patiënt wat goede zorg is voor mensen met autisme. Deze zorgstandaard is bedoeld voor professionals, patiënten en hun naasten en toont de (landelijke) norm waaraan multidisciplinaire, integrale zorg bij psychische aandoeningen moet voldoen. Niet alleen op het gebied van medicatie en behandeling, maar ook met aandacht voor participatie, de omgeving en de organisatie van zorg.

>> GGZ Standaard Autisme

Terug naar boven

Het Kenniscentrum heeft deze informatie geschreven met experts vanuit onder meer het PO en VO, het NCOJ en het Nederlands Jeugdinstituut. Samen houden we deze tekst steeds actueel. Bijvoorbeeld op basis van het laatste onderzoek naar autisme bij kinderen en jongeren.

Heb je vragen of suggesties? Geef die dan door met het formulier onderaan deze pagina.

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond je niet precies wat je zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten