Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Angst bij kinderen

Wat is angst?

Ieder kind is weleens bang. Dat kan meestal geen kwaad. Angst voelen helpt je om te reageren als er gevaar dreigt. Het lichaam maakt zich klaar voor de reactie op het gevaar. Maar het kan zijn dat een leerling heel vaak bang is, of te hoge niveaus of een extreme vorm van angst ervaart; ook als er eigenlijk geen gevaar dreigt. Hij durft misschien niet meer naar buiten of kan niet slapen door de angst, en krijgt dit hevige bange gevoel steeds opnieuw. Het kan dan zijn dat de leerling een angststoornis heeft.

Jongens vrienden, arm om de schouder

Orthopedagogen en schoolpsychologen kunnen terecht bij de praktijkstandaard Angst bij kinderen en adolescenten.

Jongeren lezen meer over angstklachten op Brainwiki.nl

Een leerling met angst in de klas

Als onderwijsprofessional ben je niet bevoegd om een angststoornis vast te stellen. Dat kan en mag alleen een gespecialiseerde hulpverlener doen. Je hebt wel een belangrijke signalerende taak. Bespreek opvallendheden of zorgen die je over de leerling hebt met de leerling, ouders en collega’s uit het ondersteuningsteam. Samen kun je beslissen of hulpverlening wenselijk is. Vanuit de klas ben jij het die de collega’s uit het ondersteuningsteam kan voorzien van informatie.

Angst kan zich op vele manieren uiten. Dit kan per leerling sterk verschillen. De lijst hieronder zet enkele kenmerken die bij een angststoornis kunnen horen op een rij.

Lichaamstaal

De leerling is gespannen en heeft geregeld hoofdpijn of buikpijn. Hij kan overprikkeld zijn en moeite hebben om zich te concentreren. Hij kan slaapproblemen hebben waardoor hij op school een vermoeide indruk maakt.

Gedachten

De leerling heeft bijna onophoudelijk nare gedachten over wat zou kunnen misgaan, piekert veel, heeft nergens zin in, vindt niets leuk.

Gedrag

De leerling probeert steeds angstige situaties te vermijden (toetsen, gym, spreekbeurt) of ondergaat die situaties onder protest (boosheid, huilen). De leerling kan zich jonger gedragen dan bij de leeftijd past.

Zelfbeeld

De leerling denkt erg negatief over zichzelf en projecteert dat op anderen (‘Ze denken dat ik…’). Zelfs als er iets positiefs gebeurt wordt dat negatief uitgelegd. Of de leerling voorspelt dat iets ‘toch wel mis zal gaan’, terwijl er nog niets is gebeurd.

Sociaal

De leerling heeft veel moeite met het leggen van contacten. Wil wel, maar durft niet mee te doen. Heeft geen inbreng in de groep. Kan zich terugtrekken of ‘onzichtbaar maken’ in de pauzes, op het plein, gaat vaak ‘naar de wc ‘. Kan in de pauze contact met de leerkracht zoeken om klasgenoten te vermijden. Nieuwe contacten draaien uit op ruzie in plaats van vriendschap.

Let op adaptieve reacties

Leerlingen maskeren hun angst en weten goed hoe ze onder spannende dingen uit moeten komen; ze doen stoer en stoten af terwijl ze de vertrouwensrelatie juist wel willen. Het is dus mogelijk dat achter boos en opstandig gedrag eigenlijk gevoelens van angst schuilgaan.

Let op: Veel van de bovenstaande symptomen zijn gedragingen die in bepaalde mate bij de ontwikkeling van iedere leerling kunnen horen.

Terug naar boven

De arts heeft medicatie geadviseerd of voorgeschreven. Soms krijg je als onderwijsprofessional de opdracht om het gedrag van een leerling te observeren wanneer deze met medicatie start of stopt, of wanneer de dosering wijzigt. Begrijp je medicijn beantwoordt vragen die veel leerlingen en hun omgeving hebben over medicijnen bij psychische problemen. Denk aan een vraag als ‘Hoe kan ik mijn medicijn het beste innemen? ’

>> Naar Begrijp je medicijn

Het komt ook voor dat je als onderwijsprofessional de vraag krijgt om medicatie toe te dienen, te helpen met deze inname, of de leerling te herinneren aan de inname. Het uitvoeren van medische handelingen op school kan bijvoorbeeld tot schade aan de gezondheid van het kind leiden bij onjuist gebruik van een medicijn. Daarom moet je in deze situaties handelen volgens een vooraf afgesproken en ondertekend protocol. De directie van jouw school bepaalt het beleid voor medisch handelen op school. De PO-Raad ontwikkelde het Model-protocol medische handelingen op scholen.

Terug naar boven

De rol van de leerkracht of mentor

Als leerkracht of mentor ben je opgeleid om les te geven. En lesgeven is meer dan alleen kennis overdragen. Je maakt een groot deel uit van het leven van de leerlingen, en kan van grote betekenis zijn in de begeleiding. Blijf daarover steeds in gesprek met de leerling, de ouders en de collega’s uit het ondersteuningsteam. Onderzoek met elkaar wat de leerling kan helpen en wat jouw rol als onderwijsprofessional daarin is.

>> Lees meer over de rol van de leerkracht of mentor

Samenwerken met hulpverlening buiten school

Wanneer de leerling hulpverlening buiten school krijgt is het van belang om ook met deze partij, in samenspraak met leerling en ouders, contact te houden. Zodat iedereen samen doet wat nodig is. Informeer elkaar ook wanneer het goed gaat. Op die manier kom je erachter ‘wat werkt’. Daarbij verlaagt het de drempel om contact te leggen wanneer het even minder gaat.

Maak het bespreekbaar

Over het algemeen kan het helpend zijn wanneer klasgenoten op de hoogte zijn van psychische kwetsbaarheden, of andere moeilijkheden waar de leerling mee zit. Door open te zijn, ontstaat er begrip. Het kan per leerling verschillen of hij dit wil delen, met wie, en op welke manier. Besteed aandacht aan dit onderwerp door in een één-op-één-gesprek te vragen naar de wensen van de leerling op dit gebied. Soms vindt de leerling het fijn om, met hulp van jou, met enkele goede vrienden of vriendinnen iets over zichzelf te delen.

Aandacht voor de kwaliteiten

  • Onderzoek hoe je juist ook de kwaliteiten van de leerling in kan zetten.
  • Benoem zijn sterke kanten en kijk op wat voor manieren hij deze in kan zetten.
  • Onderschat de capaciteiten van de leerling niet. Doubleren of naar een lager onderwijsniveau verplaatsen helpt meestal niet.
  • Door vertrouwen uit te spreken steun en stimuleer je de leerling.

Tips voor de organisatie in de klas

  • Leerlingen met angstklachten hebben veel behoefte aan een veilige sfeer in de klas. Als ze steun zoeken moeten ze die in elk geval bij de leerkracht vinden.
  • Regelmaat en een vast ritme (voorspelbaarheid) in het dagprogramma zijn heel belangrijk. Help de leerling structuur in de dag te brengen en houd zelf die vaste structuur ook zoveel mogelijk aan. Geef het dagprogramma een zichtbare plaats in de klas.

Tips voor de instructie

  • Reageer positief op hoe de leerling iets heeft aangepakt (het proces), in plaats van op de persoon.
  • Wees flexibel als het erom gaat wanneer een opdracht klaar moet zijn – verruim de tijd of verdeel het werk in kleinere overzichtelijke stukken.
  • Vertel de leerling vaak welke vooruitgang hij boekt.

Tips voor de sociale omgang

  • Sta open voor en praat met de leerling, toon begrip. Maak de drempel heel laag om vragen te stellen en met problemen voor de dag te komen.
  • Het is van belang dat je als leerkracht de angst erkent én verwachtingen uitspreekt (‘We gaan nu dit doen’). Zo kan de leerling leren omgaan met de dingen die hem bang maken, in plaats van die vermijden.
  • Vraag aan de leerling welke hulp hij graag zou krijgen (ondersteuningsbehoefte).
  • Stimuleer de leerling om dingen te doen die hem een positief en actief gevoel geven.
  • Bespreek met de leerling wat je wel en niet aan vrienden/vriendinnen uit de klas vertelt
  • Onderzoek samen of een buddy-systeem kan helpen zodat de klasgenoten elkaar kunnen ondersteunen.
  • Blijf de leerling bij de klas betrekken en geef de leerling ook aandacht als het niet over zijn angsten gaat.
  • Probeer negatieve gedachten van de leerling om te buigen
  • Geef complimenten in situaties waarin het wél goed gaat
  • Wees op de hoogte van het eventuele medicijngebruik van de leerling. Lees de bijsluiter om bijwerkingen te kunnen herkennen.
Terug naar boven

Creëer openheid met een spreekbeurt

Door open te zijn, ontstaat er begrip. Een spreekbeurt kan soms uitkomst bieden. Wijs je leerling hiervoor op de tips die te vinden zijn op Brainwiki.nl.

>> Spiekbrief voor je spreekbeurt

De overgang naar een volgend schooljaar brengt voor veel leerlingen, en ouders, spanning en onzekerheid met zich mee. Dat geldt ook voor leerlingen met een psychische kwetsbaarheid. Als leerkracht of mentor van een leerling draag je een verantwoordelijkheid in de overdracht naar dit volgende jaar. Je weet wat wel en niet werkte het afgelopen jaar en kan dat weer doorgeven aan je collega. In het voortgezet onderwijs is het van belang om de informatie met de verschillende lesgevende collega’s te delen.

Voor de nieuwe leerkracht of mentor kan het helpend zijn om vroeg in het jaar contact te leggen met de ouders. Tijdens deze kennismaking kun je afspraken maken over de samenwerking dit schooljaar.

Terug naar boven

De overgang van de basisschool naar de middelbare school brengt voor veel leerlingen, en ouders, spanning en onzekerheid met zich mee. Het kan veel opleveren om extra tijd en aandacht aan deze overstap te besteden. Check bij de leerling of die het prettig vindt als je hier wat in betekent. Bijvoorbeeld door in groep 8 individuele gesprekken te voeren hierover. Soms kan een keer fietsen met een klasgenoot die naar dezelfde school toe gaat al verschil maken.

Als eerstejaarsmentor is het van groot belang dat je met een open blik de leerlingen en hun ouders leert kennen. Individuele start- of kennismakingsgesprekken kunnen daaraan bijdragen.

>> Plezier op school
Plezier op school is een zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest werden of andere problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten. Het heeft als doel om de sociale competentie van de leerlingen te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs en het risico op herhaling van deze omgangsproblemen verkleind wordt.

>> JOIN us
JOIN us is een programma dat zich richt op het creëren van een saamhorige klas waarin elke leerling zich gezien en geaccepteerd voelt. Het zijn tien lessen bedoeld voor eerstejaars leerlingen van het regulier VO. Het programma gaat uit van een groepsdynamisch perspectief en de lessen spelen in op de groepsfases waarin de leerlingen zich bevinden.

Terug naar boven

>> Schoolweigering: @school project
Bij schoolweigering ervaren leerlingen spanning en angst rondom het naar school gaan en/of op school zijn. Dit kan leiden tot schoolverzuim. Schoolweigering heeft vaak een grote impact op de ontwikkeling van de leerling en gaat niet zomaar over. Het @school project stimuleert leerlingen, ouders, school en andere betrokkenen om samen te werken aan een gemeenschappelijk doel: leerlingen te helpen zelf weer mee te durven doen aan het leven en ‘gewoon’ naar school te gaan.

>> M@ZL op het vo
M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) is bedoeld voor alle leerlingen op het regulier voortgezet onderwijs met ziekteverzuim. M@ZL richt zich op de volgende groepen: ouders, onderwijsprofessionals, jeugdartsen en leerplichtambtenaren. Het doel van M@ZL is het terugdringen van ziekteverzuim door het vroegtijdig signaleren en begeleiden van scholieren met (verhoogd) ziekteverzuim. Daarmee kan langdurig thuiszitten en voortijdig schoolverlaten worden voorkomen.

>> VRIENDEN
VRIENDEN is een preventie- en behandelprogramma voor kinderen en jongeren met depressieve en/of angstklachten of met een angst- en/of stemmingsstoornis. Het is een cognitief gedragstherapeutisch programma dat kan worden uitgevoerd in de school. Het helpt leerlingen vaardigheden aanleren waarmee zij hun gedrag, gedachten en lichamelijke reacties kunnen aanpakken die angst en depressie in stand houden. Wanneer VRIENDEN wordt toegepast in een groep, kunnen leerlingen elkaar observeren en helpen, en de geleerde vaardigheden oefenen met leeftijdgenoten in een veilige omgeving.

>> Je bibbers de baas
‘Je bibbers de baas’ is een programma voor leerlingen met faalangst in de bovenbouw van het basisonderwijs. Het bestaat uit bijeenkomsten voor leerlingen, ouders en leerkrachten.

Terug naar boven

Deze kwaliteitsstandaard beschrijft in algemene termen vanuit het perspectief van de patiënt wat goede zorg is voor mensen met angstklachten Deze zorgstandaard is bedoeld voor professionals, patiënten en hun naasten en toont de (landelijke) norm waaraan multidisciplinaire, integrale zorg bij psychische aandoeningen moet voldoen. Niet alleen op het gebied van medicatie en behandeling, maar ook met aandacht voor participatie, de omgeving en de organisatie van zorg.

>> GGZ Standaard Angststoornissen

Terug naar boven

Het Kenniscentrum heeft deze informatie geschreven met experts vanuit onder meer het PO en VO, het NCOJ en het Nederlands Jeugdinstituut. Samen houden we deze tekst steeds actueel. Bijvoorbeeld op basis van het laatste onderzoek naar angst bij kinderen en jongeren.

Heb je vragen of suggesties? Geef die dan door met het formulier onderaan deze pagina.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten