Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Angst bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over angst: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Angst is een verzamelbegrip voor een onplezierige gemoedstoestand: je niet op je gemak voelen, onrust en paniek. Er zijn verschillende typen angststoornissen te onderscheiden:

  • gegeneraliseerde angststoornis: een buitengewone angst en bezorgdheid voor van alles en nog wat;
  • separatie-angst, ook wel scheidingsangst genoemd;
  • sociale angststoornis: angst voor contacten met volwassenen en leeftijdgenoten;
  • paniekstoornis al dan niet gecombineerd met agorafobie (pleinvrees): onverwacht optreden van heftige angst;
  • enkelvoudige fobie: een overdreven angst voor een bepaalde situatie (bijvoorbeeld hoogtevrees) of angst voor een bepaald beest of bepaalde verschijning (bijvoorbeeld een spin of een spookverschijning);
  • faalangst: angst die opkomt wanneer er iets van iemand wordt verwacht. Het kan zijn dat een kind bang is om het lichaam te gebruiken (motorische faalangst), bang is om iets in een groep te doen (verwant aan sociale angst) of dat een kind denkt dat het te dom is om het huiswerk of een proefwerk te maken (cognitieve faalangst).

Angst leidt bij kinderen en jongeren regelmatig tot schoolweigering. Dit is geen aparte stoornis. Het verschijnsel is zo veel voorkomend en ingewikkeld dat het in dit hoofdstuk apart wordt genoemd.

Terug naar boven

De 'geleerden' zijn het er niet over eens of de verschillende, hierboven genoemde angststoornissen als op zichzelf staande stoornissen kunnen worden beschouwd. Veel kinderen en jeugdigen met één duidelijk herkenbare angststoornis hebben daarnaast nog één of meer andere angststoornissen. Dit zou erop kunnen duiden dat er eigenlijk maar één angststoornis is die op verschillende manieren voorkomt. Hoe dan ook, wij maken een onderscheid tussen de verschillende uitingsvormen, en laten de discussie voorlopig over aan de deskundigen.

Bij de gegeneraliseerde angststoornis heeft de jeugdige een overdreven angst en bezorgdheid over tal van zaken, bijvoorbeeld over mogelijke ongelukken, vernedering op school of met vrienden. Kinderen en adolescenten met deze stoornis maken zich constant zorgen. Dit leidt vaak tot concentratieproblemen of een slechte nachtrust. Ze willen telkens maar weer gerustgesteld worden. Voor buitenstaanders lijken de klachten onterecht. Bij de separatie-angststoornis heerst een voortdurende angst voor een verwachte scheiding van de ouder(s)/verzorger(s); de scheiding voor kortere of langere tijd met de ouders. Deze angst kan betrekking hebben op wat het kind zelf of de ouder(s) kan overkomen. De angst uit zich dan in lichamelijke klachten en symptomen. Veel kinderen met een separatie-angststoornis weigeren te gaan slapen, als niet één van de ouders direct in de buurt is.

Het kenmerkende van de sociale angststoornis is de angst voor normale, natuurlijke contacten met volwassenen en leeftijdgenoten. Deze angst is het sterkst in situaties waarin een kind 'beoordeeld' wordt, bijvoorbeeld bij het houden van een spreekbeurt, het verkleden voor de gymnastiekles of een muziekuitvoering. De angst is dan zo groot dat het tot een paniekaanval leidt. Wanneer de sociale angst leidt tot vermijding van bepaalde situaties, wat vaak het geval is, heeft dat vaak vergaande gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. De sociale angststoornis leidt nogal eens tot schoolontduiking.

Bij een paniekstoornis treedt er onverwacht heftige angst op, in combinatie met lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen en beven. De angst kan betrekking hebben op de lichamelijke symptomen, bijvoorbeeld de angst voor een "hartaanval". Het kan echter ook de vorm aannemen van angst om gek te worden of angst voor ander onheil. Veel jongeren hebben wel eens een paniekaanval. Bij de paniekstoornis is er vaak angst voor het opnieuw optreden van een paniekaanval. De paniekstoornis kan al dan niet gecombineerd optreden met 'agorafobie'. Dat is angst om de vertrouwde en veilige omgeving te verlaten, maar ook de angst in een situatie te zijn waaruit men slechts met moeite kan ontsnappen, bijvoorbeeld een tunnel een bus of een trein.

Faalangst komt in verschillende vormen voor. Bij de motorische faalangst overheerst de angst om het lichaam te gebruiken. Bekend zijn de angstige gevoelens bij gymnastiekoefeningen of angst om met dansoefeningen mee te doen. De angst om in een groep een presentatie te geven of in het openbaar aan een gesprek mee te doen is vergelijkbaar met de sociale angst. De angst voor toetsen en examens wordt ook wel cognitieve faalangst genoemd en is in veel gevallen gebaseerd op ondeugdelijke gedachten over zichzelf: "Daar ben ik te dom voor" of "Daar hoef ik niet aan te beginnen, want dat leer ik toch nooit".

De enkelvoudige fobie komt tot uiting in een overdreven of onredelijke angst voor een bepaald object (bijvoorbeeld een spin) of situatie (bijvoorbeeld hoogte). Blootstelling aan zo'n object of zo'n situatie leidt tot intense angst, die vaak de proportie aanneemt van een paniekaanval. Om van een fobie te kunnen spreken, moet de angst een hinder zijn in de dagelijkse bezigheden van het kind. Dit kan het geval zijn wanneer de angst leidt tot vergaande vermijding of wanneer het kind/de jongere al bang is om bang te worden in het geval er een spin tevoorschijn komt of een afgrond in zicht komt.

Schoolweigering kan veroorzaakt worden door een separatieangststoornis. Bij jongeren heeft de scheidingsangst vaak betrekking op scheiding voor een langere tijd, bijvoorbeeld tijdens een schoolkamp. Bij hen is vaak sprake van langdurige lichamelijke klachten. Het kan echter ook een uitvloeisel zijn van een sociale angststoornis of van enige vorm van faalangst.

Terug naar boven

Een angststoornis ontstaat in de meeste gevallen door verschillende factoren die op elkaar inwerken en elkaar versterken. Uit onderzoek blijken vooral de volgende factoren belangrijk:

  • Erfelijkheid: het is waarschijnlijk dat angst voor een klein deel kan worden verklaard uit erfelijke factoren. Een bepaalde erfelijke aanleg maakt de kinderen dan bijzonder gevoelig voor het ontstaan van een angststoornis.
  • Temperament: bepaalde persoonlijkheidskenmerken, die ook tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Met name typen met een teruggetrokken karakter en geremd gedrag zullen eerder dan andere kinderen last hebben van angststoornissen.
  • Onveilige gehechtheid: wanneer er geen sprake is van een veilige en intense band tussen het kind en de opvoeder(s) ontwikkelt het kind zich in emotioneel opzicht niet optimaal en kan het zich mogelijk ook onveilig en angstig voelen in de omgeving waarin het opgroeit.
  • Overbeschermende opvoeding: wanneer het kind, overigens op grond van goede bedoelingen, tegen alle ongemakken en risico's wordt beschermd, ontwikkelt het zelf niet de vaardigheden om problemen aan te pakken en zichzelf tegen risico's te beschermen. Bovendien 'leert' het van de overbeschermende ouders dat het gevaar overal is en dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn. Een mogelijke voedingsbodem voor het ontstaan van een angststoornis.
  • Cognitieve informatieverwerking: hierbij gaat het om de manier waarop jongeren de signalen uit hun omgeving interpreteren en waarderen. Bij sommige kinderen is de manier van informatieverwerking zo vertekend dat zij normale verschijnselen als gevaarlijk of bedreigend interpreteren: iemand die je een hand wil geven wil met je vechten, iemand die aardig is heeft per definitie boze bedoelingen.
  • Levenservaringen: wanneer kinderen ervaringen hebben (gehad) die zij als bedreigend ervaren, is de kans reëel dat zij angstig in het leven komen te staan en een angststoornis ontwikkelen. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een gezinsuitbreiding of scheiding van de ouders.
Terug naar boven

Angststoornissen komen betrekkelijk vaak voor bij kinderen en jongeren. Volgens onderzoek naar het vóórkomen is dat bij 2% tot 6% het geval. Waarschijnlijk is het 't meest reëel om uit te gaan van twee op de honderd. In de praktijk wordt nogal eens onderschat hoezeer angststoornissen effect hebben op het dagelijkse leven. In feite hebben angststoornissen bij veel kinderen grote gevolgen voor het functioneren van het gezin, de sociale ontwikkeling van het kind en in veel gevallen ook voor het functioneren op school.
Schoolweigering komt bij ongeveer 1-2% van de schoolgaande kinderen en jeugdigen voor, met een piek op de leeftijd van 11-13 jaar, dus bij de gang naar de middelbare school.

Terug naar boven

Kinderen en jeugdigen met angststoornissen hebben ook vaak last van een stemmingsstoornis; zij hebben dan vaak sombere gevoelens. De stemmingsstoornis treedt meestal later op in de tijd dan de angststoornis(sen).
Angststoornissen komen bij kinderen en jeugdigen veel vaker voor in combinatie met ADHD en gedragsstoornissen dan enige jaren geleden nog werd gedacht. Ook bij jongeren die misbruikt zijn of afhankelijk van alcohol of andere drugs komen angststoornissen vaker voor dan eerder werd aangenomen.

Zoals eerder is vastgesteld kan schoolweigering veroorzaakt worden door angststoornissen, waaronder vooral separatieangst, een sociale angststoornis en faalangst.
Schoolweigering gaat soms samen met depressieve gedragingen, met vormen van Autisme Spectrum Stoornissen of met psychotische stoornissen.
In een beperkt aantal gevallen gaat schoolweigering samen met antisociale gedragsproblemen. In de diagnostiek wordt daar goed op gelet.

Terug naar boven

Wanneer ouders merken dat hun kind zich zó angstig gedraagt dat het moeite heeft met sociale contacten en in zijn ontwikkeling, doen ze er goed aan de huisarts te raadplegen. Deze verwijst bij aanwijzingen van een angststoornis ouders en kind door naar een polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie of naar de jeugdafdeling van een GGZ-instelling.

Bij het onderzoek dat volgt, maakt de behandelaar, naast het voeren van een gesprek met ouder(s) en kind, gebruik van verschillende meetinstrumenten. Dat zijn vragenlijsten waarvan sommige door het kind en de ouders moeten worden ingevuld en waarvan sommige aan de hand van een vraaggesprek door de behandelaar/onderzoeker worden ingevuld.

Het onderzoek valt meestal uiteen in twee delen. In de eerste plaats wil de behandelaar/onderzoeker zeker weten of er sprake is van een angststoornis en hoe ernstig de stoornis is. Dit stelt hij vast in de screeningsfase. Voor het screeningsonderzoek zijn in principe drie vragenlijsten beschikbaar waaruit de behandelaar/onderzoeker een keuze maakt.

Vervolgens, wanneer duidelijk is dat er sprake is van een angststoornis, gaat de behandelaar/onderzoeker dieper in op meer specifieke aspecten van de angststoornis. Voor deze fase van zogenaamde klinische diagnostiek zijn in de rubriek Onderzoeksinstrumenten vier veelgebruikte lijsten kort beschreven.

Bij het onderzoek van kinderen en adolescenten met angststoornissen wordt rekening gehouden met mogelijke combinaties met andere stoornissen. Professionals spreken dan van co-morbiditeit. Angststoornissen gaan nogal eens samen met depressie en gedragsstoornissen en leiden nogal eens tot schoolweigering. Wanneer een samengaan met deze of andere aandoeningen wordt vermoed, richt het onderzoek zich ook op die verschijnselen. Het onderzoek duurt dan uiteraard langer dan wanneer alleen op angst wordt onderzocht.

Voor het onderzoek naar schoolweigering is een apart instrument ontwikkeld: een Nederlandse bewerking van de School Refusal Assessment Scale.

Terug naar boven

Behandelaars kunnen bij het onderzoek naar angststoornissen gebruik maken van een aantal instrumenten. Zij gebruiken meestal niet alle instrumenten, maar maken een keuze uit de vragenlijsten die hieronder zijn beschreven. Angststoornissen worden nog steeds onderzocht. Dit betekent dat er af en toe nieuwe meetinstrumenten worden ontwikkeld en nieuwe behandelmethoden beschikbaar komen.

Screening

Instrumenten voor de screening


MASC
: Dit staat voor de Multidimensional Anxiety Scale for Children. Het is een vragenlijst die bestaat uit 39 vragen. Naast een totale angstscore geeft de lijst een indicatie of aanvullend diagnostisch onderzoek gewenst is. Extra onderzoek zou gewenst zijn indien het kind voldoet aan de criteria voor een angststoornis. In de lijst zijn vier factoren te onderscheiden: factoren die betrekking hebben op lichamelijke verschijnselen, sociale angst, separatie-angst en het vermijden van risico's.

SCAS (Kinderversie): De afkorting staat voor de Spence Children's Anxiety Scale. Spence is de onderzoeker die de lijst heeft gemaakt. Het is een vragenlijst voor jongeren van circa 8 t/m 18 jaar, die ze zelf moeten invullen. De lijst bestaat uit 44 punten die gescoord worden op een schaal van 0 tot en met 3. Naast een totaalscore levert de lijst scores op op zes subschalen. Dit zijn: paniek/agorafobie, separatieangst, sociale fobie, gegeneraliseerde angst, dwang en angst voor lichamelijke verwonding.

SCARED-R: Staat voor de Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders. Ook dit is een vragenlijst die jongeren van circa 8 t/m 18 jaar zelf in moeten vullen. Deze lijst bestaat uit 66 items die zich richten op aanwijzingen van de gegeneraliseerde angststoornis, separatieangst-stoornis, paniekstoornis, sociale fobie en schoolfobie bij kinderen en jeugdigen.

Klinische diagnostiek

Instrumenten voor de klinische diagnostiek


ADIS-C
, voluit: de Anxiety Disorders Interview Schedule (kinderversie). Aan de hand van een groot aantal vooraf geformuleerde vragen, wordt een interview afgenomen door de behandelaar/onderzoeker. Er is een kindversie en een ouderversie. Er zijn hoofdstukken over alle angststoornissen, inclusief de dwangstoornissen en de posttraumatische stress stoornis. Daarnaast wordt er uitvoerig aandacht besteed aan schoolweigering, een veel voorkomend probleem bij angststoornissen. Verder zijn er hoofdstukken over affectieve stoornissen, dat wil zeggen stoornissen op het gebied van het opmerken en hanteren van gevoelens. Tevens zijn er hoofdstukken over ADHD, oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en gedragsstoornis. Tenslotte is er een hoofdstuk met screeningsvragen. Aan de orde komt: middelenmisbruik, schizofrenie, selectief mutisme (weigering om te spreken in bepaalde situaties), eetstoornissen en somatoforme (lijflijke) stoornissen.

De behandelaar/onderzoeker stelt uit deze vragenlijst in ieder geval de volgende onderdelen aan de orde: angststoornissen, schoolweigering en OCD. Afhankelijk van de mate waarin er bij het geïnterviewde kind sprake is van genoemde stoornissen, kan het interview ongeveer 45 á 60 minuten in beslag nemen. Het afnemen van het gehele interview (maximaal 350 vragen) kan tot 90 minuten in beslag nemen. Het interview wordt in de meeste gevallen zowel bij het kind/jeugdige als bij de ouders afgenomen.

CASI, ofwel de Childhood Anxiety Sensitivity Index. Dit is een vragenlijst met 18 items. Deze vragenlijst meet de neiging om gemakkelijk angstiger te worden van bepaalde thema's en onderwerpen.

SPA-I: Dit staat voor de Social Phobia and Anxiety Inventory for Children. Dit is een vragenlijst van 26 items die kan worden afgenomen wanneer men bij een kind een sociale fobie vermoedt. Bij een score die wijst in de richting van een sociale fobie wordt in een klinisch interview verder nagegaan of er inderdaad sprake is van een sociale fobie. De lijst richt zich op de somatische, cognitieve en gedragsaspecten van sociale fobie.

PSWQ-C: Dit is de afkorting voor de Penn State Worry Questionnaire for Children. Het is een vragenlijst van 14 items die zich richt op de neiging tot piekeren, wat als één van de hoofdkenmerken van de gegeneraliseerde angststoornis wordt gezien. De lijst is kort en snel af te nemen.

Voor het onderzoek naar schoolweigering is een apart instrument ontwikkeld: een Nederlandse bewerking van de School Refusal Assessment Scale.

Terug naar boven

Voor de behandeling van angststoornissen is cognitieve gedragstherapie (CGT) de methode van eerste keuze. Medicijnen, in het bijzonder antidepressiva, worden alleen ingezet als psychosociale vormen van behandeling niet of onvoldoende blijken te werken.

Er zijn in Nederland verschillende behandelingen op basis van cognitieve gedragstherapie beschikbaar. Beschrijvingen hiervan zijn bijgevoegd in de rubriek psychotherapeutische behandelvormen. Wanneer Cognitieve Gedragstherapie geen of onvoldoende effect heeft, kan tijdelijk een behandeling met medicijnen, antidepressiva, worden geprobeerd, terwijl de cognitieve gedragstherapie wordt voortgezet.

Wanneer er sprake is van een angststoornis in combinatie met een depressie, zal men extra voorzichtig zijn met het voorschrijven van antidepressiva.

Bij de combinatie van een angststoornis met ADHD is het waarschijnlijk niet zinvol als naast de stimulerende middelen die bij ADHD worden gebruikt, ook nog antidepressiva worden toegediend.

Over de veiligheid en werkzaamheid van SSRI's bij kinderen jonger dan zes jaar zijn geen gegevens beschikbaar.
Het voorschrijven van SSRI's aan kinderen en jeugdigen is 'off label'. Dat wil zeggen dat de arts als eerste verantwoordelijk is als er (ernstige) bijwerkingen optreden. Artsen zijn voorzichtig met het voorschrijven van SSRI's bij angstige kinderen en jeugdigen. Ouders en eventueel de jongeren wordt gevraagd om een verklaring te ondertekenen waarin zij bevestigen dat met hen is besproken dat het middel niet is geregistreerd voor niet-volwassenen.

Tenslotte zijn er medicijnen die als angstremmers en als slaapmiddel worden gebruikt: de benzodiazepines. Deze dienen bij voorkeur niet gebruikt te worden, ook niet kortdurend. De werkzaamheid is in praktijkonderzoek nog niet aangetoond. Daarnaast kunnen kinderen net als volwassenen verslaafd raken aan benzodiazepines.

De behandeling van schoolweigering is niet anders dan de behandeling van angststoornissen in het algemeen en afhankelijk van de achtergrond van de schoolweigering.

Lotgenotencontacten

Voor mensen die lijden aan angst- en dwangproblemen is er de patiëntenvereniging Angst, Dwang en Fobiestichting. Ook ouders van kinderen die aan angst, dwang en fobieën lijden, kunnen bij de stichting terecht. De stichting heeft een uitgebreide website: www.adfstichting.nl.

Terug naar boven

Dappere Kat

Het programma is erop gericht om kinderen en adolescenten te helpen om te leren gaan met situaties die ze eng vinden en daarom meestal vermijden. Met samenvatting en beoordeling door de werkgroep Angststoornissen. Oordeel Erkenningscommissie Interventies: bewezen effectief voor kinderen tot en met 16 jaar. Lees meer over Dappere Kat >>

VRIENDEN

Het vergroten van de emotionele veerkracht van kinderen, hen vaardigheden leren om problemen op te lossen en om moeilijke situaties aan te kunnen. Met samenvatting en beoordeling door de werkgroep Angststoornissen. Oordeel Erkenningscommissie Interventies: theoretisch goed onderbouwd. Lees meer over VRIENDEN >>

Denken + Doen = Durven

Middels psycho-educatie, exposure en cognitieve therapie de kinderen en jongeren leren omgaan met en verminderen van hun angstklachten. Oordeel Erkenningscommissie Interventies: nog niet beoordeeld. Lees meer over Denken + Doen = Durven >>

Praten op school, een kwestie van doen

Voor de behandeling van selectief mutisme is het protocol Praten op school, een kwestie van doen ontwikkeld. Dit protocol is een individuele ambulante behandeling van kinderen van 2,5-12 jaar met selectief mutisme (consequent niet praten op school of in één of meer andere sociale situaties). Doel is durven praten op school. De behandeling vindt wekelijks op school - buiten de klas - plaats en maakt gebruik van gedragstherapeutische technieken. De leerkracht fungeert als co-therapeut. Oordeel Erkenningscommissie Interventies: theoretisch goed onderbouwd.

In ontwikkeling

Een behandelmethode voor schoolweigering is in 2010 ontwikkeld door The @school program: modular cognitive behaviour therapy for school refusal in adolescence. (Heyne e.a., 2008).

Terug naar boven

Er is nog weinig bekend over het verloop van angststoornissen. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • In sommige gevallen blijft de angststoornis aanwezig. Dit komt vaak voor bij een sociale angststoornis.
  • In een aantal gevallen gaat een bepaalde angststoornis in de loop van de tijd nogal eens over in een andere angststoornis.
  • Bij een aanzienlijk deel van de kinderen of jongeren ontwikkelt zich een depressieve stoornis, naast één of meer angststoornissen.
  • De resultaten van onderzoek over langere termijn en na een bepaalde behandeling suggereren dat de kans op een psychiatrische aandoening op volwassen leeftijd bij personen die in de jeugd een angststoornis hadden groter is, dan wanneer er geen angststoornis is geweest.

Onder jongeren, die vanwege hun ernstig problematische schoolweigering voor behandeling waren opgenomen in een kliniek, is onderzoek gedaan naar hoe het later met hen ging. De vooruitzichten bleken niet zo gunstig, omdat bij veel van de voormalige schoolweigeraars nog steeds sprake is van angst- en/of stemmingsstoornissen.

Terug naar boven

Oudervereniging Balans

oudervereniging Balans Autisme

U vindt meer informatie op de website van Oudervereniging Balans.

Angst Dwang en Fobiestichting

Jongerenplatform Mind Young

Jongerenplatform MIND Young is het platform over je MIND voor en door jongeren. MIND Young biedt info, herkenbare verhalen, nieuws, tips en events over alles wat met je MIND te maken heeft. MIND-young-online-platform

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close