Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Jeugd-ggz voor kinderen en adolescenten met een licht verstandelijke beperking (LVB)

Hieronder vind je betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van kinderen en adolescenten met een licht verstandelijke beperking, afgekort als LVB. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose. Je vindt hier ook informatie over de behandeling van een LVB in combinatie met een psychiatrische stoornis, zwakbegaafdheid of trauma.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden.

Op deze pagina

Heb je vragen, mis je informatie of heb je een suggestie? Laat dan een reactie achter via het formulier onderaan deze pagina.

Beschrijving licht verstandelijke beperking (lvb)

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Daarnaast kunnen jeugdigen met LVB allerlei kinder- en jeugdpsychiatrische aandoeningen hebben. De combinatie van LVB met zo’n aandoening maakt een juiste beoordeling moeilijk. Het is niet steeds duidelijk welke klacht aan het één en wat aan het ander toegeschreven moet worden. Met het oog op behandeling, prognoses en het schetsen van perspectieven is een goede diagnose zeer belangrijk (zie hiervoor Diagnose).

LVB met verschillende soorten problematiek:

Hieronder volgt een beschrijving van de combinatie LVB met verschillende soorten problematiek:

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

De oorzaken van de LVB bij mensen zonder (bekende) organische aandoeningen

De oorzaken van de LVB bij mensen zonder (bekende) organische aandoeningen kunnen van verschillende aard zijn. Men moet er rekening mee houden dat de oorzaak in veel gevallen moeilijk of soms in het geheel niet is te achterhalen. Er kan sprake zijn van erfelijke aanleg, aangeboren eigenschappen, een niet-aangeboren hersenletsel hetzij met een traumatische hetzij een metabole achtergrond, zuurstoftekort tijdens de geboorte, meningitis, omgevingsinvloeden, waaronder ondervoeding in de perinatale periode. Om hier achter te komen is onder meer een ontwikkelingsanamnese nodig. Bovendien zal men het kind goed moeten observeren.

In het zoeken naar de oorzaken, is het van belang aandacht te schenken aan de omgevingsfactoren die op de betreffende jeugdigen inwerken. Hoe de betrokken jeugdige en later volwassene zijn/haar beperking weet te hanteren en hoe de betrokkenen zich in hun leven met hun beperking zullen ontwikkelen is van tal van factoren afhankelijk. Met spreekt in dit verband van risicofactoren en beschermende factoren, waarbij deze typen factoren vaak elkaars tegengestelde zijn: een zorgzame opvoeding bijvoorbeeld geldt als een beschermende factor terwijl pedagogische verwaarlozing als risicofactor geldt. Positieve aandacht en ondersteuning creëert kansen, verwaarlozing en een niet invoelende benadering ontneemt hen ontwikkelingsmogelijkheden (zie ook Klinisch beeld).

Het belang van het zoeken naar oorzaken

Het zoeken naar de oorzaak van een verstandelijke beperking is om meer redenen van belang. Allereerst kan duidelijkheid verstrekt worden aan de ouders en verzorgers en ook aan de persoon zelf. Voor ouders valt na het stellen van een diagnose meestal een belastende onzekerheid weg. Ook kan op basis daarvan vaak de vraag naar mogelijke erfelijkheid worden beantwoord en dus kan er onderbouwde voorlichting worden gegeven aan familieleden met een kinderwens.
Ook kan de duidelijkheid omtrent de diagnose van betekenis zijn voor preventieve maatregelen. Het geeft allerlei aanwijzingen voor gericht onderzoek, eventuele behandelingen en aanbevelingen voor preventie van de bijkomende stoornissen. Dit preventieve management geeft niet alleen medische aandachtspunten, maar ook aanbevelingen voor het stimuleren van ontwikkelingen en aandachtspunten in gedrag. Bij een snelle diagnose van de aandoeningen kan snel therapeutisch worden ingegrepen.

Niet in de laatste plaats kunnen ouders op het spoor worden gezet van specifieke organisaties van lotgenoten. Dit kan door ouders in contact te brengen met koepelorganisaties, zoals: Ieder(in), de landelijke koepel die staat voor de collectieve belangenbehartiging van mensen met een verstandelijke beperking en hun ouders en verwanten www.iederin.nl of de VSOP, Vereniging van Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties betrokken bij erfelijkheidsvraagstukken, www.vsop.nl.

Risicofactoren en beschermende factoren

Jeugdigen leven altijd in een sociale context. Voor jeugdigen met een LVB is het waarschijnlijk nog belangrijker dan voor doorsnee jeugdigen dat vanuit de sociale omgeving inlevend en positief op hen wordt gereageerd. Tot die sociale context behoren de ouders en de overige gezinsleden, de school, de buurt en de leeftijdgenoten.

Het AAMR model is eerder aan de orde gesteld (zie: Klinisch beeld). Het maakt visueel dat ondersteuning (vanuit de maatschappelijke omgeving) een belangrijke factor is voor het effectieve gedrag van de jeugdigen.

Hier presenteren wij een model waarmee duidelijk gemaakt wordt dat biologische, psychologische en sociale factoren van invloed zijn op een bepaalde persoonlijkheid. Ook de wijze waarop hechtingsrelaties zich hebben kunnen ontwikkelen is daarbij van belang. Het gedrag is de uitkomst van het samenspel van al deze factoren.

Zo zal, om een voorbeeld te noemen, het gedrag van de betrokkene sterk beïnvloed zijn door zijn biologisch gegeven mogelijkheden, zijn psychische ontwikkeling en de invloeden vanuit de sociale omgeving, waaronder de opvoeding. Dit gedrag zal op zijn beurt de reacties uit de omgeving beïnvloeden. De feedback vanuit het sociaal systeem, beïnvloedt zowel het gedrag als de ontwikkelingen in de hersenen van de betrokkene. Op dit alles zijn de hechtingsrelaties op hun beurt weer van invloed. Wij spreken in dit verband van het bio-psycho-sociale model (van den Berg, 2011)

LVB Psychosociale risicofactoren

Bij biologische risicofactoren moet men denken aan specifieke genetische risico's, problematisch of abnormaal functioneren van het lichaam en aan fysieke beperkingen. Uit de literatuur blijkt dat psychiatrische problematiek vaker voorkomt bij jeugdigen met een verstandelijk beperking in samenhang met biologische risicofactoren.

Kijkend naar psychologische risicofactoren blijken copingproblemen, hechtingsstoornissen, een onrealistisch zelfbeeld en verstoorde of inadequate sociale informatieverwerking veelvoorkomende verschijnselen te zijn die het individueel functioneren beïnvloeden; soms gaan zij samen met of leiden zij tot psychiatrische stoornissen (Došen et al., 2008).

De sociale risicofactoren hebben betrekking op de omgevingscondities die een belangrijke rol spelen in het aanleren van adequaat of minder adequaat gedrag en het ontstaan van psychische problematiek. De factoren betreffen de over- en onderstimulering van de jeugdigen vanuit de omgeving, conflicten met anderen, gebrek aan sociale ondersteuning, moeilijkheden bij het opbouwen van relaties, fysieke en psychische mishandeling, ernstige levensgebeurtenissen en een gebrek aan integratie in de samenleving. Het is bekend dat jongeren met LVB in veel gevallen slechte ervaringen hebben in het contact met de omgeving. Deze ervaringen zijn mogelijk van invloed op een verstoring van de sociale interactie en resulteren in maladaptief gedrag. Daarbij veroorzaken onvervulbare verwachtingen en eisen van de omgeving vaak sociaal ongewenst gedrag bij deze jeugdigen (Došen et al., 2008). Jeugdige LVB'ers kiezen namelijk vaker voor negatief gedrag en negatieve reacties in plaats van prosociaal gedrag (Dekker et al., 2006). Dit heeft tot gevolg dat zij anderen van zich vervreemden en een relatief klein sociaal netwerk overhouden (Van der Wielen, 2006).

Terug naar boven

Voor sociaal aangepast gedrag zijn complexe sociaal-cognitieve vaardigheden vereist. Studies hebben aangetoond dat de mate waarin jongeren adaptief of problematisch sociaal gedrag vertonen afhangt van de Sociale Informatieverwerking (SIV) (Crick & Dodge, 1994; Dodge & Petit, 2003).

Uit eerder onderzoek is naar voren gekomen dat kinderen met een LVB op het gebied van SIV verschillen van hun leeftijdsgenoten met een gemiddeld intelligentieniveau. Sociale vaardigheden zijn een van de belangrijkste domeinen waarin kinderen met een LVB problemen ervaren. In vergelijking met kinderen zonder een LVB encoderen kinderen met een LVB minder relevante signalen. Tevens worden goedaardige intentiesignalen nauwkeuriger geëncodeerd dan geïnterpreteerd. Daarnaast wordt er vaker een vijandige intentie aan gedrag toegeschreven, worden er minder competente, assertieve en submissieve probleemoplossingvaardigheden en meer agressieve oplossingvaardigheden gegenereerd (Van Nieuwenhuijzen et al., 2004). Zowel vijandige als goedaardige intentiesignalen worden geassocieerd met negatieve uitkomsten.

Verstoringen in het proces van sociale informatieverwerking leiden tot een problematisch functioneren. Dodge en Petit (2003) hebben een model ontwikkeld om deze verstoringen te verklaren.

Bij jeugdigen met een LVB spelen veel meer risicofactoren een rol dan bij normaal begaafde leeftijdsgenoten. Doorgaans staan daar ook minder beschermende factoren tegenover.

Kindfactoren

In de eerste plaats zijn er factoren bij het kind zelf die het moeilijker of gemakkelijker maken om tot adequate aanpassing te komen en de problemen waarmee het te maken krijgt te verwerken. Risicofactoren in dit verband zijn bijvoorbeeld een disharmonisch intelligentieprofiel en zwaktes in sociale informatieverwerking. Tot de protectieve factoren kunnen bijvoorbeeld worden gerekend een gemakkelijk temperament, sociale handigheid en een vrolijk karakter.

Ouderlijk milieu en hechting

Positieve hechtingsrelaties zijn belangrijk. Het begint al in het begin van het leven, wanneer het kind al dan niet de gelegenheid krijgt zich te hechten aan zijn ouders of verzorgers.
De ontwikkeling van de hechtingsrelaties in de opvoeding spelen een belangrijke rol in het omgaan met moeilijke of ongunstige omstandigheden. Problemen met de ontwikkeling van veilige hechtingen worden vaak gezien als kenmerken die kunnen leiden tot ernstige en langdurige problematiek. De mate waarin een ouder het kind ondersteunt, beschermt en troost bij stress situaties hangt samen met de ontwikkeling van een veilige hechting.

Bij ouders die vaak zelf een bron van angst en stress zijn, is geen sprake van een veilige basis of veilige haven (Došen et al., 2008). De oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat ouders moeite hebben om sensitief te zijn. Dit kan te maken hebben met een moeilijke opvoeding, alsook verwerkings- of acceptatieproblemen van ouders ten opzichte van hun LVB-kind(eren) (Schuengel & Janssen, 2006). Ook kan het zijn dat ouders zelf een LVB hebben of psychische problemen.

Het gevolg is dat het kind geen enkele coherente strategie vindt om op de ouders terug te vallen. Deze vorm van inconsistent oudergedrag kan bij het kind een maximaliseren van gehechtheidsignalen in stresssituaties tot gevolg hebben en het hanteren van afwerend gedrag als strategie om met stress om te gaan. Het is mogelijk dat dit tot uiting komt in gedesorganiseerde gehechtheid. Dit is de ernstigste vorm van onveilige hechting en maakt kinderen het meest kwetsbaar. Het vormt het grootste risico op het ontwikkelen van psychopathologische gedragspatronen.

Onderzoek laat zien dat er bij kinderen met een verstandelijke beperking vaker sprake is van een minder veilige hechting. Deze kinderen lopen een groter risico op het ontwikkelen van een gedesorganiseerde gehechtheid. Dit vergroot de kans op psychiatrische problematiek in latere levensfasen. Er is tot op heden echter geen specifiek onderzoek gedaan naar de gehechtheid bij LVB-ers (Schuengel & Janssen, 2006).

Verwaarlozing en traumatisering vanuit de sociale omgeving

Nauw hiermee verbonden is de kans op verwaarlozing en traumatisering. De kans op verwaarlozing en traumatisering is drie keer groter bij de LVB dan bij de normaal begaafde kinderen (Sullivan & Knutson, 2000). Vaak vindt deze verwaarlozing en traumatisering ook in de nabije sociale context plaats.
Niet alleen verwaarlozing en mishandeling binnen het gezin is een ernstige risicofactor, ook psychische problemen van de ouders, relatieproblemen tussen de ouders, sociaal isolement al dan niet gepaard gaand met financiële problemen hebben een zorgelijke uitwerking. Daarnaast moeten gezondheidsproblemen van de ouders, middelengebruik en arme één-oudergezinnen met meerdere kinderen met problemen als risicosituaties worden beschouwd.
Uiteraard zijn er ook risicofactoren in de wijdere sociale omgeving zoals de school, de vriendenkring en de werkwereld. Het zal zeer negatief op jeugdigen met LVB uitwerken wanneer zij worden gepest, worden uitgelachen en worden buitengesloten.

Tenslotte is de culturele definiëring van de verstandelijke beperking en de eventuele co-morbide stoornissen een factor van belang.

Het zal duidelijk zijn dat het tegendeel van de risicofactoren als beschermende factoren zijn aan te merken. Daarbij moet men denken aan warme opvoedingsstijl met het nodige geduld, respectvolle communicatie waarbij de betrokken jeugdige in zijn waarde wordt gelaten, een benadering die rekening houdt met de mogelijkheden en onmogelijkheden van de jeugdigen, adequate verwachtingen, een beschermende houding in geval van pesten en uitlachen.

Vaardigheden en handigheden van jeugdigen met LVB hebben soms echter ook een keerzijde. Redzame en vaardige jeugdigen met een verstandelijke beperking worden vaak niet herkend, zowel in de maatschappij als door hulpverleners. Toch hebben zij beperkingen. Zo is bijvoorbeeld het taalbegrip vaak minder goed ontwikkeld dan hun taalgebruik. Het gevolg is dat er gemakkelijk te hoge verwachtingen worden gesteld. Zij worden met andere woorden in het contact "overvraagd".
Het is duidelijk dat dit kan leiden tot falen, zowel in de ogen van de omgeving als in de ogen van de betrokkenen zelf. Alleen al deze faalervaringen kunnen leiden tot een beschadigd zelfbeeld, faalangst en andere angsten, depressief gedrag of juist agressie.

Samenvattend

Bij jeugdigen met LVB spelen veel meer risicofactoren een rol dan bij normaal begaafde leeftijdsgenoten. Doorgaans staan daar ook minder beschermende factoren tegenover. De risicofactoren zijn van biologische en psychische aard, en zijn deels ook te vinden in de sociale omgeving van de jongeren. Voor de verklaring van de problematiek en het gedrag van jeugdigen met LVB, alsook voor beslissingen over behandeling, is een bio-psycho-sociale benadering dan ook wezenlijk. Het individuele gedrag van jeugdigen en volwassenen met LVB wordt grotendeels bepaald door verstandelijke beperkingen en mogelijkheden, de mogelijkheden met betrekking tot adaptief gedrag, de mogelijkheden om interactie aan te gaan, sociale rollen te spelen en te participeren in sociale verbanden, de gezondheidstoestand en de mogelijkheden die de maatschappelijke context biedt. In hoeverre de mogelijkheden worden ontwikkeld en beperkingen worden aangepakt en gecompenseerd, is sterk afhankelijk van de omgevingsfactoren en van de ondersteuning en training die de betrokkenen van jongs af aan krijgen vanuit de sociale context waaronder het gezin en de school.

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnose licht verstandelijke beperking (lvb)

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling licht verstandelijke beperking (lvb)

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Brains4Use), interventies voor gedrags- of psychiatrische problematiek, gezinstherapie FFT en MST) en het buitenprogramma Workwise. (Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Zorg voor ingesloten licht verstandelijk beperkte jongeren, 2011)

Daarbij wordt inmiddels onderkend dat deze gedragsinterventies niet zonder meer geschikt zijn voor zwakbegaafde jongeren en jongeren met een LVB. Behandeling van deze groep jongeren vraagt om een specifieke aanpak, mede gelet op hun cognitieve beperkingen en omgevingsafhankelijkheid. Reguliere behandelprogramma's zijn voor hen meestal te hoog gegrepen.

Een enkele interventie is geschikt gemaakt voor jeugdigen met een LVB.

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Naar een betere zorg voor slachtoffers van loverboys'.

Interactiepatronen

Dit promotieonderzoek is gericht op de kwaliteit en het verloop van interacties tussen cliënten en hulpverleners. Met gebruik van video-analyses wordt ondermeer bekeken in hoeverre begeleiders en cliënten hun communicatie op elkaar afstemmen. Aansluitend zullen trainingsprogramma's ontwikkeld worden die een adequate communicatie tussen begeleider en cliënt bevorderen.

Dit project wordt uitgevoerd door Reuzel.

Uitdagende relaties

In dit promotieproject staan de interactiepatronen van begeleiders centraal. Ondermeer wordt de invloed onderzocht van verschillende individuele factoren zoals zelfvertrouwen, executief functioneren, persoonlijke motivatie, steun van het team op de dagelijkse variaties in interactiepatronen van een begeleider. In een latere fase van dit project zal een scholing ter verbetering van interactiestijlen van begeleiders ontwikkeld en geëvalueerd worden.

Dit project wordt uitgevoerd door Willems (Willems, Embregts, Stams, & Moonen, 2010).

Wat slik ik?

Wat slik ik? is een project waarin onderzocht wordt hoe mensen met een LVB geneesmiddelen gebruiken.

Ook wordt er gekeken hoe geneesmiddelengebruik verbeterd kan worden door les te geven aan behandelaars en cliënten over het gebruik van geneesmiddelen. Cliënten hebben zelf vaak geen idee wat ze slikken en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.

In het project Wat slik ik? wordt gemeten hoeveel geneesmiddelen worden gebruikt en welke effecten en bijwerkingen deze middelen hebben. Daarnaast wordt de kennis en daardoor de zelfredzaamheid van cliënten vergroot bijvoorbeeld door samen met behulp van onderwijsdeskundigen en cliënten een lespakket te ontwikkelen over het gebruik van geneesmiddelen. Het effect van dit lespakket wordt gemeten door te kijken of de cliënten meer weten over hun geneesmiddelen gebruik na het volgen van deze lessen.

Dit onderzoeksproject maakt deel uit van het consortium Coping LVB en is momenteel in uitvoering. Dit project wordt uitgevoerd door Drs.Scheifes.

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Medicatie licht verstandelijke beperking (lvb)

Melatonine is in Nederland een niet geregistreerd geneesmiddel. In contrast met een normaal begaafde populatie is uit recente meta-analyse gebleken dat melatonine wel effectief is bij het behandelen van slaapproblemen bij verstandelijk gehandicapte kinderen en adolescenten. Melatonine verbetert de slaap-latentietijd, vermindert het aantal keren ontwaken per nacht en verlengt de totale nachtrust.

Belangrijke informatie

Melatonine wordt goed getolereerd; er worden geen bijwerkingen gerapporteerd. Melatonine heeft zowel een chronobiologisch als een hypnotisch effect. Het lijkt erop dat voor het chronobiologisch effect de lagere doseringen < 0,5 mg voor de nacht effectief zijn terwijl voor de ernstige slaapproblemen bij de (licht) verstandelijke beperkte populatie de hypnotische effecten bereikt worden met veel hogere doseringen, 1-9 mg voor de nacht (Braam et al., 2009; Coppola et al., 2004).[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]
Terug naar boven
  • Pipamperon voor gedragsproblemen en psychosen
  • Aripiprazol voor gedragsproblemen bij autisme
  • SSRI's voor angst en stemmingsstoornissen en dwang (OCD)
  • Stemmingsstabilisatoren voor bipolaire stoornis en gedragsproblemen
  • Clonidine voor ADHD (4-8 mcg/kg/dag, in drie doseringen)
  • Atomoxetine voor hyperactiviteit bij autisme

(Agarwal et al, 2001, Arnold et al, 2006, Handen & Gilchrist, 2006, Tyrer et a, 2009.)

Terug naar boven
Terug naar boven

Onderzoek naar licht verstandelijke beperking (lvb)

Expertgroep licht verstandelijke beperking (lvb)

Terug naar boven

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten