Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Anorexia nervosa bij kinderen en adolescenten (eetstoornis)

Hieronder vind je betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van anorexia nervosa bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heb je suggesties? Deze kun je doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving anorexia

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Preventie anorexia

IxtaNoa. Het Dove fonds heeft het programma Body Talk met een bijbehorend werkboek, hierin wordt ook aandacht gegeven aan voorlichting van de leerkrachten en ouders. Uit onderzoek naar het effect van preventieve interventie blijkt dat deze vooral leidt tot een verbeterde kennis van kenmerken en gevolgen van eetstoornissen. Verandering in attitudes zijn veel moeilijker te bewerkstelligen en blijven meestal ook minder lang hangen (Trimbos, 2006a). Ook blijkt dat het inspelen op media-invloeden een veelbelovende aanpak is wat betreft universele preventie (Watson, e.a., 2016). Tot slot heeft ook Stichting Kiem gastlessen in de aanbieding.

Terug naar boven

Diagnose anorexia

Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling anorexia

diagnostisch proces moet blijken wat de passende behandeling voor de patiënt is (Gowers, 2008).

Het gezin wordt (bijna) altijd betrokken bij de behandeling. Uitgaande van de effectiviteit van een gezinsgerichte benadering is deze favoriet in de eerste behandelingsfase en kan in de latere fasen, als de adolescent de gezinssteun minder nodig heeft, voor een geïndividualiseerde aanpak worden gekozen. De volgende fasen zijn te typeren: erkenning, herkenning van de eetstoornis en beveiliging van het lichamelijk functioneren, controle verwerven over de stoornis en ontwikkelen van een voortgaand perspectief, minimalisatie van de aanvankelijke gevolgen (Verheij e.a., 2011). Een gevleugelde opmerking hierbij is dat de hulpverleners samen met de ouders gaan vechten tegen de eetstoornis van het kind, niet tegen het kind zelf! De behandeling van anorexia nervosa vraagt om een multidisciplinaire aanpak, in de vorm van een 2-sporen beleid. Een 2 sporen-beleid houdt in dat de behandeling bestaat uit de combinatie van aandacht voor de psychologische problematiek en aandacht voor de lichamelijke problematiek. In de behandeling van anorexia nervosa moet er aandacht zijn voor de somatiek, voeding en gewicht(-herstel), de lichaamsbeleving en sociale en psychologische aspecten (Treasure e.a., 2010). Belangrijke behandelelementen zijn psycho-educatie met betrekking tot de stoornis en voeding en gewicht, emotieregulatie, systeemtherapie en voedingsmanagement.

Er moet aandacht zijn voor thematiek rond ambivalentie en motivatie. Het gebruik van op zichzelf staande motivatietechnieken lijkt daarbij minder effectief dan het zoeken naar manieren om binnen een behandeling de motivatie te vergroten. Motivatie is een ontwikkelingstaak, kinderen van 10 jaar zijn op een andere, vaak meer externe, manier gemotiveerd dan 17-jarigen. Behandeling moet zich bij voorkeur richten op concrete doelen: gewichtsherstel, herstel van dagelijkse functies zoals school, sport en vrienden, en herstel van het gezinsfunctioneren. Het betrekken van activiteiten uit het gewone leven kan de behandeling ondersteunen, omdat een jongere hier motivatie uit haalt en moed om door te vechten.

Terug naar boven

>> Lees verder bij NJi). Tevens is een blended (een combinatie van face-to-face en online hulpverlening) protocol ontwikkeld, SMAAKK! (Vos, Elgersma, Jansen, 2013), waarmee deze behandeling gegeven kan worden. >> Meer lezen over SMAAKK!

EMDR (Eye Movement Desensitisation Reprocessing)

Sinds een kleine tien jaar wordt er EMDR toegepast bij mensen met eetstoornissen (ten Broeke e.a., 2008) met uiteenlopende doelen: reëlere lichaamsbeleving, positiever zelfbeeld, verwerken traumatische ervaringen en verminderen van de drang naar een eetbui. Een bijdrage aan een internationaal EMDR-protocollen-handboek (hoofdstuk 'EMDR bij eetstoornissen') is in de maak. Toepassing bij jongeren staat nog in de kinderschoenen.

(Meer)Gezinsbehandeling

‘MeerGezinsDagBehandeling (MGDB)’ is er voor jongeren met een eetstoornis (Gowers, 2008; Eisler, 2011; Fonagy e.a., 2013)Het Maudsley Model (Lock, e.a., 2001) is de basis voor gezinsbehandeling. Deze behandelmethode is gericht op gezinnen met jongeren met anorexia nervosa en boulimia nervosa..nl is een website voor jongeren (14-23 jaar) met vragen en zorgen over eten, gewicht en uiterlijk. De website biedt betrouwbare informatie over eten, gewicht en uiterlijk, lotgenotencontact en persoonlijk advies van deskundigen via e-chat of e-mail. >> Meer lezen over MGDB

De Multi Family Therapy van Eisler (2005) is een behandelmethode voor kinderen en jongeren met een eetstoornis. Met beschrijving van verschillende behandelfasen en per fase gedetailleerde oefeningen. Het richt zich op het aanpassingsvermogen van de individu en het gezin als geheel. Ook de Multifamilientherapie van Asen en Scholz (2009) is gebaseerd op het Maudsley Model en wordt voor zowel de behandeling van anorexia nervosa als boulimia nervosa ingezet (Goossens, Boone, Van Durme, & Matton, 2013). >> Meer lezen over MFT

Het boek 'Ouders als bondgenoot' (een Nederlandse vertaling van LeGrange en Lock) vormt een helder en leesbaar verhaal voor ouders en hulpverleners over de visie van waaruit gewerkt wordt (ouders in expertrol en belang van lotgenoten-contact). >> Meer lezen over Ouders als bondgenoot

Hoewel er aan het eind van de behandeling weinig verschil in effect is tussen gezinstherapie en therapie waarbij de adolescent centraal staat, lijkt gezinstherapie iets effectiever in het bewerkstelligen van volledige remissie bij follow-up na een jaar (Lock e.a 2010). Vooral bij patiënten met ernstiger vormen van anorexia nervosa hebben baat bij gezinstherapie (LeGrange e.a., 2011). Recentelijk bleek gezinstherapie toegevoegd aan een multimodaal programma met name gericht op de familiedynamiek in plaats van op de eetstoornis, de behandelingsuitkomst te verbeteren in een randomized controlled trial studie (Godart e.a., 2012).

De MeerGezinsDagbehandeling (MGDB) wordt inmiddels binnen verschillende gespecialiseerde eetstoornis-instellingen in het land geboden voor jongeren met anorexia nervosa. Voor Family-Based treatment voor adolescenten met anorexia Nervosa zijn verschillende behandelmethoden beschikbaar (Goossens, Boone, Van Durme, & Matton, 2013).

Terugvalpreventie

In de laatste fase van therapie wordt expliciet aandacht besteed aan terugvalpreventie. Een behandeling van anorexia nervosa is niet compleet zonder deze toevoeging, omdat terugval uit de literatuur in 30-50% van de gevallen voorkomt! In eerste instantie wordt er een Terugval Preventie Plan opgesteld, met medewerking van ouders en dikwijls een aantal vriendinnen. Daarna volgt de Anorexia Periodieke Kontrole fase, waarin een jongere in afnemende frequentie wordt gezien of (blended e-health) gesproken. De uitslagen van de herhaalde afname van de meetinstrumenten vormen onderdeel van de therapie. Aan de hand van het geleerde uit therapie en aan de hand van de uitslagen van de meetinstrumenten wordt een plan van aanpak opgesteld; aansluitend bij de behoefte van de jongere.

Herstelgerichte zorg

Ervaringswerker binnen de behandeling van (langdurige bestaande) eetstoornissen nemen een toenemend belangrijke plaats in de multidisciplinaire teams. Ervaringswerkers zijn mensen, die zelf een eetstoornis hebben gehad en hiervan hersteld zijn. Zij baseren hun interventies op die van de herstelgerichte zorg, waarbij belangrijke principes zijn 'eigen kracht' en 'herstellen doe je zelf'. Er is bij jongeren nog weinig wetenschappelijke ondersteuning voor deze benadering.

Terug naar boven
Terug naar boven

Medicatie anorexia

clomipramine werkt ook bij ondergewicht, het kan echter alleen gegeven worden onder ECG-controle, dus feitelijk klinisch.

Voor de behandeling van boulimia nervosa met SSRI’s is wel een bewezen effect gevonden. Dit geldt met name voor de SSRI fluoxetine (Powers & Bruty, 2008). Fluoxetine (60 mg per dag) heeft een gunstig effect op het verminderen van eetbuien, purgeren, verstoord eetgedrag en andere psychologische factoren (Goldbloom e.a., 1997; Berkman e.a., 2006). Het meest gunstige effect heeft echter een combinatie van cognitieve gedragstherapie met ondersteunend fluoxetine (Walsh e.a., 1997; Goldbloom e.a., 1997; Berkman e.a., 2006).

Belangrijke informatie

Dosering

De dosering fluoxetine bij de behandeling van boulimia nervosa is hoger dan de standaarddosering voor de behandeling van depressie. Voor de behandeling van adolescenten geldt 60 mg per dag als veilige en effectieve dosering (Powers & Bruty, 2008).

Veiligheid: Het risico op suïcidaliteit moet worden besproken met de patiënt en de ouders (Powers & Bruty, 2008).

Bijwerkingen

Door de hogere dosering bij boulimia nervosa kunnen er meer bijwerkingen optreden (Powers & Bruty, 2008). Klik hier voor de uitgebreide beschrijving van bijwerkingen van SSRI’s of meer specifiek fluoxetine.

Overige middelen

Vaak is het nodig volume vergrotende laxantia voor te schrijven in verband met de bij ondervoeding vaak voorkomende obstipatie. Voorbeelden zijn de macrogol-laxantia (Movicolon, Forlax).

Oestrogeensuppletie of 'de pil' ter verbetering van botmineralisatie heeft geen evidentie.

Terug naar boven

quetiapine en olanzapine tot een gewichtstoename zouden kunnen leiden, dit is echter bij ondergewicht niet vastgesteld. Van al deze middelen heeft olanzapine het meest gunstige bijwerkingenprofiel en is daarom het middel van eerste keuze. Olanzapine leidt tot een snellere stijging van het BMI, het verminderen van de ernst van de anorectische cognities en de daaruit voortkomende dwangmatige hyperactiviteit en angst om orale intake te verhogen en afname van depressieve symptomen (Hein & Huyser, 2010; Powers & Bruty, 2008; Malina e.a., 2002).

De indicatie voor olanzapine is vooral gericht op het voorkomen van stagnatie van de gewichtstoename bij patiënten met een groot ondergewicht als gevolg van anorexia nervosa met ofwel een gestoorde realiteitstoetsing ofwel een extreme vorm van hyperactiviteit, die interfereren met het ingestelde behandelbeleid. Te denken valt hierbij aan bizarre dan wel extreme angst voor eten en gewichtstoename of een somatisch bedreigde toestand waarbij cardiale belasting door bewegen gevaar oplevert (Richtlijn olanzapine gebruik, Rintveld).

Belangrijke informatie

Dosering

Langzaam en individueel optitreren is gewenst. Een lage dosering van 2,5-7,5 mg per dag kan al effect hebben (Hein & Huyser, 2010).

Contra-indicaties: Verlengde of afwijkende QTc-interval.

Veiligheid

Bij het starten van olanzapine is het raadzaam eenmalig een ECG te maken indien dit nog niet gebeurd is. Zodra een stabiele gewichtstoename op gang is gekomen moet verlaging of stoppen worden overwogen. Wanneer het gewicht in de normale range is gekomen (SD BMI -1, BMI >17,5 ± 1,5) dient het voorschrijven van olanzapine vermeden te worden gezien de mogelijke lichamelijke bijwerkingen en het risico op het induceren van eetbuien (Hein & Huyser, 2010).

Terug naar boven

Onderzoek naar anorexia

Expertgroep anorexia

De oorspronkelijke tekst over Voedings- et eetstoornissen (waaronder anorexia) is tot stand gekomen met dank aan:

  • Ward van Alphen (kinder- en jeugdpsychiater, Youz)
  • Annemarie van Bellegem (kinderarts, AMC)
  • Patricia Bos (Buro Puur)
  • Janneke Brand (diëtist, Rintveld)
  • Annemarie van Elburg (kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht)
  • Hermien Elgersma (klinisch psycholoog, Accare)
  • Eric van Furth (directeur Ursula, Rivierduinen)
  • Lien Goossens (Universiteit Gent)
  • Jeannette Hop (kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht)
  • Mini Hulscher (kinder- en jeugdpsychiater, Triversum)
  • Angelika Kindermann (kinderarts, AMC)
  • Marianne van Leeuwen (Vereniging Nee-eten)
  • Mariëtte Robbe (psychotherapeut, GGZ Centraal)
  • Ankie Roedelof (klinisch psycholoog, GGzE)
  • Luciënne Schroor-Nijssen (Vereniging Nee-eten)
  • Bo Teekens (Stichting Weet)
  • Jesus de la Torre y Rivas (Stichting Weet)
  • Annemie Vandersmissen (kinder- en jeugdpsychiater, Erasmus MC)
  • Paula Wesselink (psychotherapeut, GGZ Centraal)
Terug naar boven

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten