Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Eetstoornissen bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over eetstoornissen: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer. Speciaal voor jongeren is er ook nog informatie over eetstoornissen op Brainwiki.nl.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Eetstoornissen is een verzamelbegrip. Er zijn verschillende soorten eetstoornissen zoals anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetstoornis niet anderszins omschreven. Hieronder valt ook de eetbuistoornis en eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen.

Meestal wordt bij een eetstoornis direct gedacht aan hele magere modellen maar bij kinderen is het aan de buitenkant niet altijd even duidelijk. Door een tekort aan eten kan het zijn dat een kind niet te dun maar juist te klein is. Meestal geldt alleen voor anorexia dat ondergewicht een kenmerk is voor de eetstoornis. Voor boulimia, de andere bekende eetstoornis, geldt dat deze lastig te herkennen is doordat schaamte een grote rol speelt. Boulimia komt niet veel voor bij kinderen onder de 16 jaar.

Eetstoornissen lijken op steeds jongere leeftijd voor te komen. Dit heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat ouders en leerkrachten de signalen steeds eerder leren herkennen. Dit geeft goede hoop voor de behandeling van eetstoornissen. Wanneer een eetstoornis serieus wordt genomen en vroeg wordt herkend, is de kans groot dat deze met behulp van de juiste behandeling kan worden genezen.

>> Leer meer over de verschijningsvormen van eetstoornissen

Terug naar boven

Anorexia nervosa

Anorexia nervosa wordt gekenmerkt door een opvallend ondergewicht of een groeiachterstand in combinatie met overdreven: 1) angst om aan te komen, 2) bezig zijn met eten en/of 3) aandacht voor de lichaamsvormen. Iemand met anorexia heeft een verkeerd beeld van het eigen lichaam en neemt zichzelf vaak dikker, groter en ronder waar dan in werkelijkheid zo is. Binnen anorexia nervosa zijn twee verschillende type eetstoornissen aan te wijzen: het type anorexia dat soms eetbuien heeft en overgeeft of andere maatregelen neemt om extra gewicht kwijt te raken en het type dat niets anders doet dan veel te weinig eten.

Boulimia nervosa

Boulimia nervosa lijkt erg op anorexia nervosa. Bij boulimia is er echter meestal geen sprake van ondergewicht. Vaak is aan de buitenkant nauwelijks te zien dat er iets aan de hand is. Dit komt mede doordat schaamte voor het gestoorde eetgedrag er voor zorgt dat het kind dit gedrag goed geheim kan houden. Boulimia wordt gekenmerkt door: regelmatige eetbuien die worden gevolgd door gedrag wat er voor moet zorgen dat het kind het eten/de calorieën weer kwijt raakt. Dit kan door middel van braken, laxeermiddelen of bijvoorbeeld extreem veel bewegen. Ook iemand met boulimia heeft een verkeerd beeld van het eigen lichaam en neemt zichzelf vaak dikker, groter en ronder waar dan in werkelijkheid zo is. Binnen boulimia nervosa bestaan twee type eetstoornissen: het purgerende type, dit is het type boulimia dat gaat braken of laxeren en het niet-purgerende type, dit is het type dat veel gaat bewegen.

Eetstoornis niet anderszins omschreven

Van een eetstoornis niet anderszins omschreven is sprake wanneer niet exact aan de criteria wordt voldaan die bepalen wat anorexia nervosa en wat boulimia nervosa is. Een goed voorbeeld hiervan is de eetbuistoornis, ook wel bekend als de binge eating disorder. De eetbuistoornis lijkt erg op boulimia nervosa met als verschil dat iemand met een eetbuistoornis geen maatregelen neemt om het eten / de calorieën zo snel mogelijk weer kwijt te raken.

Eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen

Eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen zijn een andere categorie eetproblemen. Soms hebben deze psychische, soms een lichamelijke oorzaak. Op onze website gaan wij niet uitgebreid in op deze eetproblemen, meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Vereniging Nee-eten.

De exacte criteria van de verschillende eetstoornissen kunt u hier lezen.

Veel kinderen met een eetstoornis gaan steeds meer teruggetrokken leven. Als bij u het vermoeden bestaat dat uw kind een eetstoornis heeft, kunt u de signalenkaart gebruiken om na te gaan of uw vermoeden terecht is.

Terug naar boven

Familiaire of biologische factoren

  • Bestaan van eetstoornissen of andere psychische problemen in de familie, dit kan bijvoorbeeld depressie zijn of alcohol-/drugsmisbruik;
  • Zwaarlijvigheid in de familie;
  • Vroeg ongesteld worden;
  • Diabetes (suikerziekte).

Culturele factoren

  • De reclameboodschappen voor waar aannemen, dat wat de media zegt geloven: dit leidt tot een slankheidsideaal met als gevolg een negatief beeld van het eigen lichaam en extreem lijngedrag.

Omgevingsfactoren

  • Een gezin waarin zich ook andere problemen voordoen;
  • Negatieve, stressvolle gebeurtenissen of omstandigheden;
  • Gepest worden met het uiterlijk;
  • Seksuele intimidatie of seksueel misbruik.
  • Psychologische factoren
  • Gebrek aan zelfvertrouwen;
  • Negatieve gevoelens;
  • Emotionele geremdheid;
  • Angstigheid;
  • Sociale faalangst (zie ook “angst”);
  • Perfectionisme en prestatiegerichtheid;
  • Impulsiviteit;
  • Obsessieve (dwangmatige) persoonlijkheidstrekken.
  • Jonge vrouwen (15-25 jaar), topsporters, fotomodellen en balletdansers vormen een specifieke risicogroep voor het ontwikkelen van een eetstoornis.
Terug naar boven

Het is soms moeilijk te bepalen wat er precies met het kind aan de hand is. De kenmerken van een eetstoornis kunnen erg lijken op die van kinderen met een angststoornis, een dwangstoornis, een stemmingsstoornis of autisme. De angst voor het eten of de problemen met eten zijn dus niet per se signalen voor een eetstoornis. Tijdens het proces van de behandeling van een eetstoornis houdt de behandelaar voortdurend in de gaten of er sprake is van een eetstoornis of toch van één van de eerder genoemde stoornissen.

Het kan ook nog zo zijn dat het lijkt alsof er sprake is van een eetstoornis terwijl het kind psychisch helemaal in orde is. Daarom wordt ook altijd lichamelijk onderzoek gedaan zodat een eventuele lichamelijk oorzaak uitgesloten kan worden.

Terug naar boven

Bij het vermoeden van een eetstoornis kunt u contact opnemen met de huisarts. Deze kan u doorverwijzen naar een kinderarts en/of een psycholoog/psychiater. Het vaststellen van een eetstoornis vereist medische en psychosociale deskundigheid.

Onderzoek bij vermoeden van eetstoornissen

Het onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Een gesprek met ouders en kind. In dit gesprek worden een aantal vaste dingen besproken: de ontwikkeling van het kind tot nu toe en de situatie binnen het gezin.
  • Daarnaast vinden ook individuele gesprekken plaats met het kind en de ouders. Hierin wordt het eetgedrag van het kind en het gezin besproken en hierin wordt bij het kind specifiek gevraagd naar het ontstaan en de omvang van de eetstoornis.
  • Een adviesgesprek waarin het probleem wordt besproken en uitgelegd door de behandelaar. Hierbij zijn zowel de ouders als het kind aanwezig. De behandelaar vertelt u wat u als ouder kan doen om uw kind te helpen en wat het mogelijke beloop is van de eetstoornis. Tijdens dit gesprek wordt besloten of de behandeling wel of niet wordt gestart.
  • Vragenlijsten om het eetgedrag van uw kind te onderzoeken.
  • Eventueel extra lichamelijk onderzoek door de kinderarts om een lichamelijk oorzaak uit te sluiten of de ernst en de lichamelijke gevolgen van de eetstoornis te bepalen.

Vragenlijst voor ouders

De vragenlijsten voor ouders verschillen, afhankelijk van de instelling. Op dit moment wordt bij een grote jeugd GGZ instelling in Noord Nederland (Accare) de Subjectieve Familie Beeld vragenlijst afgenomen. Dit is de vragenlijst die wij op onze website adviseren. Deze meet twee dingen: emotionele verbondenheid (emotionele betrokkenheid) en individuele autonomie (zelfstandigheid binnen het gezin).

Vragenlijst voor kinderen

EDE interview of de EDE-Q

EDE staat voor Eating Disorder Examination (eetstoornis onderzoek), de Q staat voor Questionnaire (vragenlijst). De EDE laat duidelijk zien wat de ernst is van de eetstoornis welke verschijningsvorm deze heeft bij uw kind.

EDI-II
EDI-II staat voor de tweede versie van de Eating Disorder Inventory (eetstoornis inventarisatie). Deze vragenlijst brengt goed in kaart welke psychische kenmerken en gedragskenmerken een rol spelen in de eetstoornis van uw kind.

LAV
LAV staat voor Lichaams Attitude Vragenlijst (de houding/het gevoel (tegen)over je lichaam). Deze vragenlijst onderzoekt hoe uw kind zich voelt over het eigen lichaam. Bijvoorbeeld of het zich wel thuis voelt in het eigen lichaam en wat zij van de eigen lichaamsvormen vindt. Deze vragenlijst wordt voornamelijk afgenomen bij meisjes vanaf 16 jaar.

Ook de samenhang met andere stoornissen kan worden onderzocht. Om over de onderzoeksinstrumenten die daarbij nodig zijn te lezen, kunt u terecht op deze pagina's: AngstDwangDepressieAutisme.

Terug naar boven

De behandeling van eetstoornissen bij kinderen is meestal gericht op het hele gezin, in ieder geval op zowel het kind als de ouders. De verschillende eetstoornissen vragen ook een verschillende behandeling. Op dit moment is veel behoefte aan extra onderzoek om te kunnen bewijzen welke behandelingen nou echt effectief zijn. Ondanks deze behoefte is er op basis van al bestaand bewijs en heel veel praktijkervaring een aanbod aan behandelingen ontstaan welke zeer geschikt zijn voor de behandeling van de verschillende eetstoornissen. 

Ondanks dat het redelijk vastomlijnd lijkt, wordt door de behandelaar samen met de ouders en het kind bekeken welke behandeling het meest geschikt is.

‘Stepped-care’

Binnen stepped-care krijgen alle patiënten in eerste instantie de kortste / minst intensieve behandeling aangeboden en alleen als deze onvoldoende resultaat oplevert, wordt overgegaan op een meer intensieve behandeling. Uit onderzoek is gebleken dat het klinisch behandelen van een kind met een eetstoornis niet beter werkt dan iemand dagklinisch of ambulant behandelen.

  • Ambulante behandeling houdt in dat het kind één of meerdere keren per week naar de behandelaar/behandelaren gaat voor een enkele therapie, het gaat hierbij om een serie gesprekken verspreid over een periode
  • Dagklinisch houdt in dat het kind enkele dagen achter elkaar in de kliniek wordt behandeld maar thuis slaapt.
  • Klinisch behandelen houdt in dat het kind niet meer thuis slaapt maar (een groot gedeelte van) de hele week wordt opgenomen in de kliniek / instelling waar het kind ook wordt behandeld.
  • Door zorg op maat wordt uitgegaan van de mogelijkheden van het kind en het gezin zelf. Zo blijft, waar mogelijk, de controle en de verantwoordelijkheid bij de ouders en het kind liggen.

Multidisciplinaire aanpak

De behandeling van eetstoornissen is bijna altijd multidisciplinair. Dat wil zeggen dat verschillende behandelaren zich bemoeien met de behandeling. Dit zijn vaak de kinderarts, de psycholoog, de psychiater en de diëtist. De psychiater of de psycholoog is meestal de hoofdbehandelaar.

Psycho-educatie

In elke behandeling speelt psycho-educatie een belangrijke rol. De ouders en het kind krijgen uitleg over de eetstoornis en wat zij kunnen doen om de situatie te verbeteren.

Cognitieve gedragstherapie

Deze therapie is bewezen effectief voor de behandeling van boulimia maar wordt ook zeker gebruikt bij de behandeling van anorexia. In deze vorm van therapie wordt samen met het kind onderzocht welke gedachten en gevoelens het kind heeft en of en waarom deze volgens het kind waar zijn. Als deze gedachten en gevoelens niet reëel zijn en er voor zorgen dat de eetstoornis blijft bestaan, gaat de psycholoog samen met het kind kijken welke gedachten en gevoelens wel kloppen. Ook wordt in de cognitieve gedragstherapie geleerd met angst om te gaan. Dit heet ‘exposure’, kinderen kunnen wennen aan een gevoel waardoor iets minder eng wordt. Zo leren ze door ervaring dat je bijvoorbeeld niet aankomt van een boterham met chocopasta of dat je geen eetbuien krijgt als je regelmatig eet.

Interpersoonlijke psychotherapie

Interpersoonlijke psychotherapie is vooral geschikt voor de behandeling van boulimia. Hierin worden de problemen in de huidige relaties en contacten met de omgeving die er waarschijnlijk voor zorgen dat de eetstoornis blijft bestaan aangepakt.

(Meer)gezinsdagbehandeling

Het woord zegt het al, deze behandeling vindt plaats met één of meerdere gezinnen. Tijdens deze behandeling wordt het kind gewogen en wordt er gezamenlijk gegeten. Gedurende de dag worden gesprekken gevoerd met de gezinnen, de ouders of alleen het kind/de kinderen. Ook vinden verschillende therapieën plaats die gericht zijn op ontspanning, verhoudingen in het gezin en omgaan met de eetstoornis. (Meer)gezinsdagbehandeling is vooral geschikt voor kinderen met anorexia maar wordt eigenlijk voor alle eetstoornissen met succes gebruikt.

Voedingsmanagement

Vaak is het eetgedrag zo ontregeld of verstoord geraakt dat een kind niet meer weet wat ‘normaal’ is. Een diëtist kan dan helpen met het opnieuw aanleren van normaal eetgedrag. Hierbij hoort ook het opnieuw leren herkennen van trek en van een ‘vol’ gevoel.

Medicijnen

Medicijnen spelen in de behandeling van eetstoornissen een kleine rol. Ze worden nooit als enige vorm van behandeling toegediend. Wanneer medicijnen worden voorgeschreven is dit dus altijd in combinatie met enige vorm van ‘psychische behandeling’. Het voorschrijven van medicijnen bij kinderen gebeurt vaak ‘off-label’. Off-label houdt in dat de medicijnen die worden voorgeschreven niet ontwikkeld zijn voor kinderen of niet ontwikkeld zijn om die bepaalde stoornis te behandelen.

Soms wordt een antipsychoticum (meestal olanzapine) voorgeschreven bij de behandeling van ernstige anorexia. Dit helpt de kinderen minder bang te zijn zodat ze meer rust in hun hoofd hebben om behandeld te kunnen worden.

Bij boulimia wordt soms een antidepressivum voorgeschreven (meestal fluoxetine) om de negatieve gevoelens te onderdrukken. Bij kinderen met (ernstig) ondergewicht helpt zo een antidepressivum niet. Wanneer geen sprake is van ondergewicht maar wel van neerslachtigheid kan ook fluoxetine worden voorgeschreven.

Terug naar boven

Anorexia nervosa

Anorexia kent verschillende prognoses. Bij kinderen gaat de anorexia in veel gevallen met de juiste behandeling weer over. Anorexia is een ziekte die lang kan duren. Gemiddeld duurt het 4 jaar voordat iemand beter is. Als u en uw kind graag willen dat het beter gaat, slaat de behandeling beter aan. Maar ‘het beter willen worden’ is vaak juist het probleem. Voor het kind is de anorexia vaak een bepaalde vorm van zekerheid waardoor het in het begin vaak helemaal geen hulp wil. De bereidheid en de motivatie groeien meestal tijdens de behandeling.

Anorexia is een gevaarlijke ziekte die echt serieus moet worden genomen. Het risico op overlijden is bij anorexia groter dan bij elke andere psychische aandoening. Gelukkig geldt dit in mindere mate voor kinderen. Wanneer de anorexia vroeg wordt geconstateerd en in of voor de puberteit is begonnen, is de kans groot dat de anorexia volledig verdwijnt. Het risico op overlijden is dus ook een stuk kleiner bij kinderen. In sommige gevallen komt anorexia toch terug na de behandeling of verdwijnt deze ondanks de behandeling nooit helemaal.

Boulimia nervosa

Boulimia is goed te behandelen. Eigenlijk gaat de boulimia met behulp van behandeling bijna altijd over.

Eetstoornis niet anderszins omschreven en eetbuistoornis: Over het verloop en de prognose van de eetstoornis niet anderszins omschreven en de eetbuistoornis is nog maar weinig bekend. Meestal hebben deze stoornissen echter wel voor een groot deel iets gemeen met anorexia of boulimia, waardoor de prognose voor eetstoornis niet anderszins omschreven en de eetbuistoornis vaak lijkt op een van de hierboven beschreven prognoses.

Lichamelijke gevolgen van een eetstoornis

Ondervoeding en regelmatig braken of laxeren kent risico’s. Lichamelijk gevolgen van ondervoeding en regelmatig braken of laxeren zijn meestal voorbij zodra de eetstoornis verdwenen is. Sommige gevolgen kunnen blijvend zijn. Hieronder staan de meest voorkomende lichamelijk gevolgen van een eetstoornis.

Bij ondergewicht
  • Uitblijven van de menstruatie
  • Groeivertraging
  • Donsbeharing met name in het gezicht, op de rug en op de handen
  • Haaruitval
  • Koud en rillerig, slecht doorbloede handen en voeten
  • Buikpijn / opgeblazen gevoel
  • Verstopping
  • Flauwvallen
  • Vertraagde hartslag
  • Snel moe / weinig energie
  • Bij zeer langdurig ondergewicht (denk aan meerdere jaren) kan het zijn dat de botsterkte ernstig verzwakt; dit proces van slijtage aan de botten kan niet worden teruggedraaid.
Bij braken
  • Opgezette klieren
  • Buikpijn
  • Dikke enkels of elders in het lichaam vocht vasthouden
  • Beschadigde knokkels van het vinger in de keel steken (“tekenen van Russell”)
  • Hartritmestoornissen
  • Afwijkende bloedwaarden die door de (huis)arts goed in de gaten moet worden gehouden
  • Tanderosie?
Bij laxeren
  • Buikpijn
  • Dikke enkels of elders in het lichaam vocht vasthouden
  • Hartritmestoornissen
  • Afwijkende bloedwaarden die door de (huis)arts goed in de gaten moet worden gehouden
Terug naar boven

Proud2Bme

Deze website geeft heel veel uitgebreide informatie voor zowel ouders van kinderen met een eetstoornis als voor kinderen en volwassenen met een eetstoornis zelf. De website biedt steun aan mensen met een eetstoornis en is een tegenwicht aan de pro-ana websites. Op de website kunt u in contact komen met andere ouders en patiënten en met hulpverleners.

Lees meer op de website van Proud2Bme

Terug naar boven

Proud2Bme

Op Proud2Bme kunnen jongeren alles vinden over eetproblemen, anorexia, boulimia, eetbuienstoornis, gezond eten en meer.

Proud2bme

Jongeren kunnen chatten met deskundigen; elke avond. Meer informatie: Proud2Bme

Weet* vereniging rond eetstoornissen

Weet* vereniging rond eetstoornissen

U vindt meer informatie op de website van: Weet* vereniging rond eetstoornissen

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close