Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Bipolaire stoornis bij kinderen en adolescenten (stemmingsstoornis)

Hieronder vindt u betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van bipolaire stoornis bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie,  comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heeft u suggesties? Deze kunt u doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving

Van een bipolaire stoornis spreekt men wanneer er tenminste sprake was van één manische episode. Deze wordt gekenmerkt door een "abnormale en voortdurend verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, gedurende tenminste een week". Daarnaast dient een aantal symptomen aanwezig te zijn, zoals afgenomen behoefte aan slaap, spreekdrang, ongeremde koopwoede of seksuele indiscreties. Bij jeugdigen is in driekwart van de gevallen een depressieve episode voorafgegaan aan een manische (of hypomane) episode. In de helft van de gevallen is er sprake van een psychose. Bij jeugdigen met een bipolaire stoornis is de kans op suïcidepogingen aanzienlijk.

Terug naar boven

Betrouwbare gegevens over de prevalentie van de bipolaire stoornis zijn nauwelijks voorhanden. De stoornis is op de kinderleeftijd heel zeldzaam. De prevalentie bij jeugdigen is groter (in een Amerikaans onderzoek bij 14-18 jarigen werd een life time prevalentie van 1% vastgesteld).

Terug naar boven

In de etiologie van de bipolaire stoornis speelt erfelijkheid zeker een rol. In Amerikaans onderzoek werd bij kinderen van ouders met een bipolaire stoornis deze diagnose in 14-50% van de gevallen gesteld. De discrepantie met de resultaten van dergelijk onderzoek in Nederland (waar slechts bij 10% van deze kinderen een bipolaire stoornis werd gediagnosticeerd) is indrukwekkend. Het is nog niet mogelijk te beoordelen of deze discrepantie te herleiden is tot bijvoorbeeld verschillen in onderzoeksmethodologie of in gebruik van bijvoorbeeld antidepressieve medicatie.

Terug naar boven
Gegevens van prospectief longitudinaal onderzoek uit de VS bij kinderen met een mogelijke bipolaire stoornis bieden geen eenduidige steun aan de veronderstelling dat bipolaire stoornis bij kinderen een voorloper is van deze stoornis op volwassen leeftijd. Indien de diagnose bipolaire stoornis in de adolescentie is gesteld en de DSM IV criteria zijn gehanteerd, is het beloop overeenkomstig aan het beloop bij volwassenen. Gezien de relatief jonge leeftijd voor het ontstaan is het beloop mogelijk wel minder gunstig.
Terug naar boven

De diagnostiek van een bipolaire stoornis kan gecompliceerd zijn. In het bijzonder moet de bipolaire stoornis worden gedifferentieerd van ADHD en van somatische (met name endocriene) ziekten en van een door psychofarmaca geïnduceerde manie. Wanneer er sprake is van een manie met psychotische symptomen kan de differentiatie van een psychotische stoornis gecompliceerd zijn.

Als comorbide stoornissen zijn o.a. beschreven ADHD, angststoornissen, gedragsstoornissen en alcohol- en drugsmisbruik.

Terug naar boven

Diagnose

In de diagnostiek van de bipolaire stoornis is het van belang bijzondere aandacht te schenken aan de familie-anamnese (al dan niet bipolaire stoornis in de familie). Dit kan een eerste indicatie geven dat er geen sprake is van een unipolaire depressie, maar van een depressieve episode van een bipolaire stoornis. Dit is uiteraard van groot belang bij de keuze van de behandeling: er zijn aanwijzingen dat behandeling met antidepressiva kan bijdragen aan het optreden van een manische episode. Andere diagnostische bevindingen die wijzen in de richting van een bipolaire stoornis zijn onder andere een acute psychotische depressie.

Terug naar boven

DMDD staat voor Disruptive Mood Dysregulation Disorder, oftewel de disruptieve stemmingsdysregulatie stoornis. Het is een nieuwe classificatie in de DSM-5 die als volgt tot stand is gekomen:

Binnen de kinder- en jeugdwerkgroep van de DSM-5 is enige jaren geleden een voorstel gedaan voor een nieuwe classificatie namelijk de TDDD: Temper Dysregulation Disorder with Dysphoria. De werkgroep suggereerde dat kinderen met chronisch ernstig geïrriteerde stemming mogelijk de kinderen zijn met een zich ontwikkelende bipolaire stoornis.

Een belangrijke valkuil is echter dat irritatie een zeer algemeen symptoom is dat bij allerlei andere psychiatrische stoornissen zoals depressie, dysthymie, angststoornissen en ODD, voorkomt. Stringaris (2011) trok de parallel met koorts, een symptoom aanwezig bij allerlei verschillende ziektebeelden, van infecties tot maligniteiten, dus eerder een indicatie, dat er iets mis is, dan een specifiek symptoom. Dit TDDD-voorstel heeft het dan ook niet gehaald.

Of chronische irritatie, zoals gerapporteerd door ouders, een voorloper is van de bipolaire stoornis is bekeken in de epidemiologische samples van het Isle of Wight onderzoek (Pickles e.a., 2009) en het Dunedin onderzoek (Brotman e.a., 2006). Hieruit kwam naar voren dat chronische irritatie  een voorloper kan zijn van depressies en angststoornissen, maar nauwelijks van de bipolaire stoornis.

Besloten is om de groep chronisch geïrriteerde kinderen met ernstige driftbuien onder te brengen onder een  nieuwe classificatie, de Disruptive Mood Dysregulation Disorder (DMDD),  en deze classificatie toe te voegen aan de depressieve stoornissen.

Kinderen met DMDD hebben volgens de beschrijving ernstige en frequente temper tantrums die hun functioneren thuis, op school of met vriendjes belemmeren. De criteria waaraan voldaan moet worden om de classificatie van toepassing te laten zijn, zijn ruim opgesteld waardoor het risico bestaat op overinclusie en in het verlengde daarvan onnodige behandeling.

Veel kinderen zijn van tijd tot tijd geïrriteerd, ontregeld of humeurig. Ook het hebben van driftbuien hoort bij het opgroeien. Maar, zo benadrukte de DSM-5 werkgroep, als kinderen de meeste tijd geïrriteerd of boos zijn en zeer regelmatig driftbuien hebben die heftig zijn en lang duren, kan dit wijzen op een stemmingsstoornis zoals DMDD.

De criteria om te kunnen spreken van DMDD:

  • ten minste drie maal per week ernstige driftbuien;
  • bijna iedere dag een verdrietige, geïrriteerde of boze stemming;
  • de driftbuien zijn niet passend bij het ontwikkelingsniveau van het kind cq de jongere.
  • reacties zijn heftiger in duur en/of intensiteit dan verwacht;
  • het kind is ten minste zes jaar oud;
  • symptomen zijn begonnen voor het 10e levensjaar;
  • symptomen zijn minstens een jaar aanwezig;
  • het kind heeft problemen met functioneren in meer dan een milieu (thuis, op school en/of met vrienden).

In de Verenigde Staten, in tegenstelling tot in Europa, is de huidige praktijk dat een deel van deze kinderen geclassificeerd worden met een bipolaire stoornis, ondanks het feit dat deze kinderen niet alle symptomen vertoonden die nodig zijn om deze classificatie te stellen. De bipolaire stoornis vallend onder het brede spectrum (Bipolar spectrum disorder) genoemd. Een consequentie hiervan is dat deze kinderen veelal (onterecht) neuroleptica als medicatie krijgen. In dat kader is de classificatie DMDD een vooruitgang.

Met name omdat onderzoek heeft aangetoond dat deze kinderen doorgaans geen bipolaire stoornis ontwikkelen, maar dat de kans groot is dat ze angst- en stemmingsproblemen ontwikkelen (Stringaris, 2011).

Het goed in kaart brengen van kinderen met zeer frequente driftbuien en chronische irritatie verbetert de gevoeligheid van het ontwikkelingsaspect van de DSM-5. Meer onderzoek is echter nodig om te kunnen bepalen waar dit symptomencluster toe leidt.

Terug naar boven

Behandeling

Belangrijke componenten van de behandeling (waarbij ook de andere gezinsleden betrokken dienen te worden) zijn: psycho-educatie, psychofarmacalogische behandeling (stemmingsstabilisatoren) en cognitieve gedragstherapie (in het bijzonder gericht op de behandeling van depressieve episodes). Niet zelden moet een adolescent met een bipolaire stoornis enige tijd klinisch behandeld worden in verband met psychotische symptomen en/of gevaar voor suïcide.

Terug naar boven

Medicatie

Voor medicatie bij bipolaire stoornis wordt verwezen naar het Addendum Jeugd van de richtlijn Bipolaire Stoornissen (NVvP, 2015). De update van de richtlijn wordt binnenkort verwacht onder voorzitterschap van prof. R. Kupka. Daarnaast kan ook gekeken worden naar de richtlijn van de Amsterdamse Geneesmiddelen commissie kinder- en jeugdpsychiatrie: de medicamenteuze behandeling van de bipolaire stoornis bij jeugdigen (2010). Deze richtlijn is gebaseerd op de NVvP richtlijn, met enkele aanvullingen.

Terug naar boven

Expertgroep en bronnen

Het thema Stemmingsstoornissen is in 2012 geactualiseerd met dank aan de expertgroep:

  • Marco Bottelier, kinder- en jeugdpsychiater, Triversum
  • Peter Erkelens, kinder- en jeugdpsychiater, Curium-LUMC
  • Max Güldner, klinisch psycholoog en psychotherapeut, De Bascule
  • Lidie Nonnekes, Pandora
  • Catrien Reichart, kinder- en jeugdpsychiater, Curium-LUMC
  • Jet Roobol, kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht
  • Bart Siebelink, klinisch psycholoog, Curium-LUMC
  • Yvonne Stikkelbroek, klinisch psycholoog, Universiteit Utrecht

De expertgroep Depressie 2006 en 2010 bestond uit:

  • Frits Boer, emiritus hoogleraar kinderpsychiatrie, AMC
  • Carolien Braet, klinisch psycholoog, gedragstherapeut, Universiteit Gent
  • Catrien Reichart, kinder- en jeugdpsychiater, Curium-LUMC
  • Marike Serra, wetenschappelijk onderzoeker, Accare
  • Bart Siebelink, klinisch psycholoog, Curium-LUMC
  • Yvonne Stikkelbroek, klinisch psycholoog, UMCU
Terug naar boven

Amsterdamse Geneesmiddelencommissie kinder- en jeugdpsychiatrie (2010). De medicamenteuze behandeling van de bipolaire stoornis bij jeugdigen. De Bascule, Amsterdam.

Cyranowski, J.M., Frank, E., Young, E., & Shear, K. (2000). Adolescent onset of the gender difference in life time rates of major depression. Archives of General Psychiatry, 49, 126-131.

Geller, B., Zimmerman, B., Williams, M., Bolhofner, K., & Craney, J.L. (2001). Bipolar disorder at prospective follow-up of adults who had prepubertal major depressive disorder. American Journal of Psychiatry, 158, 125-127.

Kovacs, M. (1997). Depressive disorders in childhood: an impressionistic landscape. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 38, 287-298.

Kovacs, M., & Devlin, B. (1998). Internalizing disorders in childhood. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 39, 47-63.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. (2008). Richtlijn Bipolaire Stoornissen, Addendum Jeugd. De Tijdstroom, Utrecht.

Youngstrom, E.A., & Duax, J. (2005). Evidence-based assessment of Pediatric Bipolar Disorder, Part I: Base rate and family history. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 44, 712-717.

Youngstrom, E.A., & Youngstrom, J.K. (2005). Evidence-based assessment of Pediatric Bipolar Disorder, Part I: Incorporating information from behavior checklists. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 44, 823-828.

Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close