Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Motor coordination in children with ADHD: Clinical, familial and genetic aspects

Kinderen met ADHD bewegen vaak ongeremd en motorisch onhandig, waardoor ze moeilijker mee kunnen komen tijdens sport, spel en in de klas (handschrift).

Motorische problemen komen veel voor bij ADHD. Kinderen met ADHD hebben zoals bekend concentratieproblemen en hyperactief en impulsief gedrag. Ze zijn dus overbeweeglijk en onnadenkend, en daardoor vaak wat ongeremd, ook in hun bewegingen. Maar daarnaast bestaat er in ongeveer de helft van de gevallen ook een motorische onhandigheid, vooral in de fijne motoriek. Daarover gaat dit onderzoek. Deze problemen blijven dikwijls onderbelicht in de diagnostiek van ADHD. Ook tijdens de behandelingsfase voor ADHD wordt meestal weinig aandacht geschonken aan deze problematiek. En dat is jammer, want behandeling, bijvoorbeeld door de kinderfysiotherapeut, heeft zijn nut bewezen. Kinderen met ADHD hebben het al niet zo gemakkelijk. Als ze dan ook nog eens niet goed kunnen meekomen met sport en spel, en schoolproblemen worden verergerd door een slecht handschrift, is dat een extra nadeel.

Het onderzoek 

Het onderzoek in dit proefschrift heeft de motorische problemen bij een grote groep kinderen met ADHD in kaart gebracht. Er deden in totaal 365 ADHD-families mee, met 874 kinderen. Daarnaast werden buiten deze families ruim 200 controle kinderen zonder ADHD onderzocht.

De kinderen waren 5 tot 17 jaar oud. Er werd informatie van de ouders en van de leerkrachten verzameld, en de kinderen zelf werden onderzocht.

Dit onderzoek maakte deel uit van een groter, internationaal project, genaamd IMAGE, dat staat voor International Multicentre ADHD Genetics studie. Het doel van dit grote onderzoek was om genen te vinden die een rol spelen bij het ontstaan van ADHD. Van alle deelnemers, ouders en kinderen, werd bloed afgenomen en hieruit werd het DNA onderzocht. Het onderzoek werd gefinancierd door het Amerikaanse National Institute of Health.

De resultaten

Hoofdstuk 1 vat de meest recente inzichten in de ontstaanswijze en het tot nog toe verrichte genetische onderzoek bij ADHD samen. Waarschijnlijk zijn er veel genen bij betrokken, die ieder maar een klein effect hebben. Verder wordt in Hoofdstuk 1 een overzicht gegeven van Developmental Coordination Disorder, meestal afgekort tot DCD, de naam voor het beeld van motorische onhandigheid. De combinatie van ADHD en DCD wordt onder de loep genomen en een samenvatting wordt gegeven van de wetenschappelijke literatuur op dit gebied.

In Hoofdstuk 2 wordt beschreven, dat een derde van de kinderen met ADHD in onze onderzoeksgroep motorische problemen had. Bij de controle kinderen werd maar bij 7% melding gemaakt van dit soort problemen. De motorische problemen bij de ADHD-kinderen bleken vooral gerelateerd aan concentratiestoornissen en minder aan hyperactiviteit en impulsiviteit. De motorische problemen bleken bij jongens en meisjes met ADHD in gelijke mate voor te komen. Tieners met ADHD hadden de motorische problemen in vrijwel dezelfde mate als jongere kinderen.

Hoofdstuk 3 beschrijft de resultaten van een motorische test, de Movement-ABC, in relatie tot het motorisch zelfbeeld van kinderen met ADHD, hun broertje of zusje, en een groep controle kinderen. 63% van de kinderen met ADHD had geen optimale motoriek, 34% had een uitgesproken motorisch probleem. Het bleek dat de kinderen met ADHD vooral slechter scoorden op de fijne motoriektest. De broertjes of zusjes zonder ADHD scoorden iets beter op de motoriektest, maar slechter dan de controle kinderen. De kinderen met ADHD hadden een geflatteerd beeld van hun motorische prestatie. Ze overschatten dus hun motorische capaciteiten.

In Hoofdstuk 4 wordt beschreven, dat slechts de helft van de motorisch gestoorde kinderen ooit fysiotherapie had gekregen. Dit is erg jammer omdat bewezen is dat oefening helpt. Factoren, die verwijzing beïnvloedden, waren bijkomende angst- en gedragsstoornissen van het kind, naast hun ADHD.

Voor Hoofdstuk 5 is een selectie gemaakt van die broer-zus paren die óf allebei ADHD hebben, óf juist helemaal niet op elkaar lijken in dit opzicht. Dit wordt genoemd: een indeling in concordante en discordante paren. De kinderen die geen ADHD hadden, maar wel een broer of zus met ADHD, scoorden slechter op de motoriek dan controle kinderen. Kinderen met een broer of zus met motorische problemen hadden dit zelf ook vaker. Kinderen met de combinatie ADHD plus motorische problemen hadden vaker een broer of zus met dezelfde combinatie. Via een statistische methode werd berekend dat er een gemeenschappelijke familiare, mogelijk genetische, achtergrond bestond voor de combinatie ADHD en motorische problemen.

Hoofdstuk 6 beschrijft een methode van genetisch onderzoek, de genoomwijde associatiestudie, afgekort GWAS. Hierbij wordt het gehele genoom onderzocht. Er werd in onze patiëntengroep een aantal genen ontdekt die van betekenis kunnen zijn bij het ontstaan van motoriek problemen bij ADHD. Deze genen bevonden zich deels in biologische paden, die te maken met ontwikkeling van zenuwcellen en met de verbinding en communicatie tussen hersencellen. Mogelijk zijn deze paden betrokken bij de oorzaak van de aandoening. De genen bleken zowel in zenuwcellen als in spiercellen tot expressie te komen. Twee door ons gevonden genen zijn eerder beschreven in associatie met Amyotrofische Lateraal Sclerose en met Restless Legs Syndroom.

Wat dragen de resultaten bij?

De resultaten uit dit proefschrift hebben de kennis over motorische stoornissen bij ADHD vergroot. Dat is belangrijk voor de kinderen die behept zijn met deze dubbel-lastige aandoening. Hopelijk komt er meer aandacht voor deze problematiek. Bij het stellen van de diagnose ADHD zou ook expliciet gelet moeten worden op het motorisch functioneren van het kind. Dit is nodig omdat uit eerder onderzoek bekend is, dat het minder presteren op motorische vaardigheden vaak gepaard gaat met een laag zelfbeeld, meer angst, slecht sociaal functioneren en bij adolescenten meer risico geeft op overgewicht, diabetes en vaatproblemen. Wat betreft de erfelijke aanleg heeft dit onderzoek uitgewezen dat ADHD met motorische stoornissen mogelijk een subtype van ADHD is. De genen die gevonden zijn kunnen een nieuw licht werpen op de oorzaak van ADHD en van motorische problemen.

Auteur: Ellen Fliers
Jaar van publicatie: 2010
ISBN: 9789090256115

Auteur: Ellen Fliers
Jaar van publicatie: 2010
ISBN: 9789090256115

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond je niet precies wat je zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten