Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Hypothalamic-pituitary-adrenal (HPA) axis functioning and psychopathology in a developmental perspective

Stressreactiviteit kan beter begrepen worden als het resultaat van een samenspel tussen biologische en psychologische processen die uiteindelijk instaan voor overleving van het organisme. Hoewel vroege stressvolle ervaringen de onderliggende genetische kwetsbaarheid al kunnen verhogen, kan bijkomende stress tijdens de kinderjaren het ontstaan van een psychiatrisch beeld induceren. De hypothalamus-hypofyse-bijnieras (HHB)-as is het belangrijkste neuroendocriene systeem dat reageert op stress.

In het eerste deel van deze thesis bestudeerden we de werking van de HHB-as in twee kinderpsychiatrische populaties. Niettegenstaande het feit dat de meeste studies de HHB-as bestudeerden na een fysiologische of fysische stressor, werd in onze onderzoeksgroep de stressreactiviteit onderzocht na een psychosociale stressor, bestaande uit een voordracht voor een publiek. In een eerste studie onderzochten we de HHB-as reactiviteit na een psychosociale stressor bij 75 prepubertaire kinderen met ADHD en 25 gezonde controlepersonen. Kinderen met ADHD van het gecombineerde type, vertoonden een verlaagde cortisolrespons na de stressor in vergelijking met kinderen met ADHD van het overwegend onoplettendheid type en gezonde controlepersonen. Wanneer we een onderscheid maakten in functie van het stress antwoord (een verhoogde cortisolreactiviteit betekende een positief stressantwoord), zagen we dat het symptoom hyperactiviteit was geassocieerd met een verlaagde cortisolreactiviteit. We postuleerden dat een verlaagde cortisolreactiviteit een neurobiologische merker kon zijn bij kinderen met ADHD van het gecombineerde type. In een tweede studie onderzochten we de HHB-as reactiviteit na een psychosociale stressor bij 25 prepubertaire kinderen met een sociale fobie en 25 gezonde controle-personen. Kinderen met een sociale fobie vertoonden een verhoogde cortisolrespons na de stressors in vergelijking met gezonde controlepersonen. Een verhoogde HHB-as activiteit was geassocieerd met angstdispositie, maar niet met toestandsangst. We postuleerden dat een grotere cortisolreactiviteit een neurobiologische merker kon zijn bij prepubertaire kinderen met een sociale fobie.

In het tweede deel van deze thesis onderzochten we single nucleotide polymor-phisms (SNP’s) in twee HHB-as gerelateerde kandidaatgenen in volwassen patiënten met een recidiverende majeure depressieve stoornis (MDS). In hoofdstuk 4 genoty-peerden we vijf SNP’s in het gen dat codeert voor de arginine vasopressine receptor 1b (AVPR1b) in 188 patiënten met een recidiverende MDS en 187 controlepersonen. Een haplotype analyse met deze vijf merkers gaf een overaanwezigheid van een ge-meenschappelijk haplotype bij zowel patiënten als controlepersonen. Deze bevindingen ondersteunden het beschermend effect van dit haplotype in het ontstaan van een recidiverende MDS. In hoofdstuk 5 genotypeerden we vier SNPs in het gluco-corticoid-receptor-gen (NR3C1) in 314 patiënten met een recidiverende MDS en 354 controlepersonen. We postuleerden dat SNPs in de 5’untranslated region van NR3C1 een rol kunnen spelen in de genetische kwetsbaarheid voor een recidiveren-de MDS.

In het derde deel van deze thesis combineerden we deel 1 en deel 2 om moleculair genetische kenmerken van HHB-as reactiviteit te beschrijven in een kinderpsychiatrische populatie. In hoofdstuk 6 bestudeerden we het effect van de vijf AVPR1b en vier NR3C1 SNP’s op het cortisolantwoord na een psychosociale stressor bij 106 prepubertaire kinderen. In deze verkennende studie vertoonden dragers van de functionele SNP ER22/23EK een lager cortisolantwoord na de psychosociale stressor. In hoofdstuk 7 tenslotte beschreven we de voorlopige bevindingen van een studie die gebaseerd is op een associatiemethode en die de functionele kandidaatgenen AVPR1b en NR3C1 onderzocht bij 57 kinderen met ADHD van het gecombineerde type en 106 gezonde controlepersonen.

Auteur: Dirk van West
Uitgever: Universiteit Antwerpen
Jaar van publicatie: 2009
ISBN: 978-90-5728-123-5

Auteur: Dirk van West
Uitgever: Universiteit Antwerpen
Jaar van publicatie: 2009
ISBN: 978-90-5728-123-5

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond je niet precies wat je zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten