Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

The Distracted Brain: The neurobiology and neuropsychology of attention-deficit/hyperactivity problems in the general population

Cover The Distracted Brain

Dit proefschrift beschrijft studies die zich richten op de neurobiologie en neuropsychologie van aandachts- en hyperactiviteitsproblemen, met aandacht voor de dimensionaliteit van psychiatrische problematiek en de ernst van de symptomen, in plaats van een categorische benadering.

Deze verandering van insteek is ook terug te zien in de laatste versie van het handboek voor psychiaters en psychologen, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5th Edition (DSM-5). Ondanks deze inzichten wordt het grootste deel van het huidige (neurobiologische) onderzoek echter nog steeds uitsluitend binnen klinische groepen van kinderen met aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD) gedaan. Door aandachts- en hyperactiviteitsproblemen echter ook binnen een algemene bevolkingsgroep van kinderen te bestuderen, kan de dimensionaliteit van ADHD en de onderliggende neurobiologie hiervan onderzocht worden en kunnen resultaten uit eerdere klinische studies doorgetrokken worden naar de algemene bevolking. Binnen een dergelijke dimensionele aanpak, waarin symptomen op een doorlopende schaal beschreven worden, wordt het hele spectrum van probleemgedrag gedekt, van geen problemen tot zeer veel (klinische) problemen.

Het merendeel van de onderzoeken beschreven in dit proefschrift is gedaan binnen de Generation R Studie, een grootschalig bevolkingsonderzoek in het Erasmus MC-Sophia in Rotterdam. Bij ruim 1.000 kinderen op basisschoolleeftijd zijn MRI scans van de hersenen gemaakt en zijn gegevens verzameld over aandachts- en hyperactiviteitsproblemen en cognitief functioneren.

Om uitspraken te kunnen doen over de afwijkende cognitieve ontwikkeling, moet men ook kennis hebben van de normale ontwikkeling van cognitieve functies. Daarom werd allereerst de normale ontwikkeling van cognitief, oftewel neuropsychologisch, functioneren onderzocht. Kinderen die ouder waren en kinderen die een hogere intelligentie hadden presteerden beter op diverse neuropsychologische taken binnen domeinen zoals taal, geheugen, executief functioneren, visueel-ruimtelijk functioneren en sensomotorisch functioneren. Ook presteerden meisjes over het algemeen beter op dergelijke taken dan jongens. Beter cognitief functioneren bleek daarnaast gerelateerd aan witte stof integriteit in de hersenen; kinderen waarbij de neurale (witte stof) verbindingen in de hersenen beter waren, presteerden beter op deze cognitieve taken.

Vervolgens werd de relatie tussen aandachts- en hyperactiviteitsproblemen en cognitief functioneren onderzocht. Wij vonden dat kinderen met meer aandachts- en hyperactiviteitsproblemen niet zozeer een globaal cognitief probleem lieten zien, maar dat zij specifiek problemen hadden in het executief functioneren. Executieve functies zijn de meer ingewikkelde, regelende, functies in de hersenen. Voorbeelden hiervan zijn het plannen en organiseren van gedrag, het remmen van gedrag (ook wel inhibitie genoemd) en het vasthouden, bewerken en opslaan van gegevens in het werkgeheugen. Cognitieve functies die bij ADHD vaak aangedaan zijn.

Tenslotte werd de neurobiologie van aandachts- en hyperactiviteitsproblemen onderzocht. Het hebben van meer aandachts- en hyperactiviteitsproblemen bleek gerelateerd te zijn aan een dunnere hersenschors (de buitenste dunne laag van de hersenen) en minder gyrificatie (het patroon van groeven en windingen dat de hersenschors kenmerkt) in grote delen van de hersenen, een bevinding die ook gedaan is in klinische ADHD onderzoeken. Ook waren meer problemen gerelateerd aan een kleinere omvang van het putamen. Het putamen is een hersenstructuur die onder meer betrokken is bij het executief functioneren. We vonden in onze algemene bevolkingsgroep geen relatie tussen aandachts-/hyperactiviteitsproblemen en groepen van genen waarvan vermoed wordt dat ze bij ADHD betrokken zijn.

Samenvattend kunnen we zeggen dat onze bevindingen de kennis van de neurobiologie en neuropsychologie van aandachts- en hyperactiviteitsproblemen vergroot. De bevindingen uit dit grote bevolkingsonderzoek zijn een aanvulling zijn op de al bestaande klinische onderzoeken en ondersteunen de aanname van dimensionaliteit van aandachts- en hyperactiviteitsproblemen.

Cover The Distracted Brain

Auteur: Sabine E. Mous
Uitgever: Ipskamp Drukkers
Jaar van publicatie: 2015
ISBN: 978-94-6259-743-3

Auteur: Sabine E. Mous
Uitgever: Ipskamp Drukkers
Jaar van publicatie: 2015
ISBN: 978-94-6259-743-3

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond je niet precies wat je zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten