Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

De Vliegende brigade

Peuter knuffelt met moeder buiten

Bij de Vliegende brigade kijkt men los van de kaders wat goed is voor het kind en wat opvoeders nodig hebben om verder te kunnen. ‘Echt gewoon doen, los van de regeltjes.’

Het team van de Vliegende brigade werkt samen met het kind aan de ontwikkeling van het kind. Binnen het team worden dezelfde doelen nagestreefd, iedereen voelt zich verantwoordelijk en iedereen zet zijn eigen kwaliteiten in. “Je hebt elkaar nodig om aan te vullen en te ondersteunen”. Wat een kind leert in therapie kan een groepsleider in het dagelijks met het kind gaan oefenen. Door de samenwerking krijgt de behandeling meer handen en voeten in het dagelijks leven en die generalisatie is nodig.

De Vliegende brigade werkt daadwerkelijk outreachen. Behandelaren van de Vliegende brigade komen in de woonsituatie van een kind. Omdat ze de context van het kind zien kunnen ze zich beter verplaatsen in het kind. Bij reguliere behandeling bij de Bascule moeten behandelaren het doen met de verhalen van buitenaf en wat er zich in de therapiekamer zich afspeelt. Het team van de Vliegende brigade ziet en weet uit eigen ervaring hoe het op de groep met de kinderen en jongeren gaat.

Door de betaling per uur per medewerker en het loslaten van DBC minuten kan de hulpverlener van de Vliegende brigade doen wat nodig is voor het kind (zolang het kind bij Spirit woont). Daar zit geen begrenzing in op dit moment. Ze kunnen zich gezamenlijk richten op de zorg van het kind. Deze vorm van financiering werpt ook geen blokkades op tussen de samenwerkende partijen, wat de samenwerking vergemakkelijkt.

Waar samenwerking vaak blijft hangen op het punt van afspraken en plannen op papier en waar in de uitvoering iedereen in zijn hokje blijft zitten, vormen deze punten voor het team van de Vliegende brigade geen belemmering.

Tot slot heeft het hele team van de Vliegende brigade ervaring op de groep en heeft ondervonden hoe lastig de opvoeding is. Dat scheelt als er iets speelt op de groep: er is meer begrip en ervaring.

Terug naar boven
  • De Bascule – jeugd-ggz
  • Spirit – jeugd- en opvoedhulp (residentiele woonvormen)
  • Lijn 5 – licht verstandelijk beperkten

De samenwerking is nu ongeveer 5 jaar.

Terug naar boven

Op wie is het gericht?

De Vliegende brigade zet zich in voor kinderen en jongeren van 6 tot 23 jaar die kampen met problemen op meerdere leefgebieden en die zijn opgenomen in een residentiële woonvorm van Spirit. Bij Spirit zitten kinderen op verschillende afdelingen: onder meer kortdurende crisisopvang, verblijfsplekken langdurig, gezinshuizen, specialistische pleeggezinnen en spoedhulp. De Vliegende brigade werkt met al deze afdelingen samen. De vraag vanuit Spirit varieert daarom ook sterk.

Overkoepelend kan over de kinderen gezegd worden dat ze om een bepaalde reden niet meer thuis kunnen wonen. Vaak is er ook sprake is van psychische klachten en/of psychiatrische stoornissen. Ook is er vaak al veel hulpverlening is geweest in het verleden. Daarnaast is er sprake van veel comorbide klachten zowel op jeugdzorgvlak als op gebied van wonen, pedagogische onmacht van ouders, sociale problemen financiële problemen en psychiatrische problematiek bij de ouders.

Welk doel wordt gesteld?

Het doel is dat kinderen en jongeren binnen de residentiële woongroepen de juiste psychiatrische ondersteuning krijgen binnen één behandelplan. Voor de jongeren betekent dat een veilige woonsituatie en vandaar uit (weer) hoop op een goede toekomst te krijgen. Het team van de Vliegende brigade zet samen met de jongeren daar stappen in.

Aanpak

Spirit is altijd de verwijzer. De Bascule is onderaannemer van Spirit (in opdracht van Spirit en ook betaald door Spirit) en Spirit vraagt de Bascule cq. de Vliegende brigade voor bijvoorbeeld onderzoek. Vaak betreft het handelingsgericht onderzoek omdat er handelingsverlegenheid ontstaat bij de opvoeding of begeleiding van de kinderen op de woongroep. Het kan ook dat er een kind op de crisis wordt opgenomen waarvan men in brede zin wil weten of er sprake is van psychiatrie. Ook kan het zijn dat Spirit de Vliegende brigade oproept als een kind op de woongroep verslechtert, bijvoorbeeld als een kind niet meer naar school gaat, of brutaal wordt, of gaat stelen, liegen of bedriegen. Soms betreft de vraag vanuit Spirit behandeling, soms diagnostisch onderzoek, soms advies/ consultatie. Daarnaast doet de Vliegende brigade veel aan deskundigheidsbevordering van de mensen die werken op deze groepen. Ze geven veel psycho-educatie, veel uitleg en coaching.

De Vliegende brigade is een samengesteld team: een kinder- en jeugdpsychiater, een GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog, een basispsycholoog, een orthopedagoog/gedragstherapeut, en vanuit Lijn 5 een GZ-psycholoog. Afhankelijk van de vraag vanuit Spirit wordt gekeken wie of welke expertise passend is.  Alle 5 teamleden werken het merendeel van hun uren voor de Vliegende brigade. Daarnaast werken ze samen met iedereen van Spirit: gezinsmaatschappelijk werk, jeugdzorgspecialist, groepsleiding, gezinshuisouders, en verder ook met biologische ouders, pleegouders en school. Kortom: ze werken met iedereen die betrokken is bij het kind.

Het team probeert te werken zonder wachtlijsten zodat ze direct kunnen reageren op de vraag. Al is het maar om even direct mee te denken. Het team wil ruimte en flexibiliteit kunnen behouden, maar de vraag vanuit Spirit is eigenlijk veel groter dan nu mogelijk is.

Er is geen duur verbonden aan de betrokkenheid van de Vliegende brigade bij een kind. Bij sommigen duurt het heel lang voordat ze überhaupt iets willen weten van hulpverlening. Medewerkers van de Vliegende brigade zijn goed in volhouden, een lange adem hebben, in contact blijven en laten zien dat ze niet weggaan. Het risico is dat ze soms eerder zouden moeten afschalen. ‘Je vliegt het leven in van jongere maar moet er ook weer uit. Maar je moet het wel met een gerust hart kunnen overdragen.’ Als een jongere 18 jaar wordt, wordt soms overgedragen naar een FACT-team of de volwassenen ggz. Als een kind niet meer op de woongroepen leeft, maar nog wel psychiatrische behandeling nodig heeft, dan kan dat nu in de dezelfde caseload nog wel door blijven duren.

Monitoring/evaluatie

Bij veel kinderen is sprake van een OTS. Om de zes weken is er in dit kader een uitvoerdersoverleg met de gezinsvoogd. Daarin bespreken betrokken hulpverleners met ouders en kind het plan.

Looptijd en ervaringen

Ongeveer 5 jaar geleden is de Vliegende brigade opgezet vanuit een vraag voor kinderen met psychiatrische klachten die bij Spirit woonden. Zij hadden diagnostiek en behandeling nodig en hadden vaak al zoveel meegemaakt dat ze niet meer komen naar gewone poliklinieken, of uiteindelijk afhaken. Aan de hand van die vraag zijn behandelaren van de Bascule gewoon ingevlogen bij op de groepen van Spirit en zijn ze die kinderen gaan zien, ter plekke. Dat zijn ze steeds meer gaan doen, op meer afdelingen en met ook steeds meer verschillende partners: Lijn 5 is ook betrokken.

Terug naar boven

Passend en samenhangend

De Vliegende brigade past de hulp aan op wat het kind nodig heeft en trekt zich bijvoorbeeld niet meteen terug als een kind na Spirit weer elders (thuis of ergens anders) gaat wonen en het kind tegelijkertijd nog wel psychiatrische hulpverlening behoeft. Als de hulp van de hulpverleners van de Bascule niet meer nodig is, dan zit de hulpverlening van Spirit er altijd nog.

De samenwerking tussen Lijn 5 voor LVB, ggz door de Bascule en jeugd en opvoedhulp vanuit Spirit zorgt voor samenhangende zorg voor de kinderen. Verslavingszorg is niet betrokken bij de Vliegende brigade, maar vanuit Spirit is er wel een verbinding met Jellinek. Bovendien zijn de medewerkers die bij Spirit op de woongroepen werken getraind door Jellinek.

Ontwikkelingsgericht en toekomstgericht

De Vliegende brigade volgt de kinderen zoveel mogelijk in hun wensen. Vooral pubers kunnen vaak al heel goed aangegeven wat goed voor ze is. Daar proberen de hulpverleners ze in te volgen. Ook als dat betekent dat ze even afstand van (een) ouder(s) nemen. Soms is het nodig eerst rust en ruimte te creëren om het kind en de ouders na een tijd weer bijeen te brengen. In de tussentijd wordt bij beide partijen wel geprobeerd om meer inzicht en begrip te creëren voor elkaars perspectief. Ook worden cognitieve gedragstherapeutische aspecten gebruikt om de cognities van het kind en ouder te herstructureren, met als doel dat zij zich anders gaan voelen en ook anders gaan uiten.

Het is soms lastig om ouders te betrekken bij het kind dat uit huis is geplaatst. Ouders zijn vaak wantrouwend en boos op het jeugdhulpland. Ondanks dat kinderen niet thuis wonen wordt er geprobeerd zoveel mogelijk het systeem mee te nemen in de behandeling van de kinderen. Ook werken de hulpverleners samen met pleegzorg.

Bij de Vliegende Brigade wordt altijd met het kind naar de toekomst gekeken, vooral gericht op de eigen wensen van het kind. Toekomstperspectief is belangrijk, het geeft een doel waar met het kind naartoe gewerkt kan worden. De doelen moeten echt de doelen van het kind zijn. Maatschappelijke doelen zijn vaak erg normerend en de Vliegende brigade werkt meer volgend. Het is belangrijker dat een kind zich prettig voelt bij wie hij is, waar hij dan ook is en wat hij dan ook doet.

Onderwijs

Veel jongeren die bij Spirit wonen zijn uitgevallen op school. Spirit is heel goed in onderwijs in de brede zin van het woord. Ze hebben veel vormen tot hun beschikking om kinderen het idee geven dat ze überhaupt iets kunnen. Als ze niet naar school kunnen, kunnen jongeren bijvoorbeeld werken bij andere projecten waar zij ook vaardigheden leren. PITS is daar een voorbeeld van: dat is een cateraar die kinderen begeleidt en vaardigheden leert. Dat werkt goed en sluit goed aan bij de jongeren. Verder biedt Spirit allerlei vormen van participatie. Dat kan wat voor vorm dan ook zijn, aansluitend op waar de motivatie van het kind ligt.

Veel jongeren die bij Spirit wonen gaan naar school bij Altra, speciaal onderwijs. Er wordt met Altra samengewerkt, maar ook met ander speciaal onderwijs in Amsterdam, oa. Orion en een aantal eigen scholen van de Bascule. Ook is er samenwerking met speciaal basisonderwijs.

Meervoudige problematiek

Bij de Vliegende brigade is de problematiek van de jongeren altijd meervoudig. Vaak zijn er ook al veel eerdere hulpverleningstrajecten geweest die niet geslaagd zijn. De doelgroep heeft te maken met veel psychiatrie, ook in de volwassen leeftijd. Kinderen hebben vaak te maken gehad met traumatische ervaringen, mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing uithuisplaatsing, en veel wisseling van woonplekken.

Problemen van ouders

Bij de Vliegende brigade hebben ze veel te maken met ouders met psychiatrische problematiek, al dan niet onderkend. Als deze problematiek onderkend is, volgen veel ouders hun eigen behandeltraject in volwassenenzorg. De medewerkers van de Vliegende brigade weten dan vaak dit traject er is, en weten in grote lijnen wat het traject inhoudt. Er is geen samenwerking met volwassenenzorg. Privacywetgeving maakt het soms ingewikkeld om een parallel te trekken met het traject van de ouders, al is het voor de hulpverlening ook niet nodig om alles over de ouders precies te weten, zolang ze maar goed weten wat de ouder kan en waar de beperkingen liggen.

Als er nog geen traject is, maar er gedacht wordt dat er meer aan de hand is thuis, en er zorgen ontstaan over andere kinderen die nog wel thuis wonen, dan doet een hulpverlener van de Vliegende brigade een zorgmelding bij Veilig thuis. Zij doen vervolgens onderzoek doen en kijken wat er aan de hand is. Meestal is er echter al veel voorafgegaan aan de uithuisplaatsing van een kind. Het centrum jeugd en gezin (CJG) pakt dan ook meestal al het traject met ouders op.

Onderliggende problematiek

Bij de jeugdigen die worden aangemeld bij de Vliegende brigade is eigenlijk altijd sprake van onderliggende problematiek die de huidige problemen in stand houden. Hier wordt dan ook veel aandacht aan besteed. Er wordt veel traumabehandeling gegeven en gewerkt aan het zelfbeeld en de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind. De jeugdigen hebben veel angsten, slaapproblemen, vertonen agressief gedrag, voortkomend uit posttraumatische stress achtige reacties. Deze achtergrond is een bedreiging voor de persoonlijkheidsontwikkeling. Soms verloopt dit zo zorgelijk dat er gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstoornis zoals bijvoorbeeld borderline.

Veiligheid

Het streven is veiligheid niet te zoeken in beheersing. Beheersing moet een laatste redmiddel zijn. De hulpverleners bij de Vliegende brigade willen achterhalen waar het gedrag van een jeugdige vandaan komt en vervolgens kijken hoe dit veilig gehouden kan worden.

Bij Spirit leven de jeugdigen op gemengde woongroepen, met uitzondering van 2 groepen voor meisjes-specifieke problemen (waaronder loverboy problematiek).  Wetende dat er nog te vaak misbruik plaatsvindt binnen de hulpverlening zou het in sommige gevallen zeker helpen om de groepen niet bij elkaar te zetten. Toch is er ook het besef dat het helaas niet compleet te voorkomen is. Ook in pleeggezinnen vindt misbruik plaats en ook buiten de deuren van Spirit zijn deze jeugdigen kwetsbaar. Dus wordt er bij Spirit veel gepraat over seksualiteit, intimiteit en grenzen. Deze voorlichting is bedoeld om te leren grenzen beter aan te geven en gezonde keuzes te maken.

Ervaringskennis

De Bascule maakt gebruik van evidence based behandelingen. De doelgroep van de Vliegende Brigade past alleen nooit precies binnen de doelgroep van een geprotocolleerde behandeling. De kunst is om uit deze behandelingen te pakken wat haalbaar en wat passend is. De behandelaren geven een zo goed mogelijke behandeling op maat met de kennis die er is.

Bij trauma is bijvoorbeeld de eerste keus een EMDR-behandeling of het writing protocol. Dit wordt dan ook als eerste toegepast. De problematiek van de kinderen bij Spirit laat zich alleen niet makkelijk in een protocol dwingen. Men moet zich daarom meebewegen en op maat een behandeling aanbieden, bijvoorbeeld een combinatie van het writing protocol met EMDR, hoewel dat nergens zo beschreven staat.

Ervaringsdeskundigheid wordt op dit moment niet structureel ingezet in het traject. Jongeren zitten daarvoor ook nog te vol met alles in hun eigen leven en hun eigen ervaring. Soms wordt er een ervaringsdeskundige uitgenodigd om mee te gaan in een training en wat te vertellen over eigen ervaringen of gewoon mee te praten in de training.

Terug naar boven

inhoudelijke componenten

Bij de Vliegende brigade is het belangrijk dat de regie van de behandeling grotendeels bij de jeugdigen zelf ligt. De jeugdigen zijn weggehaald uit hun eigen huis en ook in veel gevallen zijn zij van instantie naar instantie meegenomen of gestuurd. Het gevoel van regie over eigen leven is bij deze jeugdigen vaak totaal zoek. Het teruggeven van de regie aan de jeugdige is dus erg belangrijk. Zonder die eigen regie gaat het ook niet lukken om hen mee te krijgen in een traject.

Als jeugdigen aangeven dat ze geen behandeling willen wordt daar ook naar geluisterd. Wel kan er door de hulpverlener verteld worden wat een behandeling kan bieden, wat het hen oplevert. Vervolgens worden de jeugdigen vrijgelaten in hun keuze, waarbij er wel wordt benadrukt dat ze altijd welkom zijn, ook op een later moment. Als de ontwikkeling van een jeugdige heel zorgelijk is, proberen ze wel iets harder om hem of haar te overtuigen van het volgen van een behandeling. In andere gevallen moet een jeugdigen soms zelf tegen problemen aanlopen om toch te willen. Dan kan de insteek van de behandeling zijn om te kijken waar de jeugdige moeite mee, of last van heeft.

De behandeling bij de Vliegende brigade wordt systematisch geëvalueerd en gemonitord door middel van ROM-vragenlijsten. Jeugdigen vullen vragenlijsten in bij de start en aan het eind van de behandeling. Los van ROM wordt er geen aanvullende evaluatie gedaan en ook wordt er niet specifiek los gekeken naar de behandelingen binnen de vliegende brigade. In de toekomst willen ze dat wel doen. Het kost echter geld tijd en mensen om een goed onderzoek op te zetten. Om de zes weken is er samen met het gezin een uitvoerdersoverleg. Daarin bespreken betrokken hulpverleners met ouders en kind het behandelplan.

Ook evalueren Spirit, lijn 5 en de Bascule met managers/directie, inclusief inhoudelijk medewerkers, hoe de samenwerking gaat. De samenwerking wordt uitgebreid geëvalueerd, en op- of aanmerkingen worden besproken. Tot op heden is iedereen erg positief en tevreden over de samenwerking. Er wordt dan ook vooruitgekeken: Hoe gaat het straks in 2018 met nieuwe regels en kunnen we mogelijk uitbreiden? De vraag is momenteel groter dan ze aankunnen. De vragen komen ook van ambulante teams, dus breder wordt er ook samenwerking gezocht.

De jeugdigen hebben vaak een lange en complexe historie van hulpverlening. Dit maakt dat zij vaak niet intrinsiek gemotiveerd zijn voor behandeling en zij veel wantrouw of boosheid ervaren jegens hulpverlening. Daarom is het een uitdaging voor de behandeling om de motivatie van de jeugdige te zoeken in de vertaalslag van wat de behandeling voor hen kan opleveren. Een voorbeeld van een insteek is “Als je last hebt van alle volwassenen die aan je hoofd zeuren: hoe zorgen we dat dat niet meer gebeurt?”. Het motiveren gebeurt ook door oprecht te zijn als hulpverlener en een relatie aan te gaan met de jeugdige. Zij hebben er voelsprieten voor als iemand niet oprecht is.  Soms gaan de hulpverleners de jeugdigen ook een beetje ‘paaien’ door hen te brengen van school naar huis of te regelen dat er op school een uurtje gemist mag worden voor gesprek; alles om in gesprek te komen. Soms zijn de hulpverleners een half jaar bezig een relatie op te bouwen en om vertrouwen te winnen.

kwaliteit van uitvoering

Bij de Vliegende brigade wordt erkend dat iedereen zijn eigen vakgebied heeft. Gezamenlijk moet er gezocht worden naar hoe je elkaar kan aanvullen in plaats van concurrerend of denigrerend te zijn. De hulpverleners worden uitgedaagd om vooral boven hun eigen specialisme te kunnen staan en het gezamenlijke belang als uitgangspunt te houden.

Open en betrouwbare communicatie naar de jeugdigen toe is heel belangrijk. Als hulpverlener moet je oprecht en betrouwbaar zijn om een relatie aan te kunnen gaan met de jeugdige. Ook naar collega’s is het belangrijk op open te communiceren, zonder vertrouwen loopt de samenwerking niet goed.

Hulpverleners van de Vliegende brigade kunnen zich niet aan alle reguliere kaders houden en moeten daarom vaak inventief zijn. Als ze zich overal aan houden dan was het onmogelijk om bepaalde jeugdigen in behandeling te krijgen. Deze eerste periode vraagt een lange adem en meestal duurt het lang om iets op te bouwen met een jongere. Het gevolg is dat de behandeling vaak langer duurt dan de Bascule er voor betaald kan krijgen.

Volhouden vergt ook lef hebben en samen proberen een jeugdige in behandeling te krijgen, buiten de geijkte kaders om. Soms moet een hulpverlener dan bijvoorbeeld onderhandelen met school om tijdens een les even met een jeugdige te kunnen praten. Daarbij is lef hebben je niet laten leiden door de financiële richtlijnen. Dit kan echter niet de spuigaten uitlopen. “We moeten een beetje lef hebben om dit werk goed te kunnen doen, een beetje op de rand van de regels durven lopen. Buiten de lijntjes kleuren. In die zin lef hebben.”

Bij de Vliegende brigade komen lastige situaties voor en komen hulpverleners soms voor ethische dilemma’s te staan. Voor die situaties kan een medewerker altijd in bespreking gaan met de geneesheer-directeur. Bijvoorbeeld de inschatting wanneer een situatie voor een jeugdige zo bedreigend wordt dat de professional zijn beroepsgeheim moet doorbreken. Het is in de praktijk lastig dat daar bij verschillende partijen ook verschillende visies over bestaan. Een voorbeeld hiervan is als het CJG sneller wil overgaan op gesloten opname. Zij zijn verantwoordelijk voor de veiligheid, dus dat is begrijpelijk, maar soms is het voor de ontwikkeling van het kind beter de zorg zo lang mogelijk in open setting te houden.

Bij de jeugdigen met deze problematiek moet je altijd alert zijn dat je met partijen met verschillende belangen om tafel zit. Bij de Vliegende brigade zijn de medewerkers zich hier bewust van. Ze proberen de belangen bespreekbaar te maken, want deze belangen mogen er best zijn. Het gezamenlijke belang en doel is altijd het welzijn van de jeugdige en staat altijd voorop. De weg daarnaartoe, daarin verschilt de visie vooral. Deze route moet wel uiteindelijk gezamenlijk gedeeld worden, iedereen moet achter het plan staan, ook al is het niet (geheel) in overeenkomst met iemands eigen visie.  Als er verschillende routes naast elkaar blijven bestaan, is het gedoemd te mislukken. Soms blijkt het gekozen plan niet (goed) te werken, dan moet er gezamenlijk een nieuw plan komen. Kortom: je moet erkennen dat er verschillende visies zijn, en mogen zijn, maar wel een gemeenschappelijk doel hebt.

organisatorische randvoorwaarden

Het werken naar een gezamenlijke visie en doelen vraagt in veel gevallen dat het belang van de eigen organisatie geen voorrang krijgt. Bij de Vliegende brigade weet men dat je er niet van uit kan gaan dat je aan de andere kant van de tafel begrepen wordt; dat moet je checken. Eenheid in taal is een belangrijk doel om de samenwerking soepel te maken en houden. Daarop moet je alert blijven ook al werk je al lang samen. Een voorbeeld hiervan is: “Ik schrik niet meer als een kind tegen mij zegt: kutwijf, flikker op. Een agressief kind is voor jou misschien anders dan voor mij.”

Privacy is wel een heikel punt in de samenwerking tussen de ggz en jeugdzorg. De professionals in de ggz zijn bang om teveel te delen en vergeten dat het bijna altijd mogelijk is het proces te delen zonder de inhoud te delen. Eenheid in taal is hierbij belang, zodat ieder weet dat ze het over dezelfde dingen hebben. Als je het proces deelt met de professionals van Spirit zullen ze ook beter begrijpen waar je mee bezig bent en kunnen ze daar ook bij helpen en ondersteunen. Bijvoorbeeld als een ggz-behandelaar een heftige sessie met EMDR heeft gehad met een jeugdige, kan hij, zonder uit te leggen wat er precies heftig is geweest, wel delen met de groepsleiding dat jeugdige een zware sessie heeft gehad, wat de EMDR met hem doet, dat hij of zij zich misschien moe zal voelen en extra last heeft van nachtmerries. Dan wordt de groepsleiding betrokken bij het behandeltraject en snappen ze waarom een jeugdige zich zo gedraagt. De jeugdigen vinden het ook vaak wel begrijpelijk dat de groepsleiding iets hoort. Zij kunnen altijd aangeven wanneer zij willen dat iets echt niet gedeeld wordt.

Terug naar boven

Wees niet te bang: het gaat uiteindelijk om het leveren van goede zorg. Goede zorg is vooral een kwestie van doen en je niet laten leiden door regeltjes die er bestaan.

Terug naar boven

Het blijft ingewikkeld dat belangen tussen verschillende partijen soms uiteenlopen. Het vinden van, en kiezen voor een gezamenlijk pad is soms een worsteling.

Ook kost het tijd, geld en ruimte om een vertrouwensband aan te gaan. Vaak is minimaal één van deze drie voorwaarden in onvoldoende mate aanwezig.

De Vliegende brigade onderzoekt vaak of er sprake is van psychiatrie bij de jeugdige waarvoor behandeling nodig is. De uitkomst van deze onderzoeken wordt soms door de kinderrechter gebruikt om vast te stellen dat een jeugdige onveilig is en uit huis moet, maar daarvoor was het onderzoek niet geschreven. De Vliegende Brigade doet geen onderzoek naar de veiligheid van de jeugdige thuis in het gezin, dus dat is nooit de onderzoeksvraag. Het gevaar is dat de professionals van de Vliegende Brigade discussie krijgen, bijvoorbeeld met ouders die willen dat bepaalde informatie niet in het stuk staat. Ook kan het zijn dat kinderen om die reden onwaarheden gaan vertellen. Het delen van informatie blijft kortom heel gevoelig en ook klachtgevoelig. Werknemers moet zich veilig kunnen voelen met wat ze aan het doen zijn. In nieuwe werkwijzen moet dit ingebed worden.

Hoewel de financiering schotten blijft opwerpen, is dat in de huidige financiering/vorm van de Vliegende Brigade gelukkig niet het geval. Wel is er een ander groot schot: kinderen die 18 jaar worden. Zij krijgen te maken met het eigen risico in de zorg. Bij de doelgroep van de vliegende brigade willen/kunnen veel kinderen dat niet betalen en vallen vervolgens uit. Uiteindelijk kost dit alleen maar meer geld wanneer deze kinderen met grotere problemen in de volwassenenpsychiatrie terechtkomen.

Tot slot vormt gezamenlijk dossiervoering nog een knelpunt. Partijen hebben eigen dossiers en daarom moeten veel dingen dubbel gerapporteerd worden. Hoe kan de ICT daar (beter) in ondersteunen?

Terug naar boven

Neem dan contact op met Margreet Ooms, coördinator/teamleider van de Vliegende brigade via m.ooms@debascule.com.

Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten