Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Kinderen bereiken die zorg nodig hebben, maar niet bekend zijn

Over dit onderwerp

Vragen: Waarom bereiken we maar zo weinig jongeren met andere etnische achtergronden? Of met lvb-problematiek in combinatie met psychische problemen? Maar ook mensen met schuldenproblematiek of zwerfjongeren? Hoe bereiken we gezinnen die kinderen hebben met gedragsproblemen, maar zorg mijden?

Doelen: Veel kinderen die hulp nodig hebben worden niet bereikt. We weten alleen niet goed hoeveel. Het doel is om te leren hoe we deze kinderen kunnen bereiken en hoe we de barrières die zij tegenkomen op hun weg naar de zorg, kunnen doorbreken. Zodat we continuïteit van de problematiek op de lange termijn kunnen voorkomen en daarmee maatschappelijke kosten kunnen beperken.

De vraag hoe het komt dat sommige kinderen die zorg nodig hebben, niet in beeld komen en welke kennis hierover bij verschillende partijen aanwezig is, behoeft meer onderzoek. Belangrijke aandachtsgebieden daarbij zijn vroegsignalering en triage, methoden om ze te bereiken en te motiveren en samenwerking tussen ggz en gemeenten.

Voor middelgrote en grote gemeenten zijn migranten en mensen die (langdurig) in armoede leven belangrijke groepen. Wanneer zij geen zorg krijgen voor hun psychische problemen , kunnen deze verergeren en/of chronisch worden. De psychiatrie kan deze groepen beter bereiken als goed wordt samengewerkt met gemeenten en scholen. Hier ligt ook een taak van het sociale domein, armoede bestrijden is dan een belangrijk aspect. Daarbij is sensitiviteit voor culturele invloeden noodzakelijk. Marokkaanse jongeren geven bijvoorbeeld vaak niet aan dat ze problemen hebben. Dit kan komen doordat ze bang zijn om negatief beoordeeld te worden door bijvoorbeeld de politie, maar ook doordat ze zich schamen voor persoonlijke problemen. Het is belangrijk oog te hebben voor weerzin tegen de ggz of een gebrek aan vertrouwen.

Meer aandacht voor vroegsignalering van deze groepen, het verlagen van de drempel naar behandeling en het bevorderen van beschermende factoren is essentieel. Dat vraagt om een andere toegang en andere werkwijze. Een medewerkersbestand dat een afspiegeling is van de samenleving helpt, al is dat niet per definitie een oplossing voor het probleem. Het is ook niet altijd te realiseren. In Zuid-Limburg zijn bijvoorbeeld minder hulpverleners die mensen met een migratieachtergrond in hun eigen taal kunnen helpen dan in de Randstad. Het personeel in de ggz is er beperkt cultureel divers.

Ook in patiëntenraden en bij patiënten- en cliëntenorganisaties zijn migranten ondervertegenwoordigd. Het zou interessant zijn om vanuit verschillende invalshoeken te onderzoeken wat er nodig is om deze groep een plek te geven in de ggz en in lotgenotencontact.

Ook andere groepen missen mogelijk gepaste zorg. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld aangegeven dat het sinds de stelselwijziging heel moeilijk is om kinderen te vinden voor onderzoek naar angststoornissen. Komt deze groep kinderen nog wel op de juiste plek in zorg? Er kan niet worden uitgesloten dat ze thans vaker in de eerste lijn worden gezien, en kinderen met een angststoornis kan je niet op school behandelen. Kinderen praten niet graag over hun angsten. Er is te veel onduidelijkheid over de vraag of deze kinderen goede zorg krijgen; er bestaan zorgen of ze in de eerste lijn afdoende worden behandeld.

Met de Kindcheck wordt aandacht besteed aan de kinderen van volwassen patiënten. Echter, kinderen van ouders met psychische problemen die niet in zorg zijn worden nog steeds gemist. Mogelijk kunnen deze via andere kanalen, zoals de huisarts, wel bereikt worden.

Ten slotte is het van belang bij het opzetten van onderzoek rekening te houden met genderspecifieke en culturele aspecten. Veel onderzoek is gericht op een blanke populatie, maar in Rotterdam heeft bijvoorbeeld meer dan de helft van de jeugd een migratieachtergrond. Meisjes worden vaker via civiel recht bestraft en jongens via strafrecht, als ze hetzelfde delict hebben gepleegd. Een aanpak in samenwerking met het brede jeugdveld zou een passende insteek kunnen zijn. Mogelijk zijn er andere plekken waar je de doelgroep beter treft en aanknopingspunten liggen voor verbetering. Het is een gezamenlijk vraagstuk van het jeugdhulpveld waarbij een gezamenlijk probleemdefiniëring en aanpak doeltreffender zou kunnen zijn.

Terug naar boven

Op deze pagina

Onderzoeken over dit onderwerp

Het Kenniscentrum heeft geïnventariseerd welke onderzoeken zich op dit thema richten. Het gaat hier om lopende of afgeronde onderzoeken in de kinder- en jeugdpsychiatrie, die gestart zijn op 1 januari 2015 of later.
De informatie over deze onderzoeken is aangeleverd door de betrokken academische centra. Mocht u hierin onjuistheden tegenkomen of nog onderzoeken missen, dan kunt u contact opnemen met Marieke Zwaanswijk, senior beleidsmedewerker: m.zwaanswijk@kenniscentrum-kjp.nl.

Lopende onderzoeken

  • Effects of an early intervention approach (‘De school als vindplaats’) to improve the accessibility of mental health care and reduce mental health problems amongst vulnerable (ethnic minority) youth (Radboud Universiteit Nijmegen)
  • Leer te durven (UvA, Open Universiteit)

Afgeronde onderzoeken

Geen afgeronde onderzoeken

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten