Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Antidepressiva

Er zijn drie groepen antidepressiva:

  • Selectieve serotonineheropname remmers (SSRI’s)
  • Tricyclische antidepressiva (TCA’s)
  • Overige antidepressiva

Selectieve serotonineheropname remmers (SSRI's)

De volgende middelen werken via een selectieve blokkade van heropname van serotonine: fluoxetine (Prozac®), citalopram (Cipramil®), escitalopram (Lexapro ®), fluvoxamine (Fevarin®), paroxetine (Seroxat®) en sertraline (Zoloft®). Venlafaxine (Efexor®) verliest zijn selectiviteit voor serotonine bij hogere doseringen dan ongeveer 150 mg per dag.

Terug naar boven

Het is moeizaam om in de groep van SSRI’s verschillen in effectiviteit en bijwerkingen te bespeuren, er zijn immers geen direct vergelijkende studies verricht. Er zijn wel verschillen in metabolisme (en dus ook interacties). De meest pragmatische houding is om naar de afzonderlijke studies te kijken en de beproefde middelen navenant in het therapeutisch arsenaal op te nemen. Enkele kwesties zijn hierbij van belang:

Als enige SSRI is fluoxetine geregistreerd voor het behandelen van depressie bij kinderen ouder dan 8 jaar. De SSRI’s hebben in een minder gunstige belangstelling gestaan wegens toename van suïcidale ideatie in een kleine subgroep van de patiënten. De farmaceutische industrieën achter venlafaxine en paroxetine hebben kinder- en jeugdpsychiaters verzocht om deze middelen niet meer voor te schrijven. De twee stoffen zijn dan ook niet in het formularium opgenomen. De stof met de minste CYP enzym interacties is citalopram, dit is in de praktijk vaak van belang.

Terug naar boven

Verschillende SSRI’s zijn beproefd bij depressie, angst en dwang. Mogelijk reageert een kleine groep kinderen met autisme gunstig op een SSRI.

Terug naar boven

SSRI’s kunnen o.a. rusteloosheid, (hypo)manie, hoofdpijn, verminderde eetlust, slaapstoornissen, vermoeidheid, misselijkheid, zweten, “abnormaal actief dromen”, droge mond, seksuele functiestoornissen en “blauwe plekken” (toegenomen bloedingsneiging) veroorzaken. De volgende aspecten moeten extra worden benadrukt: bij SSRI’s wordt regelmatig een “gedragsactivatie” bij kinderen gezien. Soms wordt na een aantal weken een opvallend “laconieke” houding beschreven (bijvoorbeeld bij voorheen angstige/perfectionistische jeugdigen) maar soms ook een vrijwel onmiddellijke agitatie (hyperactiviteit, rusteloosheid). Deze laatste bijwerking lijkt meer voor te komen naarmate het kind jonger is. Het is onduidelijk wat de grondslag is van dit fenomeen; het zijn bijvoorbeeld geen duidelijke maniforme symptomen of (een verergering van) angstsymptomen. Het is ook niet duidelijk of de lichte verergering van suïcidale ideatie bij depressieve patiënten samenhangt met deze “activatie” (Vorstman, 2001), echter statistisch blijkt dat de suïcidale ideatie meer toeneemt naarmate de leeftijd van de patiënt jonger is (Friedman, 2007). Het lijkt er ook op dat het een fenomeen is dat bij alle SSRI’s voorkomt. Als laatste wordt in de praktijk regelmatig waargenomen dat ook tics kunnen verergeren door SSRI’s (Ruth, 2000). Een interessante kwestie is de vraag of zeldzame bijwerkingen in de vorm van acathisie en dyskinesien ook tot de categorie “gedragsactivatie” behoren.

Terug naar boven

Bij alle SSRI’s moet een strikte controle opgezet worden met betrekking tot het volgen van een eventuele toename van de suïcidale ideatie of andere averechtse reacties. Dit geldt vooral voor de depressieve patiënten en nadrukkelijk in de eerste weken van de behandeling en bij de verhoging van doseringen. Behalve bij verergering van de suïcidaliteit zelf, moet de behandeling gewijzigd worden bij de start of verergering van angst, agitatie, slapeloosheid, overprikkeling, vijandigheid, impulsiviteit, acathisie of (hypo)manie.

Terug naar boven

Behalve bij fluoxetine kunnen de SSRI’s het beste langzaam (bijvoorbeeld een kwart van de dosis per 4 weken) afgebouwd worden. Wat duur van behandeling en manier van afbouw betreft zijn de richtlijnen uit de volwassenenpsychiatrie te volgen.

Terug naar boven

Fluoxetine

Merknaam

Prozac

Effectiviteit/indicaties

Depressie, angst, dwangboulimia en autisme.

Gebruiksaspecten

Indicatie: Obsessief-compulsieve stoornis, angststoornissen (sociale fobie, separatieangststoornis en/of gegeneraliseerde angststoornis), depressie (indien depressie niet verbetert na 4-6 sessies psychotherapie)

-Oraal

  • 8 jaar tot 18 jaar
  • Startdosering: 10 mg/dag in 1 dosis gedurende 1-2 weken. Zeer langzaam verhogen op geleide van klinisch beeld en bijwerkingen. Elke 1-2 weken verhogen met 10 mg/dag tot 10 – 40 mg/dag in 1 dosis , max: 40 mg/dag.
  • Behandelduur:
    Bij obsessief compulsieve stoornis treedt het effect soms pas na 12 weken op. Indien bij depressie binnen 9 weken geen klinische verbetering optreedt, moet de behandeling worden heroverwogen; na 6 maanden moet de noodzaak voor behandeling worden herzien.

 

Indicatie: Boulimia nervosa en body dysmorphic disorder indien cognitieve gedragstherapie niet voldoende effectief is

-Oraal

  • 12 jaar tot 18 jaar:
  • Startdosering: 5 – 10 mg/dag in 1 dosis gedurende 1-2 weken
  • Onderhoudsdosering: startdosering indien nodig elke 1-2 weken ophogen met 5-10 mg/dag tot 10 – 60 mg/dag in 1 dosis , max: 60mg/dag
    De wetenschappelijke onderbouwing is zeer beperkt: voor boulimia nervosa slechts één open-label studie met 10 patiënten; voor body dysmorphic disorder slechts 5 cases.

Fluoxetine dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

Registratie

Matige tot ernstige depressieve episoden, vanaf 8 jaar.

Tolerantie

Rusteloosheid, (hypo)manie, hoofdpijn, verminderde eetlust, slaapproblemen, vermoeidheid, misselijkheid, zweten, “abnormaal dromen”, droge mond, seksuele functiestoornissen en blauwe plekken. Soms een opvallen laconieke houding, soms vrijwel onmiddellijke agitatie. Zelden: verergering van suïcidale ideatie, verergeren van tics. Zeer zeldzaam: acathisie en dyskinesiën.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen.

Toepasbaarheid

Veel interacties en lange halfwaardetijd. Wel breed toe te passen bij kinderen, jeugdigen en volwassenen met en zonder verstandelijke handicap.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Fluoxetine wordt gemetaboliseerd door CYP2D6, dus onder andere pimozide en haloperidol remmen de afbraak van het middel.

Registratie

Geregistreerd voor matige en ernstige depressie bij kinderen vanaf 8 jaar, mits voorafgaande en gelijktijdige psychotherapie.

Effectiviteit/indicaties

Fluoxetine is goed onderzocht en werkzaam gebleken bij depressie. Tevens is adequaat onderzoek gepubliceerd met gunstige effecten op angst. Het wordt voorgeschreven bij dwang. Open onderzoek gaf effect aan bij boulimie en autisme.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Fluoxetine is niet toxisch.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van SSRI’s.

Gebruiksaspecten

Dosering:

Indicatie: Obsessief-compulsieve stoornis, angststoornissen (sociale fobie, separatieangststoornis en/of gegeneraliseerde angststoornis), depressie (indien depressie niet verbetert na 4-6 sessies psychotherapie)

-Oraal

  • 8 jaar tot 18 jaar
  • Startdosering: 10 mg/dag in 1 dosis gedurende 1-2 weken. Zeer langzaam verhogen op geleide van klinisch beeld en bijwerkingen. Elke 1-2 weken verhogen met 10 mg/dag tot 10 – 40 mg/dag in 1 dosis , max: 40 mg/dag.
  • Behandelduur:
    Bij obsessief compulsieve stoornis treedt het effect soms pas na 12 weken op. Indien bij depressie binnen 9 weken geen klinische verbetering optreedt, moet de behandeling worden heroverwogen; na 6 maanden moet de noodzaak voor behandeling worden herzien.

 

Indicatie: Boulimia nervosa en body dysmorphic disorder indien cognitieve gedragstherapie niet voldoende effectief is

-Oraal

  • 12 jaar tot 18 jaar:
  • Startdosering: 5 – 10 mg/dag in 1 dosis gedurende 1-2 weken
  • Onderhoudsdosering: startdosering indien nodig elke 1-2 weken ophogen met 5-10 mg/dag tot 10 – 60 mg/dag in 1 dosis , max: 60mg/dag
    De wetenschappelijke onderbouwing is zeer beperkt: voor boulimia nervosa slechts één open-label studie met 10 patiënten; voor body dysmorphic disorder slechts 5 cases.

Fluoxetine dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

 

Polyfarmacie: Fluoxetine kan soms gecombineerd worden met methylfenidaat, clonidine of een antipsychoticum. In verband met het gevaar voor het “serotonerg syndroom” niet combineren met een MAO-remmer of andere serotonine agonisten. Fluoxetine is zelf een remmer van CYP2D6, CYP2C19, CYP2C9 en CYP2B6.

Toepasbaarheid

Fluoxetine is breed toe te passen, het middel is onderzocht bij kinderen, jeugdigen en volwassenen met en zonder verstandelijke handicap. De toepasbaarheid wordt echter ietwat bemoeilijkt door de vele interacties met andere psychofarmaca en de lange halfwaardetijd.

Terug naar boven

Fluvoxamine

Merknaam

Fevarin

Effectiviteit/indicaties

Angst en dwang.

Gebruiksaspecten

Startdosering 25 mg per dag. Langzaam verhogen (bijv. 25-50 mg per week) op geleide van klinisch beeld. Verhogen tot 50-300 mg per dag, optimaal is 3 mg per kg per dag met een maximale dosering van 5 mg per kg per dag. Eenmaal of tweemaal daags doseren.

Registratie

Obsessieve compulsieve stoornis (OCS), vanaf 8 jaar.

Tolerantie

Rusteloosheid, (hypo)manie, hoofdpijn, verminderde eetlust, slaap, vermoeidheid, misselijkheid, zweten, “abnormaal dromen”, droge mond, seksuele functie en blauwe plekken. Soms een opvallen laconieke houding, soms vrijwel onmiddellijke agitatie. Zelden: verergering van suïcidale ideatie, verergeren van tics. Zeer zeldzaam: acathisie en dyskinesiën.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen.

Toepasbaarheid

Kinderen en jeugdigen met angst of depressie zonder verstandelijke handicap.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/ interacties

Fluvoxamine wordt gemetaboliseerd door CYP2D6, in de praktijk wordt de bloedspiegel echter weinig beïnvloed door CYP2D6 remmers.

Registratie

Fluvoxamine is geregistreerd voor dwang bij kinderen vanaf 8 jaar.

Effectiviteit/indicaties

Fluvoxamine is adequaat onderzocht en effectief bevonden bij angst. Het wordt voorgeschreven bij dwang.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Fluvoxamine is niet toxisch, er zijn geen contra-indicaties.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van SSRI’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: 50-300 mg per dag (optimaal zou 3 mg per kg per dag zijn, maximum is 5 mg per kg per dag, eenmalig of twee keer doseren per dag). De halfwaardetijd is tussen de 12 en 24 uren. Starten met 25 mg per dag, altijd geldt: langzame verhoging (bijvoorbeeld 25-50 mg per week) op geleide van klinisch beeld.

Polyfarmacie: Fluvoxamine kan soms gecombineerd worden met methylfenidaatclonidine of een antipsychoticum. In verband met het gevaar voor het “serotonerg syndroom” niet combineren met een MAO-remmer of andere serotonine-agonisten. Fluvoxamine remt zelf CYP1A2, CYP2B6, CYP2C19 en CYP2C9.

Toepasbaarheid

Fluvoxamine is het best onderzocht bij kinderen en jeugdigen met angst of depressie zonder verstandelijke handicap.

Terug naar boven

Citalopram

Merknaam

Cipramil

Effectiviteit/indicaties

Dwang. Onderzoek naar depressieangst en autisme.

Gebruiksaspecten

Startdosering is 1 of 2 druppels per dag. Wekelijks met 1 of 2 druppels verhogen tot 8 druppels per dag. In termen van tabletten: start met 5 mg, per week met 5 mg ophogen tot 20 mg per dag. Langzaam verhogen op geleide van klinisch beeld. Maximale dosering is 40 mg per dag. Een- of tweemaal daags doseren.

Registratie

Niet voor kinderen.

Tolerantie

Rusteloosheid, (hypo)manie, hoofdpijn, verminderde eetlust, slaapstoornissen, vermoeidheid, misselijkheid, zweten, “abnormaal dromen”, droge mond, seksuele functiestoornissen en blauwe plekken. Soms een opvallen laconieke houding, soms vrijwel onmiddellijke agitatie. Zelden: verergering van suïcidale ideatie, verergeren van tics. Zeer zeldzaam: acathisie en dyskinesiën.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen.

Toepasbaarheid

Veilig toepasbaar met de nodige voorzorgen. Depressie in geval van non-respons op fluoxetine.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/ interacties

Citalopram wordt gemetaboliseerd door CYP2C19 en in geringe mate door CYP2D6. Hierdoor is er weinig kans op interactie met de antipsychotica.

Registratie

In Nederland wordt het gebruik bij kinderen tot 18 jaar ontraden.

Effectiviteit/indicaties

Citalopram is adequaat onderzocht op repetitief gedrag bij autisme (niet effectief) en depressie (1 studie positief en 1 studie negatief). Open onderzoek is verricht bij angst en autisme. Het wordt voorgeschreven bij dwang.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Citalopram kan de volgende toxische effecten veroorzaken:

  • Een dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval.
  • Gevallen van ventriculaire aritmie, waaronder Torsade de Pointes, zijn gerapporteerd tijdens de postmarketing periode, voornamelijk bij vrouwelijk patiënten, bij patiënten met hypokaliëmie en bij patiënten met een reeds bestaande verlenging van het QT-interval of andere hartziektes.
  • Citalopram is gecontraïndiceerd voor patiënten met een bekende verlenging van het QT-syndroom. Gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen die het QT-interval kunnen verlengen is ook gecontraïndiceerd.
  • Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van Torsades de Pointes, zoals patiënten met congestief hartfalen, recent myocard infarct, of bradyaritmieën of met aanleg voor hypokaliëmie of hypomagnesiëmie als gevolg van comorbiditeit of co-medicatie.

Tolerantie (bijwerkingen)

  • Citalopram is geassocieerd met een dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval.
  • Citalopram is gecontraïndiceerd bij patiënten met een bekende verlenging van het QT-interval of het aangeboren lange QT-syndroom.
  • Het gebruik van citalopram met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen is gecontraïndiceerd.
  • Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van van Torsade de Pointes, zoals patiënten met congestief hartfalen, recent myocard infarct of bradyaritmieën of met aanleg voor hypokaliëmie of hypomagnesiëmie als gevolg van comorbiditeit of co-medicatie.

Zie verder de tekst over bijwerkingen van SSRI’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: Start met 1 of 2 druppels per dag. Per week met een of twee druppels ophogen tot 8 druppels per dag. In termen van tabletten: start met 5 mg, per week met 5 mg ophogen tot 20 mg per dag. Gezien de halfwaardetijd (12 tot 24 uren) kan eenmaal daags of tweemaal daags gedoseerd worden. Altijd geldt: langzame verhoging op geleide van klinisch beeld. Bij jeugdigen met een lichaamsgewicht onder de 50 kg wordt aangeraden de maximale dagdosering te beperken tot 20 mg. Bij een lichaamsgewicht boven de 50 kg is de maximale dagdosering 40 mg.

Polyfarmacie: Citalopram kan soms gecombineerd worden met methylfenidaatclonidine of een antipsychoticum. In verband met het gevaar voor het “serotonerg syndroom” niet combineren met een MAO-remmer of andere serotonine agonisten. Citalopram remt zelf geen andere CYP-P450 enzymen in relevante mate.

Toepasbaarheid

Citalopram lijkt, met de nodige voorzorgen, veilig toepasbaar. Door de vloeistofvorm is het middel laag te doseren en interacties met andere psychofarmaca zijn nauwelijks te verwachten. Het wordt bij depressie voorgeschreven in geval van non-respons op de behandeling met fluoxetine.

Terug naar boven

Sertraline

Merknaam

Zoloft

Effectiviteit/indicaties

Angst

Gebruiksaspecten

Startdosering is 25 mg per dag, na 1 week 50 mg per dag. Bij een dosering van meer dan 100 mg per dag deze verdelen over 2 toedieningen.

Registratie

Dwang, 68 jaar.

Tolerantie

Rusteloosheid, (hypo)manie, hoofdpijn, verminderde eetlust, slaapstoornissen, vermoeidheid, misselijkheid, zweten, “abnormaal dromen”, droge mond, seksuele functiestoornissen en blauwe plekken. Soms een opvallen laconieke houding, soms vrijwel onmiddellijke agitatie. Zelden: verergering van suïcidale ideatie, verergeren van tics. Zeer zeldzaam: acathisie en dyskinesiën.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen.

Toepasbaarheid

Veilig toepasbaar met de nodige voorzorgen. Niet of zeer matig effectief bij depressie, toch voorgeschreven bij depressie in geval van non-respons op fluoxetine. Angst bij niet verstandelijk gehandicapte kinderen.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Sertraline wordt gemetaboliseerd door CYP3A4, hierdoor is er weinig kans op interactie met de antipsychotica.

Registratie

Bij dwang voor kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar.

Effectiviteit/indicaties

Sertraline is adequaat onderzocht bij depressie en niet (of zeer matig) effectief bevonden na meta-analyse van gepubliceerde en niet gepubliceerde gegevens. Het middel is wel effectief bevonden in adequaat onderzoek bij angst.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Sertraline is niet toxisch, er zijn geen contra-indicaties.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van SSRI’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: 25-200 mg per dag, start met 25 mg per dag, na één week 50 mg per dag. Boven de 100 mg over 2 keer per dag verdelen.

Polyfarmacie: Sertraline kan soms gecombineerd worden met methylfenidaat, clonidine of een antipsychoticum. In verband met het gevaar voor het “serotonerg syndroom” niet combineren met een MAO-remmer of andere serotonine agonisten. Sertraline remt zelf geen andere CYP-P450 enzymen in relevante mate. Wel wordt om onbekende redenen het niveau van pimozide verhoogd door sertraline.

Toepasbaarheid

Sertraline lijkt, met de nodige voorzorgen, veilig toepasbaar, maar is niet (of zeer matig) effectief bevonden bij depressie. Het wordt bij depressie voorgeschreven in geval van non-respons op de behandeling met fluoxetine. Sertraline is effectief bevonden bij angst bij niet verstandelijk gehandicapte kinderen.

Terug naar boven

Tricyclische antidepressiva (TCA's)

De klassieke antidepressiva zijn meestal gemengde (serotonine en noradrenaline) heropname remmers. Nortriptyline is echter vrijwel selectief in het remmen van de heropname van noradrenaline.

Terug naar boven

Clomipramine, imipramine en nortriptyline verschillen qua indicaties. Het profiel van bijwerkingen onderling verschilt niet substantieel, hoewel met betrekking tot nortriptyline de indruk bestaat dat aan dit middel de minste cardiale en anticholinerge bijwerkingen kleven.

Terug naar boven

In tegenstelling tot de situatie bij volwassenen, zijn de TCA’s niet effectief bevonden in onderzoek bij depressieve kinderen en jeugdigen. Toch is de deze groep middelen opgenomen in een aantal registratie teksten met als benoeming dat ze tweede keus zijn bij adolescenten met een depressie. In de tekst over medicatie bij depressie, op deze website, wordt het voorschrijven van TCA’s echter ontraden bij kinderen en jongeren omdat ze niet effectief zijn en aanzienlijke bijwerkingen kunnen hebben. Bij de angst zijn clomipramine (OCS) en imipramine effectief. Echter mede op grond van het ongunstige bijwerkingenprofiel dienen TCA’s niet voorgeschreven te worden bij kinderen en jeugdigen met non-OCD angststoornissen. Nortriptyline is effectief bij ADHD.

Terug naar boven

ECG veranderingen: TCA’s veroorzaken ECG veranderingen bij kinderen (PR, QT en QRS verlenging). Ondanks dat het causaal verband tussen het plotseling overlijden van vier kinderen tussen 1990 en 1997 en de behandeling met desipramine niet vastgesteld kon worden, is sterke terughoudendheid met TCA’s aanbevolen. Door het aantoonbare effect van deze middelen op het ECG en het daaruit voortvloeiende risico op een ritmestoornis, is het alleen verdedigbaar om in uiterste noodzaak een TCA voor te schrijven.
Verder veroorzaken TCA’s vaak anticholinerge, alpha-adrenolitische en antihistaminerge bijwerkingen: tachycardie, droge mond (met soms als gevolg toename van cariës), sedatie, tremor, constipatie, duizeligheid, wazig zien, slaapstoornissen, gewichtstoename, hoofdpijn, buikpijn en seksuele functiestoornissen.

Terug naar boven

Bij een TCA moet goed gekeken worden naar eventuele cardiale problematiek bij de patiënt en de familie, omdat deze groep middelen eventueel reeds bestaande of erfelijke kwetsbaarheid voor ritmestoornissen kunnen verergeren of blootleggen. Het is noodzakelijk bloeddruk, pols en ECG te controleren voor en tijdens de behandeling. Bij het ECG gaat het vooral om PR, QT en QRS verlenging. Voor uitgebreide beschrijving van de relevante ECG parameters voor kinderen en jeugdigen zie (Wilens e.a., 1996; Gutgesell e.a., 1999). In verband met deze cardiale bijwerkingen moeten verschijnselen als duizeligheid en hartkloppingen onmiddellijk aandacht krijgen. De Amerikaanse aanbeveling om bij klassieke antidepressiva de bloedspiegels te meten, ongeveer 5 dagen na iedere verandering van dosering, is in Nederland niet overgenomen.

Terug naar boven

Wat betreft de duur van behandeling en manier van afbouw zijn de richtlijnen uit de volwassenenpsychiatrie te volgen.

Terug naar boven

Nortriptyline

Effectiviteit/indicaties

ADHD.

Gebruiksaspecten

Startdosering is 10-25 mg per dag of ca. 1 mg per kg per dag. Verhoging wordt in de loop van de weken getitreerd op geleide van klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. Einddosering is gemiddeld 2 mg per kg per dag. Dosering bij < 16 jaar verdelen over 2 giften, bij >16 jaar is 1 avonddosering voldoende.

Registratie

Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken.

Tolerantie

ECG veranderingen bij kinderen. Anticholinerge, alpha-adrenolitische en antihistaminerge bijwerkingen zoals: tachycardie, droge mond, sedatie, tremor, constipatie, duizeligheid, wazig zien, slaapproblemen, gewichtstoename, hoofdpijn, buikpijn en seksuele functiestoornissen.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen/Contra-indicatie is cardiale problematiek.

Toepasbaarheid

Indien noodzakelijk bij ADHD

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interactiesNortriptyline wordt gemetaboliseerd door CYP2D6 en CYP2C19; zeker gezien de cardiale effecten van het middel is combinatie met onder andere enzymremmers zoals pimozide en haloperidol sterk af te raden.

Registratie

Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken.

Effectiviteit/indicaties

Nortriptyline is adequaat onderzocht en effectief bevonden bij ADHD.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Nortriptyline is niet toxisch. Er is, behalve cardiale problematiek, geen absolute contra-indicatie.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van TCA’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: Start op 10 of 25 mg per dag of ongeveer 1 mg per kg per dag. Verdere verhoging van de dosis wordt in de loop van de weken daarna getitreerd op klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. De einddosis is gemiddeld 2 mg per kg per dag. Gezien de halfwaardetijd van gemiddeld 36 uren, is bij jeugdigen ouder dan 16 jaar één avonddosering voldoende. Bij kinderen jonger dan 16 jaar wordt de dosis verdeeld over twee giften per dag. Het is mogelijk om plasmaspiegels te bepalen, een therapeutische spiegel van 6000/150 nanogram per ml wordt aanbevolen.

Polyfarmacie: Nortriptyline kan soms gecombineerd worden met een antipsychoticum, dit mag dan geen CYP2D6 of CYP2C19 remmer zijn. Nortriptyline remt zelf geen andere CYP-P450 enzymen in relevante mate.

Toepasbaarheid

Nortriptyline is, indien noodzakelijk, als middel bij patiënten met ADHD voor te schrijven. Het wordt ontraden om TCA’s bij kinderen en jongeren met een depressie voor te schrijven omdat TCA’s niet effectief zijn bevonden en aanzienlijke bijwerkingen kunnen hebben.

Terug naar boven

Clomipramine

Effectiviteit/indicaties

Dwang

Gebruiksaspecten

Startdosering 0,25-0,5 mg per kg per dag. Verhoging (bijv. 25 mg per week) wordt in de loop van 4-6 weken getitreerd op geleide van klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. Halfwaardetijd is variabel: Kinderen met 2 giften per dag doseren, adolescenten eventueel met 1 avonddosering. Optimale dosis is waarschijnlijk 2-3 mg per kg per dag, maximale dosering is 5 mg per kg per dag, deze wordt zelden voorgeschreven. Dosering moet geleidelijk worden verminderd.

Registratie

Dwang, 5-18 jaar.

Tolerantie

ECG veranderingen bij kinderen. Anticholinerge, alpha-adrenolitische en antihistaminerge bijwerkingen zoals: tachycardie, droge mond, sedatie, tremor, constipatie, duizeligheid, wazig zien, slaapproblemen, gewichtstoename, hoofdpijn, buikpijn en seksuele functiestoornissen.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen/Contra-indicatie is cardiale problematiek.

Toepasbaarheid

Indien noodzakelijk bij dwang. Het wordt ontraden om TCA’s voor te schrijven aan kinderen en jeugdigen met depressie, i.v.m. geen effect en de aanzienlijke bijwerkingen.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Clomipramine wordt gemetaboliseerd door CYP2D6 en CYP2C19; zeker gezien de cardiale effecten van het middel is combinatie met onder andere remmers zoals pimozide en haloperidol sterk af te raden.

Registratie

Episodes van depressie in engere zin (in het bijzonder die met vitale kenmerken), dwang en paniekstoornis al dan niet met agorafobie. Het voorschrijven van de injectievloeistof wordt bij kinderen afgeraden.

Effectiviteit/indicaties

Clomipramine is adequaat onderzocht en effectief bevonden bij dwang ; een enkel klein open onderzoek bestaat aangaande mensen met autisme.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Clomipramine is niet toxisch. Er is, behalve cardiale problematiek, geen absolute contra-indicatie.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van TCA’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: De startdosis is 0,25-0,5 mg per kg per dag. Verdere verhoging van de dosis (bijvoorbeeld 25 mg per week) wordt in de loop van vier tot zes weken getitreerd op klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. De halfwaardetijd is sterk variabel, bij kinderen moet de dosering over twee giften per dag verdeeld worden. Bij adolescenten kan eventueel met één avonddosering gewerkt worden. Toename van de angst-symptomatologie kan voorkomen in de eerste weken. De optimale dosis is waarschijnlijk 2-3 mg per kg per dag. De paniekstoornis reageert vaak op een lagere dosis. Zelden wordt het maximum van 5 mg per kg per dag voorgeschreven. Behandeling met clomipramine mag niet plotseling worden gestaakt; de dosering moet geleidelijk worden verminderd.

Polyfarmacie: Clomipramine kan soms gecombineerd worden met een antipsychoticum, dit mag dan geen CYP2D6 of CYP2C19 remmer zijn. Overigens is clomipramine zelf een CYP2D6 remmer. Niet combineren met een MAO remmer.

Toepasbaarheid

Clomipramine kan, indien noodzakelijk, als middel bij patiënten met dwang voorgeschreven worden. Het wordt ontraden om TCA’s bij kinderen en jongeren met een depressie voor te schrijven omdat TCA’s niet effectief zijn bevonden en aanzienlijke bijwerkingen kunnen hebben.

Terug naar boven

Imipramine

Effectiviteit/indicaties

Angst met depressie.

Gebruiksaspecten

Startdosering is 0,25-0,5 mg per kg per dag. Verhoging wordt in de loop van 4-6 weken getitreerd op geleide van klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. Halfwaardetijd is variabel: Kinderen met 2 giften per dag doseren, adolescenten eventueel met 1 avonddosering. Optimale dosis is waarschijnlijk 2-3 mg per kg per dag, maximale dosering is 5 mg per kg per dag, deze wordt zelden voorgeschreven.

Registratie

Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken, adolescenten.

Tolerantie

ECG veranderingen bij kinderen. Anticholinerge, alpha-adrenolitische en antihistaminerge bijwerkingen zoals: tachycardie, droge mond, sedatie, tremor, constipatie, duizeligheid, wazig zien, slaapstoornissen, gewichtstoename, hoofdpijn, buikpijn en seksuele functiestoornissen.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen/Contra-indicatie is cardiale problematiek.

Toepasbaarheid

Indien noodzakelijk bij angst, niet dwang.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Imipramine wordt gemetaboliseerd door CYP2D6 en CYP2C19; zeker gezien de cardiale effecten van het middel is combinatie met onder andere remmers zoals pimozide en haloperidol sterk af te raden.

Registratie

Episodes van depressie in engere zin (in het bijzonder die met vitale kenmerken) bij adolescenten.

Effectiviteit/indicaties

Imipramine is adequaat onderzocht en effectief bevonden bij patiënten met een angststoornis plus depressie. Echter mede op grond van het ongunstige bijwerkingenprofiel dienen TCA’s niet voorgeschreven te worden bij kinderen en jeugdigen met angststoornissen. Het wordt ook ontraden om TCA’s bij kinderen en jongeren met een depressie voor te schrijven omdat TCA’s niet effectief zijn bevonden en aanzienlijke bijwerkingen kunnen hebben.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Imipramine is niet toxisch. Er is, behalve cardiale problematiek, geen absolute contra-indicatie.

Tolerantie (bijwerkingen)

Zie verder de tekst over bijwerkingen van TCA’s.

Gebruiksaspecten

Dosering: De startdosis is 0,25-0,5 mg per kg per dag. Verdere verhoging van de dosis wordt in de loop van vier tot zes weken getitreerd op klinische respons, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters. Voor adolescenten: eventueel alleen ‘s avonds. Bij kinderen: twee giften per dag. Een optimale dosering ligt waarschijnlijk tussen 2-3 mg per kg per dag, met een zelden bereikt absoluut maximum van 5 mg per kg per dag. De halfwaardetijd is sterk variabel, en kan tussen de 8 en 36 uur liggen. Toename van de angst kan voorkomen in de eerste weken. Bij een antidepressieve behandeling wordt geadviseerd om de plasmaspiegel tussen 150-250 nanog per ml voor imipramine plus desipramine (de metaboliet) te houden.

Polyfarmacie: Imipramine kan soms gecombineerd worden met een antipsychoticum, dit mag dan geen CYP2D6 of CYP2C19 remmer zijn. Overigens is imipramine zelf een CYP2D6 remmer. Niet combineren met een MAO remmer.

Toepasbaarheid

Imipramine kan, indien noodzakelijk, als middel bij patiënten met angststoornis (niet OCS) voorgeschreven worden.

Terug naar boven

Overige antidepressiva

Onder overige antidepressiva vallen:

  • Bupropion (Wellbutrin XR®, Zyban®)
  • Moclobemide (Aurorix®)
  • Duloxetine (Cymbalta®)

Bupropion remt noradrenaline en dopamine heropname. Moclobemide is een reversibele MAO-A remmer. MAO-A breekt de neurotransmitters serotonine, norepinefrine en dopamine af. Duloxetine remt noradrenaline en serotonine heropname.

Terug naar boven

De effecten en bijwerkingen van bupropion zijn anders van aard dan de SSRI’s. In feite zou gesteld kunnen worden dit middel het midden houdt tussen een anti-ADHD effect en een “opwekkend” anti-depressief middel. De meeste depressies worden voorafgegaan door angstsymptomen en blijven vervolgens vermengd met nerveuze klachten. Deze depressies reageren vaak op SSRI’s. De depressies zonder overwegende angstsymptomen (“atypische depressies”; vermoeidheid, slaperigheid, te veel eetlust en concentratieverlies) zouden kunnen reageren op bupropion. Dit geldt min of meer ook voor moclobemide, dit middel is echter vrijwel niet onderzocht bij kinderen en jeugdigen. Duloxetine mag ook gezien worden als een te verdedigen keuze na een SSRI, dit middel kan gezien worden als een “sterkere variant” van een SSRI (dus van dezelfde aard wat betreft effect en bijwerkingen). Ook duloxetine is echter nog niet adequaat onderzocht bij kinderen en jeugdigen.

Terug naar boven

Buproprion

Remt nordrenaline en dopamine heropname.

Merken

Wellbutrin XR, Zyban

Effectiviteit/indicaties

Anti-ADHD middel en antidepressief middel.

Gebruiksaspecten

Startdosering is 150 mg. Na 1 of 2 weken bekijken of de dosis verhoogd moet worden. Gesuggereerd wordt dat maximale dosering 400 mg per dag is.

Registratie

Niet voor kinderen.

Tolerantie

Epileptogene bijwerkingen. Onrust, hypertensie, eetlustverlies, slaapstoornissen, hoofdpijn, misselijkheid, braken, obstipatie, tremor.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Geen bij juiste dosering. Niet voorschrijven aan patiënten met epilepsie, eetstoornissen en bipolaire stemmingsstoornis.

Toepasbaarheid

Bescheiden toepasbaar bij ADHD en depressies.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Bupropion wordt gemetaboliseerd door CYP2B6, dus een combinatie met remmers van deze enzymen (onder andere enkele SSRI’s) moet vermeden worden.

Registratie

Gebruik bij patiënten onder de 18 jaar wordt niet aanbevolen.

Effectiviteit/indicaties

Bupropion is een adequaat onderzocht en effectief anti-ADHD en antidepressief middel.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Bupropion is niet toxisch indien de juiste dosering wordt voorgeschreven. Het middel mag niet voorgeschreven worden bij patiënten met epilepsie (of voorgeschiedenis van epilepsie), eetstoornissen en bipolaire stemmingsstoornis. Het vooraf meten en volgen van de bloeddruk is aan te bevelen.

Tolerantie (bijwerkingen)

Het middel kan een epileptogene bijwerking hebben. Verdere bijwerkingen: onrust, hypertensie, eetlustverlies, slaapstoornissen, hoofdpijn, misselijkheid, braken, obstipatie, tremor.

Gebruiksaspecten

Dosering: Startdosering is 1 tablet van 150 mg. Na 1 à 2 weken bekijken of de dosering verhoogd moet worden. De maximum dosis is niet duidelijk omschreven, maar 400 mg per dag wordt wel genoemd.

Polyfarmacie: Bupropion kan het best als solomedicijn voorgeschreven worden. Het middel remt zelf CYP2D6.

Toepasbaarheid

Bescheiden toepassingsgebied: ADHD en depressies.

Terug naar boven

Moclobemide

Type

Reversibele MAO-A remmer.

Merken

Aurorix

Effectiviteit/indicaties

Open studie bij ADHD.

Gebruiksaspecten

Startdosering is 150 mg per dag (twee maal halve tablet, ‘s ochtend en ‘s middags na de maaltijd). Na 1 week evalueren op bijwerkingen, vervolgens de definitieve dosis van twee maal 150 mg.

Registratie

Niet voor kinderen

Tolerantie

(In)slaapstoornissen, milde gastro-intestinale bijwerkingen. Zeer kleine kans op “tyramine pressor effect”.

Toxiciteit/Contra-indicatie

Niet toxisch, echter i.c.m. andere middelen die farmacodynamisch met monoaminen interacteren kan het “serotonerg syndroom” en hypertensie optreden. Contra-indicatie is hypertensie, feochromocytoom en hyperthyreoïdie.

Toepasbaarheid

Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor kinderen onder de 18 jaar.

Terug naar boven

Farmacokinetische aspecten/interacties

Moclobemide wordt gemetaboliseerd door CYP2C19 en CYP2D6, dus een combinatie met remmers van deze enzymen moet vermeden worden.

Registratie

Niet voor kinderen geregistreerd.

Effectiviteit/indicaties

Moclobemide is nauwelijks onderzocht bij kinderen en jeugdigen, een enkele open studie is verricht bij patiënten met ADHD.

Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)

Moclobemide is niet toxisch, echter in combinatie met andere middelen die farmacodynamisch met de monoaminen interacteren (XTC, stimulantia, antidepressiva) kan het “serotonerg syndroom” en hypertensie optreden. Het middel is gecontraïndiceerd bij hypertensie, feochromocytoom en hyperthyreoïdie.

Tolerantie (bijwerkingen)

(In)slaapstoornis, milde gastro-intestinale bijwerkingen. Anders dan bij de irreversibele MAO-remmers is de kans op het “tyramine pressor effect” zeer klein. Er is dus geen speciaal dieet nodig.

Gebruiksaspecten

Dosering: Start met 150 mg per dag (2 maal een halve tablet, ‘s ochtends en ‘s middags na de maaltijd). Na één week evalueren op bijwerkingen, vervolgens de definitieve dosis: 2 x 150 mg. De halfwaardetijd ligt tussen de 2 en 4 uren.

Polyfarmacie: Moclobemide kan wegens de potentieel ernstige bijwerkingen bij interacties het best als “solomedicijn” voorgeschreven worden. Moclobemide remt zelf waarschijnlijk CYP1A2, CYP2C19 en CYP2D6.

Toepasbaarheid

Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor kinderen onder de 18 jaar.

Terug naar boven

Duloxetine

Merken

Cymbalta

Deze noradrenaline en serotonine heropname remmer is vrijwel niet onderzocht bij kinderen en jeugdigen. Het middel verenigt theoretisch de eigenschappen van atomoxetine en een SSRI. In de praktijk zou duloxetine dus bij adolescenten en volwassenen met ADHD en angst of depressie voorgeschreven kunnen worden. In een recente open studie bij kinderen en jeugdigen met een depressie werd gewaarschuwd voor een significante (tijdelijke) bloeddrukverhoging. Zie verder de volwassenen literatuur.

Terug naar boven

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten