Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Jeugd-ggz voor vluchtelingenkinderen

Het Kenniscentrum vernieuwt dit kennisdossier. Begin 2021 verschijnt hier weer up-to-date kennis over jeugd-ggz voor vluchtelingenkinderen. 

In Nederland wonen steeds meer kinderen die met of zonder hun ouders naar Nederland zijn gevlucht. In januari 2019 zaten 6.547 kinderen in de leeftijd van 0 t/m 17 jaar in de centrale opvang. Het aantal alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) kende in 2015 een piek met 3.859, waarna het aantal weer afnam. Deze kinderen hebben daar vaak geen eigen keuze in gehad. Veel kinderen komen uit oorlogsgebieden of zijn gedwongen om te vluchten. Hierdoor kunnen de meeste vluchtelingenkinderen en -gezinnen te maken hebben met de gevolgen van trauma (Fazel et al., 2012)

Informatie over voorzieningen en hulp voor vluchtelingenkinderen is verspreid op het internet te vinden. Dit kennisdossier bundelt informatie die relevant is voor het veld van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daar waar mogelijk linkt dit kennisdossier aan andere informatie.

Dit kennisdossier biedt praktische informatie over zorg en voorzieningen, interventies en methoden en wie waar verantwoordelijk voor is. Daarnaast voorziet dit kennisdossier in informatie over veerkracht en de rol van het gezin hierin. Het geeft betekenis aan de huidige maatschappelijke context waarin de zorg voor vluchtelingen zich nu afspeelt en biedt een overzicht van organisaties én experts die benaderd kunnen worden voor meer informatie of hulp bij vragen. Het gaat specifiek over vluchtelingenkinderen in de leeftijd van 0 tot +/- 25 jaar. Waar het gaat over vluchtelingenkinderen worden ook kinderen bedoeld die nog in de asielprocedure zitten.

Op deze pagina

Praktische informatie jeugd-ggz vluchtelingenkinderen

De termen 'vluchteling' en 'asielzoeker' worden vaak door elkaar gebruikt. Toch hebben beide een andere betekenis. De IND maakt gebruik van de volgende begrippen:

Vreemdeling: een vreemdeling is iemand die niet de Nederlandse nationaliteit heeft.

Asielzoeker: een asielzoeker is een vreemdeling die zijn land heeft verlaten en bij de Nederlandse overheid een asielaanvraag indient.

Vluchteling: een vluchteling is een asielzoeker die terecht bang is voor vervolging in zijn land. Bijvoorbeeld omdat de overheid hem of haar bedreigt of omdat er oorlog is. Hij of zij krijgt in zo'n geval een asielvergunning en mag (tijdelijk) in Nederland blijven (zie ook het Vluchtelingenverdrag uit 1951).

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) die naar Nederland komen zijn asielzoekers jonger dan 18 jaar die zonder ouder of meerderjarig familielid in Nederland aankomen. Zij reizen alleen, met andere kinderen en/of met niet verwante volwassenen, waaronder mensenhandelaren, naar Nederland.

Terug naar boven

In januari 2019 bevonden zich 6.547 kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de centrale opvang in Nederland. Het merendeel van de amv's is afkomstig uit Syrië en Iran. Het is nog niet bekend hoeveel van deze kinderen in zorg terecht komen.

Terug naar boven

Aanmelden

De asielprocedure van asielzoekers die in Nederland aankomen, begint bij het aanmelden bij de centrale ontvangstlocatie in Ter Apel. In Ter Apel zijn Nidos, de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND), de Raad van Rechtsbijstand (RvR), het COA en de Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel (AVIM) vertegenwoordigd. De AVIM registreert de persoonsgegevens zoals naam, geboortedatum en nationaliteit. Ook neemt de AVIM vingerafdrukken af bij alle nieuwkomers. Hier vandaan worden asielzoekers naar één van de aanmeldcentra in Ter Apel, Den Bosch of Zevenaar gebracht. Op Schiphol is een aanmeldcentrum voor asielzoekers die per vliegtuig naar Nederland komen. Het type opvanglocatie hangt af van de fase van de asielprocedure waarin iemand zich bevindt.

Tijdens de aanmeldfase krijgt elke asielzoeker een verplicht medisch onderzoek een TBC-screening. GGD'en en Jeugdgezondheidszorg (JGZ) instellingen bieden vluchtelingenkinderen het medisch onderzoek en vaccinaties aan. In principe wordt hiermee gestart in de opvanglocaties van het COA. Als vluchtelingkinderen snel doorstromen naar een gemeente, neemt JGZ deze taak op zich.

Asielprocedure van de amv

Naast de Eurodac-registratie ondertekent de jongere bij de AVIM ook de asielaanvraag. Tevens wordt hier door de AVIM een proces verbaal opgesteld. Dit proces verbaal bevat personalia en de reisroute, er wordt niet ingegaan op het vluchtverhaal. Wel kunnen er aanvullende vragen gesteld worden wanneer meerderjarigheid wordt vermoed op basis van bijvoorbeeld uiterlijkheden of wanneer er concrete aanwijzingen voor zijn. Bij uiterlijkheden kan gedacht worden aan kaalheid, grijze haren, baardgroei en rimpelvorming. Concrete aanwijzingen kunnen aanwijzingen in de verklaringen van de jongere zijn.

Bij het Aanmeldcentrum team (ACTA) van Nidos worden alle Amv’s gezien die binnenkomen. De asielaanvraag door kinderen onder de 12 jaar wordt door Nidos ondertekend. Het ACTA-team screent alle jongeren op leeftijd en kwetsbaarheid, daarnaast bepalen zij welke jongeren diezelfde dag nog uitgeplaatst moeten worden. Jongeren onder de vijftien worden in een Opvang Wonen in Gezin (OWG) geplaatst. Slachtoffers van mensenhandel worden in de Beschermde Opvang (BO) geplaatst. Anderszins kwetsbare jongeren boven de vijftien worden ook dezelfde dag nog uitgeplaatst naar bijvoorbeeld een OWG-gezin. Deze jongeren doorlopen het 3-dagen traject op één dag. Alle andere jongeren worden geïndiceerd voor een Procesopvang locatie (POL) en komen eerst op de wacht locatie terecht waar ze de rest van het traject doorlopen.

Rust- en voorbereidings- termijn

In het aanmeldcentrum gaat de rust- en voorbereidingstermijn van minimaal zes werkdagen in. In deze periode kunnen de asielzoekers rusten en zich voorbereiden op hun asielprocedure. Ze krijgen voorlichting van VluchtelingenWerk over de asielprocedure en kunnen met hun advocaat praten. Deze wordt hen toegewezen door de Raad van de Rechtsbijstand en de kosten hiervan worden betaald door de Nederlandse overheid. Daarnaast krijgen asielzoekers medisch advies van Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), voorheen Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA). Dit advies geeft aan of de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) rekening moet houden met lichamelijke beperkingen zoals doofheid of psychische gevolgen van psychotrauma. De IND onderzoekt in deze periode persoonlijke documenten en stelt de identiteit van de asielzoeker vast. Na de rust- en voorbereidingstermijn start de algemene asielprocedure.

De rust- en voorbereidingstermijn (RVT) voor asielzoekers duurt ongeveer drie weken. Deze periode is bedoeld om de asielzoeker tot rust te laten komen en om hem of haar goed voor te kunnen bereiden op de asielprocedure.
Om de amv zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden is het belangrijk om een inschatting te maken van de jongere. Er zijn een aantal groepen die tijdens de asielprocedure als extra kwetsbaar gezien kunnen worden omdat zij bijvoorbeeld door bepaalde omstandigheden minder goed kunnen verklaren.

Ook vindt tijdens de RVT de dag-1 plaats. Op het moment dat bij de IND de startdatum van de asielprocedure bekend is, geven zij deze door aan de Raad van Rechtsbijstand (RVR). De RVR koppelt een advocaat aan de asielzoeker.
De voorbereiding op de asielprocedure begint met een eerste gesprek met de advocaat (op zijn kantoor of op een aanmeldcentrum). Deze dag -1 wordt ook door de RVR ingepland. Dit is doorgaans twee weken voor de startdatum van de asielprocedure. Tijdens de dag -1 maakt de AMV kennis met de advocaat, krijgt hij een algemene uitleg over de asielprocedure en wordt hij voorbereid op de gehoren.

Opvang van kinderen

Tijdens de gehoren kunnen kinderen onder de vier jaar worden opgevangen in kinderopvang op de aanmeldcentra. In de praktijk blijkt dat ouders (vooral moeders) vaak hun kind(eren) niet willen achterlaten bij 'vreemden' en ervoor kiezen om hun kinderen onder te brengen bij asielzoekers die op dezelfde locatie verblijven en dezelfde taal spreken. Soms nemen ouders hun kinderen mee naar een gehoor. Dit komt de kwaliteit van het gehoor echter vaak niet ten goede. Ouders kunnen afgeleid raken doordat een kind om aandacht vraagt of details van hun verhaal achterwege laten omdat zij dit niet willen vertellen in het bijzijn van kinderen.

Algemene asielprocedure

De algemene asielprocedure duurt acht dagen.

Op de eerste dag vindt het 'eerste gehoor' plaats. Tijdens dit gesprek praat een medewerker van de IND met de asielzoeker om zijn identiteit, nationaliteit en reisroute vast te stellen. Meereizende kinderen krijgen alleen boven de 15 jaar een gehoor. Voor kinderen jonger dan 15 jaar geldt dat niet.

Op de tweede dag kan de asielzoeker het eerste gehoor bespreken met zijn advocaat. Daarnaast bereid hij zich voor op het tweede gehoor, dat op de derde dag plaats vindt. Dit wordt ook wel het 'nader gehoor' genoemd. Tijdens dit gesprek vertelt de asielzoeker de medewerker van de IND waarom hij is gevlucht.

Op de vierde dag kan de asielzoeker het nader gehoor bespreken met zijn advocaat. Verbeteringen en aanvullingen op het gehoor kunnen hierna worden doorgegeven aan de IND.

Na de vierde dag beslist de IND of zij voldoende informatie hebben om over de aanvraag in de algemene asielprocedure te beslissen of dat de asielzoeker naar de verlengde asielprocedure gaat. Daarin kan bijvoorbeeld meer onderzoek worden gedaan. Tijdens de verlengde asielprocedure woont de asielzoeker in een asielzoekerscentrum (azc). De verlengde asielprocedure duurt maximaal zes maanden. De IND kan deze termijn verlengen tot maximaal 15 maanden. Bijvoorbeeld als er meer onderzoek nodig is. In overleg met zijn advocaat kan de AMV tegen deze beslissing in beroep gaan.

Op de vijfde dag zijn er drie mogelijke uitkomsten. Ten eerste kan er een positieve beschikking worden afgegeven en wordt de status van de asielzoeker verlengd. Ten tweede kan er om een verlenging van de asielprocedure worden gevraagd. De derde optie is een voornemen tot afwijzing. De advocaat zal ik dat geval de bezwaargronden met de asielzoeker doornemen.

Op de zesde dag zal de advocaat de zienswijze indienen en op de zevende of achtste dag zal er een beslissing worden genomen over het asielverzoek bij de IND. Na een negatieve beschikking is er beroep mogelijk en bij nieuwe feiten is er een herhaalde asielaanvraag (HASA) mogelijk.

Toekennen verblijfsvergunning

Als de asielzoeker aan de voorwaarden voldoet en bijvoorbeeld terecht vreest voor vervolging in het land van herkomst, krijgt hij een tijdelijke verblijfsvergunning. Na vijf jaar kan een definitieve verblijfsvergunning worden aangevraagd. Op de website van de IND staan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd. In 2018 kregen 7.810 mensen een asielstatus toegewezen. Dit betrof 49% van de eerste aanvragen.

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen op basis van een A- of B- grond. Een asielzoeker krijgt een A-status wanneer hij een verdragsvluchteling is, dit is het geval wanneer hij is gevlucht vanwege één van de gronden die in het verdrag staan. Een asielzoeker die bij uitzetting een reëel risico loopt op een onmenselijke behandeling, krijgt een B-status. De duur van het verblijf is voor zowel de verblijfsvergunning op A-grond als B-grond hetzelfde, namelijk in beginsel vijf jaar. Een asielzoeker komt zo in aanmerking voor een asielvergunning op de A-grond of de B-grond. In deze paragraaf zullen daarom alleen deze punten kort toegelicht worden. Voor uitgebreide informatie kun je de juridische helpdesk raadplegen.

Afgewezen asielaanvraag

Wanneer de asielaanvraag wordt afgewezen heeft een asielzoeker nog 28 dagen recht op opvang. In deze vier weken kan een asielzoeker in beroep gaan of werken aan de terugkeer. COA blijft in deze periode verantwoordelijk voor de opvang van het hele gezin. De asielzoeker kan in beroep gaan tegen de afgewezen asielaanvraag. Een rechter toetst dan de beoordeling van de IND. Indien de asielzoeker of de IND het niet eens is met de beslissing van de rechter, kan in hoger beroep worden gegaan bij de Raad van State. Als deze ook oordeelt dat de IND juist heeft besloten, kan de asielzoeker nog naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dit Hof krijgt veel zaken voorgelegd. Hierdoor kan het lang duren voor de Europese rechter uitspraak doet in een zaak.

Herhaalde asielaanvraag

Asielzoekers waarvan de asielaanvraag is afgewezen kunnen in bepaalde situaties een nieuwe asielaanvraag doen. Dit is het geval wanneer de persoonlijke situatie van de asielzoeker is veranderd of wanneer hij over nieuwe informatie beschikt waaruit blijkt dat zij niet veilig naar hun land van herkomst kunnen terugkeren. Voordat zij die nieuwe asielaanvraag kunnen indienen moeten zij eerst de IND hierover informeren.

De IND nodigt de asielzoeker vervolgens uit zich te melden bij een IND-aanmeldcentrum voor het indienen van een vervolgaanvraag. Dit gebeurt op een specifieke dag en tijd. Na aanmelding controleert de IND de identiteit van de asielzoeker en tekent de asielzoeker de officiële asielaanvraag. Hierna volgt een gesprek met een IND-medewerker over de nieuwe feiten en omstandigheden die de basis vormen van de vervolgaanvraag. De asielzoeker ontvangt dezelfde dag de voorgenomen beslissing van de IND. Als de asielaanvraag wordt afgewezen kan de asielzoeker de beslissing de volgende dag bespreken met zijn advocaat en een formele reactie indienen bij de IND. Op de derde dag van de herhaalde asielaanvraag neemt de IND de definitieve beslissing. Wanneer tijdens de procedure blijkt dat de IND meer onderzoek moet doen om een beslissing te kunnen nemen, wordt de aanvraag verder behandeld in de Algemene of Verlengde Asielprocedure.

Uitgeprocedeerd

Uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen houden opvang en worden overgeplaatst naar een Gezinsopvang locatie. Ondanks een afgewezen asielverzoek verblijven gezinnen in een Gezinsopvang locatie niet illegaal in Nederland omdat er vaak nog andere juridische procedures lopen. De gezinnen hebben wel een dagelijkse meldplicht. Tijdens het verblijf in de Gezinsopvang Locatie kunnen kinderen naar school. Een gezin heeft recht op deze opvang tot het jongste kind 18 jaar is. Hierna zal een terugkeer in gang gezet worden.

Opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen

Voor minderjarige vluchtelingen gelden deels andere regels omtrent asielaanvraag en -procedures dan voor meerderjarige vluchtelingen.

Alleenstaande jongeren van 15 tot en met 17 jaar worden na hun aankomst in Nederland geplaatst in een procesopvanglocatie van het COA voor amv (pol-amv). Hier krijgen zij drie weken rust- en voorbereidingstijd. De IND heeft speciale hoorruimtes voor kinderen onder de 12 jaar waar medewerkers minderjarige kinderen kunnen horen. Door hun manier van vragen stellen houden zij er rekening mee dat de asielzoeker minderjarig is. Bij twijfel over de leeftijd van de jonge asielzoeker en een amv zijn gestelde leeftijd niet met documenten kan aantonen, wordt een leeftijdsonderzoek aangeboden door de IND. Als de amv dit aanbod niet aanneemt, wordt er aangenomen dat hij meerderjarig is. Een schouw is subjectief, wat maakt dat Nidos een leeftijdsonderzoek het geëigende middel vindt voor een leeftijdsbepaling. Tijdens de gehele asielprocedure worden zij bijgestaan door VluchtelingenWerk of een voogd van Stichting Nidos. De jongeren verblijven maximaal tien weken in de pol-amv.

Amv 's worden niet altijd opgevangen in een asielzoekerscentrum van het COA. Kinderen jonger dan 15 jaar mét of zonder verblijfsvergunning worden door voogdijinstelling Nidos geplaatst in een opvanggezin. Een opvanggezin is geen pleeggezin zoals de jeugdhulp die kent, maar asielopvang: Opvang en Wonen in Gezinnen (OWG). Dit zijn gezinnen met een culturele, religieuze en migratie achtergrond vergelijkbaar met het kind. Zij kunnen daar blijven wonen tot zij meerderjarig zijn. Ook kinderen van 13 of 14 jaar die niet meteen in een opvanggezin kunnen worden geplaatst worden opgevangen door het COA. Alle minderjarigen die zonder ouder(s) of andere gezaghebbende volwassene in Nederland verblijven hebben een voogd van Nidos en worden opgevangen door het COA.

De opvang van amv’s met een verblijfsvergunning valt onder de verantwoordelijkheid van Nidos. De huisvesting en dagelijkse begeleiding van deze jongeren wordt in opdracht van Nidos uitgevoerd door een aantal contractpartners. De kleinschalige opvangvoorzieningen bestaan uit kwe (kleine wooneenheid) en kwg (kinderwoongroep) locaties verspreid door Nederland.. Jongeren die na de algemene asielprocedure nog geen verblijfsvergunning hebben wonen onder de verantwoordelijkheid van het COA in een kleine woonvoorziening (kwv).

De alleenstaande kinderen en jongeren worden bij eventuele overplaatsingen, als het mogelijk is, in dezelfde regio geplaatst. Dit om de continuïteit van onderwijs, zorg en andere hulpverlening te kunnen borgen. Helaas gebeurt het in de praktijk regelmatig dat er geen passende opvang in de regio aanwezig is, waardoor jongeren buiten de regio geplaatst worden. Bij het bereiken van de leeftijd van 17,5 jaar gaan amv's in een kleine woonvoorziening op het terrein van een asielzoekerscentrum wonen.

Vanwege capaciteitsproblemen, tekorten aan opvanggezinnen en het beleid om jongeren in kleine wooneenheden of groepen te plaatsen heeft Nidos in verschillende regio's samenwerkingscontracten afgesloten met lokale (jeugd-ggz) instanties.

Amv's die na de algemene asielprocedure geen verblijfsvergunning hebben gekregen worden overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Een belangrijke voorwaarde voor vertrek uit Nederland is dat adequate opvang aanwezig is in het land van bestemming. Een gespecialiseerde medewerker van de DT&V is regievoerder en bespreekt het vertrektraject met de voogd en de jongere. De DT&V bemiddelt bij de autoriteiten van het land van bestemming voor het verkrijgen van de benodigde reisdocumenten en ondersteunt waar mogelijk in de herintegratie na aankomst in het land van bestemming. Deze hulp op maat kan bestaan uit opvang, begeleiding, studie of werk en onderdak.

De IND heeft een factsheet over de asielaanvraag van amv's. Het Platform Opnieuw Thuis en de Vereniging van Nederlandse Gemeente/Ondersteuningsteam Asielzoekers en Vergunninghouders (VNG/OTAV) hebben een factsheet over de opvang en begeleiding van amv's in gemeentelijke opvang.

Mensenhandel

Zowel Nidos als het aanmeldcentrum in Ter Apel besteden aandacht aan signalen die wijzen op mensenhandel. Voor amv's is mensenhandel een reëel probleem. Slachtoffers of getuigen van mensenhandel vallen onder een regeling genoemd B8/3 (vroeger B9) die het mogelijk maakt om een tijdelijke verblijfsvergunning te krijgen. Na een bedenktijd van drie maanden kan het slachtoffer besluiten aangifte te doen waarmee tevens een verblijfsvergunning wordt aangevraagd. Deze vergunning is geldig voor de duur van het onderzoek en de strafzaak. Het LOS adviseert en ondersteunt (potentiële) slachtoffers van mensenhandel.

Asielprocedure in beeld

Film

Voor wie de asielprocedure in beeld wil bekijken, heeft VluchtelingenWerk een film gemaakt.

Stripboek

VluchtelingenWerk heeft een stripboek voor asielzoekerskinderen ontwikkeld. In het boek wordt uitleg gegeven over de asielprocedure en het leven op een asielzoekerscentrum. Het boek is in negen talen vertaald en wordt in de procesopvanglocaties uitgedeeld aan kinderen tussen 10 en 15 jaar oud.

Terug naar boven

Op sommige vluchtelingen(kinderen) is de Dublin-verordening van toepassing. Dit is een internationale regeling die voorschrijft dat asielzoekers slechts in één land asiel mogen aanvragen. Een asielzoeker moet zijn procedure doorlopen in het land waar hij eerst is geregistreerd. EU-lidstaten hebben een systeem waardoor zij vingerafdrukken kunnen vergelijken om te achterhalen of de desbetreffende persoon al asiel heeft aangevraagd in andere lidstaten of onrechtmatig het grondgebied van de Europese Unie is binnen gekomen. Op 17 januari 2017 heeft de Raad van State uitspraak gedaan dat de leeftijd van een vreemdeling naar meerderjarig aangepast mag worden als de vreemdeling in (tenminste) één andere lidstaat als meerderjarig geregistreerd staat.

In het geval van een minderjarige is de lidstaat waar een gezinslid, familielid, broer of zus van de verzoeker verblijft verantwoordelijk voor het verzoek om internationale bescherming. Indien in meer dan één lidstaat gezinsleden, familieleden, broers of zussen van de verzoeker verblijven, wordt op basis van het belang van de minderjarige bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is. In de tussentijd worden deze vluchtelingen opgevangen in een opvanggezin of COA-opvang. Voor alleenstaande kinderen heeft een Dublinprocedure gevolgen in de vorm van verhoogde stress en onzekerheid over het welzijn van (één van) de ouders en/of overige familieleden omdat ze niet weten in welke EU-lidstaat hun asielaanvraag wordt behandeld.

Terug naar boven

Per fase van de asielprocedure verschilt het welke partij waarvoor verantwoordelijk is. Tijdens de asielprocedure vallen asielzoekers bijvoorbeeld vooral onder de zorg van het COA. Na het goedkeuren van de asielaanvraag vallen alle vluchtelingen onder de zorg van gemeenten.

Nederlandse overheid

Tijdens de asielprocedure worden onderdak, maaltijden en ziektekostenverzekering/medische zorg betaald door de Nederlandse overheid.

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat verantwoordelijk is voor de opvang van asielzoekers, valt onder de politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Zorgverzekeraar

VGZ is verantwoordelijk voor het regelen en financieren van de zorg voor asielzoekers. Meer informatie over hoe VGZ deze zorg inricht wordt gegeven onder ‘Zorgverlening’ .

Gemeenten

Gemeenten kunnen samenwerken met het COA om een asielzoekerscentrum (azc) in te richten. In eerste instantie gaat het om de eerste opvang. Bestuurlijk is het zo geregeld dat er zonder instemming van de gemeente op haar grondgebied in principe geen azc gevestigd wordt.

Statushouders (vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen) worden gelijkelijk over alle gemeenten verdeeld. Gemeenten moeten zorgen voor huisvesting, een inkomen, toeleiding naar werk en integratie in de samenleving. Voor sommige gemeenten bestaat een lange wachttijd voor uitstroom. Dit komt door wachtlijsten voor woningen.

Sinds 1 januari 2019 valt de jeugdhulp en jeugd-ggz aan kinderen verblijvend op COA locaties onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De (GZA)huisarts, de jeugdarts en Nidos zijn bevoegd om rechtstreeks naar jeugdhulp te verwijzen. In geval van crisis of een vermoeden van kindermishandeling (Veilig Thuis) bij asielzoekers is de gemeente verantwoordelijk voor het regelen en betalen van hulp.

GGD'en

De GGD is verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg: jeugdgezondheidszorg, preventie, voorlichting en screening. Asielzoekers vallen ook onder die zorg van de GGD. De screening op tbc die asielzoekers uit risicolanden bij aankomst in Nederland krijgen, is daar een voorbeeld van.

Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar

GGD'en (en Jeugdgezondheidszorginstellingen) voeren de jeugdgezondheidszorg voor 0 tot 19-jarige asielzoekers uit volgens het Basistakenpakket jeugdgezondheidszorg (BTP JGZ) 0-19 jaar. Dit takenpakket is vastgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met daarbij een aanvulling voor asielzoekerskinderen. Het bevat bijvoorbeeld de volgende contactmomenten:

  • de verpleegkundige intake
  • het medisch onderzoek inclusief het opstellen van het vaccinatieplan volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
  • de periodieke gezondheidsonderzoeken
  • de mogelijkheid voor extra contactmomenten (op indicatie) in verband met de gezondheidsrisico's
Infectieziektepreventie en -bestrijding

GGD'en voeren individuele en collectieve preventie van infectieziekten uit. Dit gebeurt volgens richtlijnen die zijn opgesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hieronder vallen onder andere bron- en contactopsporing en het melden van meldingsplichtige infectieziekten, zoals hepatitis B, mazelen, kinkhoest en tbc. Ook geeft de GGD het COA advies bij (mogelijke) infectieziektenuitbraken. Dit kan zijn naar aanleiding van meldingen van COA-locatiemanagers.

Terug naar boven

Naast de hierboven genoemde partijen zijn een aantal partijen belangrijk bij de psychosociale ondersteuning aan vluchtelingenkinderen.

Centraal Orgaan Asielzoekers

Het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. In de noodopvang en de asielzoekerscentra heeft het COA een belangrijke rol in het verstrekken van algemene informatie en begeleiding. Daarnaast ondersteunt het COA asielzoekers zelf vorm te geven aan hun toekomst.

Nidos

Nidos is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van hoe het daadwerkelijk met een amv gaat. Zal de amv motiveren en toeleiden naar zorg indien geïndiceerd en kan ook psycho-educatie geven aan de jongeren over bijvoorbeeld psychische problemen en daarnaast jongeren handvatten geven over de wijze waarop ze hiermee om kunnen gaan.

VluchtelingenWerk Nederland

VluchtelingenWerk Nederland geeft voorlichting over de asielprocedure en over praktische zaken. Zij vertellen vluchtelingen bijvoorbeeld waar zij een dokter kunnen bezoeken, waar zij scholing kunnen krijgen en waar zij kunnen bidden. VluchtelingenWerk kan aanwezig zijn bij het gehoor van de IND wanneer daar aanleiding voor is. Op de aanmeldlocaties signaleren medewerkers van VluchtelingenWerk mogelijk kwetsbare groepen, waaronder kinderen. Indien nodig verwijst VluchtelingenWerk door naar, of neemt zelf contact op met het Gezondheidscentrum voor Asielzoekers (GZA). Ook organiseert VluchtelingenWerk vakantieweken voor vluchtelingenkinderen.

Rode Kruis

Het Rode Kruis ondersteunt bij de opvang van vluchtelingen. Zij willen de leefbaarheid en veiligheid op opvanglocaties vergroten. Middels de Refugee Buddy App voorzien zij vluchtelingen van informatie over hun verblijfplaats en aanwezige faciliteiten. Het Rode Kruis biedt vluchtelingen en asielzoekers tevens de mogelijkheid om vermiste familieleden in land van herkomst te traceren. Het Rode Kruis zet haar wereldwijde netwerk met vrijwilligers in om de persoon in kwestie te zoeken. Mocht hij of zij gevonden worden en contact via normale wegen (post, telefoon, etc.) is niet mogelijk, dan kunnen via het Rode Kruis brieven geschreven worden.

Stichting de Vrolijkheid

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid (kort: Stichting de Vrolijkheid) is een multicultureel, non-profit netwerk van artiesten, muzikanten en acteurs die zich inzetten voor kinderen en jongeren in azc's. Middels activiteiten en projecten proberen zij meer zekerheid te bieden en begeleiding te geven aan jonge asielzoekers. Kinderen krijgen handvatten om met moeilijke situaties en nare ervaringen om te gaan.

Pharos

Pharos is het Expertisecentrum Gezondheidsverschillen. De expertise van Pharos is gebaseerd op wetenschap, experts en ervaring. Deze expertise wordt ingezet om de kwaliteit, effectiviteit en toegankelijkheid van de (gezondheids)zorg voor migranten en laagopgeleiden te stimuleren. Ook werkt Pharos aan het bevorderen van preventie en versterken van zelfmanagement bij deze groepen. Pharos heeft kennis (cijfers, interventies, publicaties en projecten) over jonge asielzoekers en vluchtelingen beschikbaar.

War Child

War Child zet zich in voor een beter leven van oorlogs- en vluchtelingenkinderen. Zij helpen kinderen hun ingrijpende ervaringen te verwerken, bij het durven maken van contact met anderen en het opbouwen van hun zelfvertrouwen. War Child laat kinderen actief een rol spelen in het voorlichten van hun sociale omgeving.

War Child heeft haar expertise gebundeld met die van UNICEF Nederland en Save the Children en een programma met activiteiten voor gevluchte kinderen in Nederland ontwikkeld: TeamUp.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Om gemeenten te ondersteunen bij vraagstukken op bijvoorbeeld het gebied van maatschappelijke begeleiding, scholing, integratie en gezondheidszorg van asielzoekers en vergunninghouders is het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) opgericht. Het OTAV is een samenwerking van verschillende ministeries en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het OTAV biedt praktische ondersteuning aan gemeenten in de vluchtelingenketen. Voor ondersteuning op maat is een Expertnetwerk opgebouwd dat bestaat uit mensen met specifieke kennis en/of vaardigheden op diverse gebieden.

Het Arq Kenniscentrum Migratie (voorheen Psychosociaal Ondersteuningspunt Vluchtelingen, POV) van Arq Psychotrauma Expert Groep

Het Arq Kenniscentrum Migratie biedt zorgverleners consultatie, onderwijs en training. Ook organiseert het Kenniscentrum Migratie preventieve gezinsgroepen op locatie voor vluchtelingengezinnen (en asielzoekers-) in samenwerking met lokale zorgverstrekkers.

Terug naar boven

Asielzoekers hebben recht op medische zorg. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor het organiseren en beschikbaar stellen van de zorg aan asielzoekers. Het COA heeft voor de medische zorg per 1 januari 2018 een contract afgesloten met zorgverzekeraar Arts & Zorg in samenwerking met zorgverzekeraar DSW voor de vergoeding van de kosten voor asielzoekers. Voor asielzoekers geldt geen eigen bijdrage en geen eigen risico. Asielzoekers kunnen aanspraak maken op zorg in natura.

Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA)

Zorg voor asielzoekers is ondergebracht bij Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA). GZA zorgt voor huisartsenzorg en het doorverwijzen van asielzoekers naar zorg die dichtbij en goed toegankelijk is. Hierbij is extra aandacht voor taal- en cultuurverschillen, de leefsituatie en bijzondere zorgbehoefte. Een onderdeel van het GZA is de praktijklijn. Hier kunnen asielzoekers en zorgverleners die betrokken zijn bij asielzoekers 24 uur per dag, 7 dagen in de week terecht met spoed- en medische vragen.

Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA)

In de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) is de zorg omschreven waar asielzoekers aanspraak op kunnen maken. Deze regeling wordt uitgevoerd door RMA Healthcare. Zij zijn verantwoordelijk voor de inkoop en contractering van zorg, declaratieverwerking en polis-administratie. In de zorgzoeker zijn alle gecontracteerde zorgaanbieders terug te vinden waar asielzoekers terecht kunnen.

Convenant GGZ

In 2014 is er een start gemaakt met het organiseren van bijeenkomsten met ketenpartners om verbeterpunten te benoemen en daarmee een kwaliteitsslag in de ggz aan asielzoekers te bereiken. Het doel is een optimaal samenwerkende ggz-keten met kwalitatief goede en transparante zorg. Het convenant ggz is uitgewerkt en afgerond. De ambitie van het convenant is elkaar te verbinden aan afspraken die leiden tot een optimale samenwerking bij het versterken van de psychische gezondheid van en het leveren van ggz aan asielzoekers. In het convenant zijn 13 afspraken gemaakt die in vier verschillende werkgroepen zijn uitgewerkt. De werkgroepen hebben het preventieaanbod voor jeugdige asielzoekers besproken. Zij hebben een systeemgerichte ggz benadering uitgewerkt die ervoor zorgt dat via de ouders ook de kinderen in beeld komen. Eén van de werkgroepen heeft een triage-instrument ontwikkeld dat geschikt is voor kinderen vanaf 12 jaar.

Jeugdhulp

De jeugdhulp voor asielzoekerskinderen is per 1 januari 2019 naar de gemeente gegaan. De gemeente koopt de jeugdhulp in en zet eigen jeugdteams in op COA-locaties. Wanneer nodig verwijst de gemeente naar gespecialiseerde jeugdhulp. De GZA huisarts, de jeugdarts, Nidos en Veilig Thuis zijn bevoegd om rechtstreeks naar jeugdhulp te verwijzen die de gemeente heeft gecontracteerd.

Hoe de route van verwijzing jeugdhulp loopt is inzichtelijke gemaakt in onderstaand schema.

SCHEMA

* Het jeugdteam kan ofwel zelf interventies inzetten, ofwel doorverwijzen naar (gecontracteerde) jeugdhulp. Indien er sprake is van vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling, wordt Veilig Thuis ingeschakeld.
** Nidos maakt afspraken met de gemeente over gebruik bepaling jeugdhulp.

Terug naar boven

Diagnose jeugd-ggz vluchtelingenkinderen

Het screenen van trauma-gerelateerde problematiek bij vluchtelingenkinderen is belangrijk. Lang niet alle kinderen die een schokkende gebeurtenis meemaken ontwikkelen trauma-klachten. Uit een meta-analyse van Alisic et al. (2014) blijkt dat 16 procent van de kinderen die een potentieel traumatische gebeurtenis meemaakt daadwerkelijk een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelt.

Voor de diagnostiek van trauma-gerelateerde klachten en/of een posttraumatische stressstoornis bij kinderen zijn verschillende instrumenten beschikbaar. Echter, vluchtelingenouders zijn niet altijd in staat vragenlijsten voor hun (jonge) kinderen in te vullen door de taalbarrière. Het gebruik van een tolk behoort eventueel tot de mogelijkheden alleen is dit slechts een tijdelijke oplossing.

Voor de signalering en screening van psychosociale problematiek bij vluchtelingenkinderen ontbreken richtlijnen met betrekking tot het opvangen en duiden van signaleren van psychische problematiek. Uit de praktijk blijkt dat de instrumenten die er zijn beperkt en ad-hoc worden gebruikt.

Het voor Veilig Thuis ontwikkelde triage-instrument kan het besluitvormingsproces van professionals ondersteunen, waarna gezinnen met problemen de juiste intensiteit van zorg kunnen ontvangen. Het geeft medewerkers handvatten om te beoordelen welke spoed en expertise nodig zijn. Het triage-instrument is bruikbaar bij geweld en onveiligheid in de huiselijke kring.

Lees meer over diagnostiek van trauma.

Terug naar boven

Behandeling jeugd-ggz vluchtelingenkinderen

De zorgbehoefte van vluchtelingenkinderen is afhankelijk van verschillende factoren. Van algemeen belang is de reactie van de ouders tijdens verschillende stadia van de asielprocedure. Kinderen gebruiken de reactie van ouders als uitgangspunt voor de eigen reactie op een situatie (Daud, Klinteberg & Rydelius, 2007). Wanneer ouders stress ervaren rondom de asielprocedure zullen kinderen meer geneigd zijn deze spanningen over te nemen. Mogelijk internaliseren kinderen veel van hun angsten en/of frustraties tijdens de onzekere periode omtrent de asielaanvraag. Wanneer een verblijfsvergunning is verkregen en de kinderen en ouders meer tot rust komen, ontstaat mogelijk ook meer ruimte om problemen te uiten. Het stadium van de asielprocedure is belangrijk om mee te nemen in de timing van de behandeling, hoewel het geen reden mag zijn om niet te behandelen. Voor vragen over de afstemming van behandeling bij vluchtelingenkinderen kan één van de experts geconsulteerd worden.

Interventiepiramide

De interventiepiramide is een model dat activiteiten ordent die worden georganiseerd om de psychische gezondheid van vluchtelingen te bevorderen. Hierbij worden verschillende niveaus van interventie onderscheiden.

Figuur 1. Interventiepiramide (Arq Psychotrauma Expert Groep, 2016)

In de basis bevinden zich de basisvoorzieningen en veiligheid met betrekking tot psychosociale zorg en ondersteuning. Denk hierbij aan toegang tot goede informatie en de aanwezigheid van onderdak, kleding en voedsel.

Op het tweede niveau staan activiteiten die zijn gericht op ondersteuning van gezinnen en de lokale gemeenschap. Hieronder vallen het versterken van gezinsverbanden, dagelijkse bezigheden zoals school en opvoedingsondersteuning.

Het derde niveau bevat gerichte, niet gespecialiseerde ondersteuning en behandeling, zoals laagdrempelige psychosociale behandelprogramma's.

De top van de piramide beslaat het gespecialiseerde hulpaanbod. Hieronder vallen de specialistische traumagerichte behandelprogramma's.

Elke vluchteling zal een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Maar niet elke vluchteling zal zich in de top van de piramide bevinden en een zware behandeling nodig hebben. Het vergroten van veerkracht is de basis bij het bieden van hulp. Het bieden van voorwaarden waarmee vluchtelingen hun leven weer kunnen oppakken helpt bij het vergroten daarvan.

Sociaal trauma

Een sociaal trauma, ook wel collectief trauma genoemd, ontstaat wanneer een groep mensen getraumatiseerd raken door dezelfde gebeurtenis(sen). Voorbeelden hiervan zijn de vuurwerkramp in Enschede en de aanslagen op 11 september 2001 in New York. Een collectieve benadering van traumabehandeling spreekt het groepsgevoel aan en benadrukt het belang van steun bieden en ontvangen van lotgenoten.

Goed ouderschap in moeilijke tijden is een preventief programma voor meergezinsgroepen met vluchtelingenkinderen. Het programma is gericht op de veerkracht van ouders waardoor zij hun kind(eren) beter kunnen ondersteunen. Ook leren ouders ingaan op vragen van hun kind(eren) en ouders worden gestimuleerd elkaar te ondersteunen. De trainingen worden lokaal in azc's aangeboden. Een preventief ouderschapsprogramma waarbij ouders elkaar ook steunen is in ontwikkeling.

EMDR

EMDR behandeling bij kinderen is effectief gebleken bij kinderen met zowel eenmalige als chronische trauma-ervaringen (Ahmad & Sundelin-Wahlsten, 2008). Verschillende behandelaren in Nederland passen de kinderversie van EMDR toe bij vluchtelingenkinderen. Dit is mogelijk bij kinderen van alle leeftijden. Ingrijpende gebeurtenissen die plaats hebben gevonden voordat het kind kon praten, kunnen ook verwerkt worden met behulp van EMDR. Bij heel jonge kinderen is betrokkenheid van de ouders bij de behandeling belangrijk. In de praktijk blijkt dat EMDR bij kinderen vaak nog sneller resultaten geeft dan bij volwassenen.

Stichting Centrum '45 en GGZ Rivierduinen zijn een samenwerkingsproject gestart waarin de effecten van EMDR als traumagerichte therapie voor vluchtelingenkinderen in een gerandomiseerde studie worden onderzocht. Kinderen tussen 8 en 18 jaar oud nemen deel aan het onderzoek dat moet vaststellen of EMDR effectief is in het verminderen van symptomen bij getraumatiseerde kinderen.

Samen met Stichting Nidos werkt Arq/Stichting Centrum '45 aan een project gericht op alleenstaande minderjarigen uit Eritrea. Doel hiervan is om de huidige aanpak en methodiek in de opvang en voogdij effectiever te laten aansluiten bij die doelgroep. Het project richt zich op het inzetten van veerkracht. Begeleiding in de vorm van EMDR is hier een onderdeel van.

Behandelaren die denken dat EMDR hulp kan bieden bij kinderen die zij behandelen moeten hierin bemoedigd worden. Bij twijfel hierover zouden experts geconsulteerd moeten kunnen worden.

Lees meer over EMDR

Traumagerichte behandelingen

Binnen specialistische centra worden individuele traumagerichte behandelingen uitgevoerd. Deze zijn meer aangepast aan de specifieke situatie van het kind.

Een voorbeeld hiervan is KIDNET. Dit is een exposure therapie programma, specifiek gericht op vluchtelingenkinderen met PTSS. Kinderen worden door een therapeut aangemoedigd een chronologisch verhaal te vertellen waarin alle trauma gerelateerde gebeurtenissen uit hun leven aan bod komen. KIDNET biedt kinderen de kans hun traumatische ervaringen te herleven en deze gebeurtenissen te internaliseren op een manier die positieve ontwikkeling en een positieve kijk op de toekomst aanmoedigt. KIDNET is een variatie van cognitieve gedragstherapie en narrative exposure therapie.

Infant mental health richt zich op het bevorderen van de kwaliteit van de ouder-kindrelatie. De ontwikkeling van het jonge opgroeiende kind kan hiermee geoptimaliseerd worden. Psychotherapie waarbij zowel de ouder als het jonge kind betrokken worden is effectief voor kinderen die een traumatiserende gebeurtenis hebben meegemaakt.

Behandeling bij chronische traumatisering

Lees meer over behandeling bij chronisch trauma.

Terug naar boven

Veerkracht is een bruikbaar concept bij vluchtelingen(kinderen) met trauma-gerelateerde complexe sociaal-psychiatrische problematiek. Het verklaart voor een groot deel waarom traumatische ervaringen niet altijd leiden tot psychische problemen (Lamkaddem, van den Muijssenbergh, & Laban, 2015). Veerkracht gaat over het vermogen om mentaal te herstellen na een negatieve gebeurtenis of zelfs het geven van een positieve draai aan tegenslagen. Na traumatische gebeurtenissen herstellen mensen beter wanneer zij hun persoonlijke, sociale en materiële bronnen van veerkracht vinden of hervinden (Lamkaddem e.a., 2015).

Arq Psycho Trauma Expertgroep pleit voor een behandeling van psychotrauma bij vluchtelingenkinderen die zich richt op het vergroten van de veerkracht. De behandelaar kan hiervoor gebruik maken van het stress-steun-kwetsbaarheid-kracht (sskk) model. Binnen dit model wordt gekeken naar stressfactoren, (mate van) sociale steun, kwetsbaarheden en persoonlijke kracht bij kinderen. Het overgrote deel van kinderen met psycho-traumatische klachten zal op de langere termijn geen klachten ontwikkelen bij voldoende herstelmogelijkheden (rust, structuur, betrokkenheid van ouders). Ouders maar ook leerkrachten en andere betrokken volwassenen worden gestimuleerd om kinderen een luisterend oor te bieden en het goede voorbeeld voor omgaan met stress te geven om hun veerkracht te vergroten (zie 'het gezin' en 'onderwijs').

Het Psychosociaal Ondersteuningspunt Vluchtelingen (POV) van Arq Psychotrauma Expert Groep heeft een rapport opgesteld met de beschikbare psychosociale hulp voor vluchtelingen(kinderen) in Nederland. In het rapport 'Veerkracht en vertrouwen' wordt de rol van veerkracht in de behandeling van vluchtelingen benadrukt.

Terug naar boven

De belangrijkste bron van veerkracht bij kinderen blijkt de steun van een ouder of verzorger. Daarnaast spelen persoonlijke kenmerken zoals intelligentie, zelfvertrouwen en een goede relatie met een volwassene (Masten & Coatsworth, 1998) een rol. De sociale wereld waarin kinderen leven, bijvoorbeeld het gezin maar ook de school, leeftijdsgenootjes en de buurt waarin zij wonen, is eveneens een bron van veerkracht.

Steun vanuit deze bronnen wordt 'ecologische veerkracht' genoemd (Tol, Jordans, Reis, & de Jong, 2009). Een wisselwerking tussen de verschillende ecologische lagen zorgt voor het tot stand komen van veerkracht bij kinderen (Werner & Smith, 1992).

Het gezinsleven biedt beschermende factoren door 1) de fysieke aanwezigheid van ouders, 2) de pogingen die familieleden doen om hun kinderen te beschermen tegen geweld, 3) het bieden van steun bij het verwerken van ervaringen, 4) het delen van ervaringen die morele ontwikkeling kan bevorderen, en 5) het geven van een positief voorbeeld van hoe ze met problemen kunnen omgaan (Wallen & Rubin, 1997). Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kinderen worden gerustgesteld als zij zien dat hun ouders en andere volwassenen kalm en evenwichtig reageren op spanningsvolle situaties (Daud, Klinteberg & Rydelius, 2007). Andersom kunnen psychische klachten bij kinderen herleid worden tot veranderingen in één van de ecologische lagen. Wanneer bijvoorbeeld een belangrijk persoon wegvalt of een gezin net verhuisd is, kan dit de veerkracht van kinderen verstoren. Daarnaast blijkt dat kinderen van getraumatiseerde ouders minder veerkracht vertonen dan kinderen van niet-getraumatiseerde ouders (Daud et al., 2007). Rond de 20% van getraumatiseerde kinderen ontwikkelt uiteindelijk een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Het overgrote deel heeft dus genoeg veerkracht om dit niet te ontwikkelen. Wanneer de belangrijkste veerkrachtfactor ontbreekt, namelijk een ouder, dan is de kans op het ontwikkelen van langdurige klachten veel groter. Ook hebben jonge vluchtelingen die meer steun vanuit de omgeving ervaren minder kans op het ontwikkelen van trauma-gerelateerde klachten (Candel, Offermans, Jelicic & Merckelbach, 2005).

Behandeling die uitgaat van veerkracht, houdt rekening met deze kracht- of kwetsbaarheidfactoren. Het 'stress-steun-kracht-kwetsbaarheid'-model wordt hiervoor gebruikt. Dit model richt zich op het aanpakken van klachten door het vergroten van de veerkracht, wat bestaat uit persoonlijke kracht en sociale steun. Een voorwaarde voor het werken met dit model is dat de hulpverlener de patiënt goed moet leren kennen (Lamkaddem et al., 2015). De hulpverlener moet inzicht krijgen in de specifieke factoren die deze patiënt klachten opleveren of juist kunnen helpen in de behandeling.

Terug naar boven

Algemeen

Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen, heeft voorlichtingsbrochures voor vluchtelingen in verschillende talen beschikbaar. Het gaat hierbij om "Waar kunt u hulp vinden voor uw psychische klachten?", "Langdurige stressklachten en wat u er aan kunt doen" en "Als u last heeft van concentratieproblemen, nachtmerries, angst, somberheid...". De informatie van deze brochures geeft ouders meer kennis over welke hulp zij kunnen zoeken voor hun kind(eren) en wat zij zelf kunnen doen. Daarnaast heeft de Europese vereniging voor kinder- en jeugdpsychiatrie ESCAP informatie voorhanden. De ESCAP projectgroep 'ESCAP for mental health of child and adolescent refugees' richt zich op vluchtelingenkinderen en –jongeren.

De website Tell-Me, een initiatief van de Kindertelefoon, biedt een digitaal klankbord. Hier kunnen kinderen en jongeren 24 uur per dag terecht voor informatie en advies. Daarnaast bevat de website informatie voor professionals over onderzoek naar zorg(behoeften) van kinderen in azc's.

Veerkracht vergroten

Pharos heeft een handreiking voor weerbaarheidstraining voor kinderen die nieuw in Nederland zijn ontwikkeld. Gebaseerd op praktijkervaringen biedt dit boekje weerbaarheidsdocenten veel achtergrondinformatie en praktische tips. Scholen met nieuwkomers kunnen het gebruiken als zij een training overwegen en als voorbereiding van de uitvoering. Een weerbaarheidstraining richt zich op het vergroten van het zelfvertrouwen van kinderen. Door weerbaarheidstrainingen leren zij voor zichzelf op te komen en bedreigende situaties het hoofd te bieden.

Stichting de Vrolijkheid organiseert creatieve activiteiten voor kinderen in azc's. Door middel van dans, theater, muziek en beeldende kunst worden kinderen uitgedaagd hun verhalen vorm te geven.

In Nederlandse centrale opvangcentra helpt project Eigen-Wijs kinderen om hun zelfvertrouwen te vergroten en grip te krijgen op hun onzekere leven. Hiervoor worden muziekactiviteiten, voorlichtingen en spreekuren georganiseerd. Ook de website Tell-Me is onderdeel van dit project. Eigen-Wijs richt zich op kinderen van 4 t/m 17 jaar die in de centrale opvang verblijven. Interactieve muzieklessen bereiden de kinderen voor op een grootschalig slotconcert aan het eind van het schooljaar. Speciaal getrainde voorlichters geven groepsvoorlichtingen over asielprocedures en de rechten van het kind. Tot slot worden speciale kinderspreekuren georganiseerd in samenwerking met de Kindertelefoon.

War Child, UNICEF Nederland en Save the Children bundelen hun jarenlange expertise in het gezamenlijke project 'TeamUp'. Het project heeft als doel om kinderen de gelegenheid te geven om het 'vluchteling zijn' even te vergeten. Binnen het project worden activiteiten zoals sport, spel en dans aangeboden. Daarnaast signaleren de begeleiders tijdens de activiteiten welke kinderen eventueel meer hulp nodig hebben en verwijzen zij door waar nodig.

Mind-Spring Junior is een preventie programma voor psychosociale ondersteuning van vluchtelingenkinderen (9-13) in azc's. Het programma is afgeleid van het effectief gebleken Mind-Spring programma voor ouders. Begin 2016 zijn de eerste pilots afgerond en de resultaten ervan worden onderzocht. In de methodiek staat praktische tips (bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen) voor kinderen hoe zij kunnen omgaan met stress en angsten die niet meteen weg te nemen zijn. Ook biedt het kinderen de mogelijkheid om te onderzoeken wat voor hen belangrijk is op psychosociaal vlak.

Talentontwikkeling

Voor de iets oudere vluchtelingkinderen biedt De ToekomstAcademie met verschillende programma's een alternatieve vorm van ontwikkeling gericht op het toekomstige carrièreplan. Het aanbod bevat onder meer een training Ondernemen In je Eigen Toekomst (OIET), gastlessen van rolmodellen en leermeesters, workshops, werkervaringsplaatsen en E-cursussen. Op deze manier ontwikkelen en ontdekken de jongeren hun talenten en vaardigheden waarmee zij aan hun eigen toekomst kunnen werken.

Terug naar boven

(Psycho-educatie) programma's voor ouders

I-Psy biedt door heel Nederland Mind-Spring aan, een programma voor opvoedingsondersteuning. Deze cursus is door en voor vluchtelingen. Centraal in de cursus staat het opvoeden tussen twee culturen. Deelnemende ouders leren eigen problemen herkennen, hun eigen stress te reguleren en de draad weer op te pakken. Op deze manier kunnen zij een rolmodel (leren) zijn voor hun kinderen. De trainingen worden gegeven door daarvoor getrainde ervaringsdeskundigen in samenwerking met GGZ medewerkers. Mind-Spring is door het Loket Gezond Leven beoordeeld als "Goed onderbouwd".

Je wilt je kind niet kwijtraken is een training opvoedingsondersteuning voor Somalische ouders. Bij aankomst in Nederland hebben zij veel vragen over de opvoeding van hun kinderen in Nederland. De methode 'Je wilt je kind niet kwijtraken' wordt onder de aandacht gebracht via workshops en cursussen. Pharos geeft aan dat uit verschillende recente onderzoeken blijkt dat opvoedingsondersteuning voor deze groep erg belangrijk is. Meer informatie over opvoedondersteuning is te vinden in de factsheet van Pharos.

Goed ouderschap in moeilijke tijden is een preventief programma voor gezinnen van vluchtelingen met vluchtelingenkinderen. Het programma, dat gebruik maakt van meergezinsgroepen als methode, is gericht op de verbetering van veerkracht van ouders waardoor zij hun kind(eren) beter kunnen ondersteunen. Ook leren ouders ingaan op vragen van hun kind(eren) en ouders worden gestimuleerd elkaar te ondersteunen. Centrum '45 biedt de trainingen lokaal aan in azc's en gemeenten.

Leeftijdgenoten

Voor kinderen, en zeker voor de wat oudere kinderen, zijn leeftijdgenoten belangrijk. Zowel zogenoemde lotgenoten als rolmodellen kunnen een belangrijke rol spelen (Tol, 2009). Met lotgenoten kunnen ervaringen gedeeld worden waardoor kinderen zich gehoord en begrepen voelen. Rolmodellen helpen kinderen bij het oppakken van een normaal leven.

New@Home is een goed onderbouwd maatjesproject binnen de provincies Overijsel en Zuid-Holland waarbij jonge nieuwkomers (12 tot 20 jaar oud) aan een maatje (vrijwilligers in de leeftijd 18-30 jaar) worden gekoppeld en samen dingen ondernemen. De maatjes fungeren als rolmodellen op het gebied van de Nederlandse gewoontes en helpen vluchtelingenkinderen wegwijs te worden op sociaal en cultureel gebied.

Gebedshuizen

Kerken en andere gebedshuizen komen op verschillende manieren in actie voor vluchtelingen(kinderen). Er worden onder meer welkomstdiensten voor vluchtelingen georganiseerd en ontvangen vluchtelingen begeleiding van vrijwilligers uit de kerkelijke gemeente.

Voor vluchtelingjongeren organiseert stichting Gave vakantiekampen. Vluchtelingen van 13 tot 23 jaar kunnen hier aan deelnemen.

Terug naar boven

Onderwijs

Het oppakken van een normaal leven is een terugkerend thema in de hulpverlening aan vluchtelingenkinderen. Naar school gaan is een belangrijk onderdeel van een alledaags leven. Positieve ervaringen op school verlagen de kans op een posttraumatische stressstoornis, depressie- en angstklachten onder kinderen (Fazel, Reed, Panter-Brick & Stein, 2012). Het is daarom belangrijker dat op school en in de klas een positieve sfeer heerst dan dat de docent gericht aandacht heeft voor wat de kinderen hebben meegemaakt (Tuk & Looman, 2015). De school heeft daarnaast ook een signalerende functie op het moment dat een kind toch extra hulp nodig heeft. Mocht in overleg met het ondersteuningsteam worden besloten tot het inroepen van (ggz)hulp, dan blijft de leerkracht betrokken als één van de belangrijkste informanten.

Landelijk Onderwijsadviesbureau KPC Groep heeft een draaiboek opgesteld voor de eerste opvang van vluchtelingenkinderen op school. Het draaiboek biedt een handreiking op het gebied van praktische informatie, aandachtspunten voor de vluchtelingenkinderen en voor de klas waar ze in komen.

Het Crisis Interventie Netwerk Schoolpsychologen van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP-CINS) heeft een handreiking geschreven met gespreksmodellen voor vluchtelingenkinderen in de klas. Het model voor individuele gesprekken is bedoeld om nieuwkomers goed voor te bereiden op de nieuwe situatie en psychosociaal te ondersteunen door belangstelling te tonen en geruststellende informatie te geven. Het model voor groepsgesprekken is bedoeld voor de kennismaking met de klas.

Pharos heeft een korte handreiking beschikbaar voor leraren en docenten over vluchtelingenkinderen in de klas. Hierin worden methoden omschreven die ingezet kunnen worden bij het opvangen en ondersteunen van deze leerlingen. Ook is er op de website van Pharos een rapport te vinden over een onderzoek naar internationale schakelklassen en de methodiek Wereldreiziger over de sociaal-emotionele ontwikkeling van nieuwkomers.

Het Psychosociaal Ondersteuningspunt Vluchtelingen (POV) van ARQ heeft eveneens een handreiking beschikbaar met informatie over psychosociale ondersteuning aan vluchtelingenkinderen.

UNICEF heeft een publicatie met betrekking tot kinderen met oorlogservaringen in de klas. In dit document staat informatie voor ouders en leerkrachten over veelvoorkomende reacties bij kinderen, hoe ouders en leerkrachten kunnen helpen en wanneer een deskundige ingeschakeld moet worden.

(Psycho-educatie) programma's voor leraren/docenten

Welkom op School is een mentormethode voor Internationale Schakelklassen en andere middelbare scholen met nieuwkomers. De methode bestaat uit een docentenhandleiding en een leerlingenwerkboek. In de lessen komen seksualiteit en relaties, sociale vaardigheden, discriminatie, kinderrechten aan bod. Daarnaast bevat het uitgebreide achtergrondinformatie over de verwerking van oorlogsgeweld en is een hoofdstuk gewijd aan vluchtelingenkinderen uit Midden- en Oost-Europa. De docentenhandleiding kan ook als naslagwerk voor (beginnende) docenten gebruikt worden.

Steun bieden aan vluchtelingenkinderen

Specifieke kennis voor leerkrachten over psychische klachten bij leerlingen is te vinden op de speciale pagina's voor leerkrachten van het Kenniscentrum.

De gratis e-learning 'Steun bieden aan vluchtelingenkinderen' van Augeo is een cursus voor leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs. De cursus leert leerkrachten over de effecten van chronische stress bij (vluchtelingen)kinderen en hoe zij veerkracht en herstel kunnen bevorderen van kinderen die stressvolle gebeurtenissen meemaken.

Het Landelijk Opleidingscentrum Kindermishandeling (LOCK) biedt een interactieve workshop over vluchtelingenkinderen en (het herkennen van) trauma. De workshop richt zich op leraren, begeleiders en andere betrokken en speelt in op vragen als 'In hoeverre zijn de kinderen blootgesteld aan ingrijpende of traumatische ervaringen?', 'Wat voor signalen van zorg kunnen we zien?', 'In hoeverre kan je met hen ingaan op en praten over hun ervaringen?' en 'Hoe kunnen we deze kinderen het best begeleiden en ondersteunen in (en buiten) de klas?'.

Leony Coppens, Marthe van Scheijderberg en Carina van Kregten hebben het boek Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen geschreven. In een artikel in De Nieuwe Leraar beargumenteren zij dat door traumasensitief onderwijs te bieden het klassenklimaat veiliger wordt en de effectieve leertijd leeropbrengsten voor kinderen omhoog gaan. Dit draagt bij aan positieve ervaringen m.b.t. de eigen mogelijkheden van het kind en versterkt daarmee mogelijk ook de veerkracht van een kind.

De documentaire Vergeet mij niet over OBS 'De Verrekijker' volgt docenten van leerlingen van uitgeprocedeerde ouders.

Jeugdhulp

Vluchtelingenkinderen vallen onder de Nederlandse Jeugdwet en hebben dezelfde rechten op het gebied van jeugdhulp als alle Nederlandse kinderen. Het RZA heeft in 2015 een overzicht gemaakt met het soort jeugdhulp, wie ervoor verantwoordelijk is en of een indicatie nodig is vanuit de RZA. Hieronder volgt een aantal voorbeelden.

Bij een crisis of geweld in het gezin en (vermoedens van) kindermishandeling is de gemeente verantwoordelijk voor het ondernemen van actie. Veilig Thuis is een (gemeentelijk) advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Na een melding heeft Veilig Thuis de wettelijke taak tot het onderzoeken van de melding, het indien nodig inschakelen van de juiste hulpverleners(instanties) en het op de hoogte houden van de melder van de stappen die worden of zijn ondernomen.

Stichting Tussenspel richt zich op kinderen van 4 tot 12 jaar in zeer moeilijke sociale omstandigheden zoals kinderen in azc's en kinderen van gevluchte ouders met een verblijfsstatus. Door middel van creatieve therapie helpt de stichting kinderen met het hervinden van een eigen identiteit en zelfvertrouwen.

Het Canadese Centre for Addiction and Mental Health (CAMH) heeft in het kader van het Refugee Mental Health Project een ruim aanbod van gratis toegankelijke webinars (de meesten Engelstalig) over vluchtelingen en ggz. Ook biedt het CAMH een online toolkit met onder andere veel relevante literatuurverwijzingen.

Terug naar boven

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv)

Volgens een rapport van UNICEF maakten amv's voor 90 procent deel uit van de vluchtelingen die begin 2016 de oversteek van Griekenland naar Italië maakte. Gedurende de hele reis lopen zij een groot risico op uitbuiting, mensensmokkel en (seksueel) geweld. Na de onhoudbare situatie in het thuisland en de risico's van het vluchten, volgen opnieuw uitdagingen wanneer vluchtelingenkinderen op de plaats van bestemming aankomen. Bij aankomst zijn veel amv's fysiek uitgeput. Ook blijkt dat in veel gevallen sprake is van acute (mentale) gezondheidsproblemen (Hebebrand et al., 2016). Van de minderjarige asielzoekers in Nederland is op dit moment 20% zonder ouder of begeleidende volwassene in Nederland. De grootste groep amv's is tussen de 14 en 18 jaar oud. Zij komen voornamelijk uit Syrië, Afghanistan en Eritrea. Onder hen zijn jongens in de meerderheid).

Uit onderzoek blijkt dat amv's uit verschillende landen ook verschillende redenen en routes van vluchten hebben. Hetzelfde geldt voor de amv's die in Nederland terecht komen. Kennis van deze gevarieerde achtergronden is belangrijk voor het opvangen van deze vluchtelingen. Weten waar een kind vandaan komt en wat voor dingen het (mogelijk) heeft meegemaakt, helpt bij het inschatten van de hulpbehoefte. Pharos heeft in samenwerking met LOWAN factsheets ontwikkeld over Eritrese, Syrische en Somalische vluchtelingenkinderen.

Fysiek en/of seksueel geweld

Seksueel geweld komt vaker dan gemiddeld voor onder vluchtelingen en asielzoekers (Keygnaert et al., 2014). Met name vrouwen en minderjarige asielzoekers blijken een hoog risico te lopen (Kramer & Cense, 2004). Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) beschrijft in een artikel een aantal aanbevelingen om seksueel geweld in azc's tegen te gaan, waaronder het versterken van onderling contact tussen vrouwen en meisjes en het inzetten van weerbaarheidstrainingen binnen deze doelgroepen. Daarnaast pleit het UNHCR in een rapport voor gescheiden slaapzalen en sanitaire voorzieningen en plekken waar vrouwen (enige vorm van) privacy kunnen krijgen (UNHCR, 2016).

Kindbruiden

Tussen september 2015 en januari 2016 kwamen ongeveer 60 kindbruiden Nederland binnen, vaak meereizend met een meerderjarige man. Volgens een rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen betreft dit voornamelijk Syrische meisjes. Deze kindbruiden zijn extra kwetsbaar voor mensenhandel en seksueel geweld. Daarnaast bestaat het risico dat zij sociaal geïsoleerd leven waardoor misbruik en uitbuiten langdurig kan aanhouden. Met het aannemen wat de wet Tegengaan Huwelijksdwang[1] is een begin gemaakt met het tegengaan van kindhuwelijken. Een gerichte aanpak voor verdere ondersteuning van deze doelgroep ontbreekt echter nog.

Zwangeren

Zwangere vluchtelingen hebben een hoger risico op psychologische en medische klachten en -ziekte naar aanleiding van hun zwangerschap dan gemiddeld (Van Hanegem, Miltenburg, Zwart, Bloemekant & Van Roosmalen, 2011). Risicofactoren die hierin een rol spelen zijn onder meer werkeloosheid, taalachterstand en een (ver)late bevalling. Moeders met HIV en alleenstaande (aanstaande) moeders lopen ook een groter risico. Zwangere vluchtelingen in Nederland zijn vaak niet bekend met de geboortezorg en lopen daardoor soms controles mis. Daarnaast werken (meerdere) overplaatsingen de continuïteit van zorg tegen en bemoeilijken taalproblemen het in kaart brengen van mogelijke risicofactoren bij zwangere vluchtelingen. De richtlijn Geboortezorg Asielzoekers beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van betrokken organisaties. De richtlijn bevat een aantal maatregelen ter verbetering van de geboortezorg, waaronder het gezamenlijk maken van een intake afspraak bij de verloskundige en betere informatie over geboortezorg op de azc's.

(Licht) verstandelijk beperkten

Over de prevalentie van (licht) verstandelijke beperking (LVB) onder vluchtelingenkinderen zijn voor zover bekend geen cijfers beschikbaar. Wel wordt aangenomen dat deze groep vertegenwoordigd is onder de vluchtelingenkinderen die Nederland binnenkomen. Kinderen met LVB hebben een grotere kans op verwaarlozing en traumatisering dan normaal begaafde kinderen (Sullivan & Knutson, 2000). Dit benadrukt het belang van alertheid op LVB-problematiek bij vluchtelingenkinderen in azc's zodat op tijd kan worden gekeken en/of doorverwezen naar passende hulp voor het kind en het gezin.

[1] Deze wet schrijft voor dat in Nederland geen buitenlandse huwelijken met meisjes jonger dan 16 jaar worden erkend.

Terug naar boven

Maatschappelijke context vluchtelingenkinderen

Al eerder in de Nederlandse geschiedenis werden grote getalen vluchtelingen opgevangen. In de jaren tachtig kwamen in toenemende mate Tamils, die op de vlucht waren voor de oorlog in Sri-Lanka, naar Nederland. Naar aanleiding van de toenemende druk op reguliere opvangvoorzieningen suggereerden media dat de motivatie van de Tamils eerder economisch dan politiek van aard was.

Als reactie hierop werden strengere regelingen ingevoerd en werd een begin gemaakt met een meer verspreide opvang van asielzoekers in asielzoekers centra. Deze centra werden vanaf 1994 organisatorisch ondergebracht bij het COA.

Eind jaren 90 steeg de bezetting van opvangcentra met 122%, onder andere door oorlogen in Oost-Europa. Als gevolg van de strengere Vreemdelingenwet in 2002 werd de capaciteit teruggedrongen tot 20.000 plaatsen.

In 2015 nam het aantal vluchtelingen en asielaanvragen in Nederland (en de rest van Europa) fors toe. De meeste vluchtelingen die het afgelopen jaar naar Nederland zijn gekomen, komen uit Syrië (17%) en Albanië (12%). In 2014 en 2015 waren er kortstondige pieken in het aantal asielaanvragen door respectievelijk Eritrese en Kosovaarse vluchtelingen.

Terug naar boven

Vanuit de Nederlandse samenleving worden regelmatig zorgen geuit over de aantallen vluchtelingen, de culturele verschillen en de druk op de opvangvoorzieningen. Van de Nederlandse bevolking vindt 55% dat teveel vluchtelingen worden opgevangen en wil 56% dat Nederland niet meer vluchtelingen opneemt. Daarnaast twijfelt meer dan de helft van de mensen aan de politieke reden achter de asielaanvragen. Economische vluchtelingen zijn veruit minder welkom dan politieke vluchtelingen. De angst bestaat dat het opnemen van vluchtelingen ten koste gaat van Nederlanders wat betreft geld en woningen. Of deze angst gegrond is, is moeilijk te bepalen.

De invloed van (sociale) media op de beeldvorming van vluchtelingen lijkt hierbij een rol te spelen. De toon die de media gebruikt in de berichtgeving rondom vluchtelingen kan eveneens van invloed zijn. Woordkeuze is beeldbepalend.

VluchtelingenWerk hanteert een mediabeleid rondom vluchtelingenkinderen die deelnemen aan activiteiten van VluchtelingenWerk. Voor alle media-gerelateerde zaken is toestemming van ouders nodig. Zogenoemde mediakinderen worden aangewezen om bij specifieke evenementen pers te woord te staan. Op deze manier kan VW in de gaten houden dat kinderen beschermd worden tegen inbreuk op hun privacy.

Verus heeft een draaiboek geschreven over media en vluchtelingenkinderen voor leraren die te maken krijgen met persverzoeken. Dit kan behulpzaam zijn wanneer iemand die met vluchtelingenkinderen werkt hierover benaderd wordt.

Terug naar boven

In augustus 2018 bevinden zich 6929 kinderen onder de 18 jaar in de centrale opvang (bron: COA). Het aantal minderjarige asielzoekers dat zonder begeleiding van een volwassene in Nederland arriveerde neemt sinds 2015 af. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit Eritrea, Afghanistan en Syrië,. Wat zijn de gevolgen voor deze grote groep kinderen die in Nederland een leven opbouwen onder (vaak) onzekere omstandigheden en verdeeld tussen twee culturen? Initiatieven als de De ToekomstAcademie spelen met verschillende programma's in op deze toekomst. Middels het aanbieden van trainingen Ondernemen In je Eigen Toekomst (OIET), gastlessen van rolmodellen en leermeesters, workshops, werkervaringsplaatsen en E-cursussen worden jongeren gestimuleerd om aan hun eigen toekomst te werken.

Terug naar boven

Het onderwijs zal ongetwijfeld merken dat steeds meer vluchtelingen zullen instromen in het regulier (of passend) onderwijs. Lees meer over ondersteuning vanuit het onderwijs.

Terug naar boven

Eerder onderzoek lijkt uit te wijzen dat het aantal klachten bij vluchtelingen(kinderen) in de beginperiode van de aankomst in Nederland meevalt vanwege een trage onset (Haker, van Bommel, & Bloemen, 2010). In een rapport van POV Arq in opdracht van het NIP spreken hulpverleners het vermoeden uit dat zwaardere problematiek zich pas later zal manifesteren omdat vluchtelingen(kinderen) kort na aankomst in Nederland simpelweg de rust niet hebben om aan hun problemen toe te komen. Dit impliceert dat de jeugdzorg en de volwassen ggz de komende tijd wellicht in toenemende mate te maken zullen krijgen met vluchtelingen(kinderen en -jongeren) die een beroep doen op gezondheidszorg.

Terug naar boven

Bronnen jeugd-ggz vluchtelingenkinderen

Candel, I., Offermans, E., Jelicic, M., & Merckelbach, H. (2005). Sociale steun bij psychische klachten bij jonge vluchtelingen. Tijdschrift voor psychiatrie, 47, 75-81.

Daud, A., Klinteberg, B. af, & Rydelius, P. (2008). Resilience and Vulnerability Among Refugee Children of Traumatized and Non-Traumatized Parents. Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health, 2:7.

Fazel, M., Reed, R. V., Panter-Brick, C., & Stein, A. (2012). Mental health of displaced and refugee children resettled in high-income countries: risk and protective factors. Lancet, 379, 266–82.

Hebebrand, J., Anagnostopoulos, D., Eliez, S., Linse, H., Pejovic-Milovancevic, M., & Klasen, H. (2016). A first assessment of the needs of young refugees arriving in Europe: what mental health professionals need to know. European Child & Adolescent Psychiatry, 25, 1-6.

Keygnaert, I., Dias, S.F., Degomme, O., Deville, W., Kennedy, P., Kova, A., & Temmerman, M. (2014). Sexual and gender-based violence in the European asylum and reception sector. A perpetuum mobile? The European Journal of Public Health, 1-7.

Kramer, S. & Cense, M. (2004) Overleven op de vierkante centimeter. Veiligheidsbeleveing en strategieën van vrouwen in de centrale opvang van asielzoekers. Utrecht: Pharos/Transact.

Lamkaddem, M., Muijssenbergh, M. van den, & Laban, K. (2015). Vluchtelingen in de praktijk. Persoonsgerichte zorg en veerkracht-gericht werken. Nederlands Tijdschrift Geneeskunde. 2015;159:A9447.

Masten, A.S. & Coathsworth, J.D. (1998). The development of competence in favorable and unfavorable environments: lessons from research in successful children. American Psychologist, 53, 205-220.

Sullivan, P.M., & Knuton, J.F. (2000). Maltreatment and disabilities: A population-based epidemiological study. Child Abuse & Neglect, 24(10), 1257-1273.

Tol, W. A. (2009). Hoe kunnen we kinderen ondersteunen die oorlog hebben meegemaakt? Cogiscope, 4, 2-7.

Tol, W.A., Jordans, M. J. D., Reis R., & de Jong, J. T. V. M. (2009). Ecological resilience: working with childrelated psychosocial resources in war-affected communities. In: D. Brom, R. Pat-Horenczyk & J. Ford (Eds.), Treating Traumatized Children: Risk, Resilience, and Recovery. London: Routledge.

Tuk, B., & Looman, B. (2015). Veerkracht vluchtelingenkinderen is enorm. Het Onderwijsblad, 20.

Van Hanegem, N., Miltenburg, A. S., Zwart, J. J., Bloemenkamp, K. W.M., & Van Roosmalen, J. (2011). Severe acute maternal morbidity in asylum seekers: a two-year nationwide cohort study in the Netherlands. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica, 90: 1010–1016.

Werner, E. E., & Smith, R. S. (1992). Overcoming the Odds: High Risk Children from Birth to Adulthood. New York: Cornell University Press.

Wallen, J., & Rubin, R. H. (1997). The role of the family in mediating the effects of community violence on children. Agression and Violent Behavior, 2, 33-41.

Terug naar boven

Ahmad, A. & Sundelin-Wahlsten, V. (2008). Applying EMDR on children with PTSD. European Child and Adolescent Psychiatry, 17 (3), 127-132.

Alisic, E., Zalta, A.K., Wesel, F. van, Larsen, S.E., Hafstad, G.S., Hassanpour, K. & Smid, G.E. (2014). Rates of post-traumatic stress disorder in trauma-exposed children and adolescents: metaanalysis. The British Journal of Psychiatry, 204 (5), 335-340.

Arq Psychotrauma Expert Groep (2016). Veerkracht en vertrouwen. De bouwstenen voor psychosociale hulpverlening aan vluchtelingen.

Coppens, L., van Kregten, C., & Sneijderberg, M. (2016). Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Een praktisch handboek voor het basisonderwijs. Amsterdam: SWP.

Daud, A., Klinteberg, B. af, & Rydelius, P. (2008). Resilience and Vulnerability Among Refugee Children of Traumatized and Non-Traumatized Parents. Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health, 2:7.

Terug naar boven

Expertgroep Vluchtelingenkinderen

De partners in Arq Psychotrauma Expert Groep bundelen hun kennis en expertise om het bestaande vangnet van opvang, begeleiding en zorg voor vluchtelingen te ondersteunen. Hulporganisaties, gemeentes, scholen, GGD-en, zorgverleners en andere professionals kunnen voor consultatie en advies terecht bij het Arq Kenniscentrum Migratie.

Arq Kenniscentrum Migratie

Het Arq Kenniscentrum Migratie streeft naar optimale psycho-sociale ondersteuning van vluchtelingen, (ex-) asielzoekers en migranten. Om dit doel te bereiken richt het kenniscentrum zich specifiek op het verbeteren van de kwaliteit en samenhang van de zorgketen, de inzet van preventieve interventies en vroegsignalering van psychische klachten. Het kenniscentrum deelt kennis en informatie en is beschikbaar voor heel Nederland.

Bij het Arq Kenniscentrum Migratie kunt u terecht voor consultatie en advies bij vragen over onder andere:

  • Jeugd en gezin; zoals voor vragen met betrekking tot vluchteling kinderen en families op uw school of in uw huisartsenpraktijk.
  • Screening; het signaleren van symptomen van traumatische stress, zoals Posttraumatische Stressstoornis (PTSS).
  • Zorgkaart; voor vragen over welke vormen van (psychosociale) zorg nodig is en of er aanvullende zorg nodig is op de reguliere zorg.
  • Interculturele communicatie; voor vragen over de verschillende culturele achtergronden van de vluchtelingen en welke effecten deze kunnen hebben op hun opvang.
  • Preventie; of er bepaalde methodieken op korte termijn ingezet kunnen worden om psychosociale problemen op langere termijn te voorkomen.
  • Maatschappelijke onrust; voor vragen over de balans tussen goede opvang voor de vluchtelingen en de belangen van inwoners van gemeentes.

Contact met Arq Kenniscentrum Migratie

U kunt contact opnemen met Arq via 088-3305102 en kc-migratie@arq.org.

Terug naar boven

Pharos ondersteunt zowel landelijke als lokale partijen met kennis en expertise bij het terugdringen van de gezondheidsverschillen. Ook richt zij zich op het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van de (gezondheids) zorg en preventie van onder andere mensen met een migranten- of vluchtelingenachtergrond. Pharos werkt hierin samen met gemeenten, professionals, landelijke en lokale partijen in de zorg, patiënten- en migranten organisaties en verzekeraars.

Pharos biedt diverse factsheets op haar website aan over bijvoorbeeld asielzoekers en gezondheid.

Contact

U kunt contact opnemen met Pharos via 030-2349800 en info@pharos.nl.

Terug naar boven

Het Kennisdossier Hulp aan vluchtelingenkinderen is tot stand gekomen met medewerking van de expertgroep:

Elisa van Ee, Klinisch psycholoog/psychotherapeut, Reinier van Arkel

Marleen Hopster, GZ-psycholoog, Intermetzo

Samira Kouhestani, GZ-psycholoog, GGzE

Hanneke Lafeber, Systeemtherapeut/GZ-psycholoog, Intermetzo

Trudy Mooren, Klinisch psycholoog, Centrum '45

Mirjam Pijpers, GZ-psycholoog/psychotherapeut, Reinier van Arkel

Cecil Prins, Kinderpsychiater, Fier / ESCAP

Maria van de Ven, Klinisch psycholoog, GGzE

Terug naar boven

Pharos Leerplatform: 'Werken met vluchtelingen'

'Werken met mensen met een vluchtelingenachtergrond’ is een online cursus voor zorgprofessionals en vrijwilligers. Na aanmelden kunt u de cursus gratis raadplegen. De online cursus is ontwikkeld door Pharos, GGD GHOR Nederland met Danaë.

Handreiking gezondheid en welzijn van kinderen van statushouders: wat kunnen gemeenten doen?

Deze handreiking is bedoeld voor gemeenteambtenaren die zich bezighouden met statushouders vanuit integratie en participatie, volksgezondheid, huisvesting of anderszins. De handreiking richt zich op de invulling van de rol die de gemeente heeft in het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van vluchtelingenkinderen.

>> Download de handreiking

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten