Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Jeugd-ggz voor baby’s, peuters en kleuters

Hieronder vind je betrouwbare kennis over specialistische jeugdhulp aan baby’s, peuters en kleuters (0-5 jaar). Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, signalering en diagnostiek en behandeling.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden.

Op deze pagina

Heb je vragen, mis je informatie of heb je een suggestie? Laat dan een reactie achter via het formulier onderaan deze pagina.

Beschrijving

Terug naar boven

Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap.

Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnose

Terug naar boven

SDQ (Strengths and Difficulties Questionnaire), en ook de OBVL (Opvoedingsbelasting vragenlijst) of de OBVL-K (verkorte versie).

Doel Instrument Leeftijdsrange Tijdsduur afname Opmerkingen
Breed spectrum sociaal-emotionele en competentie ontwikkeling BITSEA
Brief Infant-Toddler Social and Emotional Assessment
1-3 jaar 5-7 min Goede criterium-gerelateerde en construct validiteit.
Goede korte versie van de ITSEA.
Screening/diagnose van delier. PAED
Pediatric Anaesthesia Emergence Delirium scale
1,5-6 jaar 5 min
Trauma/
mishandeling/
misbruik
SPUTOVAMO Signaleringsprotocol kindermishandeling voor de acute hulp

CARE-NL
Child Abuse Risk Evaluation

0-18 jaar

 

0-18 jaar

10 min

 

Ongespecificeerd

Af te nemen door artsen en verpleegkundigen.

 

Voor diverse beroepsgroepen.

Autismekenmerken M-CHAT
Modified Checklist for Autism in ToddlersCoSos
Communicatieve en Sociale OntwikkelingssignalenSCQ
Social Communication Questionnaire
(Vragenlijst Sociale Communicatie)
18-24 mnd

0-3 jaar

Vanaf 4 jaar

5-10 min

30 min

10 min

Voorheen ESAT (Early Screening of Autistic Traits genoemd).
In te vullen door hulpverlener n.a.v. antwoorden van ouders en eigen observaties.Betrouwbaarheid, begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit: niet bekend.
Slaap CSHQ 
Children's Sleep Habits Questionnaire
4-10 jaar 10 min
Eet- en voedingsproblemen MCH
Montreal Children's Hospital Feeding Scale.
Ouders/gezin OBVL of OBVL-K
Opvoedingsbelasting
vragenlijst
0-18 jaar 10 min Betrouwbaarheid, begrispvaliditeit en criteriumvaliditeit: niet bekend.
VGFO
Vragenlijst Gezinsfunctioneren Ouders
0-18 jaar 10 min Multi-probleemgezinnen

Tabel 1. Overzicht van veel gebruikte screeningsinstrumenten (zowel algemene als specifieke). 

Noot: Van sommige instrumenten zijn de psychometrische kwaliteiten nog maar net bewezen, of (Nederlandse) normgegevens nog niet beschikbaar en/of afgeleid uit internationaal onderzoek. Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie pretendeert niet volledig en uitputtend te zijn. Deze beschrijving kan beschouwd worden als de stand van zaken op het gebied van wetenschappelijk onderbouwd ontwikkelingsonderzoek bij het jonge kind op het moment van opstellen van deze tekst.

Terug naar boven
Instrument Leeftijdsrange Tijdsduur afname Opmerkingen
Breed spectrum (Sociaal-emotioneel, en gedragsmatig)
CBCL 1½-5
Child Behavior Checklist
1½-5 jaar 15-20 min Probleemschalen, DSM schalen.
TRF
Gedragsvragenlijst voor Kinderen, Informatie Leiding/Leerkracht
1½-5 jaar 10-20 min Probleemschalen, DSM schalen.
ITSEA
Infant-Toddler Social and Emotional Assessment
1-3 jaar 25-30 min Vragenlijst met dimensies: internaliserende en externaliserende symptomen, deregulatie en sociaal emotionele competenties. Uitstekende test-hertest betrouwbaarheid. Goede criterium-gerelateerde en construct validiteit. Nog geen gevalideerde gegevens in Nederland beschikbaar.
SDQ
Strengths and Difficulties Questionnaire NL versie
3-4 jaar 20 min Betrouwbaarheid en begripsvaliditeit: voldoende.
Criteriumvaliditeit: onvoldoende (te weinig onderzoek).
DIPA
Diagnostics Infant and Preschool Assessment
0-6 jaar 1,5-2 uur Semigestructureerd interview voor DSM-5 criteria van psychiatrische stoornissen.
Trauma/mishandeling/misbruik
CAPI
Child Abuse Potential Inventory
0-18 jaar 10-20 min Het voorspellen van de kans op fysieke kindermishandeling binnen gezinnen.
TSCYC
Trauma Symptom Checklist for Young Children
3-12 jaar 15 min Betrouwbaarheid, begripsvaliditeit, en criteriumvaliditeit: niet bekend.
CSBI
Child Sexual Behavior Inventory
2-12 jaar 10-13 min Betrouwbaarheid, begripsvaliditeit, en criteriumvaliditeit: niet bekend.
Emotionele stoornissen (angst en depressie)
PFC
Preschool Feelings Checklist
3-6 jaar 5-10 min Voor het opsporen van depressieve symptomen bij peuters en kleuters.
Disruptieve gedragsproblemen en ADHD
GvK
Gedragsvragenlijst voor Kleuters
(ODD/CD en ADHD)
3-6 jaar 15 min Betrouwbaarheid: voldoende, begripsvaliditeit: goed, criteriumvaliditeit: onbekend.
Afnemer dient diagnostisch geschoold te zijn.
Conners’ Parent Rating Scale-Revised (ADHD)
K- DBDs
Kiddie Disruptive Behavior Disorders Schedule
(ODD/CD en ADHD)
3-6 jaar 45 min afname 10 min scoring Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
Semi-gestructureerde diagnostische interview voor afname bij ouders van jonge kinderen.
DB-DOS
Disruptive Behavior Diagnostic Observation Schedule
3-6 jaar 50 min Intensieve training vooraf vereist.
Sociaal-communitief/autisme
SRS
Social Responsiveness Scale
4-18 jaar 15-20 min Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
AVZ-R
Autisme en Verwante Stoornisschaal voor Zwakzinnigen - Revisie
Vanaf 2 jaar 10-30 min Betrouwbaarheid: goed, Begripsvaliditeit: goed, Criteriumvaliditeit: voldoende.
ADOS-2
Autisme Diagnostisch Observatie Schema
30-60 min Kent 4 modules: voor peuters (weinig/geen gesproken taal) tot en met kleuters (vloeiend taalgebruik). Afhankelijk van leeftijd en taalontwikkeling wordt een passende module gekozen.

Betrouwbaarheid, validiteit: nog niet beoordeeld.

AUTI-R
Schaal voor vroegkinderlijk autisme
1-12 jaar 30-45 min Betrouwbaarheid, begripsvaliditeit, en criteriumvaliditeit: voldoende (waarschijnlijk minder voor kinderen onder de 2 ½ jaar).
PDDST-II-NL
Pervasive Developmental Disorders Screening Test-II-NL
1-6 jaar 15-30 min Vragenlijst
Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
Slaap
CSHQ
Children’s Sleep Habits Questionnaire
4-10 jaar 10 min Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
Ouderlijke psychische klachten
(E(P)DS)
Edinburgh (Postnatal) Depression Scale
Vrouwen in postnatale periode 15 min De EPDS meet de risicofactoren voor het ontwikkelen van een postpartum depressie.
Vragenlijst
SCL-90
Symptom Check List
Volwassenen 15 min Multidimensionele klachtenlijst bestaande uit 90 items; maat voor algeheel psychisch functioneren.
ZBV
Zelfbeoordelingsvragenlijst
Volwassenen 10-15 min Meet algemene angst.
Ouder-kindinteracties
EAS
Emotional Availability Scales
0-5 (6) jaar 30-40 min Vrij-spel observatie ouder-kind.
Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
Training verplicht.
Schalen ontworpen door Erickson, Sroufe en Egeland (1985) 0-5/6 jaar 30 min Spelobservaties ouder-kind (vrij spel en enkele opdrachtjes).
Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend.
FEAS
Functional Emotional Assessment Scale
3 tot 48 (72) maanden.
Schalen
3-48 maanden
(ook bruikbaar bij kinderen tot ca. 7-8 jaar)
30-45 min Vrij-spel observatie ouder-kind.
Betrouwbaarheid, validiteit: niet bekend. Training vereist.
AMBIANCE
Atypical Maternal Behavior Instrument for Assessment and Classification
12-24 maanden Observatie vragenlijst bij vermoeden desorganiserend gedrag.
Geen normgegevens beschikbaar.
Training vereist.
LPG
Lausanne Picnic Game
0-6+ jaar 30 min Diagnostisch instrument om de verschillende relaties in een gezin te scoren, waarbij de nadruk ligt op de ouders/partners.
Geen normgegevens beschikbaar.
Ouderlijke mentale representaties/mentaliseren
WMCI
Working Model of the Child Interview
0-6 jaar 60 min Goede betrouwbaarheid en validiteit.
Geen normgegevens beschikbaar.
PDI
Parental Developmental Interview
Baby’s-jonge kinderen
0-5/6 jaar 90 min Goede betrouwbaarheid en validiteit.
Geen normgegevens beschikbaar.
PRFQ
Parental Reflective Functioning Questionnaire
0-6+ jaar 5-10 min Mate van mentaliseren van de ouders.
Onderzoek naar normgegevens gaande.
Gehechtheidsgedrag
AISI (2-5)
Attachment Insecurity Screening Inventory (AISI 2-5 / 6-12)
2-5 jaar 15-20 min Deel A bestaat uit 20 vragen over hechtingsgedrag van het kind. Deel B bevat een aantal open vragen over de interactie tussen kind en volwassene waar men toelichting op kan geven.
ARI-CP 2-5
(Attachment Relationship Inventory - Caregiver Perception 2-5 years)
De ARI-CP 2-5 geeft een beeld van hoe opvoeders de gehechtheidsrelatie met hun kind van 2 t/m 5 jaar ervaren. De ARI-CP 2-5 presenteert een profiel van de mate waarin de opvoeders zichzelf en/of hun kind herkennen in uitspraken over kenmerken van veilige, vermijdende, ambivalente en gedesorganiseerde gehechtheidsrelaties. De ARI-CP 2-5 bestaat uit 48 items. In de handleiding staat beschreven hoe het instrument gebruikt kan worden en is informatie opgenomen over de betrouwbaarheid en validiteit. Het instrument is gratis beschikbaar voor gebruik buiten Basis Trust.
LSVG
Lijst Signalen Verstoorde Gehechtheid (in ontwikkeling)
DAI
Disturbances of attachment interview

Tabel 2. Aanbevolen instrumenten voor signalering, screening en diagnostiek bij kinderen van 0 tot 6 jaar. 

Terug naar boven

Ten aanzien van de voorgestelde instrumenten geldt dat ze hulpmiddelen zijn voor het in kaart brengen/de diagnostiek van de aanwezige problemen en het ontwikkelingsniveau van het jonge kind, bij keuzes over de meest passende behandelingsstrategie en/of bij de evaluatie van behandelingen.

Ontwikkelingsonderzoek

Er zijn diverse instrumenten om de ontwikkeling en intelligentie van het jonge kind in kaart te brengen (zie tabel 3 en klik op de instrumenten voor een beschrijving). Van belang is dat men zich realiseert dat bij heel jonge kinderen de verschillende ontwikkelingsgebieden (sociaal, emotioneel, motorisch, taal-spraak en cognitief) elkaar onderling sterk beïnvloeden en ook mede bepaald worden door de (zelf)regulatiecapaciteiten van het kind tijdens de testafname. Daarom dient de onderzoeker tijdens de testafname en interpretatie ervan na te gaan in hoeverre de gemeten resultaten voldoende valide zijn in de zin dat ze daadwerkelijk gemeten hebben wat ze beogen te meten. De validiteit en betrouwbaarheid nemen toe vanaf de leeftijd van ongeveer 2½ jaar, maar worden minder voorspellend naarmate de tijd verstrijkt. Bij kinderen tot een jaar of zes wordt het ontwikkelingsonderzoek wat flexibeler afgestemd op de alertheidstoestand en algemene regulatie van het kind en meestal opgedeeld in twee of meer sessies. Een overzicht van ontwikkelingsonderzoek is te vinden in het recent verschenen boek: Psychodiagnostiek van nul tot zes jaar: ontwikkeling, testgebruik en casuïstiek. Hurks, van der Meulen, Ruiter en Hendriksen (red.) 2019.

 

Instrument Leeftijdsrange Tijdsduur afname Opmerkingen
ASQ-3
Ages and Stages Questionnaire
2-66 maanden 12-18 min Opeenvolgende screeningsvragenlijsten (8) over algemene ontwikkeling, door ouders in te vullen. Goede psychometrische eigenschappen.
Bayley-III
Bayley Scales of Infant Development III - Nederlandse versie
1-42 maanden 25-60 min Meet algemene mentale en motorische ontwikkeling.
Genormeerde scores.
WPPSI-R 4-7,5 jaar 2x 30-40 min Intelligentietest.
Genormeerde scores.
Goede betrouwbaarheid en validiteit.
SON-R 2-8 jr 2-8 jaar 2x 30-40 min Niet-verbale algemene intelligentietest.
Genormeerde scores.
Mullen Scales of Early Learning 1-68 maanden 2x 30 min Genormeerde scores
PEP-R
Psycho-educatief Profiel-R
3-6+ jaar ca. 2x 45 min Voor kinderen met forse achterstand en geen/nauwelijks taalontwikkeling en die slechts indirect via materiaal betrokken kunnen worden.
Geeft leeftijdsequivalent-score.
KID-N
Kent Infant Development Scale – Nederlandse versie
Ontwikkelingsleeftijd tot 15 maanden. Bij kinderen met beperkingen een chronologische leeftijd tot ca. 8 jaar. 1-1,5 uur Betrouwbaarheid: Goed

Begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit: onvoldoende

BRIEF-P
Vragenlijst executieve functies bij peuters
2-5 jaar ca. 10 min
Vineland (adaptief functioneren) 0-6 Adaptief functioneren in communicatie, dagelijkse vaardigheden, socialisatie en motoriek.
Normering?
ITSP
De Infant/Toddler Sensory Profile (sensorische verwerking)
0-6 maanden
7-36 maanden
15-20 min Vragenlijst.
Kan voor zowel diagnostiek als interventie worden gebruikt en is interessant voor o.a. ergotherapeuten, kinderfysiotherapeuten, logopedisten, psychologen, orthopedagogen en kinderartsen.

Tabel 3. Overzicht van veel gebruikte instrumenten om het ontwikkelingsniveau te meten (inclusief adaptief functioneren, zintuigelijke verwerking en executieve functies).

Onderzoek van het kind in zijn/haar relationele contexten

Een belangrijk onderdeel van het diagnostisch onderzoek van het jonge kind is het onderzoek naar de (interacties met) de relationele contexten: dit kan aan de hand van gesprekken en/of gestandaardiseerde interviews van de ouders (over onder meer eigen ervaring/beleving, visie op het kind en mate van opvoedingsbelasting/-stress), en van observaties van ouder-kind interacties en gezinsinteracties in verschillende situaties. Hiervoor wordt bij voorkeur gestandaardiseerde instrumenten gebruikt (zie tabel 2), zie ook specifieke richtlijnen, zoals de richtlijn Problematische gehechtheid. Naast de meest proximale context van het gezin, is het ook belangrijk om tot kennis en begrip te komen van de (invloed van de) bredere context van familie, sociaal-maatschappelijke en materiele omstandigheden aangezien deze relevant is voor de interpretatie van gegevens en keuzes van interventies en behandeling.

Somatisch en klinisch genetisch onderzoek

Om verschillende redenen is het bij de diagnostiek naar stoornissen/psychopathologie bij het jonge kind belangrijk om ook onderzoek naar mogelijke somatische en genetische afwijkingen nadrukkelijk te overwegen. Ten eerste is het omwille van de jonge leeftijd veelal de eerste keer dat het kind uitgebreid wordt onderzocht. Ten tweede is het juist op deze leeftijd belangrijk om mogelijke andere (somatische) problemen die met een onderliggend genetisch syndroom kunnen samenhangen vroeg te onderkennen met het oog op screening en eventuele (secundaire) preventie en behandeling van deze somatische ziekten. En tot slot kan het wel of niet vaststellen van een genetische oorzaak belangrijk zijn voor de mogelijke kinderwens van ouders.

De toegankelijkheid van genetische screening is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Criteria om genetisch onderzoek in te zetten zijn (combinaties van) dysmorfe kenmerken, duidelijke ontwikkelingsachterstand en ontwikkelingsstoornissen. Zie ook de richtlijn autisme.

Toelichting per stoornis

Trauma- en trauma-gerelateerde stoornissen

Jonge kinderen kunnen uiteenlopende emotionele en gedragsmatige reacties vertonen als gevolg van traumatische ervaringen, zoals een ongeluk, operatie, brand, huiselijk geweld, seksueel misbruik of mishandeling. Steeds duidelijker wordt hoe een breed scala aan psychopathologie gerelateerd is aan onverwerkte traumatische ervaringen. De meest voorkomende stoornis na het meemaken van (ernstige) traumatische ervaringen is de Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Specifieke symptomen van PTSS bij jonge kinderen zijn: steeds aan de gebeurtenis denken, nachtmerries, angsten, snel kwaad zijn, moeite met concentreren en slaapproblemen. Ook kunnen zij extra aanhankelijk zijn of lichamelijke klachten hebben als hoofd- of buikpijn. Daarnaast kan er sprake zijn van regressief, agressief of destructief gedrag en moeite met separatie van de ouder (vastklampen). Onderzoek toont aan dat chronische PTSS ook kan leiden tot een ontwikkelingsachterstand op diverse fronten: lichamelijk, emotioneel, sociaal, cognitief, biologisch en neurobiologisch (Beer en de Roos, 2017). Zie ook het kennisdossier Trauma en Kindermishandeling op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Autismespectrumstoornissen

Diagnostiek van ASS is al mogelijk op zeer jonge leeftijd, mits na uitgebreid onderzoek met inachtneming van differentiaal diagnoses (zie paragraaf over diagnostische classificatie). Ook is er voor kinderen tussen de 9 en 36 maanden oud de mogelijkheid om te denken aan de classificatie vroegkinderlijke atypische autisme spectrum stoornis (DC:0-5; ZERO to THREE, 2016) bij ernstige sociaal-communicatieve afwijkingen en beperkte repetitieve symptomen en wanneer niet voldaan wordt aan alle criteria van ASS. Voor diagnostische instrumenten op de jonge kinderleeftijd wordt verwezen naar tabel 2, en lees hier meer over diagnostische instrumenten voor ASS op de kinderleeftijd in het algemeen.

Aandachtsdeficiëntie-/Hyperactiviteitsstoornis (ADHD)

Om ADHD te kunnen classificeren bij heel jonge kinderen – uiteraard na uitgebreid onderzoek en met inachtneming van differentiaal diagnoses - dienen de symptomen strikt aan de criteria te voldoen, aangezien aandachts-zwakte en hyperactiviteit ook bij de normale vroege ontwikkeling horen. Wanneer de symptomen overeenkomen met ADHD maar toch niet geheel voldoen aan de betreffende criteria kan, vergelijkbaar met de vroegkinderlijke atypische autisme spectrum stoornis, een hyperactiviteitstoornis van de peuterleeftijd geclassificeerd worden (DC:0-5; ZERO to THREE, 2016). Voor diagnostische instrumenten op de jonge kinderleeftijd wordt verwezen naar tabel 2.

Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen

Ook bij deze stoornissen is het belangrijk om ruim aandacht te besteden aan een grondige differentiaal diagnose, en de contextuele factoren. Deze classificatie wordt beschreven in de DSM-5 (APA, 2014). In de DC:0-5 werd er geen gedragsstoornis opgenomen, maar komt de stoornis van ontregelde woede en agressie daarvoor in de plaats die in de DC:0-5 ook onder stemmingsstoornissen valt (ZERO TO THREE, 2016), en waarbij de nadruk op de emotionele ontregeling komt te liggen (zie ook paragraaf over de DC:0-5). Voor diagnostische instrumenten zie tabel 2.

Stoornissen in de sensorische/zintuiglijke verwerking

Jonge kinderen kunnen ernstige en belemmerende problemen laten zien in de regulatie van sensorische input. Zij uiten zich in hyperreactiviteit (bijvoorbeeld versterkte respons, korte latentietijd van respons, en tragere habituatie of gewenning aan respons), hyporeactiviteit (bijv. zwakke respons, lange latentietijd van respons), of atypische reactiviteit t.a.v. sensorische prikkels zoals overmatige en ongebruikelijke sensorische exploratie. Deze stoornissen kunnen zich in meer dan een sensorische modaliteit manifesteren (tactiel, visueel, auditief, vestibulair, olfactorisch, smaak, proprioceptief, en enteroceptief). Zij worden niet eerder verklaard door andere stoornissen (bijv. ADHD, angststoornissen, ASS) maar kunnen wel samen met die stoornissen voorkomen, met uitzondering van ASS waarbij sensorische verwerkingsproblemen al deel uitmaken van de kernsymptomen. Voor specifieke instrumenten op de jonge kinderleeftijd, zie tabel 3.

Depressieve en angststoornissen

Depressieve stoornissen worden niet vaak gesteld bij peuters en kleuters en zijn moeilijker te beoordelen bij jonge minder verbale kinderen. De symptomen komen meestal duidelijker naar voren in spel. Naast (spel-)observaties van het jonge kind in verschillende situaties worden vragenlijsten veelvuldig ingezet bij de diagnostiek van depressie en angst vanaf de leeftijd van 1,5 jaar.

In de DC:0-5 zijn zes verschillende angststoornissen opgenomen: de separatieangststoornis, sociale-angststoornis (sociale fobie), generaliseerde angststoornis, selectief mutisme welke vier ook voorkomen in de DSM-5, een nieuwecategorie, inhibitie voor het nieuwe stoornis, en tenslotte een restcategorie, de andere vroegkinderlijke angststoornis.

Inslaapstoornissen en overmatig huilen

Een inslaapprobleem kan worden vastgesteld aan de hand van de door St James-Roberts (2012) gemodificeerde criteria van Richman (1981; het kind heeft de meeste nachten meer dan 30 minuten nodig om in slaap te vallen). Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van de criteria die beschreven staan in de DC:0-5. Overmatig huilen wordt meestal met “de regel van 3” gedefinieerd: het kind huilt minstens drie uur lang, in een frequentie van minstens 3 dagen per week en gedurende tenminste 3 weken. Het huilen kan niet beter verklaard worden door een somatische oorzaak. De symptomen en/of de aanpassingen daaraan door de omgeving leiden tot significante beperkingen in functioneren (DC: 0-5; Zero to Three, 2016).
De tolerantie voor en lijdensdruk door (overmatig) huilgedrag en slaapproblemen kan sterk verschillen tussen ouders en tussen verschillende culturen. Registratie van huilen en/of slapen en bijkomende omstandigheden en gedragingen van kind en ouders biedt daarom de noodzakelijke informatie en aanknopingspunten voor de juiste interventies. Er is geen specifiek instrument om slaapstoornissen en overmatig huilen mee vast te stellen. Wel is de richtlijn Excessief huilen beschikbaar. Van belang is dat veel/overmatig huilen in de loop van de eerste levensmaanden en –jaren niet als eenzelfde type probleem benaderd moet worden omdat de onderliggende problematiek sterk kan verschillen. Hier moet kennis van worden genomen alvorens tot voorlichting en advies wordt overgegaan. Verder spelen (soms irrealistische) verwachtingen en culturele factoren een belangrijke rol in de ervaring van slaapproblemen bij 0 tot 2-jarigen. Bij inslaapproblemen die na het 2e, 3e jaar voortduren gaan interactie- en gedragsproblemen een grotere rol spelen.

Voedings- en eetstoornissen

De mogelijke aanwezigheid van voedings- en eetstoornissen wordt onderzocht aan de hand van een anamnese, psychodiagnostiek van het kind, onderzoek naar de ouder-kindinteractie (zowel tijdens als buiten een voedingssituatie) en observatie van het kind in een spelsituatie.

Posttraumatische stressstoornis

Informatie voor het stellen van de diagnose PTSS bij jonge kinderen zal voornamelijk via de ouders worden verzameld. Herbelevingen van het trauma zijn bij jonge kinderen veelal terug te zien in hun spel. Voor instrumenten t.b.v. specifieke diagnostiek, zie tabel 2.

Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling

Terug naar boven

richtlijn voeding en eetgedrag, en de richtlijn Problematische gehechtheid. Voor een beschrijving van behandeling en interventies, zie ook Lambregtse-van den Berg, Visser, Van Ransbeek, Van Lier en Van Daalen, in Verhulst, Verheij en Danckaerts (2014).

Overzicht van veel gebruikte interventies

In het overzicht dat hierna volgt, beschrijven we interventies die primair gericht zijn op het kind, op de ouder(s) of op ouder-kindinteracties/-relaties, en worden ze gerangschikt per probleemgebied. Het zal echter duidelijk zijn - gezien de eerder beschreven uitgangspunten van vroege diagnostiek, classificatie en behandeling – dat behandelingen gebaseerd moeten zijn op gedegen diagnostiek naar de gehele context, waar de psychische/ontwikkelingsstoornis van het kind een onderdeel van is. Het is dus zeker niet slechts de stoornis van het kind die de keuze van de behandeling bepaalt. Individueel afgestemd behandelen impliceert dan ook dat een combinatie van ingangen en doelen meestal nodig is, gericht op het kind en de omgeving(en). Bij de behandelplanning wordt ook zo goed mogelijk afgestemd op de voorkeuren van ouders.

  • Behandelingen moeten gebaseerd zijn op gedegen multidimensionale diagnostiek.
  • De psychische-/ontwikkelingsstoornis van het kind is daarvan een onderdeel.
  • Individueel afgestemd behandelen impliceert een combinatie van ingangen en doelen gericht op het kind en de omgeving(en).
  • Voorkeuren en mogelijkheden van ouders spelen vanzelfsprekend een rol in de behandelingsplanning.

Het kind als ingang voor behandeling

Individuele psychotherapie (altijd naast/in combinatie met ouderbegeleiding)

Individuele psychotherapie kan toegepast worden bij kinderen vanaf ongeveer 3-4 jaar, wanneer er een reden is om ook individueel met het kind te werken, hoewel de ouder soms wel uitgenodigd kan worden om bij sommige sessies aanwezig te zijn. Individuele kind therapie gebeurt altijd naast/in combinatie met ouderbegeleiding.

De ouder-kindinteractie/-relatie als ingang voor behandeling

Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) (oudertraining middels directe coaching met “oortje”), Incredible Years (oudergroep), Triple P-Positive Parenting Program (oudertraining), Video Interaction to promote Positive Parenting (VIPP), en de ouder-baby interventies zijn de meest onderzochte interventies gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de ouder-kindinteractie (Comer e.a., 2013). De meeste van deze interventies zetten in op het verbeteren van opvoedingsvaardigheden voor specifieke gedragsproblemen. Daarnaast zijn er interventies die specifiek zijn gericht op kinderen met ontwikkelingsproblemen/stoornissen (Pivotal Response Treatment, Floorplay).

Interventies die specifiek gericht zijn op het verbeteren van de gehechtheidsrelatie zijn: DOK!, Theraplay en Basic Trust. De MIG (Modified Interaction Guidance) richt zicht specifiek op ouders die ernstig verstoord oudergedrag vertonen naar hun kind, en de TFT (Trauma Focused Therapy) wanneer trauma een rol speelt in verstoord ouderschap. Ook wordt bij interventies gericht op de gehechtheidsrelatie vaak gebruik gemaakt van het “Circle of security” model.

De ouder en verwachtingen/ideeën van de ouder als ingang voor behandeling

In dit geval is (psychodynamische) psychotherapie meestal eerste keuze van behandeling. Child Parent Psychotherapy (CPP; Lieberman, Van Horn, & Ghosh Ippen, 2005) en Infant Parent Psychotherapy (IPP; Lieberman, Silverman, & Pawl, 2000) zijn psychotherapeutische interventies die vooral gericht zijn op het aanpakken van representaties van ouders. Watch, Wait, Wonder (Cohen e.a., 1999) is een combinatie van een psychodynamische en een gedragstherapeutische benadering (Keren e.a., 2018). MBT-parenting (MBT-P) is een behandeling die zich richt op jonge ouders met borderline problematiek. De behandeling heeft als doel hechtingsproblemen bij het kind te voorkomen.
Een preventieve groepsinterventie voor ouders van zeer geremde (angstige) jonge kinderen is het Cool Little Kids programma.

E-health

Onderzoek wijst erop dat op zichzelf staande zelfhulp- (waaronder online) behandelingen iets minder effectief zijn dan behandelingen met individuele (face-to-face) ondersteuning (Bennet ea, 2019). Vaak wordt daarom een combinatie gebruikt van online en individuele behandelmodules (blended care). Online-behandelingen voor jonge kinderen zijn vooral gericht op de ouders en bevatten altijd ook psycho-educatieve onderdelen. Met name helpt blended care ouders om hun eigen kennis en vaardigheden in de opvoeding en verzorging van hun kind te vergroten op een manier die nauw aansluit bij de eigen thuissituatie.

Online-behandelingen voor het jonge kind

Url & Uk in de wolken

De online behandeling 'Url & Uk in de wolken' (Dimence Centrum Infant Mental Health) is ontwikkeld voor ouders met kinderen tussen 1 en 12 jaar (De Zeeuw e.a., 2013). ‘Url & Uk in de wolken’ helpt ouders om beter om te gaan met uitbarstingen van emoties van het kind en zichzelf, maar ouders leren met deze online behandeling ook hoe deze te voorkomen. Door middel van tekst, cartoons en 3D filmpjes wordt inzicht gegeven in hoe het brein van kinderen werkt en groeit, en leren ouders de opvoeding hier beter op af te stemmen.

Spreekt voor zich

De website en methode 'Spreekt voor zich' zijn bedoeld voor kinderen van vier tot acht jaar met selectief mutisme, hun ouders, leerkrachten en behandelaren. Aansprekend voor jonge kinderen op de site is 'het Luiderslot', een slimme serious game. De game is een onderdeel van een totaalpakket, een uitgewerkt cognitief-gedragstherapeutisch protocol voor de behandeling van jonge kinderen met selectief mutisme.

>> Meer over specifieke online behandelingen

Terug naar boven

behandelingsvormen bij Autismespectrumstoornissen, op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en de website van het landelijke expertise netwerk Autisme Jonge Kind (AJK).

Aandachtstekort-/Hyperactiviteitsstoornis, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen

In de meeste trainingen van het kind met ADHD of ODD ligt de focus op het omgaan met boosheid, sociale vaardigheden en probleemoplossend vermogen (Laforett, Murray & Kollins, 2008). Trainingen die vooral onderzocht zijn bij disruptieve gedragsstoornissen (en minder bij ADHD) zijn Incredible Years, Parent Child Interaction Therapy (PCIT), STOP 4-7 en Triple P. Als gedragsmatige interventie onvoldoende werkzaam is gebleken en er sprake is van disfunctioneren kan medicatie ook voor kinderen jonger dan 6 jaar worden overwogen.

Zintuiglijke prikkelwerkingsproblemen

Er is nog onvoldoende wetenschappelijk onderbouwde behandeling die specifiek gericht is op zintuiglijke verwerkingsstoornissen. In de praktijk staan psycho-educatie, ouderbegeleiding en coaching onder meer gericht op het ontwikkelen van een betere afstemming op de mogelijkheden en moeilijkheden van het kind vaak centraal in de behandeling. Ouder Kind Interactie Bewegingsspel (OKI-B) en sensorische integratietherapie kunnen daarbij van toegevoegde waarde zijn.

Internaliserende stoornissen

In interventies voor angst en depressie bij jonge kinderen staat de nauwe betrokkenheid van de ouders centraal. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van ouder-kindinteractiebegeleiding en cognitieve gedragstherapeutische technieken. Medicatie voor depressie bij jonge kinderen is voor zover onderzocht niet effectief. De inzet van medicatie voor ernstige angststoornissen bij jonge kinderen is geen behandeling van eerste keuze en er is relatief nog weinig onderzoek gedaan naar de veiligheid en effectiviteit hiervan.

Het VRIENDEN-programma is een protocollair cognitief gedragstherapeutisch programma voor behandeling van kleuters, kinderen en jongeren met angststoornissen. Het is oorspronkelijk ontwikkeld in Australië door prof. Paula Barrett en medewerkers. Naast VRIENDEN voor kinderen en VRIENDEN voor jongeren is er het FIJN: VRIENDEN!-programma dat als doel heeft emotionele veerkracht op te bouwen door middel van spel bij 4- tot en met 7-jarigen (Nederlandse vertaling door E. Utens, 2011, Erasmus MC-Sophia, Rotterdam).

>> Lees meer over het FIJN! VRIENDEN-programma

Voedings- en eetstoornissen

De behandeling van voedings- en eetstoornissen kan op meerdere facetten worden ingezet:

  • psycho-educatie: over o.a. normale variatie gedurende de eerste jaren
  • behandeling van een eventuele lichamelijke aandoening
  • logopedische behandeling bij een inadequate mondmotoriek/slikproblemen
  • voedingsadviezen door een diëtist
  • specifieke begeleiding bij een ontwikkelingsachterstand
  • ouder- en kindpsychotherapie, gericht op de voedingssituatie of op de ouder-kindrelatie in het algemeen

Hierbij is het vooral belangrijk dat de ouders en het kind worden geholpen bij het terugbrengen van rust in de voedings-/eetsituatie en het onder controle brengen van de angst. Hierbij dient men sensitief te zijn voor de (sub)culturele aspecten die hier een belangrijke rol kunnen spelen.

Slaapstoornissen en overmatig huilen

Om een adequaat behandelingsplan op te kunnen stellen, wordt ouders gevraagd om een dag/nachtboek gedurende twee weken bij te houden van de slaaptijden, en van de omstandigheden/ouderlijke interventies voor het slapen gaan en bij ontwaken in de nacht. Voor de behandeling van slaapproblemen wordt de voorkeur gegeven aan de inzet van gedragsprogramma’s boven het gebruik van medicatie. Daarnaast kan psycho-educatie worden gegeven aan de ouders. Wanneer psychosociale en gedragsmatige interventies onvoldoende effect hebben, kan medicatie worden overwogen. Tevens is de richtlijn Excessief huilen beschikbaar voor meer informatie over behandeling van overmatig huilen.

Trauma en deprivatie stoornissen

Posttraumatische-stressstoornis

Onderzoek naar traumagerichte cognitieve gedragstherapie (m.b.v. TF-CBT) bij twee- tot achtjarigen en ouder-kind psychotherapie (m.b.v. CPP/IPP) bij drie- tot vijfjarigen toont een afname in PTSS-klachten. Laatstgenoemde therapie lijkt met name geschikt voor zeer jonge kinderen of kinderen bij wie bijkomende ouder-kindrelatieproblematiek een rol speelt. Vanuit de klinische praktijk worden ook positieve uitkomsten toegeschreven aan Eye Movement Desensitization & Reprocessing EMDR.

EMDR is aanvankelijk ontwikkeld voor volwassenen, die lijden aan trauma-gerelateerde stoornissen. Met de nodige aanpassingen is EMDR ook geschikt voor kinderen vanaf 1 jaar (De Roos & Beer, 2003), die op uiteenlopende manieren kunnen lijden aan de gevolgen van traumatische ervaringen. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de verhalenmethode, waarbij de ouder een tevoren geschreven verhaal over de traumatische gebeurtenis voorleest. Zie ook bij interventies per stoornis. In boeken en tijdschriften zijn enkele casusbeschrijvingen over EMDR bij jonge kinderen gepubliceerd, waarbij klachten na behandeling gereduceerd of verdwenen waren en de gestagneerde ontwikkeling snel op gang kwam (De Roos & Beer, 2008; Schlattmann, 2006; Went, 2014). Er begint evidentie te komen voor de effectiviteit bij jonge kinderen (Hensel, 2009, 1;9 tot 6 jaar, case series design; De Roos e.a., 2011, kinderen van 4-18 jaar).

Reactieve hechtingsstoornissen en ontremd sociaal contact stoornis

Er wordt in veel interventies voor jonge kinderen met psychopathologie ingespeeld op het vergroten van de ouderlijke sensitiviteit, gericht op het verbeteren van de gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind. Wanneer er het vermoeden is van een reactieve hechtingsstoornis met sociaal geremd gedrag of een sociaal ontremd contactstoornis met ontremd gedrag als gevolg van evident insufficiënte zorg, wordt verwezen naar de richtlijn diagnose en behandeling van kinderen en adolescenten met een reactieve hechtingsstoornis en ontremd sociaal contactstoornis (Zeanah, e.a., 2016).

Ernstige verstoringen en stoornissen in de ouder-kindrelatie dragen sterk bij aan vroegkinderlijke negatieve jeugdervaringen (ACE; Adverse Childhood Experiences). Er is daarom veel aandacht voor vroege (preventieve) interventies gericht op het verbeteren van ouder-kind(gehechtheid)relaties. Deze blijken vaak effectief - al blijken de effecten gemiddeld genomen niet groot - bij hoog-risico groepen (Gezondheidsraad, 2018).

Terug naar boven

https://doi.org/10.1007/BF03072375

Visser, J., Nijboer, M., Aarts, P., Hofman, E., Van der Hulst, L., De Roos, Y., Kuijl, I., & Pestel, N. (2015). Flow chart 0-6 jarigen [Electronic version]. Retrieved May 23, 2015 from first author.

Wallace, K.S., & Rogers, S.J. (2010). Intervening in infancy: implications for autism spectrum disorders. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 51(12), 1300-1320.

Went, M. A. T. (2014). Ouder-kind-trauma-therapie. GZ-Psychologie6(2), 18-24.

Zeanah, C. H., Chesher, T., Boris, N. W., Walter, H. J., Bukstein, O. G., Bellonci, C., ... & Hayek, M. (2016). Practice parameter for the assessment and treatment of children and adolescents with Reactive Attachment Disorder and Disinhibited Social Engagement Disorder. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 55(11), 990-1003.

Terug naar boven

Medicatie

Attention deficit hyperactivity disorder Diagnosis and management of ADHD in children, young people and adults. Deze richtlijn is niet bedoeld voor kinderen jonger dan 3 jaar.

Voor verdere informatie over onder andere dosering, bijwerkingen, contra-indicaties, interacties/farmacokinetische aspecten kunt u terecht op het Kinderformularium van het Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen.

Indicaties

Indicaties voor medicamenteuze behandeling bij jonge kinderen: ernstige symptomen die zich in de meeste situaties manifesteren en die het functioneren aanzienlijk belemmeren, EN niet farmacologische behandeling heeft onvoldoende effect gehad, EN ouders blijven nauw betrokken bij interventie/begeleiding naast medicatie.

Algemene voorzorgen en controles bij iedere medicamenteuze behandeling
(Gleason et al, 2007)

  • Start low and go slow is het eerste principe (beginnen met een lage dosering en langzaam ophogen dan voor oudere kinderen gebruikelijk is).
  • Screening en controles: vanwege de onbekende lichamelijke bijwerkingen op deze leeftijd zijn een somatische anamnese en een screenend lichamelijk onderzoek vooraf geïndiceerd (lengte en gewicht, pols en bloeddruk) en op indicatie lab. en ECG. Gedurende de behandeling blijft men lengte en gewicht controleren.
  • Frequentie controles: tijdens instellen eens in de 1-2 weken, om en om telefonisch en live, en bij onderhoudsdosering eens in de 3 maanden live.
  • Extra controle op bijwerkingen: hier wordt elke keer gericht naar gevraagd.
  • Effect en beloop: vooraf worden de targetsymptomen gedefinieerd; er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van screeningslijsten (in te vullen door ouders en school) die helpend kunnen zijn om het effect te evalueren tijdens de instelfase.
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Onderzoek

Expertgroep

De tekst is in 2018 geactualiseerd met dank aan:

  • Monique van Lier, psychotherapeut, Erasmus MC
  • Hedwig van Bakel, bijzonder hoogleraar Infant Mental Health, Tilburg University/Dimence/ Herlaarhof
  • Janne Visser, kinder- en jeugdpsychiater, Dimence
  • Frederike Scheper, kinder- en jeugdpsychiater, MOC 't Kabouterhuis

De oorspronkelijke tekst is tot stand gekomen met dank aan de expertgroep:

  • Monique van Lier, psychotherapeut, Erasmus MC
  • Anita van de Laar, GZ-psycholoog, GGZ Centraal Fornhese Almere
  • Hedwig van Bakel, bijzonder hoogleraar Infant Mental Health, Tilburg University/Dimence/ Herlaarhof
  • Hilde Kempeneers, kinder- en jeugdpsychiater en systeemtherapeut, Virenze
  • Tamara Ruijten, klinisch psycholoog en psychotherapeut, Virenze
  • Elemi Breetvelt, kinderpsychiater, epidemioloog en onderzoeker, UMC Utrecht
  • Tessa Bunte-Rosingh, kinder- en jeugdpsychiater, UMC Utrecht
  • Janne Visser, kinder- en jeugdpsychiater, Dimence
  • Frederike Scheper, kinder- en jeugdpsychiater, MOC 't Kabouterhuis
  • Marja Rexwinkel, klinisch psycholoog en psychotherapeut, IMH Centrum OuderKindlijn

Naast de bovengenoemde experts, gaat onze dank uit naar allen die hebben bijgedragen door het maken van waardevolle opmerkingen, het geven van interviews, terugkoppeling van feedback, etc:

  • Mijke Lambregtse - van den Berg, kinder- en jeugdpsychiater, Erasmus MC
Terug naar boven

Website Autisme Jonge Kind

De website Autsime Jonge Kind ondersteunt ouders en professionals bij het vinden van passende zorg bij autisme, of het vermoeden van autisme.

Kenniscentrum IMH

IMH - Kenniscentrum Infant Mental Health

Het Kenniscentrum Infant Mental Health bevordert gezonde ouder-kindrelaties, door IMH-kennis te ontwikkelen, bundelen, over te dragen, uit te wisselen en te delen.

1001 kritische dagen

Opa oma meisje voorlezen

De eerste 1001 dagen in het leven van een kind (van conceptie tot 2 jaar) zijn cruciaal voor een gezonde ontwikkeling.
>> Bekijk het Manifest 1001 kritieke dagen

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten