Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Bronnen van veerkracht

Veerkrachtbronnen kunnen van psychologische, sociale, culturele en fysieke aard zijn. In 1973 werd al een eerste onderzoek gedaan naar veerkracht bij kinderen die risico liepen en het ontwikkelen van psychopathologie. Deze kinderen bleken niet altijd psychopathologie te ontwikkelen , sterker nog: een groot deel van deze groep vertoonde weinig klachten (Vandamme, 2019). Hoe kinderen trauma ervaren verschilt per kind en ook leeftijd en de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt spelen daarin een rol. Tijd is een essentieel onderdeel van veerkracht omdat het zich kunnen aanpassen na traumatische gebeurtenissen een proces is (Masten 2015).

Masten omschrijft de volgende veerkrachtfactoren:

  1. Een verbinding met een competente en verzorgende volwassene in de familie of gemeenschap
  2. Cognitieve en zelfregulerende vaardigheden
  3. Een positief zelfbeeld
  4. De motivatie om effectief te zijn in de omgeving

Southwick en Charney (2012) vonden 10 ‘veerkracht-factoren’:

  1. Realistisch optimisme
  2. Besef hebben van je angst en die weten te controleren
  3. Een moreel kompas hebben
  4. Religie en spiritualiteit
  5. Een goede lichamelijke conditie
  6. Geestelijk scherp blijven
  7. Cognitieve en emotionele flexibiliteit
  8. Betekenis kunnen geven aan je leven en een doel hebben
  9. Sociale steun
  10. Veerkrachtige rolmodellen

Onderzoek naar veerkracht bij kinderen wijst uit dat het van belang is de veerkracht van kinderen te versterken om te voorkomen dat het stresssysteem beschadigd of ontregeld raakt (Masten, 2000). Ouders, maar ook andere (volwassen) voorbeeldfiguren spelen hier een belangrijke rol in: gezinnen, scholen en gemeenschappen behoren kinderen de mogelijkheid te bieden de componenten van veerkracht te ontwikkelen, zoals hierboven beschreven. Gevoelens van zelfverzekerdheid en self-efficacy (de verwachting dat men in staat is adequaat en efficiënt te handelen in een gegeven situatie), belangrijke onderdelen van veerkracht, zullen hierdoor bij kinderen toenemen. Masten stelt dat het niet gaat om superkinderen met superpersoonlijkheden die terugveren na tegenslagen, maar dat het gewone kinderen zijn en dat de meeste kinderen van nature veerkrachtig zijn.”Ordinary magic” -oftewel ‘de kracht van het gewone’ noemt Masten deze veerkracht die kinderen laten zien.

De belangrijkste bron van veerkracht bij kinderen blijkt de steun van een ouder of verzorger. Daarnaast spelen persoonlijke kenmerken zoals intelligentie, zelfvertrouwen en een goede relatie met een volwassene (Masten & Coatsworth, 1998) een rol. De sociale wereld waarin kinderen leven, bijvoorbeeld het gezin maar ook de school, leeftijdsgenootjes en de buurt waarin zij wonen, is eveneens een bron van veerkracht. Steun vanuit deze bronnen wordt ‘ecologische veerkracht’ genoemd (Tol, Jordans, Reis & de Jong, 2009). Een wisselwerking tussen de verschillende ecologische lagen zorgt voor het tot stand komen van veerkracht bij kinderen (Werner & Smith, 1992).

Model Veerkracht van vluchtelingenkinderen in oorlogsstiuaties

Het gezinsleven biedt beschermende factoren door 1) de fysieke aanwezigheid van ouders, 2) de pogingen die familieleden doen om hun kinderen te beschermen tegen geweld, 3) het bieden van steun bij het verwerken van ervaringen, 4) het delen van ervaringen die morele ontwikkeling kan bevorderen, en 5) het geven van een positief voorbeeld van hoe ze met problemen kunnen omgaan (Wallen & Rubin, 1997). Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kinderen worden gerustgesteld als zij zien dat hun ouders en andere volwassenen kalm en evenwichtig reageren op spanningsvolle situaties (Daud, Klinteberg & Rydelius, 2008). Andersom kunnen psychische klachten bij kinderen herleid worden tot veranderingen in één van de ecologische lagen. Wanneer bijvoorbeeld een belangrijk persoon wegvalt of een gezin net verhuisd is, kan dit de veerkracht van kinderen verstoren. Daarnaast blijkt dat kinderen van getraumatiseerde ouders minder veerkracht vertonen dan kinderen van niet-getraumatiseerde ouders (Daud et al., 2008). Rond de 20% tot 35,3 % van de getraumatiseerde kinderen ontwikkelt uiteindelijk een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Het overgrote deel heeft dus genoeg veerkracht om dit niet te ontwikkelen. Wanneer de belangrijkste veerkrachtfactor ontbreekt, namelijk een ouder, dan is de kans op het ontwikkelen van langdurige klachten veel groter. Ook hebben jonge vluchtelingen die meer steun vanuit de omgeving ervaren minder kans op het ontwikkelen van trauma-gerelateerde klachten (Candel, Offermans, Jelicic & Merckelbach, 2005).

Behandeling die uitgaat van veerkracht, houdt rekening met deze kracht- of kwetsbaarheidsfactoren. Het ‘stress-steun-kracht-kwetsbaarheid’-model wordt hiervoor gebruikt. Dit model richt zich op het aanpakken van klachten door het vergroten van de veerkracht. Sociale steun en persoonlijke kracht vormen samen de veerkrachtfactoren. Deze veerkrachtfactoren worden onderverdeeld in biologische, psychologische, sociale, culturele en existentiële of zingevingsfactoren. Kwetsbaarheidsfactoren kunnen bijvoorbeeld zijn: genetische factoren, intelligentie of chronische fysieke klachten. Een voorwaarde voor het werken met dit model is dat de hulpverlener de patiënt goed moet leren kennen (Lamkaddem et al., 2015). De hulpverlener moet inzicht krijgen in de specifieke factoren die deze patiënt klachten opleveren of juist kunnen helpen in de behandeling.

Stress-kwetsbaarheid-steunkracht model

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten