Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Risicofactoren

Er bestaan risicofactoren en beschermende factoren voor de kans dat iemand gedurende het leven een psychose of een psychotische stoornis ontwikkelt. De algemene gedachte is dat deze risicofactoren en beschermende factoren elkaar wederzijds beïnvloeden en zo gezamenlijk het life-time risico op een psychose of psychotische stoornis verhogen of verlagen.

Genetische risicofactoren

Psychotische stoornissen hebben een genetische bijdrage van ongeveer 80% (Cardno et al., 1999; Farmer et al., 1987). Mogelijk is er bij VEOS sprake van een grotere genetische component (Nicolson et al., 1999). Mensen met een eerstegraads familielid met een psychotische stoornis zijn kwetsbaarder voor het ontwikkelen van eenzelfde psychotische stoornis. Bij een monozygote tweeling waarvan een van de twee een psychotische stoornis heeft, heeft de ander (afhankelijk van de stoornis) ongeveer 30-45% kans om het ook te krijgen (Cardno et al., 1999). Genen zijn dus belangrijk bij het ontwikkelen van een psychotische stoornis, maar ze bepalen niet alles. Het lijkt er steeds meer op dat de interactie tussen genen en omgevingsfactoren van grote invloed is op het wel of niet ontwikkelen van een psychotische stoornis bij genetisch kwetsbare personen.

Er zijn ook enkele genetische afwijkingen gevonden bij mensen met schizofrenie, zoals microdeleties en translocaties (Karayiorgou et al., 1995; Murphy et al., 1999; Gordon et al., 1994). De bekendste hiervan is de 22q11 deletie, ook wel bekend als velocardiofaciaal syndroom. Dit uit zich in o.a. schisis, hartproblemen, en aangezichtsafwijkingen als smalle ooglidspleten en een kleine mond. Onderzoek heeft aangetoond dat 30% van deze mensen een psychotische stoornis ontwikkelt, met name schizofrenie (Karayiorgou et al., 1995; Murphy et al., 1999).

Niet-genetische factoren

Er is een aantal niet-genetische risicofactoren waardoor de kans op psychotische symptomen of stoornissen toeneemt. De vier belangrijkste risicofactoren zijn: opgroeien in een stedelijke omgeving (Krabbendam et al., 2005), migratie (Dealberto, 2010), het hebben van een jeugdtrauma (Read et al., 2005) en het gebruik van cannabis (Henquet et al., 2005; Ferdinand et al., 2005; Fergusson et al., 2005). Daarnaast staan de volgende risicofactoren ook in verband met psychose: behoren tot een seksuele minderheid (Gevonden et al., 2013), en het hebben van een laag IQ (David et al. 1997; Horwood et al., 2008).

Tijdens de puberteit zijn de zich ontwikkelende hersenen zeer kwetsbaar voor de gevolgen van cannabisgebruik (Schneider et al., 2008). Patiënten die een eerste psychose hebben gehad of psychotische klachten hebben, rapporteren meer gebruik van cannabis en andere middelen (Ferdinand et al., 2005; Sevy et al., 2001; Van Mastrigt et al., 2004). Andersom verhoogt cannabisgebruik de kans op een psychose en psychotische symptomen, waarbij het risico toeneemt met de frequentie van het cannabisgebruik (Ferdinand et al., 2005; Fergusson et al., 2005; Moore et al., 2007). Longitudinaal onderzoek in Zweden laat zien dat hoe jonger men begint aan het gebruik van cannabis, des te hoger de kans op een psychotische stoornis op volwassen leeftijd. Kinderen die op 15-jarige leeftijd cannabis gebruikten hadden vier keer zoveel kans om op latere leeftijd een psychose te ontwikkelen (Arsenault et al., 2002). Verder laten longitudinale analyses zien dat het gebruik van cannabis psychotische symptomen verergert (Foti et al., 2010).

Beschermende factoren

Een deel van de bescherming bestaat uit het verminderen of geheel wegnemen van de beïnvloedbare risicofactoren, zoals leren beter met stressvolle omstandigheden om te gaan of voorlichting geven bij cannabismisbruik.

Sinds enige jaren wordt veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van omega vetzuren bij verschillende psychiatrische stoornissen. De resultaten zijn niet consistent. Uit een onderzoek naar de preventieve werking van visolie bij de ‘hoge risico groep’ bleek dat visolie deze groep beschermt tegen een eerste psychose. Beperking van het onderzoek was echter dat er slechts 81 proefpersonen geïncludeerd waren en dat er verschillende soorten visolie preparaten op de markt zijn (Amminger et al., 2010).

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten