Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Behandelmethoden

Dialectische gedragstherapie voor jongeren (DGT-A/J)

Auteur: R. de Bruin

Dialectische gedragstherapie (DGT) is in de jaren ’90 ontwikkeld door Marscha Linehan voor de behandeling van chronisch suïcidale borderline patiënten (Linehan, 1993) en in de jaren 2000 door Miller en Rathus (Miller, 1999; Rathus & Miller, 2002) aangepast voor adolescenten (DGT-A). De Nederlandse bewerking (DGT-J) komt van De Bruin, Koudstaal & Muller (2013).

DGT gaat uit van de Biosociale Theorie, waarbij BPS gezien wordt als een gevolg van een combinatie van biologische, psychosociale en interactionele factoren. Er zijn aanwijzingen dat mensen met BPS een constitutioneel hogere gevoeligheid hebben voor hun omgeving hebben. Zij reageren sneller en emotioneel heftiger op levensgebeurtenissen en het duurt langer voor zij weer emotioneel rustiger zijn. In combinatie met een omgeving (thuis, school, e.d.) waarin deze gevoeligheid niet gevalideerd wordt, maar emotionele ervaringen worden ontkend, gebagatelliseerd of bestraft, ontstaat een patroon van emotionele disregulatie.

De interactionele patronen versterken elkaar, wat uiteindelijk resulteert in de symptomen van BPS. DGT is gebouwd op drie theoretische kaders: gedragstherapie, mindfulness en dialectiek. De vermenging van gedragsprincipes met mindfulness levert een therapievorm op die enerzijds gericht is op gedragsverandering en anderzijds op het leren herkennen, erkennen en accepteren van de eigen gedachten en emoties. De dialectiek verwoordt het bewust hanteren van spanningen, tegenpolen, these en antithese, om zo tot een nieuwe synthese te komen. De jongere wordt zo veel mogelijk aangesproken op eigen verantwoordelijkheid. DGT kent een duidelijke prioritering van behandeldoelen, waarbij de eerste focus is het onder controle krijgen van het levensbedreigende impulsieve gedrag en de jongere in therapie houden. Vervolgens wordt gewerkt aan het verminderen van het gedrag dat de kwaliteit van leven bedreigt en worden nieuwe copingvaardigheden aangeleerd. De therapie start met een commitmentfase, waarin doelen en wijze van samenwerking wordt afgesproken en therapiemotivatie wordt bewerkt. Ook tijdens de therapie heeft de kwaliteit van samenwerking, bespreken van valkuilen daarin en al het gedrag (van jongere en therapeut) dat interfereert met een goede therapeutische samenwerking, hoge prioriteit.

De behandelmethode DGT-A/J bestaat uit vijf basiselementen: wekelijkse individuele therapie, wekelijkse vaardigheidstraining, (crisis) consultatie, systeeminterventies en wekelijkse intervisie voor de therapeuten. DGT-A/J zijn oorspronkelijk poliklinische behandelprogramma’s , maar worden ook in deeltijd, dagklinische en in klinische varianten toegepast.

DGT (voor volwassenen) is in onafhankelijke onderzoeken veelvuldig onderzocht (niveau 1 evidentie volgens de Nederlandse Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen) en vooral werkzaam gebleken in het onder controle krijgen van impulsief stemmingsafhankelijk gedrag zoals suïcidaal gedrag, automutilatie, verslaving en in het vergroten van de therapietrouw (zie oa. Linehan e.a, 1991, 2006). DGT-A is in twee quasi-experimentele en een aantal niet-gerandomiseerde, niet-gecontroleerde studies onderzocht, waarbij DGT-A een duidelijke vermindering bewerkt in stemmingsafhankelijk impulsief gedrag, een hogere therapietrouw kent dan andere therapieën met deze doelgroep en een verbetering laat zien in stemmingsklachten en algemeen functioneren (zie Backer e.a., 2009). Een pilot-onderzoek naar de behandeleffectiviteit van DGT-J is lopende. DGT-J wordt toegepast binnen verschillende GGZ instellingen in Nederland, zowel in poliklinische als deeltijd, dagbehandeling en klinische vorm. Met de DGT-J dagboekkaart kunnen jongeren zelf bijhouden hoe het met ze gaat.

Het DGT-J protocol van De Bruin, Koudstaal en Muller is verschenen in de Kind en Adolescent Praktijkreeks van Bohn Stafleu van Loghum. De behandelmethode bestaat uit een handleiding en het werkboek ‘Surfen op emoties’.

DGT-J Dagboekkaart

De DGT-J dagboekkaart is ontwikkeld binnen de Bascule, kinder- en jeugdpsychiatrisch centrum te Amsterdam en is een digitale en op adolescenten aangepaste variant van de DGT dagboekkaart van Linehan (Linehan, 1996). De dagboekkaart wordt binnen DGT en DGT-J gebruikt in de individuele therapie. Probleemgedragingen worden hierop dagelijks gemonitord door de adolescent, waarna ze wekelijks worden besproken in de individuele therapie. Kenmerk van de dagboekkaart is dat probleememoties in combinatie met hun (impulsieve) probleemgedragingen op de dagboekkaart komen te staan, waarbij de doelen- hiërarchie van DGT gevolgd wordt.

Lees meer over de verkrijgbaarheid van de behandelmethode DGT-A/J >>

Mentalisation-based treatment voor adolescenten (MBT-A)

Auteur: J. Hutsebaut

Mentalization-Based Treatment voor adolescenten is een behandelmethodiek die afgeleid is van het bewezen effectieve MBT-model voor volwassenen (Bateman & Fonagy, 2004). Het theoretische model van MBT is gebaseerd op de psychodynamische gehechtheidstheorie. Mentaliseren verwijst naar het vermogen om het eigen doen en laten én dat van anderen te begrijpen vanuit mentale fenomenen, zoals gevoelens, gedachten, verlangens, bedoelingen. Binnen het model wordt er vanuit gegaan dat jongeren met een borderline PS dit vermogen onder hoge spanning sneller verliezen, waardoor ze terugvallen in primitievere ervaringswijzen (zoals zwart-wit denken). De behandeling is erop gericht jongeren te helpen om ook onder spanning en binnen hechtere relaties langer goed te mentaliseren. Dit algemene doel wordt in een behandelplan uitgewerkt in vijf concrete doelen: bevorderen van commitment, verminderen van psychiatrische symptomen, verminderen van (zelf)destructiviteit, verbeteren van relationeel functioneren en (voor adolescenten) het opnemen van ontwikkelingstaken. De eerste focus is doorgaans het committeren van de jongere en het gezin aan de behandeling en het verminderen van (zelf)destructief gedrag, terwijl het verbeteren van het relationele functioneren vaak het hoofddoel vormt in het vervolg van de behandeling. De behandeling wordt gekenmerkt door een hoge mate van structuur en doorlopende aandacht voor een consistente en coherente benadering van de jongere en het gezin.

Typerend voor MBT is een (noodzakelijke) combinatie van groeps- en individuele therapie. Hoewel het model voor adolescenten op diverse plaatsen nog volop in ontwikkeling is, kent het in vergelijking met de klassieke MBT enkele aanpassingen. Zo worden ouders intensief in de behandeling betrokken. Gezinstherapie volgt veelal de principes van de Mentalization-Based Family Therapy (MBFT, Asen) en is net als de individuele en groepstherapie gericht op het bevorderen van het mentaliseren bij ouders en jongeren over zichzelf en over elkaar. Binnen MBT-A wordt ernaar gestreefd om de gezinstherapie helemaal te integreren in de behandeling en dus niet als een los behandelonderdeel aan te bieden. Verder is er binnen de adolescentversie doorgaans ook expliciete aandacht voor ontwikkelingstaken, zowel voor jongeren als voor ouders. Informatie over deze verschillende aanpassingen van MBT bij adolescenten kan gevonden worden in Bleiberg (2001), Hutsebaut (2009) en Bleiberg, Rossouw & Fonagy (2012). Over de effectiviteit van MBT bij adolescenten zijn een aantal publicaties in voorbereiding, zowel uit door randomisering gecontroleerde studies als uit naturalistische studies (Laurenssen e.a., ingediende publicatie). Deze studies laten erg goede effecten van de behandeling zien.

Lees meer over de verkrijgbaarheid van Mentalisation-based treatment voor adolescenten (MBT-A) >>

Emotieregulatie training voor adolescenten (ERT)

Auteur: M. Schuppert

De EmotieRegulatie Training voor adolescenten is een groepstraining voor jongeren met emotieregulatie problemen (v. Gemert et al., 2009a en 2009b). Deze groepstraining is geïnspireerd door een training voor volwassenen met een Borderline Persoonlijkheidsstoornis (Vaardigheidstraining Emotie Regulatie Stoornissen; STEPPS (Blum et al., 2008). Doel van de training is het krijgen van controle over emoties en gedachten, en het nemen van verantwoordelijkheid voor eigen gedrag.

ERT bestaat uit 17 wekelijkse groepssessies, 1 psycho-educatie sessie samen met ouders/verzorgers en/of partners en 2 terugkomsessies. Jongeren leren hoe ze om kunnen gaan met dagelijkse stress en hun psychische kwetsbaarheid. Tevens wordt een afname van zelfbeschadigend gedrag en het verminderen van problemen in relaties met anderen beoogd. Er wordt o.a. gebruik gemaakt van technieken uit de cognitieve gedragstherapie, dialectische gedragstherapie en ontspanningsoefeningen. Iedere week worden opdrachten meegegeven die thuis gedaan kunnen worden. Er wordt veel gewerkt met het 5G’s-Schema en met registratieopdrachten. De training wordt gegeven naast de ‘gebruikelijke’ behandeling, die meestal bestaat uit een combinatie van individuele psychotherapie, gezinsgesprekken en/of medicatie.

Uitgangspunt voor de ERT is, net als bij DGT, de aanname dat bij patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) de emotionele disregulatie – waarbij er sprake is van stemmingswisselingen en onvoorspelbaar gedrag – op de voorgrond staat. Een deel van de problematiek lijkt verankerd in de aard van de patiënt (zoals temperament) en is relatief stabiel. Een ander deel van de kenmerken (zoals automutilatie) is daar een gevolg van en lijkt meer veranderbaar te zijn. In plaats van een behandeling die meer gericht is op het veranderen van de kernsymptomen van de persoonlijkheid, is deze therapievorm meer gericht op het leren accepteren van kwetsbaarheid, het leren omgaan met eigen persoonlijkheidskenmerken en het vergroten van controlemogelijkheden of copingmechanismen. Een verschil met DGT-A is dat ERT een wat ‘lichter’ programma is, dat ook kan worden aangeboden aan jongeren bij wie de problematiek nog relatief ‘mild’ is.

De effectiviteit van de ERT is onderzocht in een gerandomiseerde pilotstudy (Schuppert et al., 2009). Beide groepen lieten een afname van BPS symptomen zien. De ERT groep scoorde significant beter op locus of control: ERT deelnemers gaven aan meer controle te ervaren over hun stemmingswisselingen, en schreven hun affectlabiliteit niet alleen toe aan externe factoren.

Lees meer over de verkrijgbaarheid van de ERT emotieregulatietraining >>

Helping Young People Early (HYPE)

Auteur: C. Hessels

Het HYPE behandelprogramma is een geïntegreerd, multidisciplinair behandelmodel voor vroege interventie voor Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS), ontwikkeld binnen het Orygen Youth Health Research Centrum te Melbourne, Australië (Chanen et al., 2009). Doel van HYPE is om effectieve behandeling, vroeg in het beloop van BPS te bieden om het adaptief functioneren van de adolescent te verbeteren en psychopathologie te verminderen. Daarbij richt HYPE zich op het stimuleren van op een adequate manier hulp vragen en het voorkomen dat jonge mensen op een niet helpende manier gebruik maken van hun contact met de geestelijke gezondheidszorg. Adolescenten en jong volwassenen met eerste manifestatie van BPS of sub-syndromaal BPS (3 of meer kenmerken van BPS volgens de DSM-5) krijgen een gerichte tijdsgelimiteerde interventie die is afgestemd op wat passend is voor de fase van de stoornis en voor de ontwikkelingsfase van de adolescent en zijn of haar familie. Deze focus onderscheidt HYPE van andere interventies die zich primair richten op reeds volledig verankerde BPS.

Het HYPE behandelmodel is een tijdgelimiteerde individuele behandeling die naast maximaal 16 sessies psychotherapie, bestaat uit gezinsinterventie, casemanagement zoals bijvoorbeeld ondersteuning bij het organiseren van dagbesteding, of het hanteren van school of gezinsproblemen, en eventueel crisisinterventie of farmacotherapie. Indien nodig, wordt er samengewerkt met andere instanties betrokken bij de adolescent, zoals bijvoorbeeld scholen, Bureau Jeugdzorg en instellingen gericht op verslavingsproblematiek.

Kern van de behandeling vormt de psychotherapie, Cognitieve Analytische Therapie (CAT) voor Borderline persoonlijkheidsstoornissen (Ryle, 1997), die is aangepast voor het werken met jongeren. CAT is een eveneens tijdgelimiteerde, relationeel model dat elementen uit de psychoanalytische object relatietheorie en de cognitieve psychologie integreert. CAT is ontwikkeld voor de algemene geestelijke gezondheidszorg in Groot Brittannië door Anthony Ryle (Ryle & Kerr, 2002). Het CAT model vormt de basis voor alle onderdelen van HYPE, en biedt daarmee een gemeenschappelijk denkkader en consistente taal voor de therapeuten in het omgaan met cliënten in het programma. In CAT wordt het ‘zelf’ gezien als een geïnternaliseerd repertoire van relationele patronen, verworven in de vroege hechtingsrelaties. Wanneer de ontwikkeling van dit repertoire niet optimaal verloopt (bijvoorbeeld afwijzend of bestraffend, zoals het geval kan zijn in de ontwikkeling van persoonlijkheidsstoornissen), kunnen vroege interacties geïnternaliseerd worden, wat leidt tot actuele relationele patronen en bijvoorbeeld zelfdestructief, ongepast of inflexibel gedrag (Chanen et al, 2009).

De behandeling richt zich op het ontdekken van terugkerende relatiepatronen en de gedachten, de gevoelens en gedragingen die hieruit voortvloeien. Tijdens de therapie ontwikkelen therapeut en cliënt een gezamenlijk begrip van de problematiek van de cliënt (de ‘herformulering’), en hoe deze ontstaan is binnen de ontwikkelingsgeschiedenis van de cliënt. Deze herformulering wordt zowel in narratieve (geschreven) vorm als in een diagram beschreven. Hierbij wordt afgestemd op de mogelijkheden van de cliënt, gebruik gemaakt van zijn of haar taalgebruik en worden de specifieke therapeutische doelen van de cliënt opgenomen. De herformuleringen vormen de basis om actuele relationele problemen te onderzoeken en helpen de cliënt om disfunctionele relatiepatronen te herkennen en te herzien. Deze gezamenlijk ontwikkelde hulpmiddelen wijzen de richting voor de verdere therapie, waarbij de therapeut de cliënt ondersteunt in het exploreren, gaan herkennen en uiteindelijk herzien van disfunctionele relationele patronen.

De effectiviteit van HYPE werd onderzocht in een randomized controlled trial (RCT) waar binnen het omvattende HYPE model twee geprotocolleerde interventies werden vergeleken, namelijk CAT en good clinical care (GCC). CAT en GCC waren beiden effectief in het verminderen van psychopathologie, parasuïcidaal gedrag en het verbeteren van het algemene functioneren. Er waren geen significante verschillende tussen de uitkomsten van de behandel condities na 24 maanden, maar cliënten binnen CAT verbeterden sneller (Chanen et al, 2008). Bij een quasi-experimentele vergelijking van HYPE (CAT) met de ‘treatment as usual’ (zoals de behandeling er voorafgaand aan de implementatie van HYPE uitzag binnen dezelfde instelling), bleek dat HYPE (CAT) de meest effectieve interventie was. Verder bleken na een follow up na 24 maanden de internaliserende en externaliserende psychopathologie sterker afgenomen te zijn (Chanen et al., 2009).

Lees meer over de verkrijgbaarheid van behandelmethode HYPE >>

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten