Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Trauma en kindermishandeling bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over trauma: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer. Speciaal voor jongeren is er ook nog informatie over trauma op Brainwiki.nl.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Als kinderen of jongeren schokkende gebeurtenissen ervaren hebben, kunnen zij psychische problemen krijgen. Deze kunnen zelfs leiden tot een (psycho)trauma. Maar dat gebeurt lang niet altijd, het is moeilijk te voorspellen bij wie het wel en bij wie het niet tot een trauma komt.

Schokkende ervaringen die tot een trauma leiden, kunnen erg verschillen. Soms gaat het om een eenmalige gebeurtenis zoals een verkeersongeluk, een geweldsmisdrijf of een ramp. Het kan ook gaan om regelmatige gebeurtenissen zoals mishandeling, incest, pesten, agressie of emotionele verwaarlozing.

Een psychotrauma heeft twee kenmerken:

  • Het is het gevolg van schokkende gebeurtenissen.
  • Het uit zich in psychische problemen. Bij kinderen kan een trauma de ontwikkeling ernstig verstoren. Hun veilige basis valt weg en dat heeft grote invloed op de rest van hun leven. Daarom is het zaak een trauma zo vroeg mogelijk te onderkennen. Hoe vroeger de hulpverlening kan starten, des te beter de prognose.

Waaraan herken je een trauma?

In iedere leeftijdsfase zijn er andere signalen. Kleine kinderen, die een schokkende gebeurtenis nog niet goed kunnen duiden, uiten zich heel anders dan adolescenten, die al veel meer begrip hebben van wat er om hen heen gebeurt (zie ook: Hoe wordt een trauma vastgesteld?). Het is belangrijk dat ouders en anderen in de omgeving van het kind hier alert op zijn.

Er zijn veel verschillende oorzaken van een trauma. Vrijwel altijd is het een samenspel van factoren als er een trauma optreedt als gevolg van schokkende ervaringen (zie ook: Hoe ontstaat een trauma?).

Een trauma is soms te voorkomen, door vroeg in te grijpen. Daarom zijn er bijvoorbeeld voor de aanpak van kindermishandeling verschillende preventieprojecten. Een eerste vereiste is de problematiek bespreekbaar maken en uit de taboesfeer te halen.
Voor een goede behandeling is samenwerking nodig tussen verschillende disciplines en personen. Er kunnen problemen zijn bij het kind en ook bij de ouders, bijvoorbeeld bij kindermishandeling. Daarom moeten de jeugdzorg en volwassenenzorg samenwerken; maar ook de gezondheidszorg, de school en mensen in de omgeving van het gezin kunnen een belangrijke rol spelen.

Er is over trauma nog veel onbekend, over het ontstaan, de mate waarin trauma's kunnen doorwerken tot op volwassen leeftijd en over de hulpverlening. Nieuwe technieken, zoals scans om de hersenen in beeld te brengen, en DNA onderzoek bieden perspectieven op betere diagnostiek en behandeling.

Terug naar boven

Bij een trauma zijn er ernstige psychische problemen, die niet voortkomen uit het kind zelf (zoals bij genetische aanleg) maar het gevolg zijn van ingrijpende gebeurtenissen in het leven van het kind. De psychische problemen kunnen zich op heel verschillende manieren uiten. Bijvoorbeeld lichamelijk zoals in de vorm van pijn, slapeloosheid en angstdromen. Of als gedragsproblemen: kinderen vertonen prikkelbaar, angstig, agressief of juist teruggetrokken, apathisch gedrag. Er zijn ook psychische signalen als depressiviteit.
Al deze problemen kunnen natuurlijk ook wijzen op iets anders. In het geval van trauma betreft het een of meer van de volgende stoornissen:

  • PTSS, posttraumatische stressstoornis. Zelfs tot ver in de volwassenheid kunnen mensen de akelige gevoelens, die terug te voeren zijn op een trauma uit het verleden, opnieuw beleven. Mensen met PTSS zijn prikkelbaar maar kennen soms ook een vlak gevoelsleven of vermijden prikkels die aan het trauma doen denken.
  • Acute stressstoornis met dezelfde verschijnselen als PTSS maar dan van korte duur (niet langer dan drie maanden).
  • Aanpassingsstoornissen, een overdreven lijkende reactie op een gebeurtenis, extreme psychische spanning die niet in verhouding staat tot wat er feitelijk gebeurt.
  • Dissociatieve stoornis, het loskoppelen van gevoelens enerzijds en de werkelijkheid anderzijds, waardoor men de werkelijkheid anders interpreteert en zich geestelijk aan de realiteit onttrekt.
  • Complex trauma: er kan ook sprake zijn van een hele reeks van symptomen over langere tijd.

De ingrijpende gebeurtenissen die aan het trauma ten grondslag liggen kunnen eenmalig of regelmatig voorkomen. Eenmalige traumatische gebeurtenissen zijn bijvoorbeeld de dood van een ouder, een ernstig ongeluk of oorlogsgeweld. Herhaalde gebeurtenissen zijn emotionele verwaarlozing en kindermishandeling.

Kindermishandeling door ouders is een van de ernstigste oorzaken, ook omdat er dan geen veilige omgeving voor het kind meer is om (met hulp van dierbaren) het hoofd te bieden aan de gebeurtenissen. Kindermishandeling wordt omschreven als een bedreigende of gewelddadige vorm van interactie tussen enerzijds het kind / de jongere en anderzijds ouders of andere personen van wie het kind afhankelijk is. Die interactie kan fysiek van aard zijn (slaan) maar ook psychisch (emotionele verwaarlozing) of seksueel (incest). Mishandeling kan actief aan kinderen worden opgedrongen maar ook passief. Zo kan een kind getuige zijn van geweld tussen de ouders onderling, dat noemen we ook kindermishandeling.
De meest voorkomende kenmerken van kindermishandeling zijn: ernstige fysieke en emotionele verwaarlozing, psychologische agressie van ouders of opvoeders, fysiek geweld en seksueel misbruik.

Terug naar boven

Heel veel mensen maken in hun leven wel eens een schokkende gebeurtenis mee. Verreweg de meesten lopen daarbij geen trauma op. Ongeveer 20% van de mensen die een ingrijpende gebeurtenis meemaken, krijgt problemen die zich tot een trauma ontwikkelen.
Waarom krijgt de één wel een trauma na een ernstige gebeurtenis en de ander niet? Hoe dat komt weten we nog niet precies. Wel is duidelijk dat het om een combinatie van factoren gaat. Wil het tot een trauma komen, dan spelen onder meer de volgende factoren een rol:

  • De gebeurtenissen zelf die aanleiding geven tot het trauma: de ernst, de aard, eenmalig of herhaaldelijk. De vraag of het om een openbare ramp gaat of een gebeurtenis in de privésfeer; binnen het gezin of daarbuiten.
  • Eerdere ervaringen van het kind met deze gebeurtenissen, bijvoorbeeld met mishandeling, misbruik of verwaarlozing.
  • Onvoldoende gehechtheid, al of niet ten gevolge van verwaarlozing door ouders of andere verzorgers.
  • Andere psychische aandoeningen bij het kind kunnen de kans op een trauma vergroten.
  • De reacties van ouders en omgeving op de gebeurtenis zelf en op de manier waarop het kind daarmee omgaat.
Terug naar boven

Hoe vaak trauma voorkomt in de kinder- of jeugdtijd weten we niet precies. De meeste gegevens die er zijn, betreffen kindermishandeling. Daaruit weten we dat het aantal aangemelde gevallen ergens tussen de 3 en de 20% ligt: volgens een Nationale Prevalentiesstudie over Mishandeling uit 2005 is 3% van alle kinderen en jongeren slachtoffer van kindermishandeling. We weten ook dat de cijfers in werkelijkheid hoger liggen, omdat lang niet alle gevallen zijn aangemeld. Volgens scholierenonderzoek uit 2007 is 20% van leerlingen van de eerste vier klassen van het voortgezet onderwijs in zijn / haar leven ooit in aanraking gekomen met een of andere vorm van mishandeling.

Alleen voor fysiek geweld zijn er bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) 34000 melding per jaar. Ook hier wordt bij aangetekend dat dit getal in werkelijkheid vermoedelijk tien maal zo hoog is, omdat het om een verborgen problematiek gaat.

Het Ministerie van Justitie beschikt over cijfers uit politiedossiers, waaruit blijkt dat 40 tot 50 kinderen per jaar overlijden ten gevolge van fysiek geweld, maar ook hiervan weten we dat de getallen in werkelijkheid hoger liggen, omdat ook wanneer een overlijden als een 'natuurlijke dood' is opgetekend, er soms sprake was van mishandeling.

Terug naar boven
Trauma's hangen vrijwel altijd samen met andere psychische en lichamelijke problemen. Zo hebben kinderen en jongeren die lijden aan klachten ten gevolge van een trauma, vaak ook te kampen met gezondheids- en andere problemen. Daarom is het ook zo moeilijk te onderkennen wat er precies aan de hand is. Het is bekend dat het hebben van andere psychische aandoeningen de kans op trauma vergroot, maar wat nu precies oorzaak is en wat gevolg, is meestal niet duidelijk. Zo is er een relatie tussen trauma enerzijds en angst en depressie anderzijds: soms zijn depressieve gevoelens het gevolg van de aan het trauma gerelateerde problemen. Omgekeerd kan iemand met een depressieve aard (eerder dan anderen) een trauma ontwikkelen na een schokkende gebeurtenis.
Terug naar boven

Bij een trauma is er sprake van ernstig lijden en / of stagnatie in de ontwikkeling. Om te kunnen vaststellen of het om een trauma gaat, is het nodig goed te letten op de signalen, die er in elke levensfase anders uitzien.
In het algemeen dringen bij iemand die een trauma heeft de beelden, die iets met het trauma te maken hebben, zich regelmatig op. Maar mensen met een trauma willen of kunnen meestal niet praten over hun emoties die met het trauma verband houden. Het lastige bij een trauma is, dat het niet rechtsreeks wordt geuit maar 'verhuld'.
Voor de allerkleinsten, baby's en peuters, is de aandoening het moeilijkst vast te stellen, terwijl het ook dan van het grootste belang is om in te grijpen. Immers, hoe vroeger het trauma ontstaat, hoe ernstiger de stoornis is op latere leeftijd.

Bij kleuters zien we dat ze verward zijn, heftige driftbuien hebben, piekeren en bang zijn om de ander los te laten, waardoor ze zich angstvallig aan een ouder of verzorger vastklampen. Zij zijn angstig voor wat hen kan overkomen. Kleuters kunnen zich nog niet verplaatsen in anderen. Daardoor denken zij, dat ze zelf schuldig zijn aan wat hen overkomt.

Vanaf een jaar of zes gaat een kind zich al enigszins verplaatsen in de ander. Het denkt nog wel heel concreet, maar het kan ook al wel een beetje begrijpen dat hem / haar iets overkomt door toedoen van iets of iemand anders. Kenmerken bij hen zijn lichamelijke klachten, slaapproblemen, nachtmerries en irrationele of dwangmatige gedachten. Zij zijn bang en zullen soms in hun spel of in tekeningen de gebeurtenis uitbeelden, die met het trauma te maken heeft.

Bij pubers en adolescenten kent een trauma ongeveer dezelfde verschijningsvormen als bij volwassenen. Angst, hulpeloosheid, afgrijzen en opgewonden gedrag komen voor, maar ook vermijding van prikkels, afvlakking van emoties, desinteresse, concentratieproblemen en verhoogde waakzaamheid. Jongeren kunnen nadrukkelijk doen alsof er niets aan de hand is (vermijding) en zich overgeven aan risicovol gedrag en excessief drank- of drugsgebruik.

Om te kunnen vaststellen of er sprake is van trauma is het belangrijk informatie te verzamelen bij kinderen èn ouders. Kinderen geven hun belevingen beter weer dan de ouders, maar over het gedrag van de kinderen is de informatie van ouders betrouwbaarder.

Onderzoeksinstrumenten

Ouders hebben de neiging de gevolgen van schokkende gebeurtenissen voor het kind te onderschatten. En kinderen willen op hun beurt graag hun ouders sparen, waardoor zij de werkelijkheid soms vertekenen. Daarom heeft het zin ouders en kinderen allebei – apart en samen - te onderzoeken. Als hulpmiddel bij gesprekken zijn er verschillende vragenlijsten ontwikkeld.

Eerste screening gebeurt in een interviewgesprek met kind en ouders. Aan kinderen wordt vooral naar hun belevingen gevraagd, aan de kinderen èn de ouders naar het (eventueel veranderde) gedrag van het kind. Daarbij kan een korte vragenlijsten worden gebruikt, bijvoorbeeld:

  • CRIES – 13, een lijst om bij kinderen boven de acht jaar symptomen van post traumatische stress op te sporen.
  • TSCC voor acht tot zestienjarigen. De vragen gaan niet alleen over symptomen maar ook over hoe kinderen de (schokkende) gebeurtenissen beleven.
  • TSCYC voor drie tot twaalfjarigen, eveneens over symptomen en beleving van gebeurtenissen.
  • CSBI, een vragenlijst voor ouders van twee tot dertienjarigen naar afwijkend seksueel gedrag van het kind.
  • Schokverwerkingslijst met verschillende versies voor kinderen en ouders.

Meer uitvoerige diagnostiek vindt plaats tijdens een gestructureerd interviewgesprek. Er zijn een aantal instrumenten beschikbaar, onder andere het Anxiety Disorders Interview ADIS; een PTSS schaal voor kinderen en adolescenten; de lijst K-SADS.
Vaak wordt de klinische PTSD schaal gebruikt voor kinderen en adolescenten (CAPS-CA) om een gedetailleerd beeld te krijgen van de klachten die kunnen wijzen op posttraumatische stress.

Terug naar boven

Als men in aanraking komt met een kind of jongere met klachten, die aan een trauma doen denken, is het belangrijk zich proactief op te stellen. Dat betekent dat men er actief naar moet vragen. Het kind zal immers zelf niet gauw met de problemen voor de dag komen.

Behandeling bij ernstig getraumatiseerde kinderen en jongeren vereist een veilige omgeving. Daarom vindt de behandeling soms in een residentiële voorziening plaats. Maar ook kan voor ambulante behandeling worden gekozen. De meest bekende behandeling is TG-CGT, wat staat voor trauma focused cognitive behavior therapy. Deze therapie is er voor kinderen en jongeren van 3 tot 18 jaar en bestaat uit ongeveer zestien sessies, soms verkort tot acht sessies. De therapie wordt gedeeltelijk aan de kinderen individueel gegeven maar er zijn ook sessies samen met ouders.

Traumabehandeling is vrijwel altijd een combinatie van individuele en groepsbehandeling. Soms is het hele gezin actief betrokken.

Van andere behandelmogelijkheden dan TG-CGT is de effectiviteit nog niet bewezen, wat niet wil zeggen dat zij niet effectief zijn. Er zijn nog geen mogelijkheden geweest om de therapie gedegen te onderzoeken. Veelbelovende ervaringen zijn er bijvoorbeeld met EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), bedoeld om herinneringen aan schokkende gebeurtenissen te verwerken. Andere behandelvormen zijn Horizon, STEPS, VSV (Veilig Sterk Verder) en het opvangprotocol van 'Don't hit my mommy'.

Er zijn ook preventieprogramma's zoals 'VoorZorg' en 'Signs of Safety'. Bij VoorZorg krijgen zwangere vrouwen ongeveer twee maal per maand bezoek van een ervaren verpleegkundige van het consultatiebureau. Tijdens deze bezoeken komen zowel de gezondheid van de moeder als de gezondheid en veiligheid van het kind ter sprake; daarnaast ook de opvoedingstaak van moeder, haar relaties en de eventuele hulpverleningsmogelijkheden.
In het programma Signs of Safety bezoekt een hulpverlener uit de jeugdzorg of jeugd ggz een gezin, waarin geweld speelt en waar gevaar dreigt voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Samen met de ouders wordt een veiligheidsplan opgesteld, in vijf tot tien bijeenkomsten. De hulp is bedoeld om de relatie tussen ouders en kind in stand te houden en toe te werken naar duurzaam, veilig en beschermend oudergedrag.

Terug naar boven

Over de prognose is nog veel onbekend. In het algemeen geldt: hoe vroeger in de jeugd een trauma ontstaat, des te ernstiger is de problematiek, ook op latere leeftijd. Het goede nieuws is: hoe vroeger men hulp zoekt en krijgt, des te beter is de prognose.

Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close