Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Slaapproblemen bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over slaapproblemen: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Slaapproblemen bij kinderen en jongeren komen veel voor. Zij kunnen op zichzelf staan, maar ook voorkomen naast andere stoornissen of daar onderdeel van uitmaken, zoals bij de depressie waarbij te weinig of juist teveel wordt geslapen. In het algemeen geldt dat verbeteren van slaap de behandeling van alle stoornissen gunstig beïnvloedt.

Omdat slaapproblemen van het kind ertoe kunnen leiden dat ouders zelf slaap tekort komen, kunnen zij ook negatieve gevolgen hebben voor hun welzijn en zelfs voor hun onderlinge relatie.

Er zijn drie soorten slaapproblemen: in- en doorslaapproblemen (insomnie), grote slaperigheid overdag (hypersomnie) en abnormale gedragingen tijdens de slaap of tijdens de overgang van slapen naar waken (parasomnie).

Vaak betreffen de problemen niet de slaap zelf, maar de verdeling ervan over dag en nacht, waarbij slaappatronen afwijken van de wensen of verwachtingen van het kind of zijn omgeving. We spreken van een slaapstoornis wanneer slaapproblemen tot ernstige beperkingen in het functioneren leiden.

Kenmerken van de normale slaap

Er worden twee soorten slaap onderscheiden. Bij een type komen snelle oogbewegingen voor, waardoor die met een Engelse term Rapid Eye Movement (REM)-slaap genoemd. Het is tijdens de REM-slaap dat mensen dromen. Het andere type heet eenvoudig weg Non-Rapid Eye Movement (NREM)-slaap. NREM-slaap wordt onderverdeeld in vier stadia, waarbij elk stadium dieper is.

Tijdens de nacht wisselen NREM- en REM-slaap elkaar af. We spreken van slaapcycli. Een enkele slaapcyclus duurt ongeveer negentig minuten. Bij de eerste twee cycli meestal zonder REM-slaap en daarna met eerst ongeveer tachtig minuten NREM-slaap en vervolgens circa tien minuten REM-slaap. Na elke cyclus is er een korte periode van wakker zijn of vindt de overgang naar NREM-slaap plaats.

Figuur 1
Een schematische weergave van de verschillende slaapstadia voor kinderen, jong volwassenen en ouderen

Slaperig worden heeft met twee zaken te maken, slaapdruk en de biologische klok. Slaapdruk is de opgebouwde slaapbehoefte als iemand weinig geslapen heeft. Naarmate iemand langer wakker is neemt de slaapdruk toe. Wanneer de slaapdruk een bepaalde drempel overstijgt, wordt men slaperig. Hiervoor wordt ook wel het beeld van de zandloper gebruikt. Wanneer je na een nacht verkwikkende slaap de dag begint, is de zandloper vol en heb je geen enkele behoefte aan slaap. De slaapdruk is minimaal. Naarmate je langer wakker bent, loopt de zandloper leeg. Wanneer hij helemaal leeg is, val je letterlijk om van de slaap. De slaapdruk is maximaal.

Naast het effect van de slaapdruk is er het effect van de biologische klok. Die geeft een ritme af, dat wel het circadiane ritme of 24-uursritme wordt genoemd. Circadiaan betekent letterlijk 'ongeveer een dag'. Het is dit ritme dat ervoor zorgt dat bij dezelfde slaapdruk iemand overdag minder snel in slaap valt dan 's nachts. Er is ook nog een ander ritme, het 12-uurs of siësta ritme. Dit maakt dat je 's ochtends wakkerder bent dan aan het begin van de middag en dat de slaap aan het begin van de nacht dieper is dan tijdens de tweede helft.

Terug naar boven

In- en doorslaapproblemen

Officieel wordt gesproken van insomnie bij moeite met in- of doorslapen. Soms is het kind langdurig wakker gedurende de nacht, soms wordt het kind te vroeg wakker.

Slaperigheid overdag

De officiële term voor overmatige slaperigheid overdag is hypersomnie. In de jeugd komt dit overwegend voor bij oudere kinderen en adolescenten.

Bijzondere verschijnselen tijdens de slaap

Deze verschijnselen worden parasomnieën genoemd. Het zijn ongewenste verschijnselen (bijvoorbeeld bewegingen, gedragingen, emoties en droombelevingen) die zich uitsluitend of overwegend voordoen tijdens de slaap of hierdoor worden versterkt. Het slaapproces zelf is normaal. Voorbeelden van parasomnieën bij kinderen zijn slaapwandelen, nachtmerries, nachtelijke verwardheid, nachtelijke angst en hoofdbonken. Op zichzelf is geen van deze verschijnselen een stoornis. Het zijn veel voorkomende variaties van het slapen. Pas wanneer zij zo vaak en zo intens voorkomen dat kinderen of jongeren er niet normaal meer door kunnen functioneren, mag van een stoornis worden gesproken.

Nachtmerries en nachtelijke angst zijn verschillende verschijnselen. Een nachtmerrie is een enge droom, waarover een kind kan vertellen. Mensen dromen het meest in de tweede helft van de nacht, dus dan komen nachtmerries het meest voor.

Nachtelijke verwardheid, nachtelijke angst en slaapwandelen komen voor in de overgang van diepe slaap naar oppervlakkige slaap. Dit is vooral in de eerste helft van de nacht. Bij deze drie verschijnselen is een kind of jongere in halfslaap en niet goed te wekken. Achteraf heeft hij er geen herinnering bij, behalve misschien aan een naar, angstig gevoel.

Terug naar boven

De oorzaken van slaapproblemen verschillen per leeftijdsgroep, zodat we ze apart bespreken voor 0 tot 6-jarigen, 6 tot 12-jarigen en 12-plussers.

0-6 jaar

Bij zuigelingen en peuters kunnen er lichamelijke oorzaken zijn voor in - en doorslaapproblemen, zoals een chronische middenoorontsteking of allergieën. Vaak worden onbedoeld gewoonten gecreëerd bij het in slaap vallen (bijvoorbeeld een fopspeen in de mond). Omdat elk kind (evenals elke volwassene) 's nachts enkele keren kort wakker wordt, is het effect van zo'n gewoonte dat het kind die weer nodig heeft om weer in slaap te kunnen vallen. Ouders merken dan dat er een doorslaapprobleem is.

6-12 jaar

Bij kinderen in de schoolleeftijd kunnen lichamelijke oorzaken, opwinding voor het slapen gaan, angstige fantasieën of piekeren het inslapen bemoeilijken. Soms doet zich bij schoolkinderen ook geconditioneerde slapeloosheid voor. De angst om niet in slaap te kunnen vallen leidt ertoe dat het kind hierop gefixeerd raakt, waardoor het inslapen juist moeilijker wordt. Bij kinderen in de basisschooleeftijd kunnen in- of doorslaapproblemen ook samenhangen met het restless legs syndrome (RLS), wat gekenmerkt wordt door een onaangenaam gevoel (krampen) in de onderbenen of plotselinge beenbewegingen.

12 jaar en ouder

Bij adolescenten kunnen angsten of piekeren het inslapen bemoeilijken. Vanwege hormonale en sociale veranderingen in de puberteit slapen adolescenten vaak te weinig. Bij adolescenten is er meestal sprake van een verschuiving in de slaapfase. Adolescenten gaan doorgaans later naar bed en slapen langer uit. Soms gebruiken adolescenten cafeïnehoudende middelen om overdag wakker te blijven. Deze middelen kunnen op hun beurt weer doorslaapproblemen veroorzaken. Hetzelfde geldt voor het gebruik van alcohol en drugs. Soms worden alcohol en drugs (ook) gebruikt om in slaap te kunnen vallen, maar het gebruik van dergelijke middelen kan leiden tot doorslaapproblemen. Problemen met een versterkte slaapdruk overdag (hypersomnie) doen zich vooral voor bij oudere kinderen. De meest gebruikelijke oorzaak voor hypersomnie bij adolescenten is onvoldoende slaap gedurende de nacht.

Parasomnieën hebben vooral met aanleg te maken. Nachtelijke verwardheid komt het meest bij peuters voor, die bijvoorbeeld doelloos in de hoek van hun ledikant in halfslaap in de weer zijn. Vanaf de kleutertijd kan nachtelijke verwardheid overgaan in nachtelijke angst. In de schoolleeftijd wordt vaak slaapwandelen gezien. Deze verschijnselen verdwijnen veelal spontaan in de adolescentie, maar vooral nachtelijke angst kan het hele leven blijven bestaan.

Op alle leeftijden kunnen slaapproblemen veroorzaakt worden door benauwdheid tijdens het slapen. Dit wordt een slaapgebonden slaapstoornis genoemd. De benauwdheid is altijd te merken doordat het kind of de jongere snurkt. De oorzaak is een vernauwing van de overgang tussen de keelholte en de luchtpijp. Die kan worden veroorzaakt door te grote keelamandelen of door fors overgewicht. Vooral in rugligging treedt de benauwdheid en daarmee het snurken op. Het gevolg is slaap die vaak wordt verstoord door perioden van benauwdheid. Door de slechte kwaliteit van de slaap zijn deze kinderen overdag te slaperig.

Terug naar boven

Ongeveer 15 tot 30% van de kinderen heeft last van slaapproblemen, wat nog geen stoornissen hoeven te zijn. Bij 5 tot 11% van de adolescenten zijn slaapproblemen zo inperkend dat van een stoornis wordt gesproken.

Terug naar boven

Slaapstoornissen en andere stoornissen kunnen elkaar over en weer beïnvloeden. Het verbeteren van slaap wordt gezien als een belangrijke bijdrage aan de behandeling van een stoornis en omgekeerd.

ADHD

Ouders van kinderen met ADHD zien vaak slaapproblemen. Sommige kinderen met slaapproblemen worden onterecht gediagnosticeerd met ADHD. Slaaptekort kan namelijk leiden tot ADHD-symptomen, zoals hyperactiviteit en concentratieproblemen Deze verdwijnen wanneer het kind zijn slaapgebrek inhaalt. Bij 50 tot 80% van de kinderen met ADHD komen slaapproblemen voor, vooral in- en doorslaapproblemen. Omdat de stof methylfenidaat, die veel wordt gebruikt bij de behandeling van ADHD, het inslapen bemoeilijkt, kan dit een rol spelen. Maar bij een kleine dertig procent van de kinderen met ADHD die geen medicatie nemen worden ook chronische inslaapproblemen gezien.

Angststoornissen

Slaapproblemen kunnen ontstaan als gevolg van angsten. Jongeren met een separatieangststoornis vinden het moeilijk alleen naar hun slaapkamer te gaan. Jongeren met een gegeneraliseerde angststoornis kunnen door het piekeren last hebben van inslaapproblemen. De symptomen van een angststoornis zijn gemiddeld ernstiger wanneer er tevens sprake is van slaapproblemen.

Autismespectrumstoornis

De meest voorkomende slaapproblemen bij kinderen met een autismespectrum­stoornis (ASS) zijn in- en doorslaapproblemen.

Depressie

Depressie en slaapproblematiek hangen sterk met elkaar samen. Langdurige slaapproblemen gaan vaak vooraf aan depressieve stoornissen, maar slaapproblemen kunnen ook ontstaan als gevolg van een depressie. Het gaat meestal om versterkte slaperigheid overdag, maar er is ook een vorm van depressie waarbij een jongere zich gejaagd voelt en niet kan slapen. De symptomen van een depressie zijn ernstiger wanneer er tevens sprake is van slaapproblemen.

Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

Jongeren met PTSS regelmatig last van angstaanjagende dromen en/of aanvallen van nachtelijke angst, wat kan leiden tot in- en doorslaapproblemen.

Dwangstoornis

Kinderen en jongeren met een dwangstoornis kunnen door de rituelen die zij moeten uitvoeren rond het slapen slaap tekort komen.

Verstandelijke beperking

Slaapproblemen komen vaker voor bij jongeren met een verstandelijke beperking, dan bij jongeren zonder verstandelijke beperking. Dit zou in sommige gevallen ook veroorzaakt kunnen worden door hersenafwijkingen die verantwoordelijk zijn voor de verstandelijke beperking.

Terug naar boven

Slapen en waken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer een kind slaapproblemen heeft, dient niet alleen op de slaap te worden ingegaan, maar ook op wat overdag, in de waakperiode, gebeurt. Bij het inventariseren van de problemen is dus het hele etmaal belangrijk. Tevens is het belangrijk om de slaap van het kind zowel bij doordeweekse dagen als in het weekeinde in kaart te brengen. Bij vragen over wakker worden is het belangrijk te weten of dit spontaan gebeurt of na wekken, en of het kind ongeveer een half uur na het wakker worden trek heeft in ontbijt. Indien aan de slaapbehoefte is voldaan treedt rond dit tijdstip namelijk honger op.

Het is nuttig om een slaap-waakdagboek bij te laten houden, waarin dagelijks dit soort informatie wordt genoteerd. Dit dagboek moet ook tijdens weekeinden en vakanties ingevuld worden. Nadat op grond van het dagboek duidelijkheid is gekregen over de variatie van de klacht over tijd, kunnen meer specifieke punten aan bod komen, zoals levensgebeurtenissen die het slapen beïnvloed kunnen hebben.

In sommige gevallen is hiernaast aanvullend onderzoek nodig. Hierbij kan gedacht worden aan een slaaponderzoek in een slaaplaboratorium, het in kaart brengen van slaap thuis met een actimeter (soort polshorloge, dat bewegingen registreert) of een bepaling van het slaaphormoon melatonine, dat laat zien of de biologische klok van slag is.

Terug naar boven

Bij de behandeling van slaapproblemen is het van belang te zorgen voor een goede slaaphygiëne. Onder slaaphygiëne worden maatregelen verstaan die een goede nachtrust bevorderen, zoals een vaste slaapplaats, regelmatige bedtijden en een bedritueel. De principes van een goede slaaphygiëne zijn samengevat in Tabel 1.

Tabel 1: Principes van een goede slaaphygiëne

Vaste slaapplaats Het kind moet een eigen bed hebben dat op een vaste plaats staat.
Vaste, regelmatige bedtijden Dit is van groot belang om het natuurlijke slaap/waakritme op gang te helpen.
Tijdig bedtijd aankondigen Bijvoorbeeld 10 tot 20 minuten van tevoren.
Optimaliseren van de slaapomstandigheden

 

Hierbij kan gedacht worden aan de temperatuur in de slaapkamer, voldoende verduistering en een rustige kamer helpen om externe verstoringen van de slaap te voorkomen.
Een bedritueel

 

Bedrituelen, zoals een verhaal voor het naar bed gaan, benadrukken het afsluiten van de dag en het begin van het slapen.
Vermijden van stimulerende activiteiten Hierbij kan gedacht worden aan spelletjes, televisie of het drinken van cola.
Vermijden van een dutje in de drie uren voor het slapen gaan Dit voorkomt dat de dagslaap een negatieve invloed uitoefent op de nachtslaap.

 

Medicatie

Het gebruik van slaapmiddelen bij kinderen en jongeren is vaak niet nodig en kan beter worden vermeden. Een middel dat nog wel eens wordt gebruikt, wanneer andere aanpakken onvoldoende hebben geholpen, is melatonine. Dit heeft vooral zin wanneer kinderen moeilijk inslapen doordat hun biologische klok naar voren is verschoven.

Behandelvormen

Bij de behandeling van slaapproblemen bij kinderen is de leeftijd van het kind uitgangspunt van behandeling. Zoals eerder genoemd zullen bij jonge kinderen de ouders altijd ingeschakeld worden, terwijl bij oudere kinderen zowel voor ouderbegeleiding als individuele behandeling van het kind gekozen kan worden. Om deze reden wordt onderscheid gemaakt naar slaapproblemen van 0 tot 6-jarigen, 6 tot 12-jarigen en 12-plussers.

Behandeling van slaapproblemen bij 0 tot 6-jarigen

Hulp aan deze groep wordt, als er alleen slaapproblemen zijn, eerder gegeven door medewerkers van de huisarts of het consultatiebureau dan de kinder- en jeugdpsychiater. Bij jongeren van 0 tot 4 jaar betreft het overwegend aangeleerde slaapproblemen. Ook bepaalde aangeboren afwijkingen en darmproblemen kunnen voor slaapproblemen zorgen.

Indien geen lichamelijke oorzaak bestaat voor in- en doorslaapproblemen, volstaat vaak het bevorderen van een goede slaaphygiëne. Indien dit onvoldoende helpt is een gedragsmatige aanpak het meest zinvol. In veel gevallen is het slaapprobleem binnen deze doelgroep ontstaan doordat de ouder de baby of peuter bij zich in bed nam. Het doel van de behandeling is dan ook de baby of peuter te leren uit zichzelf in slaap te vallen. De behandeling die hiervoor wordt toegepast is het hanteren van een goede slaaphygiëne en uitdoving. Uitdoving in pure vorm houdt in dat het kind op het door de ouders/verzorgers gewenste tijdstip in bed wordt gelegd en er pas op het door de ouders gewenste tijdstip van opstaan weer uit bed wordt gehaald. Wanneer het kind huilt of de ouders/verzorgers roept, moeten zij dit zoveel mogelijk negeren. Het enige dat zij mogen doen is in de gaten houden dat het kind zich niet heeft bezeerd of iets dergelijks. Veel ouders voelen echter niet voor deze methode, omdat zij hun kind niet zo lang alleen willen laten met verdriet of boosheid. Uitdoving wordt voor ouders beter uitvoerbaar wanneer ze toch zo nu en dan even naar hun kind mogen kijken. De variant 'minimaal checken' houdt in dat de ouders op een vaste tijd, variërend van om de 5 minuten tot om de 20 minuten, even naar hun kind mogen kijken wanneer het wakker is geworden, zonder het op te nemen of op een andere manier actief met het kindje in de weer te gaan. Hooguit wordt er een kort geruststellend zinnetje gezegd.

Behandeling van slaapproblemen bij 6 tot 12-jarigen

Bij de behandeling van slaapproblemen bij 6 tot 12-jarigen is het verstandig het kind zelf bij de behandeling te betrekken. Binnen deze doelgroep kunnen slaapproblemen door middel van een goede slaaphygiëne en uitdoving (zie boven) behandeld worden. Positieve routines met het geleidelijk vervroegen van het naar bed gaan kunnen ook gebruikt worden. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan het ontwikkelen van een vaste routine met rustige activiteiten die de overgang naar het slapen bevorderen. De bedtijd wordt tijdelijk verlaat om nog meer in te spelen op de natuurlijke slaperigheid van het kind. Er wordt een vaste tijd voor het wekken 's ochtends gehanteerd en het kind mag overdag geen (extra) dutjes doen.

Behandeling van slaapproblemen bij 12 jaar en ouder

Adolescenten met slaapproblemen worden geadviseerd in de weekeinden niet meer uit te slapen, maar op dezelfde tijd als doordeweeks op te staan. Als dit niet voldoende helpt, moet worden geprobeerd doordeweeks circa een half uur eerder op te staan dan anders, tot het moment wordt bereikt waarop de jongere 's avonds vanzelf eerder slaap krijgt.

Bij parasomnieën is geen behandeling nodig, maar moet uitleg worden gegeven. Zo moet er op worden gelet dat een kind dat slaapwandelt niet in gevaarlijke situaties terecht komt.

De behandeling van ademhalingsgebonden slaapstoornissen ligt op het terrein van de keel-, neus- en oorarts.

Terug naar boven

Er zijn weinig geprotocolleerde behandelingen voor slaapproblemen bij kinderen en adolescenten. De problematiek is zeer divers. Om deze reden geven behandelaars voornamelijk op maat gesneden adviezen.

Slim Slapen

Het programma Slim Slapen richt zich op cognitief gedragstherapeutische methoden. Tijdens de behandeling leert de jongere onder andere vaste bedtijden aan te houden en juiste slaapgewoonten te ontwikkelen.

Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) bestaat uit een combinatie van verschillende technieken ter bevordering van goede slaap, namelijk instructies voor slaaphygiëne, stimuluscontrole, restrictie van tijd in bed, cognitief herstructureren en ontspanningstechnieken.

Technieken CGT-i

De volgende technieken worden gebruikt binnen CGT-i:

Cognitieve technieken

Cognitieve technieken worden gebruikt om disfunctionele gedachten over slaap (bijvoorbeeld 'als ik niet goed slaap, zal ik morgen slecht presteren') om te zetten in functionele gedachten (bijvoorbeeld 'ook al slaap ik slecht, dan kan ik morgen toch goed presteren').

Stimuluscontrole

De behandeling is erop gericht om jongeren met insomnie te leren om bedtijd, bed en slaapkamer associëren met snel in slaap vallen.

Restrictie van tijd in bed

Restrictie van tijd in bed betekent het zodanig beperken van de tijd in bed dat deze overeenkomt met de subjectief aangegeven slaaptijd.

Terug naar boven

Bij kinderen waarvan de slaapproblemen op vroege leeftijd ontstaan (binnen de eerste vier levensjaren) blijven de problemen in 50 tot 70% van de gevallen tot in de adolescentie of langer voortduren. Verstoorde slaap kan een negatieve invloed uitoefenen op de algemene gezondheid en op het functioneren op diverse domeinen, zoals op school en op sociaal gebied. Slaapproblemen kunnen resulteren in leer- en gedragsproblemen en kunnen bestaande klachten verergeren.

Terug naar boven

Vereniging Kind & Slaap

De vereniging Kind & Slaap is in 2015 opgezet vanuit een bestaande samenwerking tussen enkele slaapcentra in Nederland en inmiddels uitgegroeid tot een groep van meer dan 90 specialisten vanuit zowel Nederland als België. De website geeft niet alleen informatie aan specialisten over slaapproblemen bij kinderen, maar ook praktische hulp voor ouders en jongeren, eventueel aangevuld met de juiste route naar hulpverlening.

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close