Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Psychose bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over psychose: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer. Speciaal voor jongeren is er ook nog informatie over psychose op Brainwiki.nl.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Een psychose is een toestand waarin iemand de werkelijkheid vertekend waarneemt. Hij/zij verliest het contact met de werkelijkheid, zoals anderen die beleven. Bij herhaalde psychoses gaat men steeds slechter functioneren. In ongeveer de helft van de gevallen resulteert de aandoening psychose in een meer blijvende vorm van schizofrenie (terugkerende psychotische periodes). In deze tekst wordt meestal de meer algemene term psychose gebruikt.

Het betreft een stoornis die gekenmerkt wordt door hallucinaties, waanideeën en verwardheid. Mensen die hallucinaties krijgen horen, zien, ruiken, voelen of proeven iets dat er niet is. Het horen van stemmen komt het meest voor.

Psychose komt niet zoveel voor. Het is wel een ernstige ziekte die, als de behandeling niet tijdig op gang komt, van lange duur kan zijn. Zeker in het beginstadium is het een lastig te herkennen aandoening. De signalen die zich voordoen bij kinderen en adolescenten kunnen ook op heel andere verschijnselen wijzen. Zo kunnen waanideeën of hallucinaties ook duiden op kinderlijke fantasieën van voorbijgaande aard. En psychoses kunnen optreden bij andere psychische aandoeningen zoals verslaving en manische depressiviteit.

Maar vanwege het belang van vroegtijdige behandeling is het altijd zaak om de signalen goed in de gaten te houden en bij twijfel een arts of hulpverlener in te schakelen. Deze zal op zijn beurt, wanneer nodig, een gespecialiseerd centrum raadplegen.

Terug naar boven

Een eerste psychose uit zich meestal tussen het zestiende en het dertigste levensjaar.
Bij kinderen en jongeren beneden de 16 is het beeld veel minder uitgesproken. Er zijn op jongere leeftijd al wel kenmerken - soms zelfs ook 'stemmen' of waanideeën - maar meestal is pas achteraf te zien of dit inderdaad voortekenen waren van psychose. Achteraf gezien zijn er bij de aandoening psychose in de kinderleeftijd vaak de volgende tekenen geweest: een stagnerende ontwikkeling, taal- en spraakproblemen, slechte motoriek, minder sociale vaardigheden en leerproblemen. In de adolescentie, tussen 12 en 16 jaar, worden de eerste signalen geleidelijk aan wat duidelijker. Er is dan sprake van minder functioneren, wat zich uit in gebrekkige vriendschappen en schoolprestaties en weinig interesses.

Bij jongeren die ouder zijn dan 16 jaar dienen de eerste echte kenmerken zich aan. Dan treedt ook de vóórfase van psychose op, de zogenaamde prodromale fase, die meestal ruim een jaar duurt. Er is in deze periode een duidelijke achteruitgang in schoolprestaties. Jongeren trekken zich sociaal terug, gaan zich 'anders' of chaotisch gedragen, krijgen moeite met het uitoefenen van alledaagse taken, gaan zichzelf minder verzorgen of krijgen andere eetgewoonten. Ook hun gevoelsleven verandert: soms worden zij agressief of vijandig, soms lusteloos. Er kan ook sprake zijn van achterdocht ten opzichte van de buitenwereld. Deze jongeren zijn te bestempelen als een groep met een hoog risico. Ongeveer 10% van hen krijgt daadwerkelijk last van psychoses. Er zijn meetinstrumenten om na te gaan of dit het geval is, maar het duurt lang en blijft ingewikkeld om in deze fase een goede diagnose te stellen.

Hoe moeilijk de signalen ook te duiden zijn, het is zaak om ze serieus te nemen en bijvoorbeeld na te gaan of de ziekte in de familie voorkomt en er dus sprake is van genetische belasting. Als de symptomen werkelijk iets met psychose te maken hebben dan geldt: hoe vroeger de behandeling kan starten, des te gunstiger dat is voor de verdere verloop van de ziekte.

Terug naar boven

De kans dat iemand in zijn leven last krijgt van psychose heeft deels te maken met genetische aanleg. Er is een sterk verhoogde kans dat iemand de aandoening krijgt als een familielid in de eerste graad hieraan lijdt.
Maar, ook al komt het in de naaste familie voor, er zijn ook andere factoren die maken dat iemand last krijgt van psychose (risicofactoren) of de aandoening juist niet krijgt (beschermende factoren).

Risicofactoren zijn stressvolle gebeurtenissen en een trauma in de vroege jeugd. Ook kunnen complicaties bij de geboorte een rol spelen, evenals organische stoornissen zoals aanvallen van epilepsie, een hersentumor of een hersenvliesontsteking. Er is onderzoek dat erop wijst dat de kans op de stoornis iets groter is bij mensen van allochtone afkomst of bij mensen die in de stad wonen. Hoe langer hoe meer wordt duidelijk dat het gebruik van cannabis (blowen) een risico vormt voor psychose. Hoe vroeger men hiermee begint, hoe groter het risico is. In de richtlijn voor de behandeling van schizofrenie staat: als cannabisgebruikers psychotische symptomen krijgen en deze symptomen na enkele dagen nog bestaan, moet men er rekening mee houden dat dit tekenen zijn van een psychotische stoornis van langere duur, die niet overgaat als men stopt met blowen.

Beschermende factoren voor kinderen en jongeren zijn: leren omgaan met stressvolle gebeurtenissen en goede voorlichting over de risico's van cannabisgebruik. In het algemeen is het niet verstandig cannabis te gebruiken als er sprake is van genetische kwetsbaarheid en evenmin op jeugdige leeftijd.

Terug naar boven

De kans dat iemand tijdens zijn leven schizofrenie krijgt is kleiner dan 1% (ongeveer 0,8). Het zijn ongeveer evenveel mannen als vrouwen die eraan lijden en het komt in alle lagen van de bevolking voor.

In de puberteit komt een psychose twee maal zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Ongeveer een half procent van de jongeren tussen 13 en 19 jaar maakt een psychose door, bij de helft daarvan betreft het schizofrenie.

Terug naar boven

In de voorfase (prodromale fase) zijn er nogal wat andere diffuse problemen, gedragsstoornissen (bijvoorbeeld een lichte vorm van ADHD), angst, depressie, autisme, posttraumatische stress en middelenmisbruik.

Wanneer de problemen met psychose zichtbaar geworden zijn, zien we ook vaak middelenmisbruik: problematisch gebruik van alcohol, nicotine en cannabis. Dit maakt dat psychotische klachten verergeren en dat medicatie minder effect heeft.

Andere problemen die gelijktijdig met psychose optreden zijn hardnekkige ontwikkelingsstoornissen en angst- en dwangstoornissen. Ook is er bij mensen met psychose relatief vaak sprake van gedachten aan suïcide (naar schatting bij 40 tot 50%). Daadwerkelijk uitvoeren van suïcide komt voor bij ongeveer 5% van de minderjarigen met psychose.

Terug naar boven

De krachtigste aanwijzing is de combinatie van ontwikkelingsproblemen (achteruitgang in sociaal gedrag, leerproblemen e.d.) en hallucinaties, vooral stemmen horen. Waanideeën, angstig of vreemd gedrag, bizarre gedachten zijn andere kenmerken.

Als de symptomen in de puberteit, zo tussen het 12e en 16e levensjaar voorkomen, is het zaak dit goed in de gaten te houden. Zo'n jongere hoeft niet per se aan psychose te gaan lijden – de klachten kunnen immers ook op andere psychische problemen duiden – maar de persoon moet wel serieus worden gevolgd. Omdat de aandoening psychose (en schizofrenie) niet zo vaak voorkomt, is de expertise ondergebracht bij specialistische centra. Wanneer er sprake is van hallucinaties en ontwikkelingsproblemen, doen hulpverleners er goed aan om (bijvoorbeeld voor informatie) contact op te nemen met een specialistisch centrum dat ervaring heeft met diagnostiek en behandeling van jeugdigen met psychose.

Kinderen of jongeren zullen de symptomen meestal niet spontaan melden, er moet worden doorgevraagd. Een eerste vereiste voor hulpverleners is dan ook het tot stand brengen van goed contact met een jongere die risico loopt op psychose, en zijn (haar) vertrouwen en dat van de ouders zien te winnen. Voor de vraag of behandeling ingezet moet worden is het gesprek tussen hulpverlener, kind en ouders van belang en is het lang niet altijd raadzaam de uitgebreide testperiode af te wachten. Er bestaan uitgebreide testen om de aandoening vast te stellen maar alweer, hulp in de lastige beginfase, waarin de symptomen veelal nog divers zijn, is essentieel.

De testperiode bevat:

  • Gesprekken met jeugdige en ouders. Daarin wordt verkend of de aandoening in de familie voorkomt. De symptomen dienen in zo'n gesprek in chronologische volgorde in kaart te worden gebracht, waarbij onder meer aandacht moet zijn voor virale infecties tijdens de zwangerschap, complicaties bij de geboorte, ontwikkelingsproblemen (motoriek, taalvaardigheid, leerproblemen), opgedane stress, onverwerkte trauma's, sociale vaardigheden en gedrag (teruggetrokken, passief).
  • Een psychologisch onderzoek naar de intelligentie en de persoonlijkheid.
  • Lichamelijk onderzoek om na te gaan welke medicatie gewenst is, raadpleging kinderarts.
  • Soms vindt ook laboratoriumonderzoek plaats, zoals aanvullend genetisch onderzoek of onderzoek in verband met het gebruik van antipsychotica.
Terug naar boven

Specifiek voor psychose, voor algemene screening (bij de groep met hoog risico) en diagnostiek, kunnen de volgende meetinstrumenten worden gebruikt:

  • CAARMS, de Comprehensive Assesment of At Risk Mental State. Dit is een vragenlijst voor een half gestructureerd interview (vaste vragen / thema's naast ruimte voor een meer open gesprek), dat wordt afgenomen door daarvoor getrainde mensen. Onderwerpen die aan bod komen zijn o.a. stemmingsstoornissen, druggebruik, wanen, hallucinaties, denkstoornis en bizar gedrag.
  • SIPS (Structured Interview for Prodromal Syndromes) of SOPS (Scale of Prodromal Symptoms): twee vergelijkbare instrumenten die gebruikt worden in de vóórfase van psychose.
  • Voor deze instrumenten staan links bij het protocol psychose op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Meetinstrumenten voor aanverwante problematiek:

  • CBCL 6-18, de Child Behavior Checklist, af te nemen bij ouders om een beeld te krijgen van gedragsproblemen, emotionele problemen en vaardigheden bij 6 – 18 jarigen.
  • CIDI-SAM, de Composite International Diagnostic Interview – Substance Abuse Module, om na te gaan wat er speelt bij middelengebruik en verslaving.
  • SOFAS, Social and Occupational Functioning Assessment Scale, om het sociale en beroeps-functioneren in kaart te brengen.
Terug naar boven

Mensen met psychose moeten snel en adequaat worden behandeld. Uitstel levert een ongunstige prognose op voor herstel en leidt tot verergering van andere problemen die met psychose samenhangen (comorbiditeit). De aanpak van psychose speelt op veel verschillende niveaus, van preventie tot en met maatschappelijke integratie. In het algemeen geldt voor de behandeling een combinatie van farmacotherapie (medicatie), psycho-educatie en psychosociale interventies. Het gezin, en liefst ook vrienden, worden bij de behandeling betrokken. De zorg richt zich in eerste instantie vooral op het verminderen van angst, verwardheid en andere verschijnselen. In een later stadium is maatschappelijk integratie aan de orde en preventie van terugval. Soms zijn de problemen van dien aard, dat dagbehandeling of interne opname nodig is.

Preventie en vroege interventie

Bij signalen, die mogelijk te zien zijn als voorbode van psychose, is het gewenst contact op te nemen met een specialistisch centrum, vanwege het belang van vroegtijdige behandeling. In deze fase is het belangrijk dat de omgeving van de jongere steun biedt bij allerlei (mogelijke) 'nevenverschijnselen van psychose, zoals depressie, angst, middelengebruik, werk, school, vrienden.
Op sommige plaatsen in Nederland bestaan er zogenaamde VIP's, Vroege Interventie Psychose teams, die jongeren begeleiden op psychiatrisch, sociaal, medisch, financieel en maatschappelijk gebied.

Psycho-educatie

Een eerste vereiste voor hulpverleners is goed contact met het kind of de jongere die aan psychose lijdt, en met het gezin. Zeker als er sprake is van schizofrenie zal de patiënt lang in behandeling blijven, hulpverlener en patiënt moeten elkaar dan kunnen vertrouwen.
Het is belangrijk dat de hulpverlener goed luistert naar de jongere en zijn / haar familie en aansluiting zoekt bij zijn / haar leefwereld.

Daarnaast zal de hulpverlener in het contact uitleg geven over de aandoening, de symptomen, het ziektebeeld en de gevolgen van druggebruik. Hij zal ingaan op de eerste interventies die nodig zijn en de verdere ondersteuning. De hulpverlener kan de betrokkenen helpen in contact te komen met verenigingen van lotgenoten, die hulp bieden aan mensen met psychose en hun naasten, zoals Anoiksis en Ypsilon. De hulpverlener zal er ook op wijzen dat het voor goede behandeling noodzakelijk zich aan de afspraken te houden (medicatie innemen).
Deze voorlichting aan patiënt en familie wordt psycho-educatie genoemd. De voorlichting kan individueel plaatsvinden maar ook in het gezin of in een groep lotgenoten.

Farmacotherapie

Er zijn goede medicijnen voor psychose, die bij volwassenen effectief zijn gebleken en ook voor jeugdigen geschikt zijn. Maar in de voorfase van psychose, bij de eerste signalen, is deze medicatie nog niet geïndiceerd. In deze fase wordt meestal andere medicijnen (niet specifiek voor psychose) voorgeschreven, omdat die de minste kans op bijwerkingen geven en omdat het medicijnen betreft waarvan de werking voor jongeren afdoende zijn onderzocht. Het ontbreken van bijwerkingen is van belang, omdat mensen die last hebben van psychose vanwege nare bijwerkingen te gauw geneigd zijn weer met de medicijnen te stoppen. Wanneer zich een eerste psychose voordoet is medicatie 'op maat' nodig, dat wil zeggen afgestemd op wat de jongere doormaakt, zijn mogelijkheden en beperkingen. Als de eerste psychose voorbij is, moet hij / zij nog lange tijd doorgaan met het gebruik van de voorgeschreven medicijnen: minimaal één tot twee jaar.

Psychosociale interventies

Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan een belangrijke bijdrage leveren aan het leren omgaan met, en tegengaan van hallucinaties en wanen. CGT bevat diverse interventies (training) die zich richten op het veranderen van irrationele, niet functionele gedachten. Deze interventies zijn effectief gebleken, ook bij psychose en schizofrenie.

Gezinsbehandeling

Tijdens de hulp aan het gezin wordt gekeken hoe de gezinsleden zich kunnen aanpassen aan de problematiek. Dit is ook van belang om terugval te voorkomen.
Naast het gezin kan het voor veel jongeren belangrijk zijn om goede vrienden bij de zorg te betrekken.

Maatschappelijke integratie, school en werk

Er zijn diverse interventies om de patiënt te helpen bij scholing en werk. Vaak zijn deze interventies opgenomen in een meer omvattende benadering, die in de hulpverlening aan volwassenen succesvol blijkt: de zogenaamde Assertive Community Treatment (ACT). ACT biedt ondersteuning aan de patiënt, ook wanneer deze niet zo'n duidelijke hulpvraag heeft (bemoeizorg), vanuit een team waarin verschillende deskundigen zijn vertegenwoordigd, onder andere op psychiatrisch, sociaal, maatschappelijk (begeleiding bij werk en wonen) en financieel gebied.

Terug naar boven

Het verloop van de aandoening is lang niet altijd hetzelfde. Bij sommigen gaat de ziekte over, al zal de persoon ook na herstel altijd kwetsbaar blijven. Anderen herstellen maar moeizaam; bij hen kan de aandoening chronisch (blijvend) worden. Zij zullen vooral moeten leren met de ziekte om te gaan (o.a. met behulp van medicatie).
In het algemeen geldt:

  • Hoe jonger de psychose ontstaat, hoe slechter de prognose.
  • Hoe sneller de behandeling wordt gestart, hoe beter de kans op herstel.
Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close