Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

In behandeling

Behandelaars werken volgens algemeen erkende en op werkzaamheid onderzochte werkwijzen. Met andere woorden, ze werken volgens praktijkstandaarden.

Praktijkstandaarden zijn uitgeschreven overeenkomsten, zodanig opgesteld dat ze door behandelaars op een betrouwbare manier uit te voeren zijn. Doordat zij zijn uitgeschreven en steeds op dezelfde wijze worden uitgevoerd, zijn de praktijkstandaarden ook op hun effecten wetenschappelijk te onderzoeken en te verbeteren.

Een ander voordeel van het gebruik van praktijkstandaarden is dat het hierdoor mogelijk is ouders, jongeren en andere betrokkenen inzage te geven in de manier waarop het onderzoek plaatsvindt en wat zij mogen verwachten van het onderzoek. De diagnose en behandeling wordt zo een inzichtelijk gespreksthema tussen de cliënt en de behandelaar.

Ook voor de behandeling van aandoeningen met psychotherapie zijn protocollen (richtlijnen) opgesteld. Dit zijn voorschriften waarin is vastgelegd hoe er in bepaalde situaties gehandeld moet worden. Bij behandeling van een aandoeningen worden ouders en kinderen soms naar dit soort protocollen verwezen. Kinderen en hun ouders kunnen deze protocollen doornemen om een beter beeld te krijgen van de behandeling zelf, welke stappen er worden gezet en waarom, en wat er tijdens de behandeling van hen wordt verwacht. De protocollen zijn wetenschappelijk verantwoord, in veel gevallen grondig onderzocht en aantoonbaar effectief.

De meeste behandelprotocollen zijn tot nu toe vrij algemeen. Er zijn bijvoorbeeld behandelprotocollen voor angststoornissen of voor gedragsstoornissen. Waarschijnlijk verandert dit in de toekomst. De behandelprotocollen werken namelijk niet voor alle kinderen. Dat ligt in sommige gevallen aan het kind (elk kind is anders), in andere gevallen aan het soort probleem of de omstandigheden. Daarom letten therapeuten tijdens de therapie altijd goed op of hun manier van werken aanslaat. Tijdens het therapieproces leggen ze het protocol naast het individuele kind. Dit kan uiteindelijk leiden tot aanpassing van het bestaande protocol.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Bij de behandeling met psychotherapie is vaak sprake van cognitieve gedragstherapie (CGT). Cognitieve gedragstherapie is een verzamelnaam voor een aantal soortgelijke therapieën, waarbij kinderen leren om naar zichzelf en hun omgeving te kijken op een manier die overeenkomt met de realiteit. Zo kunnen zij zich gemakkelijker onder de mensen begeven. Ook helpt cognitieve gedragstherapie kinderen bij het onder controle houden van hun stemming zodat ze betere beslissingen kunnen nemen in de dagelijkse praktijk. Er zijn voor de verschillende stoornissen varianten van cognitieve (gedrags-)therapie. Denk aan angststoornissen, depressie, posttraumatische stressstoornis, gedragsstoornissen en eetstoornissen. De therapie is geschikt voor jongeren, volwassenen en gezinnen. In mindere mate is de therapie te gebruiken bij jonge kinderen vanaf 4 jaar. De duur van een CGT-programma kan variëren van drie maanden tot ongeveer één jaar.

Om het meer concreet te maken: Veel stoornissen als angststoornissen en gedragsstoornissen komen voort uit denkfouten die jongeren en volwassenen zich voor een deel hebben aangeleerd. Iemand kan bang zijn aangelegd en daardoor angstig zijn. Maar vrijwel altijd zit er ook iets bij van een ‘aangeleerde’ gedachte dat er achter iedere boom gevaar schuilt. Via cognitieve gedragstherapie worden de denkfouten geanalyseerd, getoetst aan de werkelijkheid en vervolgens afgeleerd. Van de angstige aanleg is iemand moeilijk af te helpen. Maar door het aanpakken van de ‘aangeleerde’ denkfouten kunnen mensen beter omgaan met deze aanleg.
Een ander voorbeeld: een impulsief persoon heeft er een gewoonte van gemaakt altijd direct te reageren. Daarmee maakt hij zich niet altijd geliefd en wordt hij door zijn omgeving soms als moeilijk persoon gezien. Via cognitieve gedragstherapie kan die persoon leren zijn impulsen te herkennen, bij een signaal niet gelijk te reageren maar eerst eens na te denken, verschillende reacties te overwegen en vervolgens de beste reactie te kiezen. Wanneer dat beloond wordt met een prettige reactie van een ander, merkt de persoon dat hij daardoor beter kan functioneren.

Cognitieve gedragstherapie is in veel gevallen effectief gebleken.

Terug naar boven

In de kinder- en jeugdpsychiatrie worden medicijnen die invloed hebben op de hersenen pas de laatste 10 tot 15 jaar veel toegepast. Het gaat dan om de zogenaamde psychofarmaca. Psychofarmaca zijn medicijnen (geneesmiddelen) die gebruikt worden bij psychische problemen. Niet alleen jongeren krijgen dit soort medicijnen toegediend, ook steeds meer kinderen en peuters worden met psychofarmaca behandeld.

Van veel middelen weten we niet precies wat de werking is op de lange termijn en wat de bijwerkingen zijn op de lange en de korte termijn. Maar we weten wel dat de medicijnen in de meeste gevallen helpen. In Nederland zijn we nog niet zo gemakkelijk met het voorschrijven en toedienen van psychofarmaca. Per geval moeten behandelaars hier samen met de ouders goed over nadenken. De behandelaar kan de ouders namelijk geen zekerheid geven over de precieze werking. Om in de toekomst meer zekerheid te hebben over de eventuele gevolgen is het dan ook zeer belangrijk dat behandelaars en ouders hun ervaringen met anderen delen.

Duidelijkheid voorop

Er is steeds meer bekend over de werking en de toepassing van de meeste geneesmiddelen. Onbekend is echter nog wat die werking precies is op de lange termijn. Het is dus noodzakelijk om zeer zorgvuldig om te gaan met psychofarmaca. Als een kind medicijnen krijgt voorgeschreven zijn er een aantal belangrijke momenten: De voorlichting aan ouders en kind, de lichamelijke controles en het moment van afbouwen of stoppen. Binnen het thema ADHD, waar de meeste medicijnen (ook wel stimulantia genoemd) worden voorgeschreven, is er inmiddels een gebruikelijke richtlijn (protocol). Voor de andere thema’s zijn die richtlijnen (protocollen) er nog niet. Er is vaak nog te weinig bekend over de werking en de bijwerkingen om zo’n protocol op te stellen.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie werkt daarom mee aan het opstellen van deze richtlijnen. Zo houdt het Kenniscentrum de onderzoeksliteratuur van de verschillende thema’s bij. Ook de behandelaars houden op speciaal daarvoor ontwikkelde formulieren bij wat er in de verschillende gevallen aan jongeren wordt voorgeschreven en wat de ervaringen van de cliënten/patiënten daarbij zijn. Zo wordt steeds meer bekend over de werking en de bijwerkingen.

In sommige gevallen wordt aan de ouders of de jongere gevraagd om zelf de mogelijke effecten van de medicatie op een formulier bij te houden. Afhankelijk van het middel dat wordt gebruikt, worden regelmatig controles uitgevoerd. De resultaten daarvan worden dan weer op het controleformulier van de behandelaar bijgehouden. De controles worden zowel uitgevoerd voor de veiligheid van de cliënt/patiënt als voor wetenschappelijk onderzoek naar de werking van de medicijnen in kwestie.

Medicatieformulier en Checklist

Ouders en kinderen moeten goed worden geïnformeerd over de middelen die worden voorgeschreven. Hieronder een checklist die zowel door ouders als behandelaars gebruikt kan worden:

  • de reden waarom het middel wordt voorgeschreven,
  • de effecten die te verwachten zijn en ook wat men er niet van kan verwachten,
  • de nauwkeurigheid van de tijdstippen waarop de middelen moeten worden ingenomen en
  • de bijwerkingen die meer of minder vaak kunnen optreden.
Terug naar boven

De behandelaar wil samen met u en uw kind gaan meten hoe effectief de behandeling is: of de klachten verminderen, of u tevreden bent over het therapeutische contact etcetera. Met ROM (Routine Outcome Monitoring) betekent het routinematig meten van behandeluitkomsten.

Daarvoor vraagt de behandelaar u een aantal vragenlijsten in te vullen: in ieder geval aan het begin en aan het eind van de behandeling en mogelijk nog een keer tussendoor. Zo komt de voortgang van de behandeling duidelijk in beeld en weet de behandelaar beter hoe deze de therapie kan bijsturen voor de beste kans op een zo optimaal mogelijk resultaat voor u en uw kind. Met uw medewerking kunnen we er met elkaar voor zorgen dat de hulpverlening steeds verbetert, waardoor u kunt blijven rekenen op de beste zorg.

Terug naar boven

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close