Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Dwang bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over dwang: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Als het gaat om dwang spreken professionals van Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) of Obsessive Compulsive Disorder (OCD). Maar het wordt ook wel dwangstoornis of dwangneurose genoemd.

Kijk voor informatie over OCD ook eens op de website van de Angst, Dwang en Fobie stichting.

Terug naar boven

Iedereen heeft wel eens last van nare gedachten die telkens terugkomen. Of doet iets twee keer achter elkaar omdat hij twijfelt of het de eerste keer wel goed is gegaan. We spreken van een dwangstoornis wanneer iemand minstens één uur per dag dwanggedachten heeft en/of zich gedwongen voelt dwanghandelingen uit te voeren. De dwanggedachten zijn telkens terugkerende ideeën, beelden, opwellingen of enge gedachten. Sommige handelingen kan je niet gedachtenloos uitvoeren. Je bent niet vrij en ontspannen.

Kinderen hebben vaak de angst een ziekte op te lopen of een ongeluk of ramp over zichzelf of anderen af te roepen. De dwanggedachten kunnen dan leiden tot dwanghandelingen. Deze worden uitgevoerd om de angst die de dwanggedachten teweeg brengen, te bezweren. Een kind kan hierdoor erg vaak zijn handen wassen (wasdwang) of dingen schoonmaken (poetsdwang). Ook kan er sprake zijn dat het kind bepaalde situaties uit de weg gaat om zo de dwanggedachten en dwanghandelingen te voorkómen (vermijding). Een kind kan ook ongewild enge gedachten hebben, ze willen deze gedachten niet uitvoeren, maar ze komen steeds terug. Kinderen en jeugdigen met een dwangstoornis weten vaak wel dat hun dwanggedachten onzinnig en overdreven zijn en dat de dwanghandelingen geen gevaren tegen kunnen houden. Maar ze geven dit meestal aarzelend toe omdat ze zich schamen.

Terug naar boven

Het is niet geheel duidelijk hoe een dwangstoornis ontstaat. In principe zijn er drie mogelijkheden of combinaties daarvan:

  1. Het kan zijn dat het in de familie zit, dus erfelijk is. Er is echter een grote groep kinderen die als enige een dwangstoornis hebben in hun familie.
  2. Het ontstaan van dwanggedachten en dwanghandelingen kan niet goed worden verklaard uit de psychologie. Iedereen heeft wel eens een onzinnige gedachte die zich opdringt, maar die je ook weer kan wegwuiven.
  3. Waarom sommige kinderen aan deze gedachten betekenis gaan geven en daarop dwangmatig reageren, is niet bekend. Het is duidelijk dat het dwangmatig gedrag dat door verschillende gedachten wordt opgeroepen, de spanning en angst van die gedachten vermindert. Het geeft een korte tijd een gevoel van rust. Dit zorgt ervoor dat het dwangmatig gedrag wordt gestimuleerd maar de dwanggedachten verminderen er niet door.
  4. Deskundigen zoeken ook naar verklaringen in de hersenen, in de chemische en andere processen in het brein. Er zijn verschillende veronderstellingen, maar deze zijn nog te weinig onderzocht om hierover iets met zekerheid te kunnen zeggen.
Terug naar boven

Dwangstoornissen komen bij kinderen en jeugdigen niet zo vaak voor. Uit een Engels onderzoek komt naar voren dat een dwangstoornis bij jonge kinderen van 5 tot 7 jaar het minst vaak voorkomt, namelijk 1 op de 4000 kinderen. Bij jeugdigen in de leeftijd van 13 tot 15 jaar komt een dwangstoornis duidelijk vaker voor, namelijk bij 1 op de 170. Ook over de verschillen die er zijn tussen jongens en meisjes is er weinig informatie bekend.

Terug naar boven

Een dwangstoornis gaat bijna altijd samen met andere psychische stoornissen. Daarbij is het niet altijd duidelijk hoe de relatie tussen de verschillende stoornissen is:

  • Komt de ene stoornis uit de andere voort?
  • Wordt de ene stoornis door de andere versterkt?
  • Hoe is het te verklaren dat het ene kind een andere combinatie van stoornissen heeft dan het andere?

Uit onderzoek blijkt dat een dwangstoornis het meeste voorkomt met een angststoornis.

Een dwangstoornis wordt door sommige deskundigen gezien als een bijzondere vorm van een angststoornis. Daarnaast gaan dwangstoornissen vaak samen met stemmingsstoornissen zoals depressie, ticstoornissen, (oppositionele) gedragsstoornissen of ADHD. Minder bekend en daardoor mogelijk onderschat is de combinatie van dwangstoornissen met vormen van autisme.

Terug naar boven

Wanneer ouders zich zorgen maken over regelmatig voorkomend dwangmatig gedrag, kan de huisarts hen verwijzen naar de jeugd-ggz. Hier kan men indien nodig een diagnose stellen.

Een diagnose is belangrijk om een keuze te kunnen maken of een kind behandeld moet worden, maar ook welke manier van behandelen kan helpen.

Dwanggedachten en dwanghandelingen komen vaak voor met andere problemen. Bij een algemeen onderzoek wordt daar altijd naar gevraagd. Ook als een kind in eerste instantie niet voor dwangklachten wordt onderzocht. Kinderen beginnen hier vaak niet zelf over, omdat ze zich er vaak voor schamen.

De ernst en de vorm van de dwangstoornis vaststellen gebeurt door het stellen van vragen aan kinderen en ouders. Hiervoor worden meestal ook schriftelijke vragenlijsten gebruikt, die al dan niet samen met de hulpverlener worden ingevuld.

Andere belangrijke informatie die nodig is:

  • In welke situaties er dwanggedachten en dwanghandelingen zijn;
  • Of een kind zich bewust is van zijn dwangstoornis;
  • Hoe de ouders, gezinsleden en vrienden omgaan met de dwanggedachten en dwanghandelingen;
  • Wat de gevolgen zijn van de dwangstoornis voor het functioneren van een kind in het gezin, op school en in de vriendenkring;
  • In hoeverre een kind onder zijn dwangstoornis lijdt.

Instrumenten voor vaststellen van dwangklachten

Bij de eerste screening, als men nagaat of er inderdaad sprake kan zijn van dwang, gebruiken de specialisten meestal twee vragenlijsten:

1. de CBCL, wat een afkorting is van de Engelse aanduiding: de Child Behavior Check List. Deze vragenlijst wordt in de jeugdzorg in het algemeen voor veel doeleinden gebruikt en is daarom tamelijk bekend. Er is een versie die door ouders moet worden ingevuld. Er zijn ook versies die door kinderen zelf of door leraren kunnen worden ingevuld. In dit verband wordt de ouderversie gebruikt.
2. de ADIS, wat staat voor de Anxiety Disorders Interview Schedule. Aan de hand hiervan ondervraagt de specialist de ouders, en eventueel het kind. Wanneer men op het spoor van een dwangstoornis zit, zal men meestal niet de hele lijst afwerken.

Met de vragen uit het deel over dwangstoornissen kan worden vastgesteld of er werkelijk sprake is van een stoornis. Dit onderdeel bestaat uit vragen gericht op dwanggedachten en dwanghandelingen; de aard, hardnekkigheid van de klacht, problemen en de mogelijkheden om weerstand hier tegen te bieden. Het vraaggesprek duurt 15 tot 45 minuten, afhankelijk van hoe de dwangstoornis eruit ziet. Wanneer men bewijs heeft dat een kind een dwangstoornis heeft, gaat de psycholoog verder met het bepalen van de ernst van de dwanggedachten en de dwanghandelingen. Hij doet dit aan de hand van:

3. de CY-BOCS, een afkorting voor de Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale- Child Version (CY-BOCS). Het is een lijst met vragen waarop de ouders en het kind open antwoorden kunnen geven. Uit ervaring weet men dat op deze manier goed en betrouwbaar inzicht wordt verkregen in de ernst van de dwanggedachten en dwanghandelingen.

Tenslotte is het mogelijk dat de specialist met goedvinden van de ouders en het kind nog een vragenlijst doorwerkt, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Dit is om in de toekomst beter hulp te kunnen bieden.

Terug naar boven

Na de diagnose volgt een behandelvoorstel of een behandelplan. Deze wordt met het kind, maar ook met de ouders besproken. Het is zowel voor een kind, maar ook voor de ouders, belangrijk dat de verschillende behandelmogelijkheden worden besproken. Om een goede beslissing te nemen voor een behandeling is het prettig wanneer de voor- en nadelen van de verschillende manieren van behandelen wordt besproken.

Van de ouders wordt vaak verwacht dat zij het kind, eventueel medicijngebruik en de reacties daarop goed in de gaten houden. Zij moeten dan wel weten waar ze precies op moeten letten. Ook moeten zij weten hoe zij het beste op de problemen van het kind kunnen reageren. Ouders en de overige gezinsleden spelen in de meeste gevallen een grote rol in het leven van een kind of puber. De uitvoering van het behandelplan hoeft niet uitgevoerd te worden door de specialist die de diagnose heeft gesteld en het behandelplan heeft opgesteld. Vaak is het handiger om voor de uitvoering van het plan begeleiding of hulp te zoeken bij een centrum in de buurt. De ouders wordt wel aangeraden om in het specialistisch centrum te regelen dat er een contactpersoon wordt benoemd bij wie ze altijd terecht kunnen. Voor adressen van centra die hulp kunnen bieden bij de uitvoering van behandelplannen bij een dwangstoornis, kijk op: www.adfstichting.nl.

De verschillende behandelingsmogelijkheden zijn:

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

De cognitieve gedragstherapie kan in het geval van een dwangstoornis bestaan uit twee vormen die soms afzonderlijk en soms tegelijkertijd worden toegepast:

  • Exposure met responspreventie: Exposure betekent 'blootstelling', in dit geval aan de gedachten die zich opdringen en waaraan een kind doorgaans de dwanghandeling verbindt. De dwanggedachte wordt opgeroepen door bijvoorbeeld iets aan te raken dat met 'vies' is verbonden. Vervolgens wordt voorkómen dat het kind zijn handen gaat wassen om zijn angst voor de viezigheid of de besmetting te verminderen. Door het voorkómen van de gebruikelijke reactie (responspreventie) zal op den duur de angst ook zonder de dwanghandeling verdwijnen. Men raakt aan de angst gewend, de angst wordt minder. Ook de dwanggedachten zullen na verloop van tijd "uitdoven" of minder heftig worden.
  • Cognitieve therapie. Bij deze behandeling gaat de therapeut ervan uit dat het een normaal verschijnsel is dat zich van tijd tot tijd gedachten opdringen -daar heeft iedereen wel eens last van – maar dat het kind deze gedachten verkeerd interpreteert. Kinderen met een dwangstoornis hechten te grote betekenis aan deze gedachten dat deze gedachten juist zijn. Die verkeerde interpretatie leidt vervolgens tot dwanghandelingen en dan heeft men een dwangstoornis. Het kind leert in de therapie de opdringerige gedachten anders te interpreteren en leert daaraan een andere, meer realistische betekenis te geven. Naar verwachting zal de neiging om met dwanghandelingen op de gedachten te reageren uitblijven.

Medicatie

In de behandeling van dwangstoornissen kan het gebruik van medicatie een rol spelen. Belangrijk is om vooraf te weten, dat:

  • Alleen medicatie matig werkt;
  • Dat een medicijn als sertraline en cognitieve gedragstherapie even goed werken;
  • Een gecombineerde behandeling van medicatie en cognitieve gedragstherapie een beter resultaat heeft op de dwangstoornis dan enkel medicatie of enkel cognitieve gedragstherapie;
  • Medicatie alleen wordt voorgeschreven wanneer cognitieve gedragstherapie te weinig effect heeft.

Mocht medicatie aangeraden worden, dan kan de kinder-en jeugdpsychiater uit de volgende middelen kiezen:

  • Geneesmiddelen die in de groep Selectieve Serotonine-heropnameremmer (SSRI's) vallen. SSRI's zijn een groep antidepressiva. Er wordt geen voorkeur gegeven aan een bepaald geneesmiddel uit deze groep. Voorbeelden zijn sertraline, citalopram, fluoxetine of fluvoxamine. De kinder- en jeugdpsychiater is terughoudend bij het voorschrijven en zal goed volgen of de medicatie goed uitwerkt. Bij depressieve jongeren zou in uitzonderlijke gevallen een van de bijwerkingen kunnen zijn: het denken aan zelfdoding en zelfbeschadiging. Er zijn ook andere mogelijke bijwerkingen: misselijkheid, droge mond, hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, onrust, hyperactiviteit en slapeloosheid. Bijwerkingen treden niet altijd op en als ze optreden zijn ze vaak tijdelijk. Wanneer het kind ophoudt met het gebruik van het middel, verdwijnen ook de bijwerkingen. De mogelijke bijwerkingen worden aan de hand van een lijst bijgehouden. Aan de hand van de bijwerkingen wordt de dosering aangepast.
  • Clomipramine, verkrijgbaar in tabletten, is ook matig effectief gebleken. Ook dit middel is een antidepressivum, maar van een andere soort dan de SSRI's. Men is enigszins voorzichtig met het voorschrijven, vanwege mogelijke gevolgen voor het functioneren van het hart. Verder zijn de belangrijkste bijwerkingen: droge mond, moeite bij de ontlasting, slaperigheid, vermoeidheid, onrust, duizeligheid, toename eetlust, hoofdpijn, trillingen, spiersamentrekkingen en veel zweten.
  • Antipsychotica als haloperidol, quetiapine of risperidone worden voorgeschreven wanneer een eerdere behandeling niet aanslaat of wanneer sprake is van een combinatie van dwangstoornis met tics of een vorm van autisme.

Medicijnen die hier zijn genoemd zijn niet verslavend; men hoeft niet steeds hogere dosering te nemen om hetzelfde effect te bereiken.

Terug naar boven

Bedwing je dwang

Door middel van exposure en respons preventie en cognitieve therapie de dwangklachten laten verdwijnen. Het protocol is in eerste instantie ontwikkeld voor jongeren van ongeveer 12 tot ongeveer 18 jaar met een dwangstoornis. Het protocol is echter ook geschikt voor jongere kinderen.

Lees meer over 'Bedwing je dwang' >>

Terug naar boven

Over de vooruitzichten van een dwangstoornis zijn de volgende gegevens uit onderzoek bekend:

  • Een klein percentage van de kinderen met een dwangstoornis is na behandeling helemaal zonder klachten. Zij hebben geen behandeling meer nodig
  • Het blijkt dat na één tot vijftien jaar 60% van de kinderen met een dwangstoornis in meerdere of mindere mate baat heeft gehad van de behandeling of met andere woorden, dat 40% van de kinderen nog steeds in een bepaalde mate aan de dwangstoornis lijdt
  • Een groot aantal van de kinderen uit het onderzoek heeft naast of na de dwangstoornis andere psychische klachten ontwikkeld. Dat heeft mogelijk te maken met de erfelijkheid (denk aan temperament en omgeving (comorbiditeit)

Bespreekbaar maken

Wat kan ik als ouder doen?
  • Bespreekbaar maken
  • Wel aandacht aan besteden
  • In gesprek blijven met je kind
  • Op school navragen wanneer je zorgen hebt
  • Begrip tonen, wat kunnen we samen doen aan het probleem?
  • Samen bewegen (bijv. wandelen) of ontspanningsoefeningen doen
  • Zelfmanagement stimuleren
  • Aandacht besteden aan andere dingen
  • Complimenten geven aan de dingen die wel goed gaan 
Wat kan ik beter niet doen?
  • Groter maken dan het is
  • Veroordelen, het is al lastig genoeg
  • Dwanggedachten/dwanghandelingen verbieden
  • Met je buik eten, gebruik je hoofd (bij gebruik van medicatie waarvan je dikker kunt worden)
Websites die je kunnen helpen

Boeken

Terug naar boven

IKON 'De Wachtkamer'. Dwangstoornis: harde of zachte hand?

Inzicht in dwang Bij Kinderen En Menno Oosterhoff Kinderpsychiater

Bekijk een uitzending van de IKON. Youri is 18 en hij lijdt aan een extreme vorm van dwangneurose. In 'De Wachtkamer' zijn ouders, die ten einde raad zijn.

Angst Dwang en Fobiestichting

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close