Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Diagnose stellen

Behandelaars werken volgens algemeen erkende en op werkzaamheid onderzochte werkwijzen. Met andere woorden, ze werken volgens praktijkstandaarden.

Praktijkstandaarden zijn uitgeschreven overeenkomsten, zodanig opgesteld dat ze door behandelaars op een betrouwbare manier uit te voeren zijn. Doordat zij zijn uitgeschreven en steeds op dezelfde wijze worden uitgevoerd, zijn de praktijkstandaarden ook op hun effecten wetenschappelijk te onderzoeken en te verbeteren.

Een ander voordeel van het gebruik van praktijkstandaarden is dat het hierdoor mogelijk is ouders, jongeren en andere betrokkenen inzage te geven in de manier waarop het onderzoek plaatsvindt en wat zij mogen verwachten van het onderzoek. De diagnose en behandeling wordt zo een inzichtelijk gespreksthema tussen de cliënt en de behandelaar.

Na aanmelding bij een behandelcentrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie vindt na maximaal drie tot vier weken het eerste contact met de kinder- en jeugdpsychiater plaats. In enkele gesprekken wordt onderzocht wat er precies aan de hand is en wordt een behandelplan opgesteld.

De volgende stappen worden gezet:

    1. De kinder- en jeugdpsychiater verzamelt voorafgaand aan het eerste bezoek of tijdens het eerste contact informatie op basis waarvan een werkhypothese wordt geformuleerd, dat wil zeggen een inschatting van de aard en ernst van de problemen van het kind, mogelijke oorzaken en factoren die de problemen in stand houden. De informatie kan worden verzameld bij de ouders/verzorgers, kind/jeugdige en leerkracht. De leerkrachten worden alleen benaderd met medeweten en goedvinden van de ouders. Voor de verschillende informanten zijn verschillende vragenlijsten beschikbaar.
    2. 
De eerste ontmoeting kan, naast kennismaking, een algemeen oriënterend karakter hebben, met als doel het formuleren van een werkhypothese. De eerste ontmoeting kan ook al gerichter zijn, wanneer voorafgaand aan het contact al veel informatie is verzameld. In dat laatste geval zal dit contact al deels gericht zijn op het toetsen van de werkhypothese. Daarbij wordt in grote lijnen de Checklist voor het klinisch interview gebruikt. Daarnaast beschikt de behandelaar over verschillende andere instrumenten in de vorm van vragenlijsten voor het screenen van de cliënt.
    3. In de daarop volgende contacten wordt de werkhypothese verder getoetst. Daarbij maakt de behandelaar gebruik van gerichte instrumenten (vragenlijsten) of van aanvullend onderzoek door andere disciplines, bijvoorbeeld psychologisch onderzoek of medisch-specialistisch onderzoek.
    4. De integratie en weging van al deze gegevens resulteert in een conclusie in de vorm van een diagnose, een classificatie of benoeming van de aandoening en een (be)handelplan.
      Met een diagnose bedoelt de kinder- en jeugdpsychiater het goed kennen van het individuele geval, rekening houdend met de risico's én beschermende factoren waarmee een individu in zijn ontwikkelingscontext behept is. Daarnaast onderscheiden we de classificatie: de beschreven problematiek krijgt de naam van een bepaalde categorie binnen een classificatiesysteem. In Nederland wordt de DSM-V (Diagnostic and Statistical Manual, fifth edition; APA, 2013) gebruikt. Dit classificatiesysteem kent goed omschreven regels. Kinder- en jeugdpsychiaters worden tijdens hun opleiding vertrouwd gemaakt met deze regels en doen er ervaring mee op. Een classificatie op basis van een kinder- en jeugdpsychiatrisch onderzoek heeft daarom in Nederland een goede betrouwbaarheid.
      De diagnose en de classificatie leidt tot de indicatie voor een behandeling volgens de daarvoor geldende richtlijnen, vastgelegd in behandelprotocollen.
    5. Uiteindelijk volgt de rapportage. De diagnose, de classificatie en het (be)handelplan worden weergegeven in een brief aan de verwijzer: de huisarts, de verwijzende medisch specialist of het Bureau Jeugdzorg. De ouders en de jeugdigen vanaf 12 jaar kunnen de brief lezen zodat zij weten wat er aan de huisarts wordt gerapporteerd. Inzage in de brief voor de ouders en de jeugdigen vanaf 12 jaar is wettelijk geregeld.
      De brief zal helder en toegankelijk geformuleerd moeten zijn. Waar de zaak voor ouders en kind onduidelijk is, kan dit in het gesprek worden toegelicht. De brief bevat ten minste een samenvatting van de verwijzing en het onderzoek. Hij wordt afgesloten met een zorgvuldig geformuleerde diagnose en een behandelplan. Dit laatste dient expliciet te zijn als het gaat om de behandeldoelen, evaluatietermijnen, middelen en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close