Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

ADHD bij kinderen en jongeren

Betrouwbare kennis over ADHD: ouders en jongeren vinden hier informatie over diagnose, behandeling, medicatie (inclusief bijwerkingen) en meer. Speciaal voor jongeren is er ook nog informatie over ADHD op Brainwiki.nl.

De teksten zijn opgesteld in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen en zijn zo veel mogelijk up-to-date.

Bekijk de vlog: Is ADHD gewoon jongensgedrag?

Wanneer spreekt men van ADHD? Daarover gaat deze vlog van Dr. Nanda Rommelse. Voor tekstversie en wetenschappelijke bron, zie debeschrijving op Youtube. Voor kenmerken van ADHD, zie onder.  

Sommige kinderen en jongeren met ADHD hebben veel last van (een deel van) de volgende problemen:

Aandachtsproblemen
  • let vaak niet goed op details of maakt slordigheidsfouten in schoolwerk of bij andere activiteiten;
  • heeft vaak moeite om de aandacht bij een taak of spel te houden
  • lijkt vaak niet te luisteren wanneer iemand het woord tot hem of haar richt
  • heeft vaak moeite om instructies te volgen en maakt schoolwerk, taken of verplichtingen op het werk niet af (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of het onvermogen instructies te begrijpen)
  • heeft vaak moeite om taken en activiteiten te organiseren
  • gaat taken die een langdurige mentale inzet vereisen (zoals schoolwerk of huiswerk) vaak uit de weg; heeft er een hekel aan of toont tegenzin ermee te beginnen
  • raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, opgaven van school, potloden, boeken of gereedschap)
  • wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
  • is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
Hyperactiviteit
  • beweegt vaak onrustig de handen of voeten of wiebelt op zijn stoel
  • staat op van zijn plaats in de klas of in andere situaties waar wordt verwacht dat iemand blijft zitten
  • rent in situaties waar dit ongepast is vaak rond of klautert overal in (bij adolescenten en volwassenen kan dit beperkt blijven tot een subjectief gevoel van rusteloosheid)
  • kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
  • is vaak in de weer of draaft maar door
  • praat vaak aan een stuk door
Impulsiviteit
  • gooit het antwoord er al uit voordat de vraag is afgemaakt
  • verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op
  • heeft vaak moeite met op zijn/haar beurt wachten
Als deze kenmerken hun dagelijks functioneren duidelijk in de weg staan, kan er sprake zijn van ADHD. Dit staat voor ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ of ‘aandachtsdeficiëntie-hyperactiviteitsstoornis’. De problemen spelen dan in meerdere situaties, zoals op school, thuis en bij vrienden (zie ook Vaststellen).

Nieuwe inzichten

Op deze pagina’s vindt u als ouder de belangrijkste kennis over ADHD. De teksten zijn gebaseerd op de teksten over ADHD voor professionals. Deze zijn opgesteld in samenwerking met de expertgroep ADHD van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en een Ervaringsraad met ouders en andere ervaringsdeskundigen. Hoewel ze zijn geschreven op basis van de laatste inzichten, is het onmogelijk om volledig en altijd up-to-date te zijn. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek naar ADHD bij kinderen en jongeren gedaan, dat in rap tempo verschijnt. Uiteraard doen wij ons uiterste best om alle kennis zo actueel mogelijk te houden. Mist u informatie? Neem dan gerust contact met ons op via info@kenniscentrum-kjp.nl

Meer informatie

Oudervereniging Balans kan u als ouder ondersteunen met (onder meer) informatie, belangenbehartiging en lotgenotencontact.
Terug naar boven
De kernsymptomen van ADHD (aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit) kunnen bij het ene kind meer of minder aanwezig zijn dan bij het andere. Er worden drie vormen onderscheiden:
  1. Het overwegend onoplettende beeld (ADD): deze kinderen en jongeren hebben vooral moeite met de aandacht en concentratie. Ze zijn snel afgeleid en vergeetachtig. Ook hebben ze vaak enkele kenmerken van hyperactiviteit en/of impulsiviteit.
  2. Het overwegend hyperactieve-impulsieve beeld (ADHD): hierbij zien we vooral druk en impulsief gedrag. Deze kinderen en jongeren lijken nooit stil te kunnen zitten, praten vaak en veel en verstoren andermans gesprekken of bezigheden.
  3. Het gecombineerde beeld (ADHD/ADD): dit komt het meest voor en wordt gekenmerkt door problemen met aandacht en concentratie en druk, beweeglijk en impulsief gedrag.

Jongens en meisjes

ADHD uit zich bij meisjes anders dan bij jongens. Bij meisjes zien we vaker het overwegend onoplettende beeld. Dit betekent niet dat de andere vormen bij meisjes niet voorkomen. En andersom kan het overwegend onoplettende beeld ook bij jongens voorkomen. Omdat deze kinderen minder druk zijn, is dit gedrag minder opvallend. De kans bestaat dat deze kinderen minder snel worden doorverwezen voor diagnostiek en behandeling. Zij kunnen als gevolg ook onderpresteren op school. Door de gevolgen van hyperactief gedrag zie je bij jongens meer ruw en agressief gedrag. De omgeving ziet dit vaak als lastig en storend. Jongens worden vaak op jongere leeftijd (basisschoolleeftijd) doorverwezen voor diagnostiek en behandeling.

Leeftijd

Naast verschillen tussen jongens en meisjes verandert het ADHD-beeld vaak als kinderen ouder worden. Kinderen die eerst de ene vorm van ADHD vertonen, kunnen een paar maanden later een andere vorm laten zien. Hyperactiviteit verandert vaak in innerlijke onrust. Aandachts- en concentratieproblemen vallen meer op naarmate het kind ouder wordt (zie ook Toekomst).
Terug naar boven
Erfelijkheid speelt een grote rol in het ontstaan van ADHD. Broertjes en zusjes van kinderen met ADHD hebben een 2 tot 3 keer hogere kans om zelf ADHD te krijgen dan kinderen uit een gezin waarin geen ADHD voorkomt. Uit tweelingonderzoek blijkt dat ADHD voor ongeveer 80% bepaald wordt door erfelijkheid, dat is ongeveer vergelijkbaar met de invloed van erfelijkheid op de lichaamslengte.

Welke genen spelen er mee?

Op zoek naar de oorzaken van ADHD proberen wetenschappers een antwoord te vinden op de vraag of bepaalde genen (erfelijk materiaal) een rol spelen bij ADHD. Op dit moment zijn er geen specifieke genen voor ADHD ontdekt. Dat is ook niet te verwachten. Wetenschappers denken dat bij ADHD meerdere genen een rol spelen en dat ook omgevingsfactoren een belangrijke invloed hebben. Er zijn wel meerdere 'verdachte' genen gevonden die mogelijk meespelen bij het ontstaan van ADHD.

Wat is de invloed van de omgeving?

De genen bepalen dus voor een belangrijk deel de kwetsbaarheid of 'aanleg' van een kind voor ADHD. Maar het ontwikkelen van ADHD is niet onvermijdelijk als een kind er genetische aanleg voor heeft. Invloeden vanuit de omgeving kunnen de genetische eigenschappen versterken of verzwakken. Al voor de geboorte kan blootstelling aan nicotine, alcohol, zware metalen en bepaalde chemische stoffen of een tekort aan voedingsstoffen de kwetsbaarheid van het kind vergroten. Ook stress in het gezin, geldzorgen, ziekte van gezinsleden en een ongeorganiseerde gezinsomgeving worden in verband gebracht met het ontwikkelen van ADHD. Zonlicht heeft mogelijk een preventief (beschermend) effect op het ontwikkelen van ADHD-symptomen.

ADHD in het gezin

Hoeveel last een kind in het dagelijkse leven heeft van ADHD hangt af van de wisselwerking tussen de erfelijke aanleg en de omgeving. Doordat erfelijkheid een grote rol speelt bij ADHD, groeien kinderen met ADHD vaak op in een gezin waar een of beide ouders (en soms ook broertjes of zusjes) zelf ook kenmerken van ADHD hebben, zoals moeite met planning en organisatie. Dit kan van invloed zijn op het effect van een behandeling (zie Behandeling). Het is duidelijk dat de omgeving en de opvoeding geen ADHD veroorzaken en ook geen ADHD kunnen voorkómen.

Is ADHD een hersenafwijking?

Je kunt niet zeggen dat ADHD een hersenafwijking is. Het is dus ook (nog) niet mogelijk om een scan van een kind te maken en dan te bepalen of het wel of geen ADHD heeft. Daarvoor zit ADHD te ingewikkeld in elkaar. Wel is het zo, dat bij sommige onderzoeken onder grote groepen kinderen hele kleine verschillen gevonden zijn in de vorm en functie van de hersenen van kinderen met en zonder ADHD. Het gaat daarbij om (kleine) groepsverschillen en niet om verschillen bij ieder kind afzonderlijk. De hersenen van de onderzochte groep kinderen met ADHD zijn iets kleiner en een deel van de buitenkant van de hersenen (cortex) is iets dunner. Ook blijken de kernen diep in de hersenen (de basale ganglia) van de groep kinderen met ADHD gemiddeld kleiner te zijn dan die van hun leeftijdsgenoten. Dit geldt ook voor de kleine hersenen (het cerebellum) en het deel van de hersenen onder het voorhoofd (de frontale cortex). Deze verschillen kunnen weer verdwijnen tijdens de adolescentie. Daarnaast laten de hersenen van groepen kinderen met ADHD in een aantal gebieden geen asymmetrische ontwikkeling van de hersenhelften zien; iets wat bij kinderen zonder ADHD juist een normaal verschijnsel is. Als we een heleboel onderzoeken bij elkaar leggen, zien we dat groepen kinderen en jongeren met ADHD een lagere activiteit hebben in bepaalde hersendelen, die onder meer een rol spelen bij de aandacht, de concentratie en het geheugen. Dit geldt ook voor groepen kinderen met ADHD zonder andere psychische problemen en bij kinderen die nooit medicijnen voor ADHD hebben gebruikt. Ook is gevonden dat er bij de ADHD-groep te weinig stofjes in de hersenen (neurotransmitters) zijn die een rol spelen in het goed met elkaar samenwerken van de hersencellen. Dit zijn bijvoorbeeld dopamine en noradrenaline.

Effect van medicijnen

Er zijn onderzoeken met hersenscans die laten zien dat deze verschillen in de hersenen lijken te verdwijnen bij het gebruik van ADHD-medicijnen. Scans (MRI) die de werking en samenwerking van de hersendelen meten, laten soms zien dat dit verbetert door medicijnen zoals methylfenidaat. De aandacht en concentratie verbeteren dan. De effecten van methylfenidaat (ADHD-medicijnen) op de zich ontwikkelende hersenen zijn afhankelijk van verschillende factoren. Bij kinderen met een bepaald gen neemt het volume van het deel van de hersenen onder het voorhoofd (de frontale cortex) toe als ze methylfenidaat gebruiken. Belangrijk om te weten: bij het ouder worden, van kinder- naar puberleeftijd, verminderen de ADHD-symptomen vanzelf al, los van de vraag of een kind nu wel of geen methylfenidaat gebruikt.

Executieve functies

Er zijn wetenschappers die denken dat de problemen van kinderen met ADHD ontstaan uit stoornissen in de executieve functies en motivatie. Uit onderzoek blijkt dat deze functies zich bij kinderen met ADHD anders ontwikkelen. Executieve functies hebben een regelfunctie in het brein. Ze zijn nodig voor het regelen van gedrag, gedachten en emoties. De belangrijkste executieve functies zijn:
  • inhibitie: het onderdrukken of 'remmen' van impulsen Hiermee kun je gewoontes of ander gedrag stoppen als dat niet (meer) wenselijk is.
  • schakelen: switchen tussen twee taken Hiermee kun je overschakelen op ander gedrag als dat beter past in de situatie.
  • het werkgeheugen: het tijdelijk opslaan van informatie Hiermee kun je voordat je iets doet eerst alle voor- en nadelen nog eens op een rijtje te zetten.
Deze functies zorgen voor zelfcontrole. Je kunt je hiermee aanpassen aan de omgeving. Je kunt plannen maken, alternatieven bedenken, naar het gedrag van jezelf kijken en het aanpassen aan de situatie. Of zelfs over je eigen gedachten nadenken. Kinderen worden hier steeds beter in als ze ouder worden. Het vermogen om gedrag af te remmen (inhibitie) is het snelst ontwikkeld, maar het schakelen en werkgeheugen ontwikkelen zich nog tot in de adolescentie en volwassenheid.

Motivatie

Een andere theorie stelt dat ADHD samenhangt met een verminderde gevoeligheid voor beloning. Kinderen met ADHD reageren gemiddeld anders op beloningen dan kinderen zonder ADHD. Zo hebben zij een voorkeur voor directe beloningen en een hekel aan uitgestelde beloningen. Ook hebben ze sterkere beloningen nodig dan kinderen zonder ADHD om optimaal te presteren, hun aandacht vast te houden en om gepast gedrag te laten zien. Wanneer er veel en sterke beloningen zijn, dan kan dat motivatie verhogen en komen hun prestaties dichter bij het niveau van kinderen zonder ADHD. Belangrijk om in gedachten te houden: het gaat ook hier weer om gemiddelden van groepen kinderen, geen enkel kind met ADHD is hetzelfde.
Terug naar boven
ADHD komt in alle landen en culturen voor en in alle leeftijdsfasen. Het kan zichtbaar worden vanaf peuter- of kleuterleeftijd. De schattingen van het percentage peuters en kleuters met ADHD liggen tussen de 0.5 en 6.5%. In de basisschoolleeftijd en adolescentie komt ADHD bij ongeveer 5% van de kinderen voor. Op volwassen leeftijd liggen de schattingen lager (1-4.7%). Deze percentages lopen dus nogal uiteen. Dit komt deels doordat verschillende onderzoekers anders meten en ADHD vaststellen.

Jongens en meisjes

ADHD lijkt twee tot drie keer zo vaak voor te komen bij jongens als bij meisjes. Maar omdat de problemen zich bij meisjes vaak anders uiten, worden deze niet altijd gezien als ADHD. Hierdoor wordt ADHD bij meisjes minder vaak herkend en vastgesteld. Op volwassen leeftijd blijkt ADHD bij mannen en vrouwen net zo vaak voor te komen.

Komt ADHD steeds meer voor?

Het lijkt alsof ADHD de laatste decennia steeds meer voorkomt. Als we bijvoorbeeld kijken naar het aantal recepten voor ADHD-medicijnen, zien we dat dit voor kinderen is verdubbeld en voor volwassenen verviervoudigd. Nu weten we ook dat een beter inzicht in de problemen en betere diagnostiek ertoe leidt dat ADHD vaker wordt vastgesteld. Ook maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat mensen meer hulp vragen voor psychische klachten. Denk aan toenemende prestatiedruk, veranderende gezinssamenstellingen en een veranderende kijk op wat 'normaal' gedrag is. Soms is er een diagnose nodig om van bepaalde regelingen gebruik te kunnen maken. Uit onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een wereldwijde stijging van ADHD als dit overal hetzelfde zou worden vastgesteld.

Niet herkend

Vooral de onoplettende vorm (ADD) wordt niet altijd herkend. Maar ook andere problemen kunnen misleidend zijn. Er kan een overlap van symptomen zijn tussen verschillende aandoeningen, waarbij het voor een behandelaar moeilijk kan zijn om te bepalen bij welke stoornis het symptoom 'thuishoort'.

Culturele achtergrond

ADHD komt wereldwijd voor, en komt bij kinderen van verschillende culturele achtergronden even vaak voor. Toch wordt ADHD bij kinderen in Nederland met een andere culturele achtergrond minder vaak vastgesteld. Deze kinderen komen minder vaak in aanraking met de jeugd-ggz en krijgen minder vaak een behandeling. Redenen hiervoor kunnen zijn dat ouders met een andere culturele achtergrond relatief weinig problemen signaleren bij hun kinderen, gedrag minder snel als 'abnormaal' zien of hiervan een beter beeld schetsen naar de buitenwereld. Verder kunnen taalproblemen en een andere uiting van klachten een reden zijn dat behandelaars ADHD minder vaak bij deze kinderen vaststellen. Het gebruik van ADHD-medicijnen is ook anders binnen verschillende culturele achtergronden. Een deel van de Nederlandse en Turkse kinderen en jongeren begint al met het slikken van ADHD-medicijnen vóór de diagnose. Dit kan komen door verschillen in verwijzingen en toegang tot de zorg in vergelijking met Marokkaanse en Surinaamse kinderen. Verder lijken Marokkaanse en Turkse kinderen minder vaak te starten en sneller te stoppen met ADHD-medicatie dan Nederlandse kinderen. Dit kan te maken hebben met gevoelens van schaamte, vooroordelen of negatieve ervaringen met de jeugd-ggz.
Terug naar boven
ADHD gaat bij meer dan de helft van de kinderen samen met andere problemen en stoornissen. Vaak gaat het om:
  • gedragsstoornissen
  • angststoornissen
  • stemmingsstoornissen
  • slaapproblemen
  • autismespectrumstoornissen
  • overgewicht
  • leerstoornissen
  • middelenmisbruik
  • coördinatieontwikkelingsstoornissen
Deze stoornissen kunnen de ADHD-symptomen verergeren en invloed hebben op het beloop. Een kind dat naast zijn ADHD ook nog opstandig en tegendraads is, zal (nog) meer problemen hebben met de leerkracht, leeftijdsgenoten en andere mensen. Ook een leerstoornis of een stoornis in de coördinatie van de motoriek kan extra problemen geven. Kinderen met ADHD hebben vaak ook (in)slaapproblemen. Het verschilt erg per kind welke stoornissen met de ADHD samengaan en welke ADHD-symptomen er op de voorgrond staan. Hierdoor zijn de problemen van elk kind met ADHD weer anders.

Gedragsstoornissen

Gedragsstoornissen in de vorm van een oppositionele-opstandige stoornis (oppositional defiant disorder of ODD) komt voor bij ongeveer de helft van de kinderen met ADHD. Een normoverschrijdend-gedragsstoornis (conduct disorder of CD) komt voor bij 20-25% van de kinderen met ADHD. Vooral bij adolescenten is er een verhoogd risico op CD naast de ADHD. ADHD vergroot vooral in combinatie met andere gedragsstoornissen de kans op middelenmisbruik en alcohol- of drugsverslaving op latere leeftijd (bij 10-20%).

Angst en depressie

Minder bekend is dat kinderen met ADHD, vooral meisjes, vaak angstklachten hebben. Ongeveer 20-30% van de kinderen met ADHD heeft angstklachten, maar deze worden niet vaak herkend. Dit is ook het geval bij depressieve klachten, waar 10-40% van de kinderen last van heeft. Ook deze klachten worden vaak gemist door de omgeving.

Slaapstoornissen

Verder hebben veel kinderen met ADHD last van slaapstoornissen. Dit komt voor bij 10-20% van de kinderen. Het gaat dan vooral om inslaapstoornissen. Deze kunnen het gevolg zijn van het gebruik van ADHD-medicijnen maar ze kunnen ook al daarvoor aanwezig zijn.

Autisme

Autismespectrumstoornissen (ASS) komen bij 10-20% van de kinderen met ADHD voor. Kenmerken hiervan, zoals problemen op sociaal gebied, in relaties met leeftijdgenoten en in empathie (inlevingsvermogen), zijn vaak te zien bij ADHD.

Tics

Ongeveer 20-30% van de kinderen met ADHD heeft last van tics. En andersom heeft 55-70% van de kinderen met een ticstoornis ook ADHD. Tics zijn bewegingen of geluiden die het kind steeds weer uitvoert, op een plotselinge, snelle, terugkerende, niet-ritmische manier. Bewegingstics (motorische tics) zijn niet hetzelfde als motorische onrust die bij ADHD te zien is, maar kunnen er gemakkelijk mee worden verward.

Andere problemen

Ongeveer de helft van de kinderen met ADHD heeft problemen in de motoriek of bewegingsstoornissen. De motorische problemen nemen meestal af als het kind ouder wordt. Ook leerstoornissen zoals dyslexie, dyscalculie of dysfasie komen veel voor. De schatting lopen uiteen van 20 tot 60%. ADHD is ten slotte een risicofactor voor ongelukken, botbreuken en tandheelkundige problemen. De kans hierop is groter bij kinderen met ADHD.
Terug naar boven

Het vaststellen van ADHD bij een kind begint vaak met het signaleren van kenmerken door de ouders, leerkracht, huisarts of jeugdarts. Als u deze kenmerken verder wilt laten onderzoeken kan de huisarts, het Centrum voor Jeugd en Gezin of het wijkteam u doorverwijzen naar een specialist. Dit kan zijn:

  • een kinderarts die gespecialiseerd is in ADHD
  • een kinder- en jeugdpsychiater
  • een in ADHD gespecialiseerd multidisciplinair team
  • een gz-psycholoog of klinisch psycholoog met ervaring in de diagnostiek en behandeling van ADHD.

Informatie van de ouders

De specialist of behandelaar zal u tijdens een gesprek vragen om het gedrag van uw kind te beschrijven. Misschien beschrijft u het gedrag van uw kind als "prikkelbaar", "druk", "onrustig" of "agressief". De behandelaar zal dan willen weten welk concreet gedrag u hiermee bedoelt. Alleen zo kan hij of zij een oordeel geven over de mate waarin het gedrag afwijkend is. Ook zal de behandelaar een beeld proberen te krijgen van andere stoornissen, problemen, de gezinssituatie, opvoedingsstijl en hoe u binnen het gezin met elkaar omgaat.

Naast het vraaggesprek kan de behandelaar u vragen een aantal vragenlijsten in te vullen. Hierin worden de kenmerken van ADHD en andere stoornissen of problemen nagevraagd. Voorbeelden van vragenlijsten zijn:

  • GvK (Gedragsvragenlijst voor kleuters)
  • AVL (ADHD-vragenlijst)
  • VvGK (Vragenlijst voor gedragsproblemen bij kinderen van 6-12 jaar)
  • CBCL (Child Behavior Checklist)

Informatie van het kind

De behandelaar kan ook uit een gesprek met uw kind belangrijke informatie halen. Hij of zij zal goed naar het gedrag van uw kind kijken (observatie). Het gesprek is niet alleen bedoeld om de ADHD-symptomen in kaart te brengen. Het gaat er vooral om hoe uw kind de problemen zelf ervaart, of deze storend zijn in het dagelijks leven en of uw kind nog anderen problemen heeft. De behandelaar kan ook vragen naar problemen die minder aan de buitenkant van het kind te zien zijn, zoals angst en depressie.
Ook kan de behandelaar aan uw kind vragen om zelf vragenlijsten in te vullen. Een voorbeeld hiervan is:

  • YSR (Youth Self Report, voor kinderen van 11-18).

De behandelaar kan de vragenlijsten ook tijdens de behandeling nog een keer aan u of uw kind voorleggen. Hiermee kan hij of zij zien of de behandeling effect heeft.

Informatie van anderen

Behalve informatie van u en uw kind, is het belangrijk dat de behandelaar ook informatie krijgt uit andere leefgebieden, zoals de sportclub, buitenschoolse opvang, grootouders of de oppas. Dit omdat er pas sprake is van ADHD als het gedrag zich voordoet in meerdere contexten.
Leerkrachten kunnen informatie geven door het invullen van de TRF (Teacher's Report Form). Huisartsen of jeugdartsen van de GGD gebruiken vaak de SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire). Observatie van het kind in de klas kan nuttig zijn als het kind geen symptomen laat zien tijdens het gesprek met de behandelaar.

Wanneer heet het ADHD?

De diagnose ADHD wordt vastgesteld als uw kind blijvend last heeft van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit.

Daarbij geldt:

  • Voor het 12e levensjaar waren er al verschillende kenmerken te zien.
  • Het gedrag is aanwezig op minstens twee terreinen, zoals thuis, op school en bij vrienden.
  • Het gedrag is storend voor het functioneren (sociaal en op school) of de ontwikkeling. Als uw kind wel kenmerken heeft maar deze belemmeren hem of haar niet, dan is er dus geen sprake van ADHD.
  • De kenmerken komen niet overeen met het ontwikkelingsniveau van uw kind.
  • De kenmerken zijn ze niet te verklaren door bijvoorbeeld opstandigheid of het onvermogen om instructies te begrijpen.

De symptomen kunnen in wisselende mate aanwezig zijn. De behandelaar omschrijft dit meestal als een van de drie vormen van ADHD. Verder kan de behandelaar nog aangeven of de symptomen licht, matig of ernstig zijn. Dit geeft aan wat de belemmeringen zijn in het dagelijks leven (bijvoorbeeld in het sociale contact of in de schoolprestaties). Het gaat dus om een zorgvuldig oordeel van de behandelaar: er bestaat geen objectieve test of onderzoeksmethode om ADHD vast te stellen of uit te sluiten.

Aanvullend onderzoek

Soms kan aanvullend onderzoek nuttig zijn om meer inzicht geven. Dit gebeurt vooral bij leerproblemen en twijfels over het intelligentieniveau. Een intelligentietest of neuropsychologisch onderzoek kan duidelijk maken of er te veel of te weinig van uw kind wordt gevraagd. Er kan bijvoorbeeld een leerstoornis zijn die de ADHD-kenmerken verklaart.

  • Intelligentieonderzoek. De WISC-III is de meest gebruikte intelligentietest bij kinderen en jongeren. Kinderen met ADHD scoren vaak lager op het onderdeel Cijferreeksen vergeleken met kinderen zonder ADHD. Bij dit onderdeel van de test moeten kinderen zich goed concentreren bij het onthouden van klanken in de juiste volgorde. De uitslag van een intelligentietest mag niet voor het vaststellen ADHD gebruikt worden.
  • Neuropsychologisch onderzoek. Ook neuropsychologische taken kunnen geen ADHD vaststellen, maar kunnen wel aanvullende informatie geven over de sterktes en zwaktes van uw kind.
  • Didactisch onderzoek. Aanvullend onderzoek naar een leerstoornis zoals dyscalculie of dyslexie kan nuttig zijn. De school kan hier dan in de begeleiding van uw kind rekening mee houden.
  • Fysiotherapeutisch of logopedisch onderzoek. Dit geeft zicht op een eventuele stoornissen in de coördinatie, spraak of taal.
  • Lichamelijk onderzoek. Als hier aanleiding voor is, kan het onderzoek aangevuld worden met cardiologisch, neurologisch of genetisch onderzoek, of onderzoek naar het foetaal alcohol syndroom (FAS).

Als duidelijk is op welke gebieden en in welke mate uw kind beperkt wordt in zijn of haar ontwikkeling, kunnen u, uw kind en de behandelaar samen een behandelplan gaan opstellen.

Terug naar boven

Bij de behandeling van ADHD gaat het erom de negatieve spiraal in de ontwikkeling te doorbreken. Meestal gaat het om een vorm van gedragstherapie en medicatie. De keuze voor de behandeling hangt af van een aantal factoren: de ernst van de ADHD, de bijkomende klachten en problemen en de voorkeuren van u en uw kind. Veel ouders zoeken hulp vanwege bijkomende problemen, zoals gedragsproblemen, problemen op school of met leeftijdsgenoten, en niet vanwege de kernsymptomen van ADHD.

De rol van ouders in de behandeling

Een behandelaar heeft de plicht om ouders (en kinderen wanneer ze een leeftijd hebben waarop dat goed kan) zo goed mogelijk te informeren. U krijgt hierdoor inzicht in de verschillende behandelingen, de effectiviteit ervan, de voor- en nadelen en eventuele bijwerkingen. Uiteindelijk nemen u en uw kind samen met de behandelaar in goed overleg een beslissing over het behandelplan. Als ouders hebt u daarin dus een actieve rol.

In alle behandelingen zal u als ouder actief meehelpen en denken over wat er het beste past bij uw kind en gezin. De meeste behandelingen zullen inzet van u als ouder vragen, u bent een belangrijke schakel als het gaat om gedragsverandering bij uw kind. Een van de meest effectieve niet-medicamenteuze behandelvormen is oudertraining, een vorm van gedragstherapie waarbij u als ouders leert hoe u het gedrag van uw kind kunt beïnvloeden. In vrijwel alle behandelingen voor kinderen met ADHD is dan ook een oudertraining opgenomen.

Behandeldoelen

Doelen van de behandeling kunnen zijn:

  • kennis van en inzicht krijgen over ADHD
  • verminderen van de ADHD-symptomen en/of bijkomende problemen
  • verbeteren of herstellen van het sociale, emotionele of schoolse functioneren

Inzicht in ADHD

In de behandeling van uw kind zal de behandelaar proberen om eerst zoveel mogelijk kennis over ADHD aan u over te dragen. Het doel hiervan is dat u meer kennis over en inzicht in de problemen van uw kind krijgt, wat vaak kan helpen om een passende aanpak voor uw kind te vinden. Het is belangrijk dat u en uw kind zelf leren hoe jullie ermee om kunnen gaan. Wat zijn de sterke en minder sterke punten van uw kind? Wat kunt u doen om minder sterke punten te verbeteren of te accepteren? En hoe vindt u een manier om daarmee te leven?

Door u te verdiepen in de achtergronden van ADHD weet u wat u wel en niet kunt verwachten van uw kind. Maar ieder kind is anders en heeft andere steun nodig. Daarom is het belangrijk om te kijken naar wat úw kind nodig heeft: thuis, op school, op de sportclub of bij vrienden. Naast de behandelaar kan oudervereniging Balans u hierin ondersteunen met informatie, ervaringskennis en lotgenotencontact.

Eigen klachten

Regelmatig herkennen ouders de kenmerken van ADHD bij zichzelf. Zij hebben hier vaak minder last van dan vroeger. Bij het ouder worden kunnen de symptomen ‘slijten’ maar zijn vaak niet helemaal verdwenen. De opvoeding van uw kind kan hierdoor extra zwaar zijn. Als u zelf impulsief bent en dingen snel vergeet, kan het lastig zijn rustig te reageren op uw drukke kind. Het is bekend dat de behandeling van een kind met ADHD minder effect kan hebben als een ouder zelf ook ADHD heeft, die niet wordt behandeld. Als u als ouder merkt dat u ook (kenmerken van) ADHD heeft, dan is het te overwegen om dit te laten onderzoeken.

Voordat andere behandelingen starten is het belangrijk dat u en uw kind, maar ook leerkrachten en anderen in de omgeving van uw kind goed geïnformeerd zijn over ADHD en de behandeling hiervan. Deze voorlichting wordt ook wel psycho-educatie genoemd en vormt een belangrijke eerste stap in de behandeling.

In deze gesprekken krijgt u ook uitleg over de mogelijke behandelvormen, zoals gedragstherapie en medicijnen. U krijgt vaak al een aantal eenvoudige adviezen voor de aanpak, opvoeding en school. Voor sommige gezinnen - en leerkrachten - is dit voldoende en wordt het gedrag van het kind hiermee goed hanteerbaar.

Psycho-educatie kan al enige verbetering geven in bijkomende klachten en de relatie tussen u en uw kind. Ook kan het de kans vergroten dat u en uw kind de behandeling blijven volhouden. Er bestaan speciale programma’s voor psycho-educatie bij de behandeling van ADHD, zoals het online programma ‘ADHD voor kids’.

Terug naar boven

Gedragstherapie is gericht op het verminderen van ADHD-symptomen en eventuele andere problemen zoals opstandig gedrag. De therapie of training kan bedoeld zijn voor het kind zelf, de ouders of de leerkrachten.

Vooral de trainingen die gericht zijn op ouders en leerkrachten lijken te werken. Er is veel discussie tussen wetenschappers over de vraag of deze behandelingen effectief zijn in het verminderen van ADHD-symptomen. De behandelingen lijken vooral effect te hebben op andere problemen, zoals opstandig gedrag. Ook lijkt het de relatie tussen ouders en kind te bevorderen en het zelfbeeld van kinderen te versterken, zowel thuis als op school. De effecten op lange termijn zijn nog onbekend.

Oudertrainingen

Bij gedragstherapeutische behandelingen voor ouders is het doel om problematisch gedrag van uw kind via u als ouder te veranderen. Meestal heeft dit de vorm van een training of cursus. In een oudertraining leert u vaardigheden waarmee u het gedrag van uw kind kunt beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het structureren van de omgeving, het belonen van gewenst gedrag en het passend reageren op ongewenst gedrag.

Daarnaast is het doel om een eventuele negatieve spiraal in de opvoeding te veranderen in een positieve spiraal en uw zelfvertrouwen als ouder te versterken. Gedragstherapeutische trainingen voor ouders zijn er voor ouders van kinderen van verschillende leeftijden. Er bestaan zowel individuele als groepstrainingen voor ouders en bij sommige instellingen in Nederland wordt oudertraining thuis aangeboden.

Voorbeelden van oudertrainingen zijn:

Leerkrachtprogramma’s

Kinderen brengen veel tijd door op school. ADHD kan invloed hebben op het functioneren op school. Daarom hebben sommige behandelprogramma’s ook een versie voor leerkrachten, of een gecombineerde aanpak voor ouders en leerkrachten. Enkele programma’s zijn speciaal ontwikkeld voor leerkrachten, zoals Een nieuwe koers.

De belangrijkste doelen van de programma’s zijn meestal het verbeteren van taakgericht gedrag en het verminderen van gedragsproblemen via de leerkracht. Net als bij ouders gebeurt dit vaak in de vorm van een training of cursus. Ook de inhoud van trainingen voor leerkrachten lijkt sterk op die voor ouders: leerkrachten leren vaardigheden waarmee ze gedrag van kinderen kunnen beïnvloeden.

Als ouder is het belangrijk om goed met de school samen te werken. Probeer regelmatig contact te hebben over uw kind en het verloop van een eventueel leerkrachtprogramma.

Trainingen voor kinderen

Er zijn verschillende vormen van gedragstherapie voor kinderen, die verschillen per leeftijdscategorie. De behandelingen zijn vaak bedoeld om verschillende vaardigheden te verbeteren, zoals zelfregulatie, probleemoplossend vermogen, impulscontrole, sociale vaardigheden en planning- en organisatievaardigheden. Voorbeelden hiervan zijn:

Cognitieve training

Deze trainingen zijn gericht op het versterken van denkprocessen die mogelijk te maken hebben met ADHD-symptomen, zoals werkgeheugen, inhibitie en cognitieve flexibiliteit (de zogenoemde ‘executieve functies’, zie [Ontstaan]). Uit onderzoek blijkt dat deze behandeling een klein tot middelmatig effect heeft op de getrainde executieve functies. Het is nog onduidelijk wat de effecten zijn op het gedrag en de schoolprestaties. De behandeling blijkt geen noemenswaardig effect te hebben op de ADHD-symptomen.

Voorbeelden: CogMed en Braingame Brian

Neurofeedback

Bij neurofeedback wordt de hersenactiviteit zichtbaar gemaakt op een computerscherm. Electroden op het hoofd sturen gegevens over de hersengolven naar een computer. Deze ‘vertaalt’ dit naar de beelden op het scherm, bijvoorbeeld in een spel. Als het kind zich concentreert of juist ontspant veranderen de hersengolven, en dit is terug te zien in het spel op het scherm. Zodra de gewenste hersenactiviteit bereikt is, volgt er een beloning in het computerspel. Een ander voorbeeld is dat het kind naar een tekenfilm mag kijken, maar dat het beeld onscherp wordt wanneer de hersenenactiviteit te hoog of te laag is.

De hersenen worden zo getraind om hun activiteit beter te regelen. Het doel van neurofeedback bij ADHD is het verbeteren van aandacht en het beter controleren van impulsen. Onderzoek laat (nog) geen duidelijk effect van neurofeedback zien op ADHD-symptomen.

Terug naar boven

Oudertrainingen

Gedragstherapeutische groepsoudertraining BPTG

In deze training vergroot u uw kennis over ADHD en autismespectrumstoornissen. U breidt uw vaardigheden uit in de omgang met uw kind. U leert hoe u zich kunt aanpassen aan het hebben van een kind met een ontwikkelingsstoornis. U ontmoet andere ouders en leert van elkaars ervaringen. De training is bedoeld voor ouders van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar met ADHD en gedragsproblemen.

>> Lees meer over Gedragstherapeutische groepstraining (BPTG)

Opstandige kinderen, een compleet oudertrainingsprogramma

Dit programma is bedoeld voor ouders van kinderen met opstandig en ongehoorzaam gedrag (mogelijk in combinatie met ADHD) in de leeftijd van 2-12 jaar. Tijdens 9 bijeenkomsten leert u hoe u gewenst gedrag van uw kind kunt bevorderen en ongewenst gedrag kunt verminderen.

>> lees meer over Opstandige kinderen

Hoe kleiner, hoe fijner

Dit is een groepstraining voor ouders die problemen in de opvoeding van peuters en kleuters in de leeftijd van 0-6 jaar. Het gaat vaak om druk gedrag, lastig zijn en slecht luisteren. U krijgt kennis en vaardigheden om het gedrag van uw kind te beïnvloeden. U ontmoet andere ouders en kunt leren van elkaars ervaringen.

>> lees meer over Hoe kleiner, hoe fijner

Pubers met ADHD

Deze training is bedoeld voor ouders van kinderen met ADHD (mogelijk in combinatie met gedragsstoornissen) in de leeftijd van 13-18 jaar. Het doel is om uw gedrag zo te veranderen dat de kans op gewenst gedrag bij uw puber toeneemt en de kans op ongewenst gedrag afneemt.

>> lees meer over Pubers met ADHD

Behandeling voor kinderen

Cogmed

Cogmed is een softwareprogramma voor kinderen vanaf 3 jaar met een onvoldoende functionerend werkgeheugen. Dit geldt onder andere voor kinderen met AD(H)D, maar een diagnose is geen vereiste voor de training. Het doel is een verbetering van het werkgeheugen en daarmee een verbetering van het concentratievermogen, betere controle over impulsief gedrag en een beter doorzettingsvermogen tijdens het uitvoeren van taken waarbij veel moet worden nagedacht.

>> lees meer over Cogmed

Zelf plannen

Zelf plannen is een programma voor adolescenten met ADHD die moeite hebben met plannen en organiseren. Tijdens 9 sessies leren adolescenten hoe zij meer grip kunnen krijgen op hun vaak zo chaotische wereld. Er wordt gewerkt met agenda’s en to do-lijsten en aan het verbeteren van concentratie.

Een nieuwe koers

De training Een nieuwe koers is opgezet voor leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs met kinderen met ADHD in de klas. Door de training ontwikkelt de leerkracht een professionele houding waardoor hij of zij een belangrijke bijdrage kan leveren aan de behandeling van kinderen met ADHD.

>> lees meer over 'Een nieuwe koers'

E-health

E-health is het gebruiken van online programma’s bij de behandeling. Het kan gaan om anonieme hulp op afstand of in contact met de eigen behandelaar. Er zijn verschillende online behandelingen ontwikkeld voor kinderen en jongeren met ADHD:

Cogmed

Deze digitale versie van Cogmed traint executieve functies bij kinderen vanaf 4 jaar. Het bestaat uit een serie trainingen voor het werkgeheugen en de concentratie. Als ouder begeleidt u uw kind samen met een gecertificeerde therapeut.

>> lees meer over Cogmed

Braingame Brian

Het computerspel Braingame Brain traint het werkgeheugen maar ook de cognitieve flexibiliteit en het remmen van gedrag. Het spel is bedoeld voor kinderen tussen de acht en twaalf jaar.

>> Lees meer over Braingame Brian

Blended BPTG - Oudertraining Online

De Behavioral Parent Training Groningen (BPTG) is voor ouders van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar met ADHD en gedragsproblemen. U vergroot uw kennis over ADHD en leert gedragstherapeutische vaardigheden. U kunt als ouder een gedeelte van de training online doen.

>> Lees meer over Gedragstherapeutische groepstraining (BPTG)

ADHD voor kids

ADHD voor kids is een online psycho-educatieprogramma. Uw kind leert wat ADHD is via spelletjes en ervaringsverhalen. Het programma leert uw kind kenmerken van ADHD bij zichzelf te herkennen.

>> Lees meer over ADHD voor kids

Voor meer informatie over deze en andere online behandelingen verwijzen wij u graag naar het E-healthjeugdnetwerk.

Terug naar boven

Tot nu toe is het effect van behandeling met medicijnen op de symptomen van ADHD groter dan het effect van andere behandelingen. Medicatie heeft daarom vaak de voorkeur van een behandelaar bij behandeling van de kernsymptomen van ADHD, maar uw voorkeur als ouder speelt ook een belangrijke rol.

Weerstand

Sommige ouders voelen weerstand tegen het geven van ADHD-medicijnen aan hun kind. Dit verschilt sterk van gezin tot gezin. Als u en uw gezin hier moeite mee hebben is de kans van slagen ook kleiner, bijvoorbeeld omdat de medicijnen niet volgens het advies worden ingenomen. U kunt ook tijdens de ouderbegeleiding meer inzicht krijgen in ADHD en dan alsnog kiezen voor medicatie. Daarbij kan meespelen dat u als gezin meer vertrouwen krijgt in de behandeling. Maar misschien bent u juist wel geneigd om alleen voor medicatie te kiezen. Het is dan belangrijk ook de andere behandelmogelijkheden met de behandelaar te bespreken. Als de ADHD complex is en uw kind ook gedragsproblemen heeft, kan de behandelaar voorstellen om zowel met gedragstherapie als met medicatie te behandelen.

Dosering

Het zoeken naar het juiste medicijn voor uw kind is maatwerk. Bij het ene kind werkt een medicijn beter dan bij het andere kind. Na het starten met het gekozen medicijn moet bovendien gezocht worden naar een goede dosering (dit heet ook wel 'instellen'). Er wordt gestart met een lage dosering. De behandelaar bespreekt met u en uw kind wat het effect is en eventuele bijwerkingen. Ook informatie van school is belangrijk om het effect van de medicijnen te kunnen inschatten. Als een lage dosering niet het gewenste effect heeft en er geen of weinig bijwerkingen zijn, kan de dosering verder worden opgebouwd.

Controles

Na het instellen volgen er nog controles, bijvoorbeeld eens per half jaar, om na te gaan of de dosis nog moet worden aangepast. Bij deze controles meet de behandelaar ook lengte, gewicht, bloeddruk en hartslag. Daarbij zal de behandelaar steeds met u en uw kind bespreken of de werking van de medicijnen opweegt tegen eventuele bijwerkingen en de last die uw kind van de ADHD heeft als het geen medicatie krijgt. Na de juiste instelling kan de huisarts de controle overnemen. De huisarts kan met de kinder- en jeugdpsychiater overleggen of uw kind terugverwijzen als dat nodig is. Het verschilt per gemeente hoe dit precies is afgesproken. Na één of twee jaar is het aan te raden om (in overleg met de behandelaar) een stopperiode in te lassen om te zien of medicatie nog effect heeft.

Medicijnen op reis

Als het medicijn van uw kind onder de Opiumwet valt, moet u een officiële verklaring aanvragen voordat uw kind op reis gaat. Deze medicijnen kunnen namelijk niet zomaar mee naar het buitenland. In veel landen is het bezit en gebruik van opiaten, zoals sterke pijnstillers, verboden.

Vergoeding

Medicijnen voor ADHD worden niet altijd door elke zorgverzekering vergoed. De keuze voor een verzekeringsmaatschappij die het beste aansluit bij de behoefte van uw gezin kan ingewikkeld zijn. Oudervereniging Balans kan u helpen bij het maken van deze keuze.

Eerste keuze: methylfenidaat

Uit het vele onderzoek naar stimulantia zoals methylfenidaat, blijkt dat deze middelen bij ongeveer 70% van de gebruikers de kernsymptomen van ADHD verminderen. Ook verbetert vaak de concentratie, nauwkeurigheid, kortetermijngeheugen, alertheid, reactietijd, gehoorzaamheid, ouder-kind-interacties en fijne motoriek. Daarnaast vermindert de agressie en verhoogt de status onder leeftijdsgenootjes. Op deze onderzoeken is wel kritiek: de onderzoeken zouden niet onafhankelijk zijn. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten op langere termijn.

Er is veel ervaring met methylfenidaat en hier is ook het meeste onderzoek naar gedaan. Daarom wordt dit middel vaak als eerste ingezet, vooral de kortwerkende vorm Ritalin®. Dit middel werkt zo’n 3 tot 4 uur en moet uw kind dus meerdere keren per dag innemen. Soms is het nodig om te kiezen voor de langwerkende vorm van methylfenidaat (Concerta®) om te zorgen dat het middel goed en op tijd wordt ingenomen en om te voorkomen dat de symptomen terugkomen tussen het toedienen door. De langwerkende vorm werkt ongeveer 12 uur. Ook zijn er middellang werkende vormen van methylfenidaat: Equazym ® en Medikinet ®. Daarbij houdt het effect zo’n 8 uur aan.

Gebruik

Methylfenidaat wordt overdag gebruikt. Bij kinderen waar de belangrijkste problemen in de uren aan het begin en het einde van de dag speelt, lukt de behandeling met stimulantia niet altijd goed. Een kortwerkend middel kan een voordeel zijn, omdat het beter in te stellen is in relatie tot die tijden van de dag die het meest problemen geven. De langer werkende vorm heeft als voordeel dat de kans groter is, dat het medicijn op de juiste manier wordt ingenomen. Jonge kinderen kunnen het medicijn immers gemakkelijk vergeten in te nemen of willen het uit schaamte niet innemen als er andere kinderen bij zijn. Vooral voor middelbare schoolleerlingen is het een voordeel om geen dosis meer op school in te hoeven nemen. Als u toch voor de kortwerkende vorm kiest, kunt u het juist innemen wel stimuleren door bijvoorbeeld het gebruik van een doseerbox, geheugensteuntjes, apps, wekker of mobiel.

Bijwerkingen

Methylfenidaat wordt over het algemeen goed verdragen, maar er zijn toch een aantal hinderlijke bijwerkingen die vaak voorkomen. Voor sommige ouders en kinderen is dit een reden om te stoppen met de medicijnen of over te stappen op een ander middel. De meest voorkomende bijwerkingen zijn:

  • (in)slaapproblemen
  • minder eetlust
  • ongewenste effecten op het gedrag (angst, prikkelbaarheid, soms depressie)
  • hoofdpijn en duizeligheid
  • verhoogde bloeddruk
  • afname van de groei (met ongeveer 1,5 cm)

Ernstige bijwerkingen van het middel zijn vrij zeldzaam. Vanwege de verhoogde gevoeligheid voor verslaving bij kinderen met ADHD moet u als ouder goed toezien op jongeren die de medicatie zelf innemen. Zij moeten het middel op de juiste wijze en in de juiste hoeveelheid innemen. Er bestaat ook een risico dat kinderen op de middelbare school het middel doorverkopen. Daarnaast is het goed om de groei in de gaten te houden.
Bij (in-)slaapstoornissen kan de timing van de inname aangepast worden. Af en toe worden andere medicijnen toegevoegd: een lage dosis clonidine of melatonine. Slaapproblemen kunnen zowel samenhangen met de ADHD zelf als met de medicijnen (als bijwerking).

Tweede keus: dexamfetamine

Als methylfenidaat niet aanslaat of vervelende bijwerkingen geeft, kunt u in overleg met de behandelaar dexamfetamine als het middel van tweede keus proberen. Dit middel valt ook onder de medicijngroep stimulantia en is werkzaam bij ongeveer de helft van de kinderen die niet reageerden op methylfenidaat.

Derde keus: atomoxetine

Als methylfenidaat en dexamfetamine niet effectief zijn of te veel bijwerkingen hebben, kan uitgeweken worden naar de middelen van derde keus: de (nor)adrenerg-werkende middelen. In deze groep lijkt atomoxetine (Strattera®) het meest effectief en de minste kans op bijwerkingen te hebben. Er kan soms sprake zijn van enige bloeddrukverhoging en polsversnelling. Het terugdringen van de ADHD-klachten komt pas na meerdere weken volledig op gang. De bijwerkingen zijn vaak mild.

Als uw kind naast de ADHD last heeft van tics en de eerder genoemde middelen geen goed effect hebben, kan het middel clonidine worden gegeven. De werking hiervan zet pas na enkele weken in. Bij atomoxetine is deze periode iets minder lang, het kan tot maximaal 12 weken duren voordat er effect te zien is. Ook is er bij gebruik van clonidine kans op enige daling van de bloeddruk. Dit moet dan ook gecontroleerd worden. Onder de (nor)adrenerge middelen valt ook een aantal antidepressiva. Deze worden maar zelden ingezet.

Meer informatie

Binnen het gedeelte van deze website voor professionals vindt u uitgebreidere informatie over medicatie bij ADHD.
Zie ook de uitleg voor jongeren over medicijnen bij ADHD in Begrijp je medicijn.

Terug naar boven

Er zijn diëten ontwikkeld om de kernsymptomen van ADHD te bestrijden. De bekendste zijn eliminatiediëten, kleurstofdiëten en vetzuurdiëten. Bij eliminatiediëten worden bepaalde stoffen weggelaten. Wat er precies wordt weggelaten, kan per kind verschillen. Bij kleurstofdiëten wordt voedsel weggelaten dat kunstmatige kleurstoffen bevat. Vetzuurdiëten voegen juist iets toe, namelijk omega-3-vetzuur. De gedachte achter al deze diëten is dat voedsel de hersenen en daarmee het gedrag kan beïnvloeden.

Uit onderzoek komt naar voren dat een eliminatiedieet tot vermindering van symptomen kan leiden bij jonge kinderen met ADHD. Voor de werking van het kleurstofdieet en vetzuurdieet is nog geen bewijs gevonden. Het lijkt er wel op dat het toevoegen van vetzuursupplementen en het weglaten van kleurstoffen goede effecten kan hebben op ADHD-symptomen. Maar waarschijnlijk is dit laatste effect alleen te zien bij kinderen met ADHD die allergisch zijn voor bepaalde voedingsmiddelen.

Het effect van diëten op ADHD-symptomen is al met al (nog) niet genoeg wetenschappelijk onderbouwd. Verder zijn deze diëten vaak moeilijk vol te houden, vooral voor oudere kinderen. Het volgen van het bijbehorende programma kan duur zijn en is vaak op maar weinig plekken in Nederland beschikbaar.

Terug naar boven
Terug naar boven
De meeste kinderen met ADHD houden klachten in de adolescentie. De klachten zien er wel vaak iets anders uit. Klimmen en rennen verandert vaak in innerlijke onrust en wordt dus minder opvallend, maar geeft nog altijd problemen. Aandachts- en concentratieproblemen vallen juist meer op als kinderen ouder worden. Het zelfstandig functioneren en plannen en organiseren zijn vaak niet goed ontwikkeld, maar deze vaardigheden zijn juist steeds meer nodig op de middelbare school. Hoe ouder een kind wordt, hoe hoger de eisen zijn die aan die vaardigheden gesteld worden. Aan de andere kant kunnen bij sommige kinderen de symptomen ook verbleken in de adolescentie.

Puberteit en ADHD

De puberteit is nogal eens een lastige fase: aan de ene kant wil uw kind meer op eigen benen gaan staan en aan de andere kant merkt u als ouder dat u toch extra steun moet bieden, bijvoorbeeld bij het maken van huiswerk of het leren van toetsen. Het evenwicht zoeken tussen zelf laten doen en steunen kan conflicten opleveren. Het kan helpen om er samen met uw kind over te praten en te vragen wat uw kind zelf wil. U kunt dit ook bespreken met de behandelaar.

Volwassenheid en ADHD

Bij de meeste kinderen en jongeren blijft een deel van de symptomen bestaan in de volwassenheid. Ongeveer een derde van de volwassenen heeft wel klachten maar heeft hiermee leren omgaan. Nog een derde heeft nog grote hinder van de ADHD-problemen. De klachten kunnen het functioneren beperken zodat begeleiding en behandeling nodig blijft. Ook de overgang van jeugd- naar volwassenenpsychiatrie kan tot problemen leiden. Volwassenen met ADHD hebben vaker last van onderpresteren in opleiding en werk, relatieproblemen, financiële problemen, verkeersongevallen en middelenmisbruik.

Rol van de omgeving

Of ADHD veel problemen blijft geven hangt af van verschillende factoren in de omgeving van het kind of jongere. Als de omgevingsfactoren ongunstig zijn is de kans groter op psychische problemen in de volwassenheid, zoals persoonlijkheidsstoornissen en middelenmisbruik of verslaving. De toekomst ziet er gunstiger uit als uw kind:
  • opgroeit in een overzichtelijke en gestructureerde opvoedingssituatie
  • weinig andere of ernstige stoornissen naast ADHD heeft
  • een goed denkvermogen en vaardigheden heeft om met ADHD om te gaan
  • een goede behandeling en begeleiding krijgt.
Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close