Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Nieuws

De wereld door een andere bril: depressie en virtual reality

Meisje met VR-bril

In 2020 werkten het Kenniscentrum en Stichting Suffugium samen in een subsidieproces voor onderzoek in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Uit 24 kwalitatief sterke aanvragen kozen de subsidiegevers een studie naar virtual reality in de behandeling van adolescenten met depressie.

Nieuwe subsidieronde

Dien uiterlijk 31 augustus 2021 uw aanvraag in!

Op 1 april 2021 start de inschrijving voor een nieuwe subsidieronde van Suffugium en het Kenniscentrum. Onderzoekers kunnen tot 31 augustus een aanvraag indienen voor een vernieuwend project in de kinder- en jeugdpsychiatrische zorg.

Suffugium-bestuurders Guy Berden en Koos Lukkien, beiden voormalig bestuurder van een kinder- en jeugdpsychiatrische organisatie en medeoprichter van het Kenniscentrum, vertellen waarom Suffugium specifiek onderzoek in de kinder- en jeugdpsychiatrie subsidieert.

Guy Berden: ‘We hebben in ons werk bij respectievelijk Triversum en Karakter gemerkt dat er sinds de invoering van de Jeugdwet maatschappelijk relatief weinig aandacht is voor de kinder- en jeugdpsychiatrie in engere zin. Terwijl de noodzaak van goede zorg voor jongeren met psychiatrische problemen alleen maar groter lijkt te worden. Ik denk dat een focus op deze groep, onder meer door gericht onderzoek, de komende jaren erg nodig is.’

Onderzoek maakt een instelling aantrekkelijk

Koos Lukkien knikt instemmend en vult aan: ‘Onderzoek is niet alleen belangrijk door de kennis die het oplevert en die behandelingen verbetert. Het doet ook iets met het klimaat in een instelling. Door het systematisch werken, uitwisselen, toetsen, versterkt in de hele organisatie op den duur de professionele manier van werken. Dat maakt de organisatie aantrekkelijk en vergroot het plezier dat mensen in hun werk hebben. Daarom is het mooi dat het onderzoek naar de behandeling met VR binnen een instelling wordt gedaan.’

‘We willen vooral jongere onderzoekers en vernieuwend onderzoek een kans geven,’ zegt Guy Berden. ‘Het netwerk en de ondersteuning van het Kenniscentrum bij het proces heeft vierentwintig uitstekende aanvragen opgeleverd. Het is jammer dat we maar één subsidie te vergeven hebben. Bij het maken van een keuze hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de adviezen van de wetenschappelijke raad, verbonden aan het Kenniscentrum.’

De onderzoeksaanvraag die Suffugium op basis van die adviezen heeft gekozen is zeker vernieuwend. Dat onderschrijft raadsvoorzitter Wouter Staal: ‘Ik zie de honorering van Suffugium als katalysator voor onderzoek door talentvolle wetenschappers in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Alle 24 voorstellen waren van hoge kwaliteit, maar bij het winnende onderzoek sprong de ambitie om een eigen onderzoekslijn op te zetten eruit.’

Virtual Reality en de behandeling van depressie

Klinisch psycholoog Anika Bexkens is onderzoeker bij GGZ Delfland en ontving samen met psychiater Martine van Bennekom de subsidie. Anika promoveerde op onderzoek naar adolescenten met gedragsproblemen of een licht verstandelijke beperking. Martine is aan het promoveren op de toepassing van VR in de diagnostiek van de obsessieve-compulsieve stoornis. Als team hebben ze in samenwerking met professor Claudi Bockting een VR-omgeving ontwikkeld, waarvan de werking nu wordt onderzocht.

‘De afgelopen drie jaar bouwden we bij GGZ Delfland veel ervaring op met VR in de behandeling van psychotische en angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Ook onder adolescenten’, vertelt Martine. ‘We geloven dat virtual reality in de behandeling van depressies ook goed werkt,’ vult Anika aan. ‘De kans om met de subsidie van Suffugium een proof of concept onderzoek te doen met tien jongeren is heel erg fijn! Dat biedt ons de kans zoveel mogelijk resultaten en ervaringen te verzamelen. Proof of concept wil zeggen dat we de methode kunnen testen en het protocol nog kunnen aanscherpen.’

Zwemmen met dolfijnen

Martine: ‘We zien veel adolescenten met een (beginnende) depressie. Bestaande therapie richt zich vooral op het leren omgaan met negatieve gevoelens. Dat werkt, maar het levert niet meteen positieve ervaringen en gevoelens op. Terwijl cliënten met een depressie aangeven dat ze daar juist veel behoefte aan hebben. De VR-behandeling is een nieuwe methode die gebruik maakt van belonende en visuele elementen om de stemming te verbeteren en positieve gevoelens te stimuleren. Een echte moodboost.’

‘Door een onderdompeling in ervaringen die zo positief mogelijk zijn,’ legt Anika uit. ’Van een festival beleven tot virtueel een mandala kleuren of zwemmen met dolfijnen. De omgeving is interactief. De cliënt kan zelf rondlopen en ziet een hand in beeld die hij beweegt om bijvoorbeeld te schilderen of foto’s te maken. Er lopen andere ‘mensen’ en de behandelaar kan de omgeving aanpassen, hem bijvoorbeeld rustiger of drukker maken. Hierdoor wordt het als heel echt ervaren.’

Martine vertelt dat een depressie het moeilijker maakt om positieve ervaringen te herkennen en vast te houden. Ook is ‘voorpret’ ervaren lastiger omdat het positieve gevoel dat bij zo’n ervaring hoort niet makkelijk opgeroepen wordt. De VR-behandeling maakt het mogelijk in iedere sessie positieve ervaringen te beleven. En verankert het hopelijk ervaren positieve gevoel op verschillende manieren.

Een galerij vol ervaringen

‘In het echte leven is het lastiger om samen met de cliënt een activiteit te ondernemen. En zeker niet zo gevarieerd en vaak als met de VR- behandeling. Omdat je als behandelaar de cliënt ziet terwijl die een activiteit doet, kun je bevragen wat ze ervaren op dat moment en dingen aanpassen om de ervaring positiever te maken. We beginnen in een galerie waar gekozen kan worden uit allerlei activiteiten, met of zonder mensen. Tijdens de activiteit vraagt de behandelaar wat de cliënt voelt, die omschrijving wordt ingetypt en verschijnt dan in de virtuele omgeving. Die directe verbinding van ervaring en emotie helpt om emoties onder woorden te brengen.’

Anika: ‘Zeker voor adolescenten is de variatie aan activiteiten en de veiligheid van een virtuele omgeving belangrijk. Ze zijn dan niet bezig met hoe ze overkomen op een ander, dat is op die leeftijd vaak een voordeel. Aan het eind van de sessie hangen we iets van de activiteit in een galerij, met de gevoelsomschrijving erbij. Als huiswerk zoeken we vervolgens een activiteit in het echte leven die bij de VR-activiteit past. In de volgende sessie bespreken we die en kiest de cliënt een volgende activiteit.’

Zo vult de galerij zich met positieve ervaringen. Na 12 sessies is de behandeling afgelopen en krijgt de cliënt een geprinte versie van de galerij met emoties en activiteiten mee. Een beloningselement waarmee de virtuele wereld naar de echte wereld wordt gehaald om de therapie af te sluiten.

De start van het onderzoek

Iedere stap is tijdens de ontwikkeling in de praktijk getest. De reacties van zowel cliënten als behandelaren zijn goed. De tien jongeren krijgen een intake en starten na een wachttijd van vier weken. Zo is er een nulmeting en de wachttijd is ongeveer gelijk aan de wachtlijst in een normaal behandeltraject.

Anika: ‘We doen niet alleen veel metingen, maar registreren ook heel veel ervaringen van zowel de behandelaar als de jongeren. Die laatste vragen we bijvoorbeeld ook een stemmingsdagboek bij te houden. Ik geloof echt dat dit werkt en het is mooi dat we dat hopelijk kunnen aantonen.’

De bedoeling is dat na deze pilot een randomized controlled trial volgt. Deze vergelijkt een groep met een reguliere behandeling met een groep die de VR-behandeling krijgt.

De geschiedenis van Suffugium

Hoe een startkapitaal van vijftig gulden uitgroeide naar €25.000 subsidie per jaar

Suffugium is opgericht in 1961 met een startkapitaal van vijftig gulden. Het doel was ’In financieel opzicht mede te werken aan instandhouding en uitbreiding van tehuizen voor moeilijk en zeer moeilijk opvoedbare kinderen, speciaal van het kindertehuis ‘Mater Dulcissima’ in Amsterdam.’

Hier werden ruim 40 kinderen verzorgd, vaak geplaatst door kinderrechters of de Katholieke vereniging voor Kinderbescherming vanwege ‘agressiviteit, oneerlijkheid of seksuele moeilijkheden’.

Toen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) werd ingevoerd en daarmee de financiering van het tehuis veranderde hevelde de eigenaar, mevrouw Kobald-De Brouwer, een bedrag van 50.000 gulden over naar de stichting. Een riante gift, gezien het feit dat men in die tijd voor een gemiddelde woning 8.000 gulden betaalde. Onder beheer en beleggingsbeleid van het bestuur is de aanvankelijk beperkte donatie uitgegroeid tot een behoorlijk kapitaal.

Toen Guy Berden werd gevraagd de vertrekkend voorzitter op te volgen, stelde hij als voorwaarde dat de stichting zich volledig zou richten op onderzoek in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Naar zijn oordeel is er veel behoefte aan meer gerichte kennis op dit vlak. Hij vond Koos Lukkien bereid om hem als secretaris en penningmeester bij te staan. Beiden hebben vervolgens Irma van der Zwaal-Moerman als derde bestuurslid aangetrokken om voldoende beleggingsexpertise te waarborgen. De beleggingsportefeuille van de stichting bedraagt inmiddels ruim een miljoen euro.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten