Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Nieuws

Onderwijs en zorg beter op elkaar afstemmen

Kinderen en leerkracht steken samen hun handen in de lucht

Kinderen moeten goede kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Wanneer zij te maken hebben met problematiek waarvoor zij jeugdhulp ontvangen, is het essentieel dat zorg en onderwijs goed op elkaar zijn afgestemd. Op 29 januari organiseerde het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie samen met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een werkcafé over samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs. Wat zijn de knelpunten en werkzame factoren van goede voorbeelden? 

“Blijf zelf nadenken in mogelijkheden en focus niet alleen op wat er zogenaamd niet kan.”

deelnemer werkcafé

Goede voorbeelden variëren sterk, van een alles-in-één-coach, plusgroepen, tot aan hulpverleners in de klas. Maar zit het onderwijs hier eigenlijk wel op te wachten?

Hulpverleners zo lang mogelijk buiten de deur

Volgens Johan van den Beucken, directeur van de Nieuweschool, is er niet zoveel spannends met de meeste kinderen aan de hand, maar wordt het spannend gemaakt. Een observatiegroep, daar moet je volgens Van den Beucken wegblijven, want “ze vinden iets”. En wat heb je aan diagnoses? Soms is een diagnose nuttig maar dan niet als beginpunt. “Het is nogal wat, een diagnose, daar moet u even goed over nadenken” benadrukt hij ten overstaan van een zaal met overwegend hulpverleners. “Je moet eerst alles uit de kast trekken om dat kind goed te laten functioneren, voordat het tot een diagnose komt.”

Hij zet enthousiast uiteen hoe passend onderwijs kan slagen op zijn school, waar nog geen enkel kind is doorverwezen. Johan en zijn bevlogen team schrijven geen diagnoses, maar doen het gewoon goed met de kinderen. “Je verzint gewoon: wat zou dit kind nodig hebben?” Voor Jan, een thuiszitter die al 22 hulpverleners heeft gehad, was dat niet nóg een hulpverlener maar een aquarium, waar hij veel over wilde leren. Jan heeft daarna geen schooldag meer gemist. Kinderen 5,5 uur stil laten zitten, dat kan volgens Van den Beucken niet. Hij geeft de kinderen daarom regelmatig staand les.

“Wij proberen hulpverleners zo lang mogelijk buiten de deur te houden.” Als meer mensen zich met een kind gaan bemoeien is dat volgens Van den Beucken niet altijd positief. “Je moet je afvragen wanneer en waarom je wilt samenwerken met jeugdzorg, we kunnen heel veel zelf. Als het spannend wordt, heb je niks aan het beleidsplan of aan protocollen, dan ligt het eraan: wat doe je als mens?”

Vraagstukken onderwijs en jeugdhulp

Maar wat als de problemen zo complex worden, dat samenwerking wel wenselijk of noodzakelijk is? Vooraf vroegen we deelnemers om hun belangrijkste vraagstukken op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp te delen. Zij noemden onder meer:

  • Het verstaan van elkaars taal is noodzakelijk om tot goede handelingsadviezen in de onderwijspraktijk te komen. Hoe krijgen we dit voor elkaar?
  • Hoe waarborg je de continuïteit in school van de behandeling en het onderwijs?
  • Hoe verleg je de discussie van ‘wie betaalt wat?’ naar ‘welke vraag wordt door de jongere gesteld?’ en hoe gaan we daar samen met jongere/netwerk een antwoord op geven?
  • Hoe werken we aan één gezin, één plan met verschillende systeemeisen?

In 3 werkcafé’s komen 3 goede praktijkvoorbeelden aan bod van integrale specialistische jeugdhulp:

Voorbeeld 1: School als Werkplaats

De aanpak School als Werkplaats zet integrale teams in op het Friesland College (ROC), om zo de hulpverlening op school te organiseren. De hulpverlening is gericht op (vroeg)signalering van problematiek en preventie van schooluitval. De student en het behalen van een startkwalificatie staan centraal.

Doelen:

  • een positieve bijdrage leveren aan onderwijsopbrengsten (minder voortijdig schoolverlaten, minder verzuim en meer rendement);
  • eerdere en betere signalering van problematiek door het ontwikkelen en verbeteren van het pedagogische repertoire van docenten en coaches;
  • minder inzet van zwaardere en duurdere externe zorg door efficiënte en integrale hulpverlening.

De school dient als werkplaats: hulpverleners doen in dienst van verschillende organisaties op school hun werk. Ze zijn preventief aanwezig in de leeromgeving van de studenten. Ze voeren gesprekken met studenten, bieden begeleiding of ondersteuning op school en ronden dat op school af met een nazorgtraject dat bestaat uit contact houden op school, zonder uitgebreide gesprekken. Denk aan een groet in het voorbijgaan, een duim in de lucht of een gericht WhatsApp-berichtje.

De aanpak is gebaseerd op de presentietheorie: aanwezigheid en contact maken vormen de basis. Door deze aanwezigheid in de les- en leeromgeving van studenten krijgen de hulpverleners een goed beeld van de dagelijkse gang van zaken, waarbij ze studenten in verschillende situaties observeren, bijvoorbeeld tijdens de lessen en de vrije momenten.

Naast aanwezigheid is continuïteit een belangrijk basisprincipe. Iedere hulpverlener is elke week gemiddeld 8 tot 12 uur aanwezig op de opleiding van de student aan wie hij of zij gekoppeld is. Als professionals krijgen zij de ruimte om zelf hun werkwijze te bepalen; zij zitten niet vast aan protocollen. Wel wordt er gewerkt vanuit de kracht van studenten. Er is een teamleider die in de gaten houdt of iedereen vanuit deze basisprincipes werkt. Deze begeleidt daarnaast de nieuwe hulpverleners en stimuleert het team om te blijven zoeken naar aansluiting bij de opleidingen en om de studenten actief te blijven benaderen.

De terugkerende wekelijkse aanwezigheid zorgt ervoor dat de studenten en docenten de hulpverlener goed leren kennen en er vertrouwen ontstaat. Hierdoor is kortsluiten, samenwerken en doorverwijzen makkelijker. Ook maken hulpverleners onderling gebruik van elkaars deskundigheid in het integrale team. De korte lijnen maken bovendien effectief en tijdig op- en afschalen mogelijk.

> lees meer over dit praktijkvoorbeeld

“Door verbinding met elkaar te zoeken leer je elkaar(s cultuur) beter kennen (1+1=3).”

deelnemer werkcafé

Voorbeeld 2: School2Care

School2Care is bedoeld voor jongeren van 12 t/m 17 jaar die door meervoudige problematiek de aansluiting met het (voortgezet) onderwijs verliezen. De jongeren hebben vaak externaliserende gedragsproblemen en een netwerk dat hen niet voldoende ondersteunt. Ze zijn vaak al geschorst geweest, in aanraking met justitie geweest en hebben veel hulpverleners gezien.

Het doel is voorkomen van schooluitval en uithuisplaatsing. De aanpak kan een alternatief bieden voor gesloten jeugdzorg en ervoor zorgen dat jongeren weer mee kunnen doen in de maatschappij. Bij School2Care zijn behandeling, onderwijs en vrije tijd geïntegreerd in één organisatie. Alles gebeurt op school, eventuele andere hulpverleners komen naar de school toe. Onderwijs is leidend, de zorg is geïntegreerd. Coaches nemen zowel de rol van hulpverlener als docent op zich. Leerlingen zien de verschillen niet tussen hulpverlener of docent, iedereen is coach.

De kracht van School2Care zit eveneens in het blijvende contact met de leerlingen als ze overgaan naar het regulier onderwijs, omdat dat juist een spannende fase is. School2Care biedt een doorlopend traject, zonder dat er deuren dichtgaan. Aan de andere kant spreekt men ook van ‘een laatste kans’ voor jongeren om weer aansluiting te vinden met het reguliere onderwijs. Dit lijkt tegenstrijdig maar soms is die stok achter de deur nodig.

Het genoemde knelpunt ‘twee talen, twee werelden’ is binnen School2Care niet aan de orde. Er is één team en één plan, zodat onderwijs en zorg op elkaar aansluiten zonder gebrek aan kennisuitwisseling. Daarnaast is er veel samenwerking met andere professionals, die bijvoorbeeld in het gezin hulp bieden.

Veel aandacht is er voor randvoorwaarden, zoals gecombineerde gelden vanuit samenwerkingsverband en gemeente, kleine klassen van maximaal 11 leerlingen en een doorlopende investering in deskundigheidsbevordering van de coaches.

Sanne Pronk doet momenteel onderzoek naar deze aanpak, die in de NJi-databank ‘effectieve jeugdinterventies’ geregistreerd staat als effectieve methode. Er zijn op dit moment 44 leerlingen. Gemiddeld zitten ze 9 maanden op School2Care. Bij 68% is er succesvolle uitstroom naar onderwijs of werk. De verwachting is dat de aanpak kosteneffectiever is vergeleken met plaatsing in de gesloten jeugdzorg.

>> lees meer over dit praktijkvoorbeeld 

“Onderwijs en jeugdhulp hebben nog veel van elkaar te leren. Er is wel voldoende wil om dit voor elkaar te krijgen.”

deelnemer werkcafé

Voorbeeld 3: Plusgroepen GGMD

De PLUSgroep is ontwikkeld voor kinderen van basisschool- of middelbare schoolleeftijd (SO en VSO) met doofheid of slechthorendheid (cluster II) en ernstige psychische problemen. De problematiek van deze kinderen is dermate hoog dat ze niet meer goed kunnen functioneren in hun reguliere klas. Schooluitval of schorsing dreigt voor de meeste van deze leerlingen. GGMD (Geestelijke Gezondheidszorg en Maatschappelijk Dienstverlening voor doven en slechthorenden) verzorgt behandeling, individueel en in groepsverband, op meerdere scholen van Kentalis in Amsterdam (Signis) en Zoetermeer en van Auris in Rotterdam (Dr.M. Polanoschool).

Het belangrijkste doel is dat kinderen met deze problematiek weer gewoon mee kunnen doen in hun reguliere klas. De PLUSgroepen worden ingezet om schorsing of langdurig thuiszitten te voorkomen. Op verschillende scholen voor dove en slechthorende kinderen is een pedagogisch behandelaar aanwezig om de kinderen te ondersteunen. Naast individuele zorg is het ook mogelijk om de kinderen voor een periode te behandelen in een PLUSgroep. Hierin probeert men de geleerde vaardigheden te generaliseren naar meerdere situaties. Het aanbod van GGMD helpt docenten ook om de leerlingen beter te begrijpen en hen op een adequate manier te ondersteunen.

Bij de behandeling van het kind in samenwerking met de school, worden ook de ouders van het kind betrokken. GGMD biedt voor de ouders verschillende trainingen die gericht zijn op goede communicatie met het kind en ouderbegeleiding gericht op de psychische problemen.

> lees meer over dit praktijkvoorbeeld 

“Het blijft gaan om bruggen bouwen en het is altijd mensenwerk. De moed niet opgeven!”

deelnemer werkcafé

Blijven werken aan de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp

In het afsluitend plenair café benadrukt Vincent Fafieanie (NJi) dat veel mensen en organisaties werken aan de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp. Er is al heel veel bereikt maar nog veel meer te doen. Ouders voelen zich bijvoorbeeld niet altijd betrokken en hebben nog te vaak het gevoel dat er over hen besloten wordt.

Andere veelgenoemde knelpunten zijn:

  • geen duidelijke inhoudelijke kaders
  • geen heldere scheidslijnen en rolverdeling
  • te krappe budgetten, gescheiden geldstromen, wie betaalt wat?
  • wachtlijsten en wachttijden bij jeugdhulp
  • te weinig tijd, te hoge werkdruk, personele wisselingen.

5 werkzame factoren die naar voren komen zijn:

  • gedeelde visie
  • onderling vertrouwen
  • goede randvoorwaarden
  • borging in beleid en bestuur
  • sturing op de samenwerking.

Goede praktijkvoorbeelden

Dit werkcafé is georganiseerd als verdieping op het online platform met goede praktijkvoorbeelden van integrale specialistische jeugdhulp. Dit is een initiatief van Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en het Nederlands Jeugdinstituut. Het platform biedt jeugdhulpprofessionals zicht op hoe collega’s over grenzen van hun eigen discipline, vakgebied en/of sector heen kijken.

>> Bekijk het online platform goedepraktijkvoorbeelden.nl

“Vooral erg inspirerend. Twee totaal verschillende verhalen die mij op ieder eigen wijze aan het denken zet en weer toepasbaar kan maken in de praktijk. Belangrijk om in de context te blijven.”

deelnemer werkcafé

Het volgende werkcafé vindt plaats op maandag 13 mei van 13:00 tot 17:00 uur te Utrecht. De exacte locatie volgt. Het onderwerp dat centraal staat is integraliteit tussen psychiatrie en LVB-problematiek. Wilt u op de hoogte gehouden worden? Neem dan contact op met Carolien Hoevers, via c.hoevers@kenniscentrum-kjp.nl

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten