Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Nieuws

Effectieve behandeling van antisociaal gedrag

Jongen kijkt boos/verveeld

In het jeugdstrafrecht is er behoefte aan effectievere behandelprogramma’s gericht op antisociaal gedrag. Welke neurobiologische behandelingen kunnen mogelijk effectief zijn en hoe zou neurobiologische kennis kunnen helpen behandelresultaten bij jongeren te voorspellen? Neuropsycholoog Florian Bootsman (Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie) publiceerde hierover.


De laatste decennia is er steeds meer bekend over de over de rol van neurobiologie bij antisociaal gedrag. Hiermee neemt ook de belangstelling toe om deze kennis toe te passen bij de behandeling van antisociaal gedrag. Het Journal of Criminal Justice publiceerde onlangs een speciale uitgave over neurobiologie in het jeugdstrafrecht. Hierin bespreekt neuropsycholoog Florian Bootsman hoe effectiviteitsonderzoek van neurobiologische behandelingen van antisociaal gedrag kan bijdragen aan gedragsverbetering.

Over welke behandelingen hebben we het dan?

Florian Bootsman: “Laat ik vooropstellen dat er nog niet genoeg wetenschappelijke onderbouwing is voor de effectiviteit van neurobiologische behandelingen bij deze doelgroep. Wel is er groeiende belangstelling voor het toepassen van neuropsychologische trainingen bij jongeren met antisociaal gedrag. Zo zijn er serious games en andere tablet-based neuropsychologische trainingen beschikbaar. Daarin moeten jongeren taken uitvoeren, waarmee zij de neuropsychologische – met name executieve – functies trainen. Daarbij kun je denken aan inhibitie (bijvoorbeeld het remmen van onwenselijk gedrag), cognitieve flexibiliteit (wisselen tussen concepten of ideeën), aandacht en werkgeheugen. Hoewel professionals deze trainingen nog niet structureel toepassen in de jeugdstrafrechtketen denk ik wel dat dat soort interventies relatief eenvoudig te implementeren zijn. Ook zijn ze denk ik goed te doen voor deze doelgroep. Dat geldt ook voor mindfulness meditatietrainingen waarbij mensen leren om hun aandacht te verbeteren en hun emoties beter te reguleren.”
Het artikel bespreekt ook hoe kennis van neurobiologische principes bij antisociaal gedrag kan bijdragen aan het voorspellen van het behandelresultaat. En daarmee de keuze voor een specifieke behandeling kan beïnvloeden.

Wat kunnen we met die kennis?

Bootsman: “Je kunt daarmee potentieel inschatten of een bepaald type interventie, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, een kans van slagen gaat hebben bij een specifiek persoon. Of dat het zinvoller is een alternatief te overwegen. Er is echter nog niet veel wetenschappelijke onderbouwing van de betrouwbaarheid van sommige neurobiologische maten als voorspellers van behandeluitkomst. Dat gezegd hebbende denk ik wel dat je het veiligst kunt beginnen met vooraf testen van neuropsychologische functies, vooral die (executieve) functies als inhibitie, aandacht, cognitieve flexibiliteit, en werkgeheugen. Als daar problemen mee zijn, dan kun je overwegen om bijvoorbeeld niet direct met meer verbaal-gefundeerde behandelingen zoals cognitieve gedragstherapie te starten. Je kunt er dan voor kiezen om eerst iets met neuropsychologische training – wel of niet in de vorm van serious games – of mindfulness te doen. Dat kan helpen bij verbetering van die neuropsychologische functies en daarmee mogelijk ook bij het ‘klaarmaken’ voor cognitieve gedragstherapie, waarvoor voldoende neuropsychologische functie een belangrijke voorwaarde kan zijn. Maar ook voor neuropsychologische voorspellers is er nog een zeer beperkte wetenschappelijke onderbouwing.”

Bootsman pleit voor de toepassing van relatief eenvoudig toe te passen, gepersonaliseerde en kosten- en tijdseffectieve neurobiologische behandelmethoden. Minimale stigmatisering en beperkte belasting van de behandeling voor de jongere is hierbij van belang.

Waarom is het belangrijk dat stigma en belasting verminderen?

Bootsman: “Het risico bestaat dat als jongeren een neurobiologische behandeling moeten krijgen, ze het stempel ‘defect’ kunnen krijgen, omdat er iets neurobiologisch niet helemaal goed zou zijn. Het gevaar kan zijn dat een dergelijk stempel iemand onterecht een leven lang achtervolgt en waarmee iemand wordt vereenzelvigd. Terwijl ik denk dat mensen meer zijn dan een optelsom van hun problemen. Daarbij kunnen sommige van de problemen in bijvoorbeeld die neuropsychologische functies mogelijk wel degelijk te remediëren zijn of minder ernstig zijn dan men denkt, hoe belemmerend ook. Ik denk dat je moet oppassen met het te sterk labelen van mensen, en jongeren in het bijzonder. Belangrijk bij het toepassen van ‘neurobiologische’ interventies in de jeugdstrafrechtketen is dat de behandeling in het voordeel is van de betrokkene en niet vernederend of inhumaan is. Jongeren kunnen het ingrijpen in de lichamelijke integriteit – bijvoorbeeld in de hersenen – als stressvol en beangstigend ervaren. In het artikel worden geen hele ingrijpende interventies voorgesteld, juist ook om die reden.”

Meer informatie

Florian Bootsman is beleidsmedewerker bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en promoveerde in 2016 aan de Universiteit Utrecht.
>> lees het artikel in het Journal of Criminal Justice
>> zie ook: richtlijn Forensische jeugdpsychiatrie

Tags

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten