Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Meestgezocht: ADHDAutismeBijwerkingenSertralineVluchtelingenkinderen

Antwoorden op vragen van gemeenten en regio’s

Behandeling

Nee. Psychische of psychosomatische stoornissen los je niet op door uitsluitend pedagogisch in te grijpen in de context waarin de jeugd opgroeit. Hier is specialistische behandeling noodzakelijk. Deze behandeling omvat ook de ouders en het gezin, bijvoorbeeld om de ouders te ondersteunen bij de opvoeding van een kind met bijzondere noden, maar vaak ook in psychotherapeutische zin, voor de ouders, of voor het hele gezin, of voor de relatie tussen ouders en kind.

Terug naar boven

Veel grote, psychische problemen bij volwassenen vinden hun oorsprong in de jeugd. Negeren van psychische problemen bij kinderen kan daarom later veel grotere problemen en hogere kosten veroorzaken. Volgens artikel 24 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) heeft ieder kind bovendien recht op de best mogelijke gezondheidszorg. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en geratificeerd.

Terug naar boven

Zogenoemde ‘zorg op maat’ betekent: de problemen aanpakken zoals ze gediagnosticeerd zijn. Bij lichte problematiek volstaat een lichte aanpak, maar zware problemen moeten uiteraard zo snel mogelijk worden aangepakt met een passende aanpak. Dat kan een zware, langdurende behandeling zijn. Het is onjuist om te stellen dat psychische problemen bij kinderen altijd eerst met lichte maatregelen moeten worden bestreden. Onderschatting van de problematiek kan in een later stadium tot extra hoge kosten leiden en tot leed voor kind en gezin.

Terug naar boven

De protocollen van het Kenniscentrum voor diagnostiek en behandeling zijn wetenschappelijk onderbouwd (evidence-based). Zo wordt de beste beschikbare kennis, naar de laatste stand van de wetenschap, direct toegankelijk voor behandelaren, ouders, patiënten en gemeenten. Vrijwel alle behandelaren in de Nederlandse kinder- en jeugdpsychiatrie maken gebruik van de protocollen van het Kenniscentrum.

Terug naar boven

Heel soms is dat wel nodig. Kinder- en jeugdpsychiaters schrijven voor volgens landelijke standaarden die bij het Kenniscentrum te vinden zijn. Maar medicijnen worden slechts in een  kleine minderheid van de gevallen voorgeschreven. Verreweg de meeste behandelingen bestaan uit gesprekken en trainingen met kinderen en ouders. Behandeling met medicijnen komt  wel vaak voor bij de ernstigste psychische problemen, zoals  bij psychotische stoornissen.

Terug naar boven

Diagnose

Wanneer een jeugdige bij de jeugd-ggz terechtkomt, is er vaak al veel geprobeerd om de situatie te verbeteren. Ouders hebben al veel moeite gedaan, de juf heeft meegedacht, opa’s, oma’s, buren en vriendinnen hebben adviezen gegeven. Dit is een belangrijke reden waarom de jeugd-ggz eerst nauwkeurig met kind en ouders precies kijkt wat er aan de hand is, om vervolgens de júiste adviezen te kunnen geven. ‘Precies kijken wat er aan de hand is’: dat is een diagnose stellen. Een diagnose is niet iets wat op zichzelf staat. Het heeft altijd een directe relatie met de behandeling. ‘Een diagnose stellen’ is geen afstandelijk proces. Het is iets wat met ouders en kind, en ook andere betrokkenen tot stand komt. Leerkrachten worden hierbij betrokken als het nodig is, maar er kan bijvoorbeeld ook een gesprek met de judotrainer plaatshebben. Soms worden ook broertjes en zusjes erbij betrokken, of bijvoorbeeld de grootouders. ‘Een diagnose stellen’ is niet hetzelfde als de vinger op de zere plek leggen. Een diagnose kijkt ook naar sterke kanten van kind en gezin. Want juist dáár liggen de aanknopingspunten voor de behandeling. Een diagnose gaat niet over het kind, maar over de stoornis. Je diagnosticeert de ziekte, de stoornis, niet het kind. Die twee dingen moet je niet door de war halen. In de somatische geneeskunde is dat ook zo: je hébt migraine, bent geen migraine. Het ‘is’ blindedarmontsteking, je bent geen blindedarmontsteking. In de huidige situatie is een diagnose ook nog eens een voorwaarde voor vergoeding van de behandeling door de zorgverzekeraar. Daar kun je van alles van vinden. Maar dat is niet de reden om een diagnose te stellen. De echte reden is een inhoudelijke, zoals hierboven beschreven.

Terug naar boven

In de jeugd-ggz worden geen etiketten geplakt of kinderen gestempeld. In het dagelijks spraakgebruik wordt misschien snel gezegd: ‘Dat is een ADHD’-er’, of ‘Een autist’. Kinderen kunnen in meerdere of mindere mate last hebben van ADHD, of van welke psychische aandoening dan ook. Dat doet hen zeker niet samenvallen met hun stoornissen. Integendeel: een kind met een autistische stoornis kan interesses of vaardigheden hebben die bijzonder zijn. Een jongen met ADHD kan de beste skater zijn van het dorp. Een puber met een depressie kan prachtige verhalen schrijven, of een excellente striptekenaar zijn. Enzovoort enzovoort. Maar hoe dan ook, ze zijn allemaal in de eerste plaats kind.

Terug naar boven

Het is een misverstand en het is dus onjuist dat ADHD steeds vaker voorkomt. Prevalentie van psychopathologie wordt gemeten sinds de jaren zeventig (Erasmus, Rotterdam) en is sindsdien constant: vijf procent van alle kinderen in Nederland hebben ernstige psychische problemen. Bijvoorbeeld ADHD. Professionals in de jeugd-ggz plakken geen etiketten. Ze observeren met een deskundig oog en zijn terughoudend met het stellen van diagnoses. Ze doen aan ‘watchfull waiting’, en vertrouwen op de kracht van rijping en ontwikkeling. Maar op het moment dat het nodig is, noemen ze problemen bij de naam en raden ze de behandeling aan die noodzakelijk is.

Terug naar boven

Nee, ‘ADHD’ is geen diagnose. ‘Autisme’ ook niet. In de jeugd-ggz worden ‘beschrijvende diagnoses’ gebruikt. Een voorbeeld van een deel van een diagnose is: “Motivatieproblemen en spijbelen bij een veertienjarige havoscholier, die nu voor de tweede keer in havo-2 dreigt te blijven zitten. Uit onderzoek komen ernstige aandachts- en concentratieproblemen naar voren. Intelligentieonderzoek wijst op een laaggemiddelde intelligentie. De gezinssituatie is ernstig belast vanwege een terminale ziekte van vader. Opa en oma van moederszijde zijn momenteel veel aanwezig in het gezin en dragen een groot deel van de dagelijkse zorg voor de kinderen en huishouden”. Deze formele, ‘beschrijvende diagnose’ wordt niet kortweg met kind en gezin besproken. Kijk bijvoorbeeld op deze website naar de informatie over het wetenschappelijk onderbouwde ‘dialoogmodel‘, een manier van in gesprek gaan met kind en gezin over diagnose en de aanknopingspunten voor behandeling. Het bovenstaande voorbeeld laat ook zien dat niet alle aandachts- en concentratieproblemen altijd ‘ADHD’ zijn. Misschien heeft deze veertienjarige jongen wel ADHD, maar het zou ook goed kunnen zijn dat hij zich niet op zijn schoolwerk kan concentreren omdat hij zich zorgen maakt over zijn vader, en misschien ligt daar wel de reden van zijn spijbelen. Aan de andere kant, misschien heeft hij altijd al aandachts- en concentratieproblemen gehad – dat moet goed worden uitgezocht. Want als de aandachts- en concentratieproblemen zich wel zouden voordoen in het kader van ADHD, dan zou behandeling met stimulantia een optie zijn. Maar die zijn natuurlijk niet geïndiceerd bij een jongen die zich niet kan concentreren omdat zijn aandacht steeds naar zijn zieke vader uitgaat. Dan is een andere behandeling te overwegen.

Terug naar boven

Integendeel. De ervaring leert dat ouders over het algemeen te laat komen voor hulp bij de psychische problemen van hun kinderen en dat ze eerst geprobeerd hebben om deze problemen zelf op te lossen.

Terug naar boven

Nee, in principe geldt een diagnose bij een kind nooit levenslang. Het mooie is dat kinderen zich ontwikkelen. Psychische stoornissen verstoren, remmen of belemmeren de ontwikkeling van een kind. Een kind dat erg angstig is, vermijdt nieuwe situaties, en hangt teveel aan zijn ouders, leert te weinig nieuwe dingen. Een kind met gedragsproblemen redt het vaak niet in sociale situaties, met vriendjes en op de voetbalclub. Hij leert niet goed hoe hij zich op een goede manier kan handhaven in sociale contacten. De jeugd-ggz heeft de beschikking over wetenschappelijk onderbouwde behandelmethoden die ingezet worden met als doel de gevolgen van de stoornissen op te heffen of te verminderen, zodat de gezonde ontwikkeling weer de overhand krijgt en zijn normale loop kan nemen. Wat we nog wel eens zien is dat in een volgende ontwikkelingsovergang (bijvoorbeeld van de basisschool naar het voortgezet onderwijs) een stoornis weer op kan spelen. De ene keer kunnen kind en gezin dan terugvallen op wat zij eerder geleerd hebben, maar een andere keer is behandeling opnieuw nodig. Duidelijk mag ook zijn dat een echte ontwikkelingsstoornis (zoals ADHD) gedurende de ontwikkeling kan ‘verbleken’, dat rijping en ontwikkeling hun werk doen en dat kinderen onder goede voorwaarden kansen kunnen grijpen die een gunstige uitkomst mogelijk maken. Anderen blijven in meer of mindere mate, of in een andere vorm last houden en hebben ook in de volwassenheid baat bij behandeling, begeleiding, ondersteuning, bescherming. Ook kunnen zich, met name in de adolescentie stoornissen voordoen, die ook in de volwassenheid nog doorwerken en het risico dragen op chroniciteit. Denk aan anorexia nervosa. Er zijn ook stoornissen die zich in de adolescentie ontwikkelen en die een voorbode kunnen zijn van ernstige psychische problemen in de volwassenheid.

Terug naar boven

Voor wetenschappelijk onderzoek en voor onderling overleg tussen professionals in de gezondheidszorg is een gemeenschappelijk systeem ontwikkeld dat voorkomt dat er spraakverwarring ontstaat. Daarvoor dient de zogenoemde DSM, een Amerikaans handboek voor diagnostiek en statistiek van psychische aandoeningen (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Het is bijvoorbeeld handig dat op een internationaal congres iedereen onder ‘ADHD’ hetzelfde verstaat. De DSM  maakt het ook mogelijk om voort te bouwen op elkaars wetenschappelijke onderzoeksresultaten. En het is een korte manier van het duiden van stoornissen voor professionals onder elkaar, bijvoorbeeld in rapportages. DSM is een classificatiesysteem, geen handboek om diagnoses te stellen. Classificeren is echt iets anders dan diagnosticeren. Bij classificeren breng je een diagnose onder in een categorie, in een verzamelbak. Men classificeert dan ook geen kinderen, maar diagnoses. Het lijkt erop dat we in Nederland in de problemen zijn gekomen doordat de DSM niet meer alleen gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is, maar dat we er ook een heel financieringssysteem op hebben gebaseerd (de zogenoemde DBC’s, diagnosebehandelingcombinaties die voor financieringsdoeleinden zorgproducten beschrijven). De DSM is geschikt als classificatiemiddel, niet als psychiatrisch handboek voor het stellen van diagnoses – als het toch zo gebruikt wordt, schiet het zijn doel voorbij en kunnen er uitwassen ontstaan.

Terug naar boven

Preventie

Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat psychische problemen (zoals depressie, eetstoornissen, trauma’s als gevolg van geweld en ongevallen, ADHD) kunnen worden voorkomen, of zelfs maar voorzien. De kinder- en jeugdpsychiatrie grijpt daarom zo snel mogelijk in zodra zich klachten voordoen (dit is de zogenoemde secundaire preventie, of tijdige behandeling, voorkomen van erger).

Terug naar boven

Kosten

De kosten voor gezondheidszorg in Nederland zijn over de hele breedte gestegen. Ook bijvoorbeeld die van de ziekenhuiszorg. Dat heeft diverse oorzaken – zo is de vergrijzing een belangrijke component. In de ggz is de groei het gevolg van overheidsbeleid, gericht op het wegwerken van wachtlijsten het vergroten van de toegankelijkheid. De kosten per behandeling zijn intussen gedaald, en kunnen in de jeugd-ggz zelfs uitgesproken goedkoop worden genoemd (gemiddeld ongeveer tweeduizend euro per ambulante behandeling).

Terug naar boven

Kijk naar de demografie van de nabije toekomst. In een vergrijzende samenleving moet de werkende minderheid straks (geestelijk) heel sterk en gezond zijn om voor de niet meer productieve meerderheid te kunnen zorgen. Die werkende generatie is de jeugd van nu. In dat licht is beknibbelen op hun geestelijke gezondheidszorg onverstandig.

Terug naar boven

Kinderpsychiatrie is specialistische zorg en specialistische zorg is duur, is de redenering. Echter, behandeling in de jeugd-ggz is ten opzichte van bijvoorbeeld behandeling en begeleiding vanuit de jeugd-en opvoedhulp zeker niet duurder. Aldus Accare hierover op www.accare.nl (organisatie voor kinder- en jeugdpsychiatrie in het noorden van het land en lid van de vereniging Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie).

Terug naar boven

Dat is een veel betere vraag dan ‘Wat kost een behandeling?’ Er bestaat steeds meer aandacht voor de ‘health economics’ van de jeugd-ggz. De eerste resultaten van economisch onderzoek in de jeugdgezondheidszorg geven een gunstig beeld: elke geïnvesteerde euro levert elf euro op. Dat zal voor de jeugdgeestelijke gezondheidszorg waarschijnlijk niet anders zijn. Zie ook:

Terug naar boven

Reageren

Reageren

Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close