> Minderjarigheid en gezag
> WGBO
> BOPZ
> Klachten
In deze juridische wegwijzer wordt voor het gemak gesproken over 'ouders'. Bedoeld wordt steeds degene die het gezag over het kind heeft. Wanneer een voogd het gezag heeft, dan kan deze 'voogd' in plaats van 'ouder' lezen.
Er bestaat vaak verwarring over het onderscheid tussen een voogd en een gezinsvoogd. Een gezinsvoogd heeft geen gezag in tegenstelling tot een voogd.
Kinderen onder de achttien jaar zijn minderjarig. Zij staan onder gezag, meestal van hun ouders. De ouders zijn de wettelijk vertegenwoordigers van hun kind. Zij oefenen de rechten van hun kind uit, zij nemen beslissingen of geven toestemming voor bepaalde handelingen. Vanaf 12 jaar moet ook het kind zelf toestemming geven voor medische behandeling.
Niet alle kinderen leven samen met hun beide ouders. Wel is altijd het gezag over het kind geregeld. Meestal hebben beide ouders het gezag, ook wanneer zij gescheiden zijn. Soms is het gezag toegewezen aan één van de ouders of is een voogd benoemd.
Soms zijn kinderbeschermingsmaatregelen nodig als een kind bedreigd wordt in zijn of haar ontwikkeling. Bij een ondertoezichtstelling, al dan niet met een machtiging uithuisplaatsing, wordt het gezag van ouders beperkt. Er wordt dan een gezinsvoogd toegewezen die de ouders hulp en steun biedt in de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Hoewel het gezag beperkt is blijven ouders wel volledig bevoegd om te beslissen over medische behandeling van hun kind. Daarvoor is geen toestemming nodig van de gezinsvoogd. Zie voor uitgebreidere informatie over de OTS de Wegwijzer naar de kinder- en jeugdpsychiatrie.
> Algemeen
> Informatie en toestemming
> Het dossier
Algemeen
De rechten van kinderen en jongeren die vrijwillig in behandeling zijn en hun ouders zijn vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO).
In deze wet zijn de belangrijkste rechten vastgelegd, zoals het recht op informatie, het geven van toestemming voor onderzoek en behandeling, het recht op inzage en het beroepsgeheim.
Informatie en toestemming
Om goede beslissingen te kunnen nemen over onderzoek en behandeling bij een KJP-instelling is het belangrijk dat de jeugdige en zijn ouders goede informatie krijgen. Afhankelijk van de leeftijd bepaalt de behandelaar wie recht heeft op informatie en wie toestemming moet geven voor onderzoek of behandeling.
Kinderen tot 12 jaar
De ouders krijgen volledige informatie. Op basis daarvan kunnen zij beslissingen nemen over onderzoek en behandeling van hun kind. Ook krijgt het kind altijd op een duidelijke en begrijpelijke manier uitleg.
Kinderen van 12 tot 16 jaar
Kinderen tussen 12 en 16 jaar weten vaak goed wat ze willen. Hun mening wordt serieus genomen. Zowel het kind als de ouders hebben recht op volledige informatie. Beiden moeten toestemming geven voor onderzoek en behandeling. Als één van beiden toestemming weigert kan het onderzoek of de behandeling niet plaatsvinden. Als het kind toch graag een behandeling wil aangaan en deze wens blijft volhouden, terwijl de ouders geen toestemming geven, dan kan de hulpverlener toch besluiten om de behandeling door te laten gaan. Als de jongere behandeling weigert kan de behandeling niet plaatsvinden.
Jongeren vanaf 16 jaar
Vanaf 16 jaar mogen jongeren zelfstandig beslissen over onderzoek en behandeling. De jongere heeft daarom recht op volledige informatie en geeft zelf toestemming. De toestemming van de ouders is niet meer nodig, op één uitzondering na: voor opname in de kliniek is toestemming van de ouders nodig tot 18 jaar.
Naast leeftijd is het ook van belang of een jeugdige wilsbekwaam is. Wilsbekwaamheid wil zeggen of de jeugdige “in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake”. Met andere woorden: kan het kind beslissen? Daarbij is een aantal factoren van belang:
• kan de jeugdige een keuze maken?
• wat is de aard van de beslissing?
• heeft de jeugdige het vermogen om te begrijpen waar het om gaat?
• heeft de jeugdige feitelijk begrip en het inzicht in de feitelijke situatie?
• kan de jeugdige de consequenties van zijn of haar beslissing overzien?
Wanneer een jeugdige ten aanzien van een beslissing door de hulpverlener wilsonbekwaam wordt geacht, wil dit niet zeggen dat hij dit voor een andere beslissing óók is. Per beslissing moet worden gekeken of een minderjarige wilsbekwaam is of niet.
Wanneer een jeugdige wilsonbekwaam is, dan beslissen de wettelijk vertegenwoordigers in de plaats van de jeugdige.
De behandelaar moet de informatie zó geven dat zowel het kind als de ouders dit kunnen begrijpen. De informatie gaat over:
• de ziekte, het probleem of de stoornis (wat is er aan de hand?);
• de voorgestelde behandeling en de eventuele risico’s daarvan (wat gaat er gebeuren?);
• andere behandelingsmogelijkheden;
• medicijnen en eventuele bijwerkingen;
• de behandelaar en de werkwijze van de instelling;
• de rechten van een kind en de ouders (bijvoorbeeld door het uitreiken van een folder of vermelding op de website).
Het kind en/of de ouders kunnen de toestemming voor onderzoek of behandeling altijd weer intrekken. Er kan dan worden gekeken naar een alternatief voor de behandeling. Wanneer er geen andere mogelijkheid is, dan zal een weigering ertoe kunnen leiden dat behandeling bij een KJP-instelling niet mogelijk is.
Een ouder zonder gezag hoeft geen toestemming te geven voor behandeling. Een ouder zonder gezag heeft wel het recht om informatie over zijn of haar kind op te vragen bij derden, zoals bij een hulpverlener in de kinder- en jeugdpsychiatrie. De ouder moet zich een beeld kunnen vormen over de gezondheid van zijn of haar kind.
Het moet dan gaan om een concrete vraag (de ouder moet het initiatief nemen om om informatie te vragen) en om belangrijke informatie. De hulpverlener moet zich te beperken tot concrete, feitelijke en globale informatie (ziektebeeld, behandelplan e.d.), en er mag geen informatie worden gegeven over de andere ouder. Er mag geen inzage worden gegeven in het dossier.
Er zijn uitzonderingen op het recht op informatie van een niet met het gezag belaste ouder:
• indien het geven van informatie in strijd is met het belang van het kind;
• indien het informatie betreft die de hulpverlener ook niet aan de andere ouder zou geven.
De inhoud van het dossier
Van het onderzoek en het verloop van de behandeling worden aantekeningen gemaakt, die in het dossier worden bewaard. Ook bevinden zich in het dossier bijvoorbeeld vragenlijsten of brieven van en aan de huisarts of andere specialisten. Sommige instellingen werken met een elektronisch dossier.
Het dossier is eigendom van de instelling. Alleen de medewerkers die direct bij de behandeling van het kind zijn betrokken hebben toegang tot het dossier en de gegevens in de computer. Dit zijn bijvoorbeeld de arts of psychiater, de vervanger, eventuele andere behandelaars zoals een psycholoog of een ouderbegeleider, maar ook de secretaresse. Al deze medewerkers hebben geheimhoudingsplicht. Anderen hebben, zonder toestemming van het kind of de ouders, geen toegang tot het dossier.
Aanvulling, correctie en vernietiging van het dossier
Als het kind en/of de ouders het niet eens zijn met wat in het dossier staat, kan hun mening worden toegevoegd. Als er een fout in het dossier staat, dan kan het dossier worden gecorrigeerd.
Het dossier wordt tenminste vijftien jaar bewaard, in de praktijk gerekend vanaf de 18e verjaardag van het kind. Er kan binnen die vijftien jaar een verzoek worden gedaan om het dossier te vernietigen. De behandelaar mag dit onder bepaalde voorwaarden weigeren.
Inzage en afschrift van het dossier
Een kind en/of diens ouders heeft recht op inzage in het dossier. Ook is het mogelijk om kopieën te ontvangen van (onderdelen van) het dossier. Afhankelijk van de leeftijd van het kind bepaalt de behandelaar wie recht heeft op inzage. Een kind heeft geen inzage in de gegevens over zijn ouders zonder hun toestemming. Ook hebben ouders onderling geen inzage in elkaars gegevens zonder toestemming van de ander.
Kinderen onder 12 jaar
De ouders hebben recht op inzage in het dossier van hun kind. Zij kunnen ook een kopie vragen van het dossier of een deel daarvan. De behandelaar mag inzage weigeren als dit niet in het belang van het kind is.
Kinderen tussen 12 en 16 jaar
Zowel de ouders als het kind kunnen inzage krijgen in het dossier. Een kind kan bezwaar maken tegen inzage door de ouders. Als de behandelaar het kind in staat acht hierover te beslissen, dan zal hij de ouders geen inzage geven als dit in het belang is van het kind.
Jongeren boven de 16 jaar
Een jongere kan zelf inzage in zijn dossier vragen. Toestemming van de ouders is daarvoor niet nodig. De ouders hebben alleen recht op informatie en inzage als hun kind hiervoor toestemming geeft.
Privacy
De instelling is verplicht om zorgvuldig om te gaan met de gegevens van kinderen en ouders. De instelling geeft zonder toestemming geen informatie over kinderen en ouders aan mensen die niet bij de behandeling zijn betrokken. Hulpverleners hebben een beroepsgeheim.
Als het kind is aangemeld door de huisarts, dan wordt deze geïnformeerd over de behandeling. Kinderen en ouders kunnen hiertegen bezwaar maken.
De instelling zal ook niet zonder toestemming informatie opvragen bij anderen.
Soms is de instelling wettelijk verplicht om informatie te verstrekken. Dan kan de informatie zonder toestemming van kinderen of ouders worden verstrekt. Bijvoorbeeld als er een indicatiebesluit is van Bureau Jeugdzorg. In dat geval is de instelling verplicht om Bureau Jeugdzorg te informeren over de voortgang van de behandeling.
In uitzonderlijke gevallen kan de instelling zonder toestemming informatie verstrekken aan bijvoorbeeld het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) of de Raad van de Kinderbescherming. Dit gebeurt alleen in situaties waarin een kind gevaar loopt en met betrokkenen alles geprobeerd is om de situatie op een andere manier op te lossen. Hulpverleners hebben een meldrecht bij (het vermoeden van) kindermishandeling. Ook hier wordt eerst geprobeerd de situatie met betrokkenen op te lossen voordat er een melding wordt gedaan bij het AMK.
Soms worden video-opnamen gemaakt tijdens het onderzoek en de behandeling. Hiervoor wordt altijd vooraf toestemming gevraagd.
Wie moet toestemming geven voor informatieverstrekking aan anderen?
Kinderen onder de 12 jaar
De ouders moeten toestemming geven om informatie te verstrekken.
De ouders moeten zelf toestemming geven voor het geven van informatie over henzelf.
Kinderen van 12 jaar en ouder
Het kind moet zelf toestemming geven om informatie te verstrekken.
De ouders moeten zelf toestemming geven voor het geven van informatie over henzelf.
Als het kind niet wilsbewaam is om te beslissen, geven de ouders plaatsvervangende toestemming.
Bopz staat voor: Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen bij gedwongen opname in de KJP.
> Wat is een gedwongen opname?
> Wie kan een IBS of RM aanvragen?
> Hoe gaat een IBS in z’n werk?
> Hoe gaat een RM in z’n werk?
> Wat zijn de rechten van de jeugdige bij een gedwongen opname?
Wat is een gedwongen opname?
De meeste opnames binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie vinden plaats op basis van vrijwilligheid. Heel soms is een gedwongen opname nodig. Minderjarigen kunnen tegen hun wil of tegen de wil van hun ouders worden opgenomen. Een gedwongen opname van kinderen onder de 12 jaar is zeldzaam. Meestal gaat het om jongeren van 12 jaar of ouder.
Een gedwongen opname wil zeggen dat een kind of jongere verplicht wordt opgenomen in een kinder- en jeugdpsychiatrische kliniek.
Een gedwongen opname gebeurt niet zomaar. Er moet worden voldaan aan de volgende criteria:
• er moet sprake zijn van een stoornis van de geestvermogens, bijvoorbeeld een psychiatrische stoornis;
• deze stoornis moet gevaar veroorzaken voor de jeugdige zelf of voor de veiligheid van personen of goederen;
• het gevaar kan alleen worden afgewend door opname in een psychiatrisch ziekenhuis;
• de jeugdige en/of de ouders willen geen opname op vrijwillige basis.
• een psychiater moet een geneeskundige verklaring opstellen waaruit blijkt dat er sprake is van een stoornis en gevaar.
Een gedwongen opname kan op twee manieren plaatsvinden: opname via een rechterlijke machtiging (RM) of, als er sprake is van acuut gevaar, spoedopname via een inbewaringstelling (IBS).
Wie kan een IBS of RM aanvragen?
• de echtgenoot, de ouders met gezag of naaste familie van een patiënt (kinderen, grootouders en meerderjarige broers en zussen)
• de voogd
• de officier van justitie
• een behandelaar bij een IBS (een behandelend psychiater kan niet rechtstreeks een RM aanvragen bij de rechter. Deze aanvraag verloopt via de officier van justitie).
Hoe gaat een IBS in z’n werk?
De burgemeester beslist of een jeugdige gedwongen opgenomen moet worden met een IBS. De burgemeester neemt die beslissing nadat een psychiater die niet bij de behandeling is betrokken een geneeskundige verklaring heeft opgesteld nadat hij de jeugdige heeft onderzocht. Een gedwongen opname is alleen mogelijk wanneer een psychiater vermoedt dat de jeugdige én lijdt aan een psychiatrische stoornis én deze psychiatrische stoornis een onmiddellijk gevaar voor hem zelf of voor iemand anders oplevert. Het gevaar kan alleen door opname in een kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis worden weggenomen of voorkomen.
Na de opname stuurt de burgemeester de IBS-verklaring en de geneeskundige verklaring naar de officier van justitie. Deze legt de stukken voor aan de rechter. Binnen drie werkdagen nadat de rechter de stukken heeft ontvangen volgt een gesprek van die rechter met de jeugdige. Bij dit gesprek krijgt de jeugdige gratis bijstand van een advocaat. Daarna beslist de rechter of de jeugdige gedwongen opgenomen moet blijven. De gedwongen opname met IBS duurt dan drie weken vanaf de beslissing van de rechter.
De IBS stopt
• zodra het gevaar geweken is. De IBS wordt dan opgeheven en de jeugdige kan naar huis of kan de behandeling voortzetten op vrijwillige basis.
• als er na 3 weken nog steeds sprake is van een gevaar voor de jeugdige zelf of anderen dan kan de behandelend psychiater een rechterlijke machtiging aanvragen bij de officier van justitie (zie hieronder). In dat geval duurt de IBS nog maximaal drie weken.
Hoe gaat een RM in z’n werk?
De rechter beslist of een jeugdige gedwongen opgenomen moet worden met een RM. De rechter neemt de beslissing nadat een niet behandelend psychiater een geneeskundige verklaring heeft opgesteld nadat hij de jeugdige heeft onderzocht. Een gedwongen opname is alleen mogelijk wanneer een psychiater vindt dat de jeugdige én lijdt aan een psychiatrische stoornis én dat deze psychiatrische stoornis een gevaar voor de jeugdige zelf of voor iemand anders oplevert. De inschatting daarbij is dat het gevaar alleen door opname in een kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis kan worden weggenomen of voorkomen.
De jeugdige krijgt een gratis advocaat die hem of haar bij de procedure bij zal staan.
De rechter zal onderzoeken of het terecht is dat de jeugdige gedwongen wordt opgenomen. Dit gebeurt in een hoorzitting. Bij deze hoorzitting is de jeugdige zelf aanwezig, samen met de advocaat. Ook zijn de psychiater die de geneeskundige verklaring heeft opgesteld aanwezig, eventueel de eigen psychiater en soms ook familie of andere deskundigen.
Als het de eerste keer is, dan duurt de RM maximaal een half jaar. Bij een verlenging van een bestaande RM duurt dit maximaal één jaar.
De RM wordt opgeheven als het gevaar is geweken en het beter met de jeugdige gaat. Soms is voorwaardelijk ontslag mogelijk. Dit betekent dat de jeugdige wel naar huis kan, maar alleen als deze zich aan afspraken of voorwaarden houdt waarmee hij tevoren heeft ingestemd. Houdt de jeugdige zich niet aan de voorwaarden, dan kan hij alsnog weer gedwongen worden opgenomen.
Een gedwongen opname houdt niet automatisch gedwongen behandeling in. Met de jeugdige en/of ouders zal door bijvoorbeeld een kinder- en jeugdpsychiater een behandelplan worden opgesteld. Er mag alleen dwang worden toegepast als er sprake is van gevaar voor de jeugdige zelf of voor anderen en er geen mogelijkheid is voor een andere oplossing (zie verder de paragraaf over verzet tegen de behandeling).
Wat zijn de rechten van de jeugdige bij een gedwongen opname?
Een behandelplan
Zodra de jeugdige wordt opgenomen krijgen hij en zijn ouders te horen wie verantwoordelijk is voor de behandeling. Deze behandelaar stelt samen met de jeugdige en de ouders een behandelplan op. De jeugdige en/of de ouders moeten toestemming geven voor de behandeling.
Een dossier
Alle gegevens worden bewaard in een dossier. Hierin bevinden zich onder andere het behandelplan en aantekeningen over de behandeling. Het dossier moet tenminste vijf jaar bewaard blijven. Pas daarna is een verzoek tot vernietiging mogelijk. Normaal gesproken blijft het dossier tenminste 15 jaar bewaard.
Huisregels
Op de afdeling waar de jeugdige verblijft gelden huisregels. Hiervan krijgen de jeugdige en de ouders een kopie of ze hangen op de afdeling. Deze zijn bedoeld om de gang van zaken op de afdeling en de orde in het ziekenhuis te regelen, zoals de tijden waarop wordt gegeten, bedtijden, hoe om te gaan met alcohol e.d. De huisregels gelden voor alle patiënten, ook voor vrijwillig opgenomen patiënten. Als er andere afspraken worden gemaakt met de jeugdige alleen, dan komen deze in het behandelplan te staan.
Verzet tegen de behandeling (dwangbehandeling en middelen en maatregelen)
Behandeling is in beginsel niet mogelijk bij verzet. Bij kinderen onder de 12 jaar die zich verzetten kan behandeling plaatsvinden als de ouders daarmee akkoord zijn. Als de jongere van 12 jaar of ouder zich verzet, kan de behandeling in principe niet plaatsvinden. Als behandeling toch nodig is om gevaar op te heffen, dan kan de behandeling soms tegen de wil van de jeugdige worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij agressiviteit waarbij er sprake is van gevaar voor de jeugdige zelf of anderen. Dwangbehandeling is ook mogelijk als voldoende vaststaat dat zonder die behandeling de betreffende patiënt onaanvaardbaar lang moet blijven omdat het gevaar dat de stoornis veroorzaakt niet wordt weggenomen.
Soms maakt een crisisplan onderdeel uit van het behandelplan. Soms ook niet, omdat het onverwacht gebeurd. Er is dan sprake van een tijdelijke noodsituatie. Ingrijpen tegen de wil van de jeugdige gebeurt alleen als er sprake is van gevaar voor de jeugdige zelf of voor anderen en er geen mogelijkheid is voor een andere oplossing.
Er zijn verschillende mogelijkheden. Deze heten middelen en maatregelen (M&M):
• Afzondering
• Separatie
• Fixatie (vastpakken)
• Gedwongen medicatie
• Gedwongen vocht of voeding
Er moet altijd gekozen worden voor de minst ingrijpende M&M. Wanneer er middelen en maatregelen worden gebruikt, dan wordt dit ook altijd gemeld aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Dwangtoepassing op een vrijwillig opgenomen patiënt is alleen mogelijk als tegelijkertijd een IBS-procedure wordt gestart.
Beperking van vrijheden
Het voeren van telefoongesprekken, de ontvangst van post en bezoek en bewegingsvrijheid mag worden beperkt. Dit kan alleen als het nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de jeugdige, voor de orde in het ziekenhuis of ter voorkoming van strafbare feiten.
De jeugdige mag altijd bellen met de patiëntenvertrouwenspersoon, de advocaat, iemand van justitie of de inspecteur.
Er is een patiëntenvertrouwenspersoon (PVP)
In de kliniek is een PVP. De PVP komt op voor de belangen van de jeugdige en kan helpen wanneer de jeugdige ontevreden is over de behandeling. De PVP werkt ook voor jeugdigen die vrijwillig zijn opgenomen.
Verlof
Als het gevaar minder is geworden, dan kan de jeugdige tijdelijk met verlof. Bijvoorbeeld om een avond of weekend naar huis te gaan. Dit verlof wordt verleend door de geneesheer-directeur van het ziekenhuis, na advies van de behandelend psychiater. Het verlof mag maximaal 60 uur aaneensluitend duren. Bij een RM mag een jeugdige twee keer per jaar langer met verlof: maximaal 2 weken per keer.
Als er tijdens het verlof weer een gevaarlijke situatie ontstaat, dan wordt de jeugdige weer opgenomen.
Het is ook goed om te beseffen dat de BOPZ niet in het buitenland geldt en dat de kosten van eventuele repatriëring hoog en voor eigen rekening kunnen zijn als de verzekering dit niet dekt.
Elke instelling heeft een klachtenregeling voor het geval iemand niet tevreden is over zijn of haar behandeling. Het beste is om dit eerst met de hulpverlener zelf te bespreken. Het kan zijn dat er sprake is van een misverstand dat snel en gemakkelijk op te lossen is.
Ook kan de klacht worden voorgelegd aan leidinggevenden in het middenkader of aan de directie of de Raad van Bestuur. Maar als dit niet lukt, of de jeugdige en/of ouders geven de voorkeur aan behandeling van een klacht door een onafhankelijke klachtencommissie, dan is dit ook mogelijk. De klachtencommissie onderzoekt de klacht en doet daarover een uitspraak. De klachtencommissie kan ook bemiddelen om tot een oplossing te komen. Het klachtrecht is geregeld in de Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen en in de BOPZ.
Naast het klachtrecht bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg. Voorwaarde is wel dat de hulpverlener tegen wie de klacht zich richt is ingeschreven in het BIG-register. (zie www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl en www.ribiz.nl). Ook kan eventueel een beroep gedaan worden op de burgerlijke rechter en de strafrechter.




