Laatste update: 12-04-2010
Met medewerking van: mw. dr. C.G. Reichart, Curium-LUMC, mw. drs. Y.A.J. Stikkelbroek, Universiteit Utrecht, mw. dr. M. Serra, Accare
N.B: Informatie over de diagnostiek bij suïcidaliteit en de bipolaire stoornis is nog niet opgenomen in deze richtlijn.
> Algemeen
> Instrumenten
> Literatuur
Gezien de specifieke kenmerken van de problematiek verdient het bevragen van zowel kind/adolescent, ouders als leerkracht de voorkeur. De specifieke symptomen van een depressie en de ernst daarvan zouden uitgevraagd dienen te worden. Idealiter zou het instrument ook de mogelijkheid moeten hebben om verandering vast te stellen. Zo'n alles omvattend instrument is nu nog niet voorhanden. Bij de keuze van de instrumenten is met name geselecteerd op instrumenten:
- Waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij effectief zijn;
- Waarvan een goede Nederlandse vertaling en goede normgegevens beschikbaar zijn (dan wel binnenkort beschikbaar komen);
- Die aansluiten bij ‘de beste klinische praktijk’ binnen het vakgebied;
- Wanneer aanwezig wordt er ook gekeken naar de beoordeling door de COTAN.
Ten aanzien van een aantal van de voorgestelde instrumenten geldt dat ze in eerste instantie gericht zijn op het in kaart brengen van de aanwezige problematiek. De voorgestelde instrumenten kunnen echter ook gebruikt worden in het kader van behandelingsevaluaties.
Bij het onderzoek van kinderen en adolescenten met depressie is het belangrijk om rekening te houden met co-morbiditeit. Dit is zowel van belang bij de screening als bij de klinische diagnostiek. Voor de gestandaardiseerde meting van co-morbide stoornissen verwijzen wij naar de desbetreffende thema’s (Angst).
Tabel 1: Overzicht van aanbevolen instrumenten in deze richtlijn
| SCREENING DIAGNOSTIEK | ||||||
|
|
OUDERS |
KIND/ |
LEERKRACHT | OUDERS |
KIND/ |
THERAPEUT/ |
|
Interview |
|
|
K-SADS |
K-SADS ADIS-C |
|
|
|
Vragenlijst |
TRF SDQ/T |
CDI BDI IDS-SR |
IDS (therapeut) | |||
|
Niet-specifieke instrumenten |
|
CBSK/CBSA | ||||
Screening
Onderstaande aanbevelingen omtrent screening bij depressie zijn deels gebaseerd op de ‘Richtlijn addendum depressie bij jeugd’ van het Trimbos (2009). Het is belangrijk om te vermelden dat screening op depressie alleen zinvol wordt geacht als hier bij een positieve uitslag ook daadwerkelijk behandeling of interventie op volgt. Wanneer dit achterwege blijft creëert men enkel ongerustheid.
Het wordt aangeraden om een breed screeningsinstrument te gebruiken, zodat er ook rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van co-morbide stoornissen. Bij ‘çase finding’ voor de herkenning van depressie bij kinderen van 4-18 jaar kan men hiervoor de CBCL 1½-5 of CBCL 6-18 (Child Behavior Checklist) gebruiken, en in het bijzonder de DSM-IV schaal affectieve problemen. Als zelfrapportage lijst kan bij kinderen van 11-18 jaar gebruik worden gemaakt van de YSR (Youth Self Report), ook hier in het bijzonder van de DSM-IV schaal affectieve problemen. Daarnaast wordt aangeraden om vooral de kinderen en adolescenten zelf te bevragen en ter aanvulling ook de ouders of verzorgers.
Gebruik van de CDI als screeningsinstrument voor ‘mass screening’, ‘selective screening’ of ‘case finding’ wordt afgeraden. Alhoewel de CDI een zelfrapportage lijst is voor depressie kan de lengte van de lijst een praktisch bezwaar vormen bij het screenen.
Voor de screening op psychopathologie door huisartsen en bij eventueel screenen via scholen (bijvoorbeeld tijdens periodieke gezondheidsonderzoeken door de GGD) wordt aanbevolen om de SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) te gebruiken.
Klinische diagnostiek
Onderstaande aanbevelingen over klinische diagnostiek bij depressie zijn deels gebaseerd op de ‘Richtlijn depressie, addendum depressie bij jeugd’ van het Trimbos (2009).
Er dient onderscheidt te worden gemaakt tussen diagnostiek bij kinderen in de basisschool leeftijd en bij adolescenten omdat de verschijningsvorm van depressie nogal kan verschillen. Zo ziet men in de basisschoolleeftijd nog geen bipolaire of psychotische depressies en is het op de basisschoolleeftijd vaak nog moeilijk angststoornissen en depressie te differentiëren.
Klinisch interview: Bij het vermoeden van stemmingsstoornissen verdient het aanbeveling in de klinische diagnostiek een combinatie te gebruiken van een gestandaardiseerd klinisch-diagnostisch interview (afgenomen bij zowel ouders/verzorgers als het kind) en psychometrisch goed onderbouwde vragenlijsten. De eerste keus hiervoor is de K-SADS (Kiddie-SADS-lifetime versie). Voor kinderen van 4-11 jaar is de ADIS-C (Anxiety Disorders Interview Schedule-Childversion) een goede tweede optie, maar bij adolescenten is deze voor depressie te weinig differentiërend (Silverman et al, 1988). Van deze lijst is ook een ouderversie beschikbaar, de ADIS-P.
Wanneer men geen gebruikt maakt van een (semi-)gestructureerd interview wordt aanbevolen om in ieder geval alle DSM-IV symptomen van stemmingsstoornissen systematisch af te vinken op zowel aan- als afwezigheid.
Vragenlijsten: Deze kunnen aanvullende informatie geven over de ernst van de depressie en kunnen worden gebruikt om de behandelrespons te monitoren. De CDI (Children’s Depression Inventory) is daarvoor een geschikt instrument. Aanbevolen wordt om bij gebruik van deze zelfrapportagelijst na twee weken een herhaalde meting uit te voeren. Om een zo hoog mogelijke predictieve waarde te verkrijgen (86,3 %) dient men een cut-off van 16 te hanteren. Mogelijk is de CDI voor jongeren vanaf ca. 14-15 jaar te kinderachting. In die gevallen is een alternatief de IDS (Inventory for Depressive Symptomatology). Deze lijst is minder ‘kinderachtig’ en is sensitiever voor atypische depressie. Een ander alternatief is de BDI (Beck Depression Inventory)
Niet-specifieke instrumenten: Enkele instrumenten meten geen depressieve symptomen, maar kunnen wel nuttig zijn in de diagnostiek van depressie omdat ze problemen meten die vaak samen voorkomen met depressie, zoals zelfbeeld of eigenwaarde. De CBSK (Competentie Belevingsschaal voor Kinderen) of de CBSA (Competentie Belevingsschaal voor Adolescenten) is een internationaal bekende lijst die gevoel voor eigenwaarde en inschattingsvermogen van eigen vaardigheden meet.
Akkerhuis GW. (1997). Vertaling IDS. Utrecht: H.C. Rümke Groep
Van der Does AJW. (2002). BDI-II-NL. Handleiding. De Nederlandse versie van
de Beck Depression Inventory-2nd edition. Lisse: Harcourt Test Publishers
Goedhart A., Treffers F, Widenfelt B. (2003). Vragen naar psychische problemen bij kinderen en adolescenten: de Strengths and Difficulties Questionnaire. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. 58, p. 1018-1035
Reichart CG, Wals M, Hillegers M. (2000). Vertaling K-sads. Utrecht: H.C. Rümke
Groep
Siebelink BM, Treffers Ph.DA (2001) Nederlandse bewerking van het Anxiety Disorder Interview Schedule for DSM-IV: Child version van W.K. Silverman en A.M. Albano. Lisse / Amsterdam: Swets & Zeitlinger
Silverman,W.K., Nelles, W.B. ( 1988) The Influence of Gender on Children's Ratings of Fear in Self and Same-Aged Peers. Journal of genetic Psychology. 149, p. 17-22
Timbremont B, Braet C. Roelofs J. (2008) Handleiding Children’s Depression Inventory (herziene versie). Amsterdam: Pearson Assessment and Information B.V.
Treffers Ph.DA, Goedhart AW, Van den Bergh BRH, Veerman JW, Ackaert L, Rycke de L.(2002) Competentie-Belevingsschaal voor Adolescenten. Amsterdam : Harcourt test Publishers
Trimbos. (2009). Richtlijn Depressie, Addendum Depressie bij Jeugd. Stuurgroep multidisciplinairerichtlijnontwikkeling GGZ
Veerman JW, Straathof MAE, Treffers Ph.DA, Van den Bergh BRH, Ten Brink LY. (1997) Competentie-Belevingsschaal voor Kinderen (CBSK). Amsterdam: Harcourt test Publishers
Verhulst FC, Van der Ende J, Koot HM. (1996). Handleiding voor de CBCL/4-18. Rotterdam: Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC
Verhulst FC, Van der Ende J, Koot HM. (1997). Handleiding voor de Youth Self-Report (YSR). Rotterdam: Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC
Verhulst FC, Verheij F. (2009) Kinder- en jeugdpsychiatrie: onderzoek en diagnostiek. Assen: Koninklijke van Gorcum




