Laatste update: 25-02-2010
Met medewerking van: dhr. drs. B. Siebelink (Curium-LUMC), mw. drs. S. Borst (Curium-LUMC) en mw. dr. M. Serra (Accare)
>Algemeen
>Instrumenten
>Referenties
Algemeen
Bij het vermoeden van angst- en/of stemmingsstoornissen verdient het aanbeveling om in de diagnostiek een combinatie te gebruiken van een (semi-) gestructureerd klinisch-diagnostisch interview (afgenomen bij zowel ouders/verzorgers als het kind) en psychometrisch goed onderbouwde vragenlijsten. Bij de vragenlijsten kan onderscheid gemaakt worden tussen meer screenende vragenlijsten en vragenlijsten die zich richten op meer specifieke angst-aspecten. Bij de keuze van de instrumenten is met name geselecteerd op instrumenten:
- waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij effectief zijn;
- die aansluiten bij ‘de beste klinische praktijk’ binnen het vakgebied;
- waarvan een goede Nederlandse vertaling en goede normgegevens beschikbaar zijn (dan wel binnenkort beschikbaar komen).
Ten aanzien van de voorgestelde instrumenten geldt dat ze in eerste instantie gericht zijn op het in kaart brengen van de aanwezige problematiek. De voorgestelde instrumenten kunnen evenwel ook gebruikt worden in het kader van behandelingsevaluaties.
Bij het onderzoek van kinderen en adolescenten met Angststoornissen moet rekening worden gehouden met co-morbiditeit (depressie, schoolweigering, gedragsstoornissen). Voor de gestandaardiseerde meting daarvan verwijzen wij naar de desbetreffende protocollen:
-Depressie
-ODD/CD
Tabel 1: Overzicht van de aanbevolen instrumenten in deze richtlijn
|
|
Screening |
Diagnostiek |
|
Interview |
|
|
|
Vragenlijst |
SCAS |
R-CADS (work in progress) |
|
Niet-specifieke instrumenten |
|
PMT-K |
Screening: De SCAS (Spence Children’s Anxiety Scale) is een zelfrapportage vragenlijst voor kinderen en jeugdigen van circa 8 t/m 18 jaar. Er is ook een genormeerde ouderversie beschikbaar, de SCAS-p. Deze vragenlijst bestaat uit 44 items die gescoord worden op een schaal van 0 tot en met 3. Naast één totaalscore levert de lijst scores op 6 subschalen: paniek/agorafobie, separatieangst, sociale fobie, gegeneraliseerde angst, dwang en angst voor lichamelijke verwonding. De lijst is consistent met de DSM-IV classificatie van angststoornissen, met een algemene angststoornis waarbinnen de specifieke angststoornissen. Uitgebreid onderzoek met zowel de Engelstalige als de Nederlandse versie van de lijst heeft goede psychometrische eigenschappen aangetoond. Voor meer informatie hierover zie www.scasswebsite.com. De SCARED-R (Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders) is een vergelijkbare zelfrapportagelijst (correlatie van .89 met de SCAS). Deze lijst is bedoeld voor kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 8 tot en met 18 jaar en bestaat uit 66 items die zich richten op symptomen van de gegeneraliseerde angststoornis, separatieangststoornis, paniekstoornis, sociale fobie en schoolfobie. De SCARED-R is gericht op het maken van classificaties. De SCARED-R is na onderzoek bij zowel een klinische als niet-klinische populatie betrouwbaar en valide gebleken. De vragenlijst is ook geschikt voor het in kaart brengen van behandelingseffecten bij kinderen met angststoornissen. Van de lijst is inmiddels ook een, met name wat betfret sociale fobie , uitgebreidere lijst, de SCARED-71.
Klinische diagnostiek:De ADIS-C (Anxiety Disorders Interview Schedule) is een semi-gestructureerd interview dat kan worden afgenomen door de diagnosticus. Van dit interview is zowel een kindversie als een ouderversie beschikbaar. In het interview zijn hoofdstukken opgenomen over alle angststoornissen, inclusief de dwangstoornissen en de posttraumatische stress stoornis. Daarnaast wordt er uitvoerig aandacht besteed aan schoolweigering, een veel voorkomende complicatie van angststoornissen. Verder zijn er hoofdstukken over affectieve stoornissen, ADHD, de oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en de gedragsstoornis. Tenslotte is er een hoofdstuk met screeningsvragen over middelenmisbruik, schizofrenie, selectief mutisme, eetstoornissen en somatoforme stoornissen. Aangeraden wordt om in ieder geval de modules angststoornissen, schoolweigering, OCD en PTSS af te nemen, zowel bij het kind/jeugdige als de ouders. Aan de hand van het interview kunnen volgens de DSM-IV criteria angststoornissen en andere psychische stoornissen geclassificeerd worden Meerdere aspecten van angststoornissen worden nagevraagd. In het interview komen zowel ernst, intensiteit, mate van interferentie met het functioneren, controleerbaarheid en mate van vermijding met betrekking tot de stoornissen en symptomen aan de orde waarover de interviewer op basis van de interviews beoordelingen geeft en de uiteindelijk toe te kennen classificaties bepaald. Onderzoek met de DSM-IV versie van de ADIS-C laat over het algemeen bevredigende interbeoordelaar- en test-hertest betrouwbaarheid zien. Voorwaarde hierbij is dat de interviewer over voldoende kennis van DSM-IV en de behandelde stoornissen bezit.
Het interview kan ook gebruik worden om de effecten van behandelingen te evalueren en te zien of angststoornissen zijn verdwenen of in ernst zijn afgenomen.
De CASI (Childhood Anxiety Sensitivity Index) is een vragenlijst met 18 items die zich richt op de geneigdheid om met vrees te reageren op de lichamelijke, mentale en publiekelijk waarneembare symptomen van angst en die dan als bedreigend of catastrofaal te interpreteren. Onderzoek met zowel de oorspronkelijke Amerikaanse lijst als met de Nederlandse bewerking ervan heeft aangetoond dat de lijst een significante meerwaarde heeft wat betreft het voorspellen van angst en vrees. De Nederlandse versie van de CASI blijkt betrouwbaar en valide te zijn.
Een andere vragenlijst, die is gericht op sociale fobie, is de SPA-I (Social Phobia and Anxiety Inventory for Children). Deze lijst bevat 26 items en kan worden afgenomen wanneer men bij een kind of jeugdige een sociale fobie vermoedt. Bij een score boven het "afbreekpunt" dient een klinisch interview verder uit te wijzen of er sprake is van een sociale fobie. De lijst richt op de somatische, cognitieve en gedragsaspecten van sociale fobie. Voor onderzoek is de lijst beschikbaar maar duidelijke normdata zijn op dit moment nog niet voorhanden.
De PSWQ-C (Penn State Worry Questionnaire for Children) is een vragenlijst van 14 items die zich richt op de neiging tot piekeren. In de DSM-IV wordt dit als één van de hoofdkenmerken van de gegeneraliseerde angststoornis aangeduid. Doordat de lijst kort en snel is af te nemen handig in gebruik, maar normdata zijn op dit moment slechts in beperkte mate voorhanden.
Voor het kwantificeren van angst bij kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar is er de VAK (Vragenlijst voor Angst bij Kinderen) gepubliceerd in 1995. Van deze zelfrapportage wordt een nieuwe versie verwacht (de VAK 4-12) . Met behulp van deze zelfrapportage-vragenlijst worden door middel van 80 items die situaties en objecten beschrijven die bij kinderen angst kunnen oproepen, systematisch de stimuli in kaart gebracht die geassocieerd zijn met de disfunctionele angst bij het kind. Behalve voor individuele psychodiagnostiek kan de lijst ook worden gebruikt voor het vaststellen van behandelingseffecten en voor wetenschappelijk onderzoek.
Niet specifieke instrumenten: Een instrument dat niet specifiek is gericht op het meten van angst, maar op het meten van prestatiemotief, sociale wenselijkheid en positieve en negatieve faalangst, is de Prestatie Motivatie Test voor Kinderen (PMT-K). Deze vragenlijst kan worden ingezet bij de individuele diagnostiek bij kinderen van 10 tot 16 jaar, maar ook als hulpmiddel bij begeleiding in de onderwijs- en/of gezinssituatie.
‘Work in progress’:Nog in ontwikkeling, maar potentieel van belang: de RCADS (Revised Child Anxiety and Depression Scale). Deze zelfrapportagelijst is een uitbreiding van de SCAS en meet behalve enkelvoudige klachten en lichte klachten van de gegeneraliseerde angststoornis ook symptomen van onder andere depressie en bevat extra worry-vragen.
Beidel DC, Turner SM, Morris TL. (1998). SPAI-C. Social Phobia & Anxiety Inventory for Children. Manual. New York: Multi-Health Systems Inc.
Birmaher B, Khetarpal S, Brent D, Cully M, Balach L, Kaufman J, McKenzie Neer S. (1997). The Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders (SCARED): Scale construction and psychometric characteristics. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.
Bodden DHM, Bögels SM, Muris P. (2009). The diagnostic utility of the Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders-71 (SCARED-71). Behaviour Research and Therapy.
Chorpita BF, Moffitt CE, Gray J. (2005). Psychometric properties of the revised child anxiety and depression scale in a clinical sample. Behaviour Research and Therapy.
Chorpita BF, Yim L, Moffitt C, Umemoto LA, Francis SE (2000) Assessment of symptoms of DSM-IV anxiety and depression in children: a revised child anxiety and depression scale. Behaviour Research and Therapy.
Muris P, Steerneman P. (2001). The revised version of the Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders (SCARED-R): first evidence for its reliability in a clinical sample. The British Psychological Society.
Muris P, Meesters C, Gobel M. (2001). Reliability, validity, and normative data of the Penn State Worry Questionnaire in 8-12-yr-old children. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry.
Ollendick TH. (1983). Reliability and validity of the Revised Fear Survey Schedule for Children (FSSC-R). Behaviour Research and Therapy.
Oldehinkel AJ. (2000). Nederlandse vertaling van de Revised Child Anxiety and Depression Scale (RCADS). [Dutch translation of the Revised Child Anxiety and Depression Scale]. Groningen: Department of Psychiatrie (RUG)
Oosterlaan J, Prins PJM, Hartman CA, Sergeant JA. (1995). Vragenlijst voor Angst bij Kinderen. Handleiding. Lisse: Swets Test Services.
Oosterlaan, Prins, Hartman, Sergeant (1995/2008). Handleiding VAK. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Scholing A, Nauta MH, Spence SH. (1999). Spence Children´s Anxiety scale (Dutch Translation of Child Version. Amsterdam: University of Amsterdam.
Scholing A, Nauta MH, Spence SH. (1999b). Spence Children´s Anxiety scale (Dutch Translation of Parent Version. Amsterdam: University of Amsterdam.
Siebelink BM, Treffers Ph. DA. (2001). Nederlandse bewerking van het Anxiety Disorder Interview Schedule for DSM-IV: Child version van W.K. Silverman en A.M. Albano. Lisse / Amsterdam: Swets & Zeitlinger.
Siebelink BM, Treffers Ph. DA, van Widenfelt BM. (1998). Nederlandse vertaling van de PSWQ-C (PSWQ-K). Oestgeest: Curium.
Silverman WK, Albano AM. (1996). Anxiety Disorders Interview Schedule for DSM-IV Child Version, Child Interview Schedule. San Antonio. The Psychological Corporation.
Silverman WK, Fleissig W, Rabian B, Peterson RA. (1991). Childhood Anxiety Sensitivity Index. Journal of Clinical Child Psychology.
Spence SH. (1999). Spence Children´s Anxiety Scale- Parent Version. Brisbane, QLD, Australia: University of Queensland.
Utens EMWJ, Ferdinand RF. (2000). Nederlandse vertaling van de MASC (MASC-NL). Rotterdam: AZR-Sophia/Erasmus Universiteit.
Utens EMWJ, Ferdinand RF, Bögels SM. (2000). Nederlandse vertaling van de SPAI-C (SPAI-C NL). Rotterdam: AZR-Sophia / Erasmus Universiteit.
Vercruysse T, Bijttebier P. (2000). De Vragenlijst voor Angst bij Kinderen doorgelicht. Tijdschrift Klinische Psychologie.
Widenfelt BM van, Siebelink BM, Goedhart AW, Treffers Ph. DA. (2002). The Dutch Childhood Anxiety Sensitivity Index: Psychometric properties and factor structure. Journal of Clinical Child Psychology.




