Farmacokinetische aspecten/ interacties
Citalopram wordt gemetaboliseerd door CYP2C19 en in geringe mate door CYP2D6. Hierdoor is er weinig kans op interactie met de antipsychotica.
Registratie
In Nederland wordt het gebruik bij kinderen tot 18 jaar ontraden.
Effectiviteit/indicaties
Citalopram is adequaat onderzocht op repetitief gedrag bij ASS (niet effectief) en depressie (1 studie positief en 1 studie negatief). Open onderzoek is verricht bij angststoornissen en ASS. Het wordt voorgeschreven bij OCS.
Toxiciteit (voorzorgen, absolute contra-indicaties)
Citalopram kan de volgende toxische effecten veroorzaken:
- Een dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval.
- Gevallen van ventriculaire aritmie, waaronder Torsade de Pointes, zijn gerapporteerd tijdens de postmarketing periode, voornamelijk bij vrouwelijk patiënten, bij patiënten met hypokaliëmie en bij patiënten met een reeds bestaande verlenging van het QT-interval of andere hartziektes.
- Citalopram is gecontraïndiceerd voor patiënten met een bekende verlenging van het QT-syndroom. Gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen die het QT-interval kunnen verlengen is ook gecontraïndiceerd.
- Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van Torsades de Pointes, zoals patiënten met congestief hartfalen, recent myocard infarct, of bradyaritmieën of met aanleg voor hypokaliëmie of hypomagnesiëmie als gevolg van co-morbiditeit of co-medicatie.
Tolerantie (bijwerkingen)
- Citalopram is geassocieerd met een dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval.
- Citalopram is gecontraïndiceerd bij patiënten met een bekende verlenging van het QT-interval of het aangeboren lange QT-syndroom.
- Het gebruik van citalopram met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen is gecontraïndiceerd.
- Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van van Torsade de Pointes, zoals patiënten met congestief hartfalen, recent myocard infarct of bradyaritmieën of met aanleg voor hypokaliëmie of hypomagnesiëmie als gevolg van co-morbiditeit of co-medicatie.
Zie ook bijwerkingen algemeen onder SSRI's.
Gebruiksaspecten
Dosering: Start met 1 of 2 druppels dd. Per week met een of twee druppels ophogen tot 8 druppels dd. Gezien de halfwaardetijd (12 tot 24 uren) kan éénmaal daags of tweemaal daags gedoseerd worden. Altijd geldt: langzame verhoging op geleide van klinisch beeld. Na opbouw van de dosis tot 8 druppels is de dosis om te zetten in een tablet van 20 mg dd. Bij jeugdigen met een lichaamsgewicht onder de 50 kg wordt aangeraden de maximale dagdosering te beperken tot 20 mg. Bij een lichaamsgewicht boven de 50 kg is de maximale dagdosering 40 mg.
Polyfarmacie: Citalopram kan soms gecombineerd worden met methylfenidaat, clonidine of een antipsychoticum. In verband met het gevaar voor het "serotonerg syndroom" niet combineren met een MAO-remmer of andere serotonine agonisten. Citalopram remt zelf geen andere CYP-P450 enzymen in relevante mate.
Toepasbaarheid
Citalopram lijkt, met de nodige voorzorgen, veilig toepasbaar. Door de vloeistofvorm is het middel laag te doseren en interacties met andere psychofarmaca zijn nauwelijks te verwachten. Het wordt bij depressie voorgeschreven in geval van non-respons op de behandeling met fluoxetine.




