De afgelopen jaren is er een enorme toename geweest in het gebruik van psychofarmaca bij kinderen en jeugdigen. Enkele uitkomsten van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK):
- ADHD middelen (2007): een kwart van de gebruikers is 10 jaar of jonger en 44% van de gebruikers is tussen de 11 en 20 jaar oud.1
- ADHD middelen (2008): in vijf jaar tijd is het gebruik van deze middelen verdrievoudigd.2
- SSRI’s (2009): het gebruik door jongeren, onder 21 jaar, daalde tijdelijk na de CBG waarschuwing in 2005. Echter vanaf 2007 nam het gebruik weer toe.3
Geneesmiddelen zijn bij kinderen veel minder onderzocht dan bij volwassenen. In veel gevallen zijn de middelen niet officieel geregistreerd voor de toepassing bij kinderen (en worden “off-label” voorgeschreven). Hierdoor is een belangrijke discussie ontstaan over hoe het nu zit met de effecten van geneesmiddelen bij kinderen.4 Een positieve ontwikkeling daarbij is dat de laatste jaren steeds meer klinisch hoogwaardig onderzoek wordt gedaan naar de effecten van psychofarmaca bij kinderen. Dit is echter een langdurig en zeer arbeidsintensief proces, waarbij slechts zeer geleidelijk nieuwe bevindingen beschikbaar komen. Vanuit het pediatrische veld zijn inmiddels de nodige initiatieven om dit proces te versnellen door het vormen van nationale en internationale onderzoeksnetwerken.5
Tegen deze achtergrond heeft het Landelijk Kenniscentrum zich ten doel gesteld de voortschrijdende kennis op het gebied van de psychofarmacologie bij kinderen en jeugdigen te bundelen, te beoordelen op kwaliteit en up-to-date te houden. Op grond van de beschikbare evidentie worden aanbevelingen gedaan over welke middelen wanneer kunnen worden toegepast. Daarmee hoopt zij een bijdrage te leveren aan het zo goed als mogelijk medicamenteus behandelen van kinderen en jeugdigen met een psychiatrische stoornis.




