Professionals

Mail uw kennis door!

Aanvulling op Prochaska en DiClimente

Auteur: Ward van Alphen
Laatst bijgewerkt: juni 2010

Over het veel gebruikte model van Prochaska en DiClemente kunnen een aantal dingen gezegd worden.

Het model biedt een duidelijke fasering, maar de vraag is of we deze motivatiefasen ook objectief kunnen vaststellen. Dat blijkt tegen te vallen (1), hetgeen zou kunnen pleiten voor het gebruik van gestandaariseerde vragenlijsten zoals de ANSOCQ (5). Een probleem is daarbij wel, dat de ANSOCQ zich richt op gedachten over motivatie, waar clinici er op wijzen dat het buitengewoon belangrijk is om daadwerkelijke verandering/actie als graadmeter van motivatie mee te nemen en dit ook terug te koppelen in de behandeling (1).

Er zijn inmiddels varianten op dit model verschenen, zoals dat van Freeman en Dolan (2). Hierin komt oa het doorlopende karakter van wisselingen in motivatie beter tot zijn recht. Bovendien maakt het ook duidelijk dat er sprake kan zijn van non-contemplatie (geen enkel probleembesef) of van anti-contemplatie (actief verzet tegen behandeling/verandering). Verder is er nog een subgroep te onderscheiden: jonge meiden met sterk ondergewicht en weinig verbalisatie, die met zelfs met technieken geschikt voor de precontemplatiefasen moeilijk te bereiken zijn, en met name lijken te profiteren van aspecifieke steun.

De vraag is, of een cyclisch model zoals dat van Prochaska en DiClimente , in de werkelijkheid wel wordt teruggezien, waar motivatiefasen kriskras door elkaar kunnen lopen (1).

Een andere vraag is: wat doen we nu met deze motivatiefasen? Tips hiervoor zijn o.a. terug te vinden bij Verheij (4) en Spaans & Bloks (3), waarbij met name psycho-educatie (gesprekken maar ook door middel van lezen, beeldmateriaal) van belang is voor de “vroege” fasen, “doe”-opdrachten vanaf de comtemplatiefasen. Men moet oppassen om niet te snel afspraken over behandeling te willen maken, als de patiënt daar nog niet aan toe is. Waller pleit ervoor, om bij motivatieproblemen - zeker bij een ambulante doelgroep - de behandelcontacten desnoods tijdelijk te verminderen, om zo ook schade aan het potentieel effect van een therapie te voorkomen (1). De diagnostische fase in een behandeltraject (en terugkoppeling daarover) kan ook worden gezien als een middel om motivatie te beïnvloeden (voorbeeld: door het invullen van een vragenlijst krijg je ook meer inzicht over jezelf).

Waller heeft onlangs een review van de literatuur gepresenteerd, op basis van 58 artikelen uit 4 verschillende databases. Hieruit komen een 8-tal houdingsaspecten naar voren die van belang lijken bij het motiveren van patiënten met een eetstoornis (1):

  1. Samenwerking en alliantie-vorming
  2. Bevorderen van autonomie
  3. Acceptatie
  4. Empathie en begrip.
  5. Transparantie
  6. Nieuwsgierigheid
  7. Vasthouden van behandeldoelen (focus)
  8. Inzet van lange termijn perspectief (ambivalentie induceren).

Verschillende van deze factoren zijn ook terug te vinden in literatuur over motivatietechnieken bij jongeren (6).

Uit de literatuur blijkt, dat het effect op de behandeling van motivatie-verhogende interventies op zich beperkt is, maar dat aspecten rondom motivatie in de lopende behandeling wel degelijk moeten worden meegenomen (zie Treasure 2007).

Klik hier voor de motivatiefasen van Prochaska en Diclemente.

 Literatuur

1. Workshop Glenn Waller “The myths of motivation: Time for a fresh look at some received wisdom. International Conference on Eating Disorders, AED, Salzburg 2010.

2. Freeman A, Dolan M Revisiting Prochaska and Diclimente’s Stages of Change Theory: An expansion and specification to aid in treatment planning and outcome evaluation. Cognitive and Behavioral Practice 8, 224-234

3. Spaans J, Bloks H Motivering tot verandering. Uit; Vanderweycken W, Noordenbos G (eds) Handboek eetstoornissen. Utrecht, De Tijdstroom, 2002 , 115-144

4. Verheij F Anorexia nervosa en andere eetstoornissen met magerte of vermagering. Uit: Verheij F, Verhulst FC, Ferdinand RF (eds). Kinder- en jeugdpsychiatrie. Behandeling en begeleiding. Assen, Van Gorcum, 2007 180-212.

5. Rieger E. Touyz SW Beumont PJ. The Anorexia Nervosa Stages of Change Questionnaire (ANSOCQ): information regarding its psychometric properties. Int J Eat disorders 2002 Jul 32(1) 24-38

6. Baer JS, Peterson PL. Mtivational Interviewing with Adolecents and Young Adults. In: Miller WR, Rollnick S (eds.) Motivational Interviewing. Preparing People for Change. New York, The Guilford Press, 2002 (2e druk), 320-32

 

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: