Auteur: Rian Teeuw
Bij anorexia nervosa patiënten wordt het zogenaamde laag T3 syndroom gezien waarbij een laag T3 wordt gevonden bij een normaal / subnormaal TSH. Het primaire defect is een verminderde activiteit van 5’- deionidase wat T4 in T3 moet omzetten. Hetzelfde defect treedt op bij andere redenen voor ondervoeding. Er ontstaat een verhoogde productie van de inactieve metaboliet reverse T3 (rT3). Ook het lage IGF-1 en het verhoogde cortisol dragen hiertoe bij. Het euthyroid sick syndrome is reversibel en een adaptatie aan de slechte voedingstoestand. Het lage T3 is mogelijk niet alleen het gevolg van gestoorde deiodinisatie maar mogelijk ook van een gestoorde respons van de schildklier op TSH.
Schildklierhormoonsuppletie is niet geïndiceerd.
Literatuur
Rijn CA van (1998). Anorexia nervosa en boulimia nervosa. II: Somatische gevolgen van ondervoeding. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 142(33): 1863-1869
Stoving RK,(et al.)(1999). A review of endocrine changes in anorexia nervosa. Journal of Psychiatric Research, 33: 139-152




