Auteur: Rian Teeuw
Tijdens de fase van ondergewicht wordt bij anorexia nervosa structurele afwijkingen van het cerebrum vastgesteld. Op CT wordt vergroting van de liquorruimtes gezien zowel dilatatie van de ventrikels als vergroting van de sulci met corticale atrofie, meestal, maar niet altijd reversibel. MRI toont vergelijkbare afwijkingen. De witte stof afwijkingen normaliseren na gewichtsherstel maar de grijze stof afwijkingen kunnen persisteren.
Tijdens ondergewicht wordt cognitieve dysfunctie vastgesteld. Sommige patiënten toonden persisterende neuropsychologische afwijkingen met behulp van testen. Het is nog niet duidelijk of de veranderingen bij beeldvorming gepaard gaan met klinisch gestoorde hersenfuncties. PET-scan toont hyperactiviteit van het caudatus gebied tijdens de fase van ondervoeding met milde rechts/links asymmetrie. Bij SPECT worden asymmetrische bloeddoorstromingspatronen gezien in het temporaal kwabben die niet reversibel zijn. De betekenis hiervan is onduidelijk.
Literatuur
American Psychiatric Association (2000). Practice guideline for the treatment of patients with eating disorders (revision). American Journal of Psychiatry, 157(1): 1-39
Fisher M (et al.)(1995) Eating disorders in adolescents: a background paper. Journal of Adolescent Health, 16: 420-437
Herholz K (1996). Neuroimaging in anorexia nervosa. Psychiatry Research 62: 105-110
Lask B, Waugh R, Gordon I (1997). Childhood-onset anorexia nervosa is a serious illness. Annals of the New York Academy of Sciences, 817: 120-126




