Auteur: Rian Teeuw
De incidentie van cardiovasculaire afwijkingen is verhoogd bij anorexia nervosa, waardoor er een verhoogd risico bestaat op plotselinge hartdood door hartritme-stoornissen.
Lage bloeddruk, orthostatische hypotensie en bradycardie worden bij iedere patiënt gezien en zijn een aanpassing aan de slechte voedingstoestand. Vaak is er een souffle als gevolg van een klinisch niet belangrijke mitralisinsufficiëntie. Er is vaak sprake van een afgenomen linker ventrikel massa en vulling met systolische dysfunctie.
Met name bij purgerende patiënten kunnen specifieke ECG-afwijkingen bestaan, passend bij een hypokaliëmie. Hypokaliëmieën met ECG afwijkingen vormen een indicatie voor ritmebewaking en intraveneuze kaliumsuppletie.
Verlenging van de QT-tijd wordt in wisselende mate gezien. Een verlengde QT-tijd correleert met een hoger risico op ventriculaire ritmestoornissen (torsade de pointes) maar het verband tussen de lengte van de QT-tijd en het risico op ritmestoornissen is met name onderzocht bij medicatie die de QT-tijd verlengt en bij congenitaal lange QT-tijd syndromen. De exacte betekenis bij anorexia nervosa is onbekend. Naast QT-tijd verlenging wordt een toegenomen QT-tijd dispersie gezien. Onder QT-interval dispersie wordt verstaan het verschil tussen de langste en de kortste QT-tijd in elk van de 12 afleidingen van een ECG. Bij patiënten met een congenitaal lange QT-tijd syndroom is de QT-dispersie eveneens toegenomen en een marker voor plotselinge dood.
QTc interval verlenging en toegenomen QTc dispersie kunnen worden gerelateerd aan enerzijds de ernst van het ondergewicht en anderzijds de snelheid van het gewichtsverlies. Als grens waarboven de kans op ritmestoornissen sterk verhoogd is, wordt een op RR interval gecorrigeerde QT-tijd (= QTc) van 450 msec bij mannen en 470 msec bij vrouwen aangehouden.
Na hervoeden treedt normalisatie van de QT-tijd en de QT-tijd dispersie op.
QT-tijd verlengende medicatie of aritmogene medicatie (een aantal neuroleptica, tricyclische antidepressiva, metoclopramide, quinolonen) zijn bij een preëxistente verlengde QT-tijd relatief gecontra-indiceerd, waarbij combinaties van QT-tijd verlengende medicijnen zeker vermeden moeten worden.
De kans op decompensatio cordis is het grootst in de eerste 2 weken van het hervoeden.
Literatuur
Swenne I, Larson PT (1999). Heart risk associated with weight loss in anorexia nervosa and eating disorders: risk factors for QTc interval prolongation and dispersion. Acta Paediatrica, 88: 304-9
Lupoglazoff JM (et al.)(2001). Consequences cardiaques de l’anorexie mantale de l’adolescence. Archives des Maladies du Coeur et des Vaisseaux, 94: 494-8
Kass RS, Moss AJ (2003). Long QT syndrome: novel insights into the mechanisms of cardiac arrhythmias. Journal of Clinical Investigation, 112(6): 810-5.
Dec GW, Biederman J, Hougen TJ (1987). Cardiovasculair findings in adolescent patients with anorexia nervosa. Psychosomatic Medicine, 49: 285-90
Al-Khatib SM (et al.)(2003). What clinicians should know about the QT interval. JAMA, 289: 2120-212
Cooke RA (et al.)(1994). QT-interval in anorexia nervosa. British Heart Journal, 72: 69-73
Swenne I (2000). Heart risk associated with weight loss in anorexia nervosa and eating disorders: electrocardiographic changes during the early phase of refeeding. Acta Paediatrica, 89: 447-52.
Isner JM (et al.)(1985). Anorexia nervosa and sudden death. Annals of Internal Medicine, 102: 49-52
Galetta F (et al.)(2002). QT-interval dispersion in Young women with anorexia nervosa. Journal of Pediatrics, 140: 456-60
Swenne I, Larsson PT (1999). Heart risk associated with weight loss in anorexia nervosa and eating disorders: risk factors for QTc interval prolongation and dispersion. Acta Paediatrica, 88: 304-9
Moss AJ (1993). Measurement of the QT interval and the risk associated wit h QTc interval prolongation: a review. American Journal of Cardiology, 72: 23B-25B
Cooke RA, Chambers JB (1995). Anorexia nervosa and the heart. British Journal of Hospital Medicine, 54: 313-7




