Professionals

Mail uw kennis door!

Somatiek bij eetstoornissen

Informatie afkomstig van http://www.eetstoornis.info/ met dank aan Rian Teeuw, kinderarts in het AMC Emma kinderziekenhuis.

Laatst bijgewerkt: maart 2012.

> Algemeen
> Somatische gevolgen van een eetstoornis
> Eetpatroon en gewicht
> Refeeding-syndrome
> Sondevoeding
> Literatuur

Algemeen

Eetstoornissen hebben invloed op een groot aantal lichamelijke processen. Bij anorexia nervosa spelen adaptaties van het lichaam aan de situatie van ondervoeding die omkeerbaar en niet levensbedreigend zijn. Kennis van deze processen is nuttig om overdiagnostiek te voorkomen. Daarnaast kunnen er acute levensbedreigende complicaties optreden, deze vereisen medisch handelen. Tevens kan er sprake zijn van complicaties die op lange termijn niet (volledig) omkeerbaar zijn.
Bij boulimia nervosa worden vooral de gevolgen gezien van purgerend gedrag. Bij boulimia nervosa en bij eetbuistoornis kan overgewicht ontstaan, de somatische complicaties van overgewicht en (morbide) obesitas worden hier niet verder besproken.

Naar boven

Somatische gevolgen van een eetstoornis 

Anorexia nervosa
De somatische gevolgen van anorexia nervosa zijn afhankelijk van de mate van ondergewicht, de snelheid van gewichtsverlies, de sekse en de leeftijd van de patiënt. Wanneer sprake is van purgerend gedrag (braken, laxeermiddelenmisbruik) is er een hoger risico op dehydratie en elektrolytenstoornissen, vooral hypokaliaemie. Onderscheid tussen de restrictieve en purgerende vorm is daarom van belang. Naast misbruik van laxantia kan er ook misbruik zijn van diuretica, insuline, schildklierhormoon- of dieetpillen (amfetaminen).

Bij kinderen en adolescenten kunnen potentieel irreversibele afwijkingen optreden zoals groeiretardatie, vertraging of zelfs stoppen van de puberteitsontwikkeling, osteopenie met afgenomen piekbotmassa en een mogelijk effect op het groeiende en zich ontwikkelende brein.

De somatische complicaties bij jongens zijn ernstiger dan bij meisjes, mogelijk ten gevolge van de late diagnosestelling.

Soms is er sprake van een somatisch ziektebeeld naast de eetstoornis. Zo komen eetstoornissen significant vaker voor bij vrouwen met diabetes mellitus type 1, waarbij de complicaties van dit ziektebeeld toenemen vanwege onderdoseren van insuline.
Bij sommige patiënten ziet men complicaties van automutilatie.

Klik hier voor een overzicht van de somatische gevolgen van anorexia nervosa.

De belangrijkste acute complicaties van anorexia nervosa zijn:
Hypoglycaemie
Cardiovasculaire afwijkingen
Stoornissen in het maagdarmkanaal
Renale complicaties
Stoornissen in de vocht- zuurbase- en elektrolythuishouding

Lange termijn somatische complicaties van anorexia nervosa zijn:
Groeiretardatie
Stoornissen puberteitsontwikkeling, amenorroe, infertiliteit
Botmetabolisme en osteoporose
Mogelijk effect op het groeiende en zich ontwikkelende brein

Adaptatieprocessen bij ondervoeding die volledig reversibel zijn:
Tijdens ondervoeding treden adaptatieprocessen op. De belangrijkste zijn; verlaagde bloeddruk en lage hartfrequentie (zie Cardiovasculaire afwijkingen), endocriene veranderingen van onder andere het schildkliermetabolisme en het hypercortisolisme, en veranderingen aan de huid.

Kennis van deze processen is nuttig om overdiagnostiek te voorkomen.

Boulimia nervosa
De somatische gevolgen van boulimia nervosa zijn het gevolg van de eetbuien en van het compensatoir gedrag: wanneer dit bestaat uit braken, laxeren of misbruik van andere geneesmiddelen zijn de gevolgen ernstiger.

Eetbuienstoornis
Tijdens eetbuien wordt de activiteit van het sympathisch zenuwstelsel verhoogd. Het gevolg is hevig transpireren, een snelle hartslag en een gevoel van benauwdheid. Als de voeding veel cholesterol bevat, kan er hypercholesterolaemie ontstaan. Het periodiek tot zich nemen van zeer grote hoeveelheden voeding kan leiden tot een opgeblazen gevoel, maag- en buikpijn, en zeldzamer: oesofagitis, maag- en duodenumulcera. Eetbuien leiden bijna nooit tot een acute maagruptuur.
Eetbuienstoornis is sterk gerelateerd aan overgewicht en morbide obesitas, met alle fysiologische, metabole en immunologische dysfuncties van dien.

Naar boven

Eetpatroon en gewicht

Belangrijke kenmerken van een eetstoornis zijn een verstoord eetpatroon en een laag gewicht. Het is van belang een goede inschatting te maken van de energiebehoefte zodat een goed advies kan worden gegeven over volwaardige voeding en een normaal eetpatroon.

Het advies voor kinderen en adolescenten met anorexia nervosa met ondergewicht is tijdens de gewichtshandhaving een energie-inname te hebben van 40-60 kcal/kg/dag.

Een gezond gewicht bij pre-menarchale adolescenten is bereikt wanneer een normaal niveau van psychische en somatische ontwikkeling terugkeert. Het doelgewicht kan worden vastgesteld met behulp van een groeicurve (longitudinale lengte en gewichtsmetingen).

Het is niet wetenschappelijk bewezen wat het ideale tempo is voor gewichtsstijging maar in de MDR Eetstoornissen van het Trimbos instituut (2006) wordt verwezen naar de NICE-richtlijn en de APA-richtlijn en het volgende advies uitgebracht: In een ambulante setting is 0,5 kg/week het streven, in een psychiatrisch klinische setting moet worden gestreefd naar 0,5-1,5 kg/week en in een somatisch klinische setting kan worden gestreefd naar 1-2 kg/week. Er is echter geen bezwaar tegen het maken van individuele afspraken om per week meer in gewicht aan te komen zolang er rekening wordt gehouden met de risico’s op een refeeding syndrome. Ter preventie van het refeeding syndrome dient men de hoeveelheid calorieën per 24 uur geleidelijk aan op te hogen waarbij men start met 30-40 kcal/kg (Trimbos, 2006).

Wanneer patiënten ernstig ondergewicht en een minimale voedselintake hebben kunnen zij in aanmerking komen voor ziekenhuisje thuis.

Naar boven

Refeeding syndrome

Het is mogelijk dat tijdens het hervoeden complicaties optreden. De kans op complicaties is tijdens de eerste twee weken van het hervoeden het grootst. Tijdens deze periode moet worden gelet op vochtretentie met perifeer oedeem, decompensatio cordis, hartritmestoornissen en hypofosfatemie.
Wanneer sprake is van ernstig ondergewicht (<70% van het ideaalgewicht) of het totale klinische beeld dit aangeeft moeten gewicht, vochtbalans en inname dagelijks worden gecontroleerd. De vitale functies moeten regelmatig worden gecontroleerd en daarnaast moeten meerdere malen per week elektrolyten, calcium, fosfaat en het ECG worden gecontroleerd.
Het risico op het optreden van het refeeding syndrome kan worden verkleind door het gebruik van normale voeding en een geleidelijke opbouw van calorische inname. Het risico is groter bij toedienen van sondevoeding en het grootst wanneer dit parenteraal gebeurd. Wanneer sondevoeding noodzakelijk is, heeft toediening per bolus daarom de voorkeur (Trimbos, 2006).

Naar boven

Sondevoeding

Normale voeding heeft altijd de voorkeur bij het hervoeden van patiënten met anorexia nervosa. Sondevoeding is echter geïndiceerd bij extreme cachexie en uitputting of wanneer er ernstige medische complicaties bestaan (Trimbos, 2006). Indicaties voor sondevoeding zijn: terminale ondervoeding met bradyfrenie en spierzwakte; een suspecte anamnese voor, of aangetoonde hypoglykemieën en uitputting, waardoor er onvermogen is om een normaal dieet met voldoende calorische inhoud te gebruiken; en recidiverende hypoglykemieën bij ernstige ondervoeding. Voor het aanvangen van de sondevoeding is het vanuit patiëntenperspectief wenselijk contact op te nemen met de diëtist over de kwaliteit en de kwantiteit van de sondevoeding.

Trimbos, 2006: “Het heeft de voorkeur dat de stap om sondevoeding toe te dienen gebeurt binnen de context van een met de patiënt en/of wettelijke vertegenwoordigers van tevoren opgesteld behandelplan. Ook al durft de patiënt niet te eten of te stoppen met purgeren uit angst om aan te komen, het is vaak nog wel mogelijk om afspraken te maken over stappen in een levensbedreigende situatie voordat deze bereikt is. Bij het bespreken daarvan hoort met redenen te worden aangegeven waar de grenzen liggen van de vrije keuze. Het opstellen van een dergelijk behandelplan waarin de patiënt zoveel mogelijk zelf keuzes kan maken behoort tot de psychiatrische of psychotherapeutische zorg, in samenwerking met de somatici, en is onderdeel van een behandelrelatie en het ingaan van een motiveringstraject. Indien met duidelijkheid en respect is gehandeld zal de sondevoeding beter worden geaccepteerd en de behandelrelatie niet worden geschaad.”

Tijdens de periode van hervoeden door middel van sondevoeding heeft de patiënt baat bij een bejegening in de vorm van interesse voor de persoon, het ervaren van contact en aandacht en respect voor de angst (trimbos, 2006).

Naar boven

Literatuur

Katzman DK, Zipursky RB (1997). Adolescents with anorexia nervosa: the impact of the disorder on bones and brains. Annals of the New York Academy of Sciences, 817: 127-1375

Multidisciplinaire richtlijn Eetstoornissen Trimbos instituut. (2006).

Rodin G, Daneman D, DeGroot J (1993). The interaction of chronic medical illness and eating disorders. In: Kaplan AS (ed) (et al.) Medical issues and the eating disorders: the interface. New York: Brunner/Mazel (p p179-181)

Rijn CA van (1998). Anorexia nervosa en boulimia nervosa II: somatische gevolgen van ondervoeding. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 142: 1863-6

Rijn CA van (1998). Anorexia nervosa en boulimia nervosa III: Somatische gevolgen van purgeren. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 142: 1867-9

Siegel JH (et al.)(1995). Fellowship forum medical complications in male adolescents with anorexia nervosa. Journal of Adolescent Health, 16: 448-453

Turner J (et al.)(2000). Detection and importance of laxative use in adolescents with anorexia nervosa. Journal of the American Academy of Child & Adolescent, 39: 378-85

Yager J, Young RT (1992) Eating disorders and diabetes mellitus In: Yager J (ed) (et al.) Social problems in managing eating disorders. Washington, DC: American Psychiatric Press, (pp 185-203)

Naar boven

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: