Professionals

Mail uw kennis door!

Psychofarmaca bij adolescenten met ADHD of depressie en middelenmisbruik

> Samenvatting
> Algemeen
> Effect van psychofarmaca op het ontwikkelen van middelenmisbruik bij kinderen en adolescenten met ADHD
> Effect van psychofarmaca op middelenmisbruik bij adolescenten tot 23 jaar met ADHD en middelenmisbruik
> Effect van psychofarmaca op middelenmisbruik bij adolescenten tot 23 jaar met depressie en middelenmisbruik
> Literatuur


Samenvatting

Aanbevelingen
ADHD en stimulantia
Psychostimulantia op jonge leeftijd bij kinderen met ADHD kunnen gebruikt worden om middelenmisbruik (alcohol en/of drugs en/of roken) op adolescenten leeftijd te beperken.
Het is niet gebleken om psychostimulantia te gebruiken bij kinderen met ADHD om middelenmisbruik (alcohol en/of drugs en/of roken) op volwassen leeftijd te beperken.

De leeftijd waarop met psychostimulantia wordt begonnen bij kinderen met ADHD heeft geen effect op het ontwikkelen van middelenmisbruik of rookgedrag op latere leeftijd.
Het is niet gebleken dat behandeling met psychostimulantia (methylfenidaat) bij adolescenten met ADHD nicotine, marihuana en cocaïnegebruik vermindert.

ADHD en bupropion
Het is niet gebleken dat vroege behandeling met bupropion bij kinderen met ADHD een effect heeft op rookgedrag op latere leeftijd.

ADHD en adrenerge middelen
Het is niet gebleken dat behandeling met atomoxetine bij jongeren met ADHD alcohol en drugsmisbruik vermindert.

Depressie en serotonine opname remmers
Het is niet gebleken dat behandeling met fluoxetine bij jongeren met een depressie middelen- en alcoholmisbruik vermindert.
Het is niet gebleken dat behandeling met sertraline bij jongeren met een depressie alcoholmisbruik vermindert.

Naar boven

flowchart psychofarmaca (in bewerking)

Algemeen

Er zijn verschillende soorten middelen waarvan het gebruik problematisch kan worden, zoals tabak, alcohol, cannabis, en cocaïne. Ook medicijnen/psychofarmaca (bijvoorbeeld methylfenidaat) kunnen misbruikt worden. De definitie van middelenmisbruik verschilt tussen de onderzoeken, daarom wordt bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten de definitie van middelenmisbruik uit de betreffende studies weergegeven. Psychische problemen en stoornissen kunnen een risicofactor vormen voor het ontwikkelen van problematisch middelengebruik, zoals ADHD en depressieve stoornissen.

Het effect van psychofarmaca op het ontwikkelen en verminderen van middelenmisbruik bij kinderen en adolescenten met ADHD of een depressie is onderzocht in verschillende onderzoeken. Uit deze onderzoeken blijkt dat kinderen met ADHD die op vroege leeftijd behandeld worden met psychostimulantia, een verminderd risico hebben op het ontwikkelen van middelenmisbruik op adolescenten leeftijd. Behandeling van adolescenten met ADHD of depressie die al middelen misbruiken hebben geen baat bij psychofarmaca om het middelenmisbruik te verminderen.

Plaatsbepaling psychofarmaca bij adolescenten met ADHD of depressie en middelenmisbruik
Het gebruik van psychofarmaca op kinderleeftijd bij kinderen met ADHD lijkt een beschermend effect te hebben op het ontwikkelen van middelenmisbruik op adolescentenleeftijd. Psychofarmaca bij adolescenten met ADHD of depressie die al middelenmisbuiken lijken geen effect te hebben.


Effect van psychofarmaca op het ontwikkelen van middelenmisbruik bij kinderen en adolescenten tot 23 jaar met ADHD

Effectiviteit Psychostimulantia
Het effect van psychostimulantia op het ontwikkelen van middelenmisbruik bij kinderen en adolescenten met ADHD is onderzocht in verschillende prospectieve en retrospectieve studies. Deze studies laten veelal zien dat psychostimulantia bij ADHD’ers op kinderleeftijd een beschermend effect hebben op het ontwikkelen van middelenmisbruik op adolescentenleeftijd, maar dat dit effect in mindere mate of niet meer aanwezig is op volwassen leeftijd. In een meta-analyse door Wilens e.a. 2003 (aangevuld door Faraone e.a. 2003) van zeven studies werd gekeken naar het effect van vroege behandeling met psychostimulantia op alcohol- en drugsgebruik. In deze studie werd berekend dat behandeling met psychostimulantia op kinderleeftijd een significant beschermend effect heeft op het ontwikkelen van drugsmisbruik (odds ratio=2,4) en alcoholmisbruik (odds ratio=4,0) op adolescentenleeftijd. Ook wanneer alcohol- en drugsmisbruik samen werden gevoegd tot één categorie ‘middelenmisbruik’ was dit effect sterk aanwezig op adolescentenleeftijd (odds ratio=5,8). Het beschermend effect van vroege behandeling met psychostimulantia op middelenmisbruik was in verminderde mate nog steeds aanwezig op volwassen leeftijd (odds ratio=1,7).

In de prospectief vergelijkende studie van Mannuza e.a. 2008 werd bij 176 jongens met ADHD onderzocht of behandeling met methylfenidaat een beschermend effect heeft op het ontwikkelen van middelenmisbruik op latere leeftijd. In deze studie is middelenmisbruik opgesplitst in vier verschillende categorieën: middelenmisbruik (elke vorm van middelenmisbruik), alcoholmisbruik, niet-alcoholisch middelenmisbruik (cannabis, opiaten, cocaïne, etc.) en stimulant misbruik (cocaïne, amfetamine, etc.). Deze categorieën overlappen deels. Adolescenten met ADHD die niet-alcoholische middelen misbruikten waren op een significant latere leeftijd gestart met psychostimulantia (9,1 jaar) dan adolescenten die geen niet-alcoholisch middelenmisbruik hadden (8,5 jaar). De leeftijd waarop medicatie werd gestart, had geen significante invloed op het ontwikkelen van alcohol of stimulantia misbruik.

In de prospectieve studie van Biederman e.a. 2008 werden gedurende een follow-up periode van 10 jaar data verzameld van 112 jongens met ADHD. Bij deze jongens is gekeken of ze behandeld werden met psychostimulantia. Deze studie laat zien dat er na vier jaar minder middelen (alcohol, drugs en nicotine) werden misbruikt door jongens die psychostimulantia toegediend kregen op kinderleeftijd, maar dat dit effect na tien jaar, wanneer de jongens op volwassen leeftijd waren, niet meer aanwezig was.

In de prospectieve studie van Wilens e.a. 2008 is bij 114 meisjes tussen de 6 en 18 jaar met ADHD het effect van psychostimulantia op middelenmisbruik (alcohol, marihuana en andere drugs) en rookgedrag onderzocht. De meisjes met ADHD die ooit psychostimulantia hebben gebruikt, hadden 73% minder kans op het ontwikkelen van middelenmisbruik dan meisjes met ADHD die nooit psychostimulantia hebben gebruikt. Ook hadden meisjes die met psychostimulantia zijn behandeld een 72% lager risico op sigarettengebruik en begonnen zij later met roken.

In de retrospectieve vergelijkende studie van Huss e.a. 2008 werd bij 215 adolescenten met ADHD onderzocht of ze tijdens de kinderjaren waren behandeld met methylfenidaat en wat het effect hiervan was op nicotinegebruik. De adolescenten die niet eerder met methylfenidaat werden behandeld, behoorden eerder tot de groep rokers (minstens 10 sigaretten per dag gedurende 4 weken) in vergelijking met de adolescenten die wel op kinderleeftijd met methylfenidaat behandeld waren. Het aantal rokers op volwassen leeftijd was echter niet verschillend tussen beide groepen.

In de retrospectieve studie van Katusic e.a. 2005 werd een geboortecohort onderzocht in de streek Rochester (USA) waaruit alle ADHD patiënten werden geselecteerd (n=379). Van de ADHD populatie was 85% behandeld met psychostimulantia. In dit cohort bleek dat jongens die behandeld waren met psychostimulantia minder vaak middelen (alcohol en drugs) misbruiken voor hun 18de levensjaar dan jongens die niet behandeld waren met psychostimulantia. Bij meisjes werd dit effect niet gevonden.

In de gerandomiseerde studie van Monuteaux e.a. 2007 naar het effect van bupropion op roken, is ook retrospectief onderzocht of het gebruik van psychostimulantia op kinderleeftijd effect had rookgedrag bij adolescenten met ADHD (n=99). De adolescenten die op kinderleeftijd behandeld waren met psychostimulantia hadden een significant lager risico om op dat moment te roken.

Belangrijke informatie
Dosering: zie formularium.

Effectiviteit Bupropion
In de gerandomiseerde studie van Monuteaux e.a. 2007 is het rookgedrag van 49 kinderen en adolescenten met ADHD die bupropion toegediend kregen vergeleken met 50 adolescenten die een placebo toegediend kregen. De kinderen en adolescenten werden gevolgd tot een maximale follow-up van 6,5 jaar. De ADHD’ers die behandeld werden met bupropion begonnen 2,3 keer eerder met roken in vergelijking met de kinderen en adolescenten die behandeld waren met een placebo. Dit verschil was echter niet significant.

Belangrijke informatie
Dosering: zie formularium.

Effect van psychofarmaca op middelenmisbruik bij adolescenten tot 23 jaar met ADHD en middelenmisbruik

Naast de effectiviteit van vroegtijdige medicatie op het ontwikkelen van middelenmisbruik op adolescentenleeftijd, zijn er drie gerandomiseerde onderzoeken verricht naar de effectiviteit van medicatie in de periode dat adolescenten met ADHD middelen misbruikten. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat methylfenidaat en atomoxetine geen effect hebben op het verminderen van middelenmisbruik in adolescenten met ADHD.

Effectiviteit Psychostimulantia
In de gerandomiseerde studie van Gray e.a. 2011 is bij 174 adolescenten met ADHD en minstens één vorm van niet-nicotine middelenmisbruik gedurende 16 weken het effect van methylfenidaat onderzocht op het rookgedrag (nicotine en marihuana). De adolescenten werden ingedeeld in twee gelijke groepen waarbij een groep behandeld werd met methylfenidaat en een groep een placebo toegediend kreeg. Beide groepen ondergingen ook wekelijks één uur individuele cognitieve gedragstherapie. Na 16 weken was in beide groepen een afname te zien van het sigaretten- en cannabisgebruik. Deze afname was echter niet significant verschillend tussen beide groepen.

Een andere gerandomiseerde studie van Szobot e.a. 2008 bij 16 jongens met ADHD en middelenmisbruik onderzocht het effect van methylfenidaat op middelenmisbruik (marihuana en/of cocaïne). Acht jongens met een gemiddelde leeftijd van 17,5 jaar werden behandeld met methylfenidaat, terwijl acht andere jongens met een gemiddelde leeftijd van 17,4 jaar een placebo kregen. Methylfenidaat zorgde in deze studie niet voor een vermindering van marihuana of cocaïne gebruik in vergelijking met placebo.

Belangrijke informatie
Dosering: zie formularium.

Effectiviteit Adrenerge middelen
In de gerandomiseerde studie van Thurstone e.a. 2010 werden 70 adolescenten met ADHD tussen de 13 en 19 jaar gedurende 12 weken gevolgd. De adolescenten werden willekeurig verdeeld in een groep die behandeld werd met atomoxetine of met een placebo en kregen cognitieve gedragstherapie tegen middelenmisbruik. In beide groepen ging het middelenmisbruik (drugs als alcohol, cannabis, cocaïne, amfetamine en hallucinogenen) omlaag. Deze daling was echter niet verschillend tussen adolescenten die atomoxetine en die een placebo kregen.

Belangrijke informatie
Dosering: zie formularium.

Effect van psychofarmaca op middelenmisbruik bij adolescenten tot 23 jaar met depressie en middelenmisbruik

Effectiviteit Serotonine opname remmers
De effectiviteit van serotonine opname remmers (fluoxetine en sertraline) op middelenmisbruik bij adolescenten met depressie is beschreven in vier gerandomiseerde studies. Deze studies laten allen zien dat serotonine opname remmers geen effect hebben op een vermindering in middelen- en alcoholmisbruik.

De gerandomiseerde studie van Riggs e.a. onderzocht het effect van fluoxetine op middelenmisbruik (alle drugs behalve nicotine) bij 126 adolescenten met een depressie. De deelnemers kregen gedurende 16 weken fluoxetine of een placebo toegediend en beide groepen kregen cognitieve gedragstherapie. Na 16 weken was er in beide groepen een vermindering in het middelenmisbruik. Deze daling was echter niet verschillend tussen de groep die fluoxetine gebruikte en de groep die een placebo gebruikte.

In de gerandomiseerde studie van Findling e.a. zijn 34 adolescenten met een diagnose van MDD (major depressive disorder) of een andere depressieve stoornis en middelenmisbruik geïncludeerd. De adolescenten kregen willekeurig fluoxetine of een placebo toegediend. In beide groepen was een daling te zien in middelenmisbruik Deze daling was niet verschillend tussen de fluoxetine en placebo groep.

In de gerandomiseerde studie van Cornelius e.a. is bij 50 adolescenten met depressie en alcoholmisbruik het effect onderzocht van fluoxetine op de alcoholconsumptie. Gedurende twaalf weken werd de helft van deze adolescenten met fluoxetine behandeld en de andere helft met een placebo. Beiden groepen ondergingen ook cognitieve gedragstherapie, gericht op vermindering van klachten van depressie en alcohol. Na twaalf weken was de alcoholconsumptie in beide groepen gedaald. Deze afname was echter niet verschillend tussen de fluoxetine en de placebo groep.

In de gerandomiseerde studie van Deas e.a. is het effect van sertraline op alcoholmisbruik bij depressieve adolescenten met een diagnose van alcoholmisbruik onderzocht. Vijf deelnemers kregen twaalf weken lang sertraline toegediend, terwijl vijf andere een placebo kregen. Uit de studie bleek dat er in beide groepen een vermindering in alcoholconsumptie had plaats gevonden, maar dat deze afname niet verschillend was tussen de sertraline en de placebo groep.

Belangrijke informatie
Dosering: zie formularium

 Naar boven


Literatuur

Adviescommissie Kwetsbare Jeugd & Verslaving (2011). Van kwetsbaar naar weerbaar. Verslaving bij kwetsbare jongeren voorkomen en adequaat begeleiden. Utrecht: Kenniscentrum Verslaving Resultaten Scoren.

Armstrong & Costello (2002). Community studies on adolescent substance use, abus, or dependence and psychiatric comorbidity. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 70(6), 1224-1239.

Barrett, N., & Paschos, D. (2006). Alcohol-related problems in adolescents and adults with intellectual disabilities. Current Opinion in Psychiatry, 19, 481-485.

Bergen, H. A., Martin, G., Richardson, A. S., Allison, S., & Roeger, L. (2004). Sexual abuse, antisocial behaviour and substance use: gender differences in young community adolescents. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 38(1-2), 34-41.

Bransen,  E., Schipper, H., Mutsaers, K., Haverman, M., & Blekman, J. (2008). Aard en omvang van middelengebruik bij licht verstandelijk gehandicapte jongeren. Een eerste verkenning bij jongeren zelf en hun begeleiders. Utrecht: Trimbos-instituut.

Castellanos, N., & Conrod, P. (2006). Brief interventions targeting personality risk factors
for adolescent substance misuse reduce depression, panic and risk-taking behaviours.
Journal of Mental Health, 15(6), 645 - 658.

Couwenbergh, C., e.a. (2006). Comorbid psychopathology in adolescents and young adults treated for substance use disorders: a review. European Child and Adolescent Psychiatry, 15, pp. 319-328.

Couwenbergh, C. (2009). Substance abuse and its co-occurrence with other mental health problems in adolescents. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen
 
Dahl, R., & Spears, L. (2004). Adolescent Brain Development: Vulnerabilities and Opportunities. Annals of the New York Academic of Science, 1021, pp. 1-22.

Dam, C. van, Nijhof, K., Scholte, R., & Veerman, J.W. (2010). Evaluatie Nieuw Zorgaanbod. Gesloten jeugdozrg voor jongeren met ernstige gedragsproblemen. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen
 
EMCDDA (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction). (2007). Drugs use
and related problems among very young people (under 15 years old). Lissabon: European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction.

Evren, C., Kural, S., & Cakmak, D. (2006). Clinical correlates of childhood abuse and neglect in substance dependents. Addictive Behaviors, 31(3), 475-485.

Ferdinand, R. F., Sondeijker, F., Ende, J. van der, Selten, J. P., Huizink, A., & Verhulst, F. C. (2005). Cannabis use predicts future psychotic symptoms, and vice versa. Addiction,
100(5), 612-618.

Griswold, K. S., Aronoff, H., Kernan, J. B., Kahn. L. S. (2008). Adolescent substance use and abuse: recognition and management. American Academy of Family Physicians, 77(3), 331-336.

Henquet, C. (2006). Ecogenetic Studies of Cannabis as a Cause of Psychosis. Universiteit
Maastricht, Maastricht.

Hermanns (2009). Het opvoeden verleerd. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

Hulshoff, A., Wegen, S., & Ouden, R. den (2009). Kinderen, jongeren en adolescenten met verslavingsproblemen. In: R. Rutten, C. Loth, & A. Hulshoff (Red.), Verslaving. Handboek voor zorg, begeleiding en preventie. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg.

Ivens Y. (2008). Behandeling van middelengebonden stoornissen. In: Braet C., Bögels S. (red.), Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten (hoofdstuk 22, pp. 503-525). Amsterdam: Boom Uitgeverij.

IVZ/Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem. (2010). Jongeren in de ambulante verslavingszorg in Nederland (2004-2008). Houten: Stichting Informatievoorziening Zorg (IVZ).

Knight, J. R., Goodman, E., Pulerwitz, T., DuRant, R. H. (2001). Reliability of the Problem Oriented Screening Instrument for Teenagers (POSIT) in adolescent medical practice. Journal of Adolescent Health, 29(2),125-130.

Knight, J.R., Sherritt, L., Shrier, L. A., Harris, S. M., & Chang, G. (2002). Validity of the CRAFFT Substance Abuse Screening Test Among Adolescent Clinic Patients. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 156, 607-614.

Lynskey, M. T., & Hall, W. (2001). Attention deficit hyperactivity disorder and substance use disorders: Is there a causal link? Addiction, 96(6), 815-822.

Matthys, W., Schuren, L. J. M. J. van der, Nordquist, R. E., & Zonnevylle-Bender, M. J. S. (2006). Factoren die bij kinderen en adolescenten een risico vormen voor gebruik, misbruik en afhankelijkheid van middelen. Den Haag: ZonMW.

McGillicuddy, N. B. (2006). A review of substance use research among those with mental
retardation. Mental Retardation and Developmental Disabilities Research Reviews, 12(1), 41-47.

Monshouwer, K., Verdurmen, J., Dorsselaer, S. van, Smit, E., Gorter, A., & Vollebergh, W. (2008). Jeugd en Riskant Gedrag 2007. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut.

Morojele, N. K. & Brook, J. S. (2006). Substance use and multiple victimisation among
adolescents in South Africa. Addictive Behaviors, 31(7), 1163-1176.

Mos, K. & Kaptijn, E. (2008). Multidimensionale familietherapie. Een evidence based intensieve gezinsmethodiek voor gezinnen van jongeren met complexe meervoudige problematiek, p.129-141. In: Gezinsinterventies, aan de slag met problematische opvoedingskwesties.

Nauta-Jansen, L., & Hendriks, V. (2006). Middelengebruik, middelenmisbruik en middelenafhankelijkheid. In: F. B. T. Doreleijers, J. Huisman, R. Vermeiren, E. de Haan
(Ed.), Leerboek psychiatrie. Kinderen en adolescenten. Utrecht: Tijdstroom.

Pardini, D., White, H. R., & Stouthamer-Loeber, M. (2007). Early adolescent psychopathology as a predictor of alcohol use disorders by young adulthood. Drug and Alcohol Dependence, 88(1), 38-49.

Rigter, H. (2006). Cannabis. Preventie en behandeling bij jongeren. Utrecht: Trimbos-instituut.

Schubiner, H., Tzelepis, A., Milberger, S., Lockhart, N., Kruger, M., Kelley, B. J., et al. (2000). Prevalence of attention-deficit/hyperactivity disorder and conduct disorder among substance abusers. Journal of Clinical Psychiatry, 61(4), 244-251.

Smit, E., Verdurmen, J., Monshouwer, K. & Bolier, L. (2007). Jongeren en verslaving. De effectiviteit van behandelinterventies voor jongeren. Utrecht: Trimbos-instituut.

Snoek, A., Wits, E., Stel, J. van der, & Mheen, D. van de (2010a). Kwetsbare groepen jeugdigen en (problematisch) middelengebruik: visie en interventiematrix. Rotterdam: IVO.

Snoek, A., Wits, E., Mheen, D. van de, Wilbers, G. (2010b). Vroegsignalering. Richtlijn vroegsignalering middelenmisbruik of –afhankelijkheid bij jongeren. Rotterdam: IVO.

Vaughn, M. G., Ollie, M. T., McMillen, J. C., Scott, L., Jr., & Munson, M. (2007). Substance use and abuse among older youth in foster care. Addictive Behaviors, 32(9), 1929-1935.

Vreugdenhil, C.,  Doreleijers, T.A.H., Vermeiren, R., Wouters, L.F.J.M., Brink, W. van den (2004). Psychiatric disorders in a representative sample of incarcerated boys in The Netherlands. Journal of the American Child and Adolescent Psychiatry, 43(1), 97-104.
 
Wiers, R. W. (2006). Het ontstaan van verslavingsgedrag bij jongeren. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.

Wijngaarden, P. J. M. van, & Gaag, R. J. van der (2010). Verslaving als ontwikkelingsstoornis. Kind en Adolescent, 31 (4), 174-187.

Wijngaarden-Cremers, P. J. M. van, Hansman-Wijnands, M., & Gaag, R. van der (2011). Middelenmisbruik en comorbiditeit. In: M. Clerkx, R. de Groot, & F. Prins (2011). Grensoverschrijdend gedrag van pubers. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Naar boven

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: